11 mei 2016

De literaire merel

Door Rob van Dam

De merel broedt. Nadat het vorige broedsel tijdens de koude dagen na Pasen was verdwenen, is een nieuw nest gebouwd, op het warmste plekje van de tuin. Als dat maar goed afloopt! Telkens als de eksters, die ook moeten eten, hun duikvluchten uitvoeren, rent mijn vrouw naar buiten om ze met de Supersoaker, een Star Wars-achtig waterkanon, te verdrijven. De lente maakt me elk jaar blij en vitaal, maar achter de uitbarstingen van levensdrang en schoonheid gaat een slachting schuil.

De merel is talrijk en geliefd. In de poëzie wordt hij overtroefd door nachtegaal en zwaan, althans in de ouderwetse, begrijpelijke gedichten waar ik van houd. Zou de Dichteres des Vaderlands ooit over de merel hebben geschreven?

De literaire merel is in de Engelstalige poëzie onsterfelijk geworden door Wallace Stevens’ gedicht Thirteen Ways of Looking at a Blackbird. De eerste twee delen gaan zo:

1.
Among twenty snowy mountains,
The only moving thing
Was the eye of the blackbird.
2.
I was of three minds,
Like a tree

In which there are three blackbirds.

 

De schoolmeester in me kan peinzen over het verschil tussen ‘a blackbird’ in de titel en ‘the blackbird’ in de eerste observatie. ‘Nou jongens, waarom zegt de schrijver in regel 3 de merel?’

De Engelstalige Welse dichter R.S. Thomas, tot zijn dood in 2000 de officiële Britse kandidaat voor de Nobelprijs, leende later de vorm van de door hem bewonderde Stevens voor Thirteen Blackbirds Look at a Man. Het staat niet in Collected Poems 1945-1990 maar de nummers 1 en 13 gaan zo:

1.
It is calm.
It is as though
we lived in a garden
that had not yet arrived
at the knowledge of
good and evil.

But there is a man in it.

 

13.
Summer is
at an end. The migrants
depart. When they return
in spring to the garden

will there be a man among them?

 

Hier toont zich de drie-eenheid van Thomas’ poëzie: het christelijk geloof, de natuur en zijn pessimisme. Terecht niet opgenomen?
‘Jongens,wat bedoelt de dichter in het eerste deel met but?’ Dat ene woordje kondigt de zondeval aan. Zal Thomas’ taal nog lang worden begrepen? De kerken verkommeren. Andere vormen van bijgeloof floreren. Hoe lang nog tot niemand de christelijke verwijzingen meer herkent, laat staan snapt? Kees Fens werd er wanhopig van: álles moest hij zijn studenten uitleggen, niets hadden ze nog paraat. Karel van het Reve schreef eens over zijn studenten dat alleen het koningshuis en een paar strips nog als algemeen gedeelde kennis bestonden.

Alles gaat voorbij en ieder jaar is het weer lente. De optimist houdt de moed erin, van je hela-hola, en de pessimist ziet bij het ontluiken van de bloesems al de worm in de appel. In een ander merelgedicht, A Blackbird Singing, constateert Thomas:

A slow singer, but loading each phrase
With history’s overtones, love, joy
And grief learned by his dark tribe
(…)

But fresh always with new tears.

 

Dit tranenrijke lied klinkt momenteel overal om ons heen, maar de merel broedt.

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer