18 april 2017

Het vogelhuis – Eva Meijer

De natuur zijn

Recensie door Hans Muiderman

Een roman als een landschapsschilderij uit het einde van de 19e eeuw. De sfeer van een Monet. Een vrouw loopt door de velden, links is een bootje aangemeerd. Mensen gaan picknicken in het gras. Rechts in de verte, bijna terloops geschilderd, een klein huis. De vrouw loopt over een pad, rond haar hoofd fladdert een groep vogels. Boven de heuvel dreigt een regenbui. Ze is alleen, staat stil en roept iets. Als je haar van dichtbij bekijkt, valt haar kordate houding op. Ze weet precies waar ze naartoe gaat.

Het vogelhuis is de derde roman van Eva Meijer waarin het woord ‘dier’ of de naam van een dier(soort) in de titel voorkomt. Eerder verschenen de romans Het schuwste dier (2011) en Dagpauwoog(2013). In 2016 werd Dierenverhalen gepubliceerd, een onderzoek naar de communicatie van dieren. Bij Het vogelhuis kruipt de schrijfster in de huid van Len Howard, een Britse biologe die leefde in de eerste helft van de vorige eeuw. Howard woonde in een huisje op het platteland waar ze het gedrag van koolmezen, mussen en pimpelmezen bestudeerde. Wellicht is ‘bestuderen’ niet het juiste woord. Eva Meijer schetst Howard – in de roman soms Lennie en meestal Gwen genoemd – als een vriendin van vogels, een moeder die voor hen zorgt. Als Gwen roept reageren de vogels direct en vliegen naar haar toe. Ze vereenzelvigt zich met hen. Hun gedrag is het kader waarmee Gwen naar zichzelf kijkt: ‘Ik sta stil, mijn hoofd schuin als een merel.’

In gedeelten van de roman dreigen (de gevolgen van) de Eerste en Tweede Wereldoorlog op de achtergrond. Gwen maakt zich zorgen over haar broer, die niet van het slagveld is teruggekeerd. Eva Meyer verweeft, schijnbaar moeiteloos, deze onzekerheid met de vraag of de kraai Charles nog leeft. Als de vogel zich niet laat zien is Gwen bezorgd. Ook als ze verhuist naar Londen om daar als violiste in een orkest te gaan spelen, denkt ze: ‘… en nu ben ik alleen in een stad die me aarzelend welkom heet. Twee kraaien kletsen met elkaar, hoog in een populier. Ik krijg pijn in mijn buik. Charles weet niet waar ik naartoe ben gegaan, of waarom.’
De schrijfster introduceert op een geraffineerde manier de eigennamen van vogels. Als lezer ben je even de weg kwijt. Pas een paar regels verder merk dat je niet met een mens maar met een dier te maken hebt. Verrassend ben je op het verkeerde been gezet.

Voor Gwen is de natuur de maat der dingen. Als ze twijfelt tussen de rest van haar leven vioolspelen of zich geheel aan de vogels wijden, denkt ze: ‘… de tegenzin [tegen het viool spelen, hm] blijft, groeit als een boom in verschillende richtingen, takken uit mijn oren en mijn mond.’ Het muziekstuk dat ze speelt is als een landschap: ‘… in het begin is er gras […], dan water – een rivier die brak wordt, uitloopt in een zee, er is eigenlijk altijd water, soms kalm soms kolkend…’

De roman wordt door dit type metaforen als een schilderij. Je gaat als lezer niet altijd mee met ( het innerlijke leven van) de ik-figuur. Je blijft er rustig naar kijken, als een belangstellende buitenstaander en geniet van de mooie teksten die als mijmeringen passeren. Soms wat dik aangezet. Bijvoorbeeld door de manier waarop de schrijfster de (kortdurende) verhouding tussen Gwen en een man schetst. Hij kan op een prachtige manier koolmezen tekenen. Ze bezoeken het museum. ‘Hij laat me de schilderijen opnieuw zien. Verf, stemming, kleur, kleur, kleur. Bij Turner pakt hij mijn hand.’ Elkaars hand pakken bij een schilderij van Turner in een schilderachtig verhaal. Dit is geen scharrel met een getrouwde man, maar (te) duidelijk een romance.
Maar dat neemt niet weg dat Het vogelhuis een mooi gecomponeerde roman is.

Het levensverhaal van de ik-figuur wordt afgewisseld met (dagboek)notities over de koolmees Ster. En zo gaat de levensloop van Gwen en die van de koolmees gelijk op.
‘… de slimste koolmees, die ik heb mogen kennen, en degene met wie ik de hechtste band ontwikkelde.’ Een vogel als levenspartner.
‘… Ster was geconcentreerd zoals een muzikant in zijn spel,’ en ‘Ster was er met haar hoofd niet bij…’ Deze notities zijn, vermeldt Eva Meijer in de Verantwoording, gebaseerd op de verhalen van Len Howard.

Het Vogelhuis is niet alleen een roman voor degene die van vogels en natuur houdt.  Zeker niet. Het is ook een kleine (tere) filosofie over de verhouding tussen mens en natuur. ‘Langzaam hebben de seizoenen zich hier in mijn lichaam genesteld,’ mijmert Gwen in haar vogelhuis, ‘beweeg ik mee met alles wat terugkeert: de spinnenwebben in de heg, de ijsbloemen op de ruiten, […] licht tot het einde van de avond.

Eva Meijer toont ons – en dat doet ze uiteindelijk overtuigend – dat de natuur niet een ‘object’ buiten de mens is. Het is niet waarnaar de mens kijkt, luistert en onder de indruk raakt van de schoonheid of dreiging zoals op een landschapsschilderij. Niet alleen de dieren, de heuvel in de verte maar ook de mensen zijn natuur. Mens en natuur, een eenheid. Onlosmakelijk.

 

Het vogelhuis
Eva Meijer
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
ISBN: 9789059366695
256 pagina's
Prijs: € 18,95

Meer van Hans Muiderman:

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Over 'Klare lucht zwart' van David Vann
8 mei 2017

Geen Blow-up-gevoel

Over 'Van licht en donker' van Anton Dautzenberg & Diederik Stapel

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant

18 april 2017

Een verwarrende zoektocht

Over 'Dagpauwoog' van Eva Meijer