22 april 2016

District en Circle – Seamus Heaney

De macht om te binden of te ontbinden

Recensie door Menno Hartman

Saemus Heaney moet zich wel vermaakt hebben toen hem ter ore kwam dat er een relletje gaande was rond de Nederlandse vertaling van District & Circle, zijn bundel uit 2006 die in 2010 in Nederland werd vertaald en onmiddellijk uit de handel werd genomen. Door tijdgebrek en slordigheid was een onzorgvuldige werk ontstaan. De nieuwe vertaling uit 2010, door Onno Kosters en Han van der Vegt, vormt nu eens te meer een pleziertje voor de Ierse Nobelprijswinnaar. Vertalen is met de handen in de aarde van de taal zitten, schoffelen, dingen omgooien, echt vakwerk en ambachtelijkheid, en om die reden aan Heaney welbesteed. En nu is in zijn tweetaligheid dit vakwerk ook echt te volgen. In deze bundel, waarin als vanouds het Ierse landleven naast persoonlijke herinnering de hoofdrol spelen, kijkt Heaney ook terug op zijn lectuur van Wordsworth, Rilke, Seferis, Kaváfis, Neruda, Auden, hij incorporeert hun poëzie, vertaald ze en spreekt ze toe.

Nu is dat niet het aantrekkelijkste deel van deze bundel. Heaneys oeuvre is een oeuvre uit een stuk, hij behoort tot de weinige dichters in wier werk op elke plaats een eigen en herkenbare toon te horen is. Een goede reden om als vertaler met de handen in het haar te zitten. Een uitstekende reden ook om te constateren dat Heaney in zijn eigen vertaling van gedichten van bijvoorbeeld Rilke, Rilke kapot maakt en er een vreemd samenraapsel van Rilke- en Heaney-elementen van maakt, een soep die niet smaakt.

De bundel District en Circle bevat twee lange en veelbesproken gedichten: het titelgedicht, waarin een tocht met de metro mythische connotaties krijgt, en een variatie op een oud thema van Heaney, de ‘Tollund mens’. Deze gemummificeerde man die uit vierde eeuw voor Christus stamt en  in Denemarken in de jaren ’50 werd gevonden, is vanaf vroeg in Heaneys werk een heel aantrekkelijk motief gebleken. De man, die door een wonderlijk samenspel van grondlagen en weersinvloeden en chemische afscheiding van mos zeer goed behouden bleef, geeft een schok van herkenning door zijn ongelofelijk levensecht gelaat. Een tuimelende tijdreis deze ‘Man van Tollund’, en om die reden waarschijnlijk zo populair bij Heaney, die zijn ‘omkijken’  altijd heel ronduit en aards wenst vorm te geven. Toch zijn in deze bundel niet de dichtersgedichten, niet de langere kunststukken de ware attractie, maar is het de schijnbaar dagelijkse landwereld, waarvan we wel willen geloven dat die nog bestaat in Ierland.

Hooitouw

Die wirwar van zachte toevoer en voeding –
handenvol aan een hoop hooi ontlokt,
gevierd om op te gaan in het spinnen, vouwen,
ineengedraaid en strakgetrokken, rikkerdekik, tot touw –

maar even vaak hanteerde ik aan het andere eind
de haak
liep achteruit, wond met al mijn inzet
door elke klink en knik het hele verhaal ineen
om de eindjes in elkaar te vlechten –

                    in mijn linkerhand
de uitgeboorde vlierstok met schroefdraad,
in mijn rechter de vervaardigde streng.

                      De wind in mijn rug,
de zon op mijn gezicht, de macht om te binden, of te ontbinden
vergaard uit en gewrongen in elke ruk en slag.

Deze wereld bestaat in Ierland waarschijnlijk zo min als in Nederland nog. Heaney herinnert hem zich, zoals hij zich Hughie O’Donoghue herinnert, en Mick Joyce, Creagh Meadows, Bobby Breen, en vele andere mensen en plaatsen die Heaney ‘door elke klink en knik ineenvlecht’ met de ‘macht van de dichter om te binden of te ontbinden’. Heaney dicht over landwerk en ambacht omdat dat de aardse taal van zijn omkijken is. Een portrettengalerij van gewone mensen is deze bundel daarmee ook. In de metaforiek van oude gebruiken en handelswijzen en woorden (egtand, aambeeld, kolenbak, slaaplelie, ransel) en de prachtig ontnuchterende gewoonheid van de beschreven mensen en wat zij doen: ‘op zaterdagavond in Loudans slagerswinkel / stonden we in de rij’ is District en Circle een rijke wereld in zichzelf.

In de hoofdstraat van Granard kwam ik Duffy tegen,
die ik nog kende van vóór de jaren des verstands,
in korte broek in het lokaal voor Oudere Kinderen
waar een keer op een winterdag juf Walls
het hoofd verloor en ons de kuiten ranselde
om vuilbekkerij waarvan we dachten dat ze die niet kon horen.
‘Godallemachtig ,’ riep Duffy uit, en liep op me af,
z’n stok in de lucht, beide armen breed uitgespreid,
godallemachtig! Weet je nog, dat Spaanse rietje?’

Waarbij de vanzelfsprekendheid van dit gedeeld verleden en de humoristische schijnbare coïncidentie dat de schrijver van het gedicht zich Duffy herinnert om exact dezelfde reden als waarom Duffy zich hem blijkt te herinneren, precies de tijdsprong is waar het in deze poëzie vaak om draait.

Een tijdsprong als bij de man van Tollund, de enige 2.500 jaar oude mummie die je vandaag gerust een knappe vent kunt noemen weet Heaney zijn eigen landsverleden en -verhalen, zijn sappig-archaïsche maar soepele taal, plezierig algemeen te maken, voor elke lezer, wars van opgeblazen dichterlijkheid. Heaney blijft goed.

 

Deze recensie verscheen eerder in Poëzietijdschrift Awater.

District en Circle
Seamus Heaney
Vertaling door: Onno Kosters en Han van der Vegt
Oorspronkelijke titel: District en Circle
Verschenen bij: Meulenhoff Boekerij BV
ISBN: 9789029089012
80 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Menno Hartman:

16 april 2016

Een goed observeerder

Over 'Wat huid is' van Peter du Gardijn
14 maart 2016

Een dans van geïntensiveerde verveling

Over 'Club Brancuzzi' van Maarten Buser

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant