6 februari 2014

De nacht – Merijn de Boer

Merijn de Boer daagt de lezer uit

Recensie door Ingrid van der Graaf

 In 2011 debuteerde Merijn de Boer met de verhalenbundel Nestvlieders waarvan ondergetekende opmerkte dat het een indrukwekkende bundel was maar qua compositie en uitwerking prematuur. Zijn tweede boek, De nacht is een ingewikkelde maar knap geconstrueerde roman. Met bovendien op elke pagina een voorval of zegswijze die verbazing wekt, spontaan een lach doet losbarsten en bovenal bewondering wekt. Of het nu om een gebeurtenis an sich gaat of de wijze waarop deze beschreven wordt, het is door de bizarre, droogkomische en indrukwekkende verhaalconstructies, dat het  geheel een prachtige roman over buitenstaanders is geworden.

Marcel, de alwetende verteller van De nacht, heeft een relatie met Lidia, juriste bij een advocatenkantoor, beiden dertigers. Marcel, ooit student psychologie, is naar volle tevredenheid werkeloos maar houdt de schijn op, wanneer dat zo uitkomt, dat hij een baan apprecieert. Maar het liefst slentert hij door de stad, wandelt van lantaarnpaal naar lantaarnpaal, bezoekt boekhandels in alle uithoeken van de stad, of ‘visiteert’ een enkele maal een vriend. Hij is nogal ingenomen met zichzelf en verdraait de waarheid waar dit (volgens hem) gevraagd wordt. Ondertussen houdt hij de schijn op dat hij zich intellectueel scherpt door antieke literatuur te lezen en weet zijn alcoholverslaving goed te maskeren. Lidia staat doordeweeks om zeven uur op en wanneer ze de deur uit gaat naar haar werk, pakt Marcel van achter het bed een fles drank en neemt zijn eerste slok van de dag waarna hij weer verder slaapt.

De nacht opent met deze alinea: “Ik wachtte op haar voor de deur van het advocatenkantoor. Naast me stonden de twee rolkoffers. Omdat het lunchtijd was, kwamen er voortdurend werknemers langslopen. Ik telde het aantal donkerblauwe dassen en was bij drieëntwintig toen ze naar buiten kwam. ‘Sorry (…), zei Lidia, (…). Sta je hier al lang?’ ‘Vijf minuten.’ Ik had er drie kwartier staan wachten.” De beschreven situatie is niet ongewoon. Er zullen meer mensen zijn die tijdens het wachten op iets of iemand hun aandacht focussen op bijvoorbeeld het tellen van passerende cognackleurige schoenen, of roodharigen. En niet toegeven dat je drie kwartier voor niets hebt staan wachten, zal ook velen niet vreemd zijn. Maar voor de goede verstaander is duidelijk dat Lidia, ondanks dat ze op het punt staan hun tienjarige relatie te vieren op een tropisch eiland, niet veel waarde meer hecht aan hun relatie. Gaandeweg De nacht geeft Lidia steeds meer te kennen dat ze Marcel wantrouwt; zijn verhalen (en terecht) niet meer gelooft. Ze vindt hem een mislukkeling en heeft het eigenlijk wel met hem gehad.

De dag van hun afreis naar het eiland was voor Marcel uitzonderlijk vroeg begonnen. Nadat Lidia naar haar werk was vertrokken, werd er gebeld: “Gezwind schoot ik mijn kimono en pantoffels aan, om vervolgens met rechtopstaande haren en de slaap nog in mijn ogen de dakdekker te ontvangen. ‘Persoon’, zei hij en hij stak zijn hand uit. Ik vond het een verwarrende achternaam. Terwijl ik met trillende handen koffie zette, klonk boven mijn hoofd het gestommel van voeten over dakpannen. Een kwartier later zaten we samen, Persoon in een overall en ik nog steeds in mijn kimono, koffie te drinken en over vrouwen en katten te praten. Ik voelde me midden in de maatschappij.” Je vraagt je af wie een dakdekker laat komen op de dag dat je een vlucht te halen hebt. Het is niet geloofwaardig dat een dakdekker na vijftien minuten op het dak alweer beneden komt voor koffie.
Maar zo moet De nacht dus niet gelezen worden. De Boer daagt uit mee te bewegen in zijn bizarre vertelling waarin heden en verleden, fantasie en werkelijkheid op onnavolgbare wijze door elkaar lopen en verwijzingen niet altijd direct geduid kunnen worden.

Ergens staat; ‘Als ik niet een konijn had na te wandelen was ik misschien wel links afgeslagen.’ Je leest het nog eens in de verwachting dat er iets niet klopt aan die zin. Dan moet er teruggebladerd worden op zoek naar het moment waarop dat konijn werd geïntroduceerd. En hoe het in de Lijnbaanssteeg, waar hij op dat moment loopt, is terecht gekomen. Maar dat levert niets op. Het blijkt dat Marcel de gewoonte heeft  op een willekeurige plek op zijn stadsplattegrond een konijn te tekenen, als uitdaging om delen van de stad te doorkruisen. Langs niet gekende wegen, waarbij hij zich niet mag laten afleiden door zaken die zijn aandacht trekken, moet hij het traject lopen dat correspondeert met het op de kaart getekende konijn. En dat is exact wat De Boer met zijn roman doet: hij daagt zijn lezers uit door de complexe verhaallijnen het spoor van Marcel te blijven volgen. De andere personages zijn in wezen van geen enkel belang maar tegelijk zijn ze onmisbaar om Marcel te kunnen laten stralen in zijn rol van klunzige buitenstaander.

De verhalen die Marcel, over bijvoorbeeld de vader van Lidia vertelt, zijn fantastisch. Je vraagt je af waar hij ze vandaan heeft, daar de moeder van Lidia het hem niet verteld kan hebben en Lidia zelf er niet van afwist. Hoe Hugo, de vader van Lidia na haar geboorte en naar Brabants gebruik, zich met een stel vrienden vol alcohol liet lopen om op die manier te voorkomen dat je kind op latere leeftijd scheel gaat kijken. ‘Het scheel eraf drinken’ heette dat. En hoe Hugo aan zijn einde kwam. Hij werd uit een kermis attractie gekatapulteerd en overleefde het niet. ‘Het betrof een van de allereerste Polypen ter wereld, behept met kinderziektes die nu eenmaal bij die prille periode van ontwikkeling horen.’ Niet zelden wordt een ernstig voorval afgesloten met een droge opmerking als bovenstaande. Gelijk aan de gesprekken die dagelijks op straat en in trams klinken over de ernstige zaken des levens als geboorte en dood. Gesprekken gelardeerd met nuchtere dooddoeners als: ‘Tja, het leven is geen pretje’, of ‘Het is maar beter zo’.

Zoals gezegd lijkt er op het eerste gezicht veel overbodigs in De nacht te zitten. Maar uiteindelijk dient alles het verhaal. Van zijn Landmark assertiviteitstrainingsavontuur met studiegenoot Ruben, tot het genderkind op het eiland in het vervallen café met de toepasselijke naam: L’ENFANT PER U. Waarbij duidelijk moet zijn dat de ‘D’ , uit perdu van de gevel is weggevaagd. De schrijfstijl van De Boer heeft een grote impact op de lezer: het blijft je bij. Denk aan het beeld van de ‘gele halo’ die de onfrisse Balthazar Tak over zijn fysieke toestand beschrijft, (uit het gelijknamige verhaal uit Nestvlieders)  weerzinwekkend maar daardoor onvergetelijk. Of je daar nu zo blij mee moet zijn, dat is wat anders.

In De nacht zijn personages ofwel een boek aan het lezen, houden er een in de hand of leggen het net terzijde. En voor verschillende personages is in een bepaalde levensfase, een bepaalde schrijver van belang geweest. Schrijvers als: Maarten ’t Hart, Kerouac, Céline, A. Koolhaas en Valérie Larbaud. En het gaat nog verder, de moeder van een vriend doet Marcel denken aan de moeder van Gogol (alsof hij haar gekend heeft) en zijn kat heet Poesjkin.

Laag voor laag lees je je door het boek heen. Met verwondering over de ongelooflijke hoeveelheid onwaarachtige gebeurtenissen die hij opvoert waarbij de vraag rijst hoe dit alles tot een acceptabel einde kan worden gebracht. Dan, na een pagina of zestig, nadat Lidia’s vader is gekatapulteerd, wordt er doorgelezen om het plezier dat het boek teweeg brengt. Nog steeds ervan overtuigd dat dit niet goed af kan lopen. Er worden zaken verdoezeld, een moord gepleegd, vreemd gegaan, ongewenste seksuele handelingen verricht, het houdt niet op. Maar het knappe is dat deze roman, niet verwordt tot een klucht maar eindigt met de ontroerende scène dat de outcasts in het verhaal, Marcel en Zelda de zestienjarige dochter van een opdringerige bankiersechtpaar, zich samen verwijderen van een feest op de golfclub. Niets is opgelost maar zij zijn vrij. Dat is wat deze roman laat zien, dat je je hoe dan ook los kunt maken uit deze dolgedraaide wereld door niet te voldoen aan verwachtingen. Dat De Boer op de laatste bladzijde van het boek, een onverwachte vleug van ontroering voelbaar maakt, bewijst dat hij een zeer goed schrijver is.

 

 

 

 

De nacht
Merijn de Boer
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789021449708
276 pagina's
Prijs: € 19,95

Meer van Ingrid van der Graaf:

29 mei 2017

Grasduinen in het poëzielandschap van Jozef Deleu

Over 'Het liegend konijn jaargang 15, nr. 1' van Onder redactie van Jozef Deleu
25 april 2017

Tijdschrift voor vertalers met verrassende opbrengst

Over 'Tijdschrift PLUK - De oogst van nieuwe vertalers' van Onder redactie van o.a. Anne Folkertsma, Betty Klaasse, Barbara de Lange, Anne Lopes Michielsen, Lisa Thunnissen
10 april 2017

De Duivelsverzen als vertrekpunt

Over 'Altijd Augustus' van Maria Barnas

Recent

26 juni 2017

Logboek van een ziener

Over 'Andalusisch logboek' van Stefan Brijs
23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles

Verwant

6 februari 2014

Nog niet helemaal af om de wereld in te gaan

Over 'Nestvlieders' van Merijn de Boer