9 juni 2016

Vroeger was alles beter – Tuomas Kyrö

Lessen van een knorrige oude man

Recensie door Hans Vervoort

Ze bestaan ook in Finland, de oude knarren die handelen en denken zoals ze dat in hun jeugd hebben geleerd en die nooit voldoende redenen hebben gezien om daarvan af te wijken.
En waarom zouden ze geen gelijk kunnen hebben?
Dat is zo ongeveer het thema van Vroeger was alles beter van de Finse schrijver Tuomas Kyrö.
Zijn ruim 80-jarige hoofdpersoon vindt dat de wereld sinds ongeveer 1954 er alleen maar op achteruit gegaan is en tegenwoordig vooral geregeerd wordt door lawaaischoppers.
Niet dat hij zich daar iets van aantrekt, want hij is een weldenkend mens. Waarvan er heel veel bestaan, meent hij te weten.

 ‘Je vindt ons in Iran, in Noord-Korea, Rusland, Lahti, Oulainen, Opper-Volta en Congo. We staan gewoon niet vooraan te schreeuwen voor een televisie-camera. (…) Weldenkende mensen zitten op de achtergrond koffie te drinken (…) en vragen zich af waarom de rest van de wereld zo’n herrie maakt.

Aan het uiten van gevoelens doet hij niet, zelfmedelijden kent hij niet. Hij leeft van dag tot dag, netjes en bedaard, zoals het hoort. Zijn voornaamste bezigheid is het dagelijkse bezoek aan de dementerende ‘Moeder de Vrouw’, die een goed mens was en hem en de zoon altijd voorzag van nette kleren en stevig voedsel. In zijn bejaarde ‘Voort Escoort’ naar haar verblijfplaats rijdend kijkt hij naar de veranderende wereld om hem heen met misprijzen en hoofdschuddend.
Zijn zoon, die hem geregeld bezoekt, hanteert het ‘zeg maar’-idioom en de oude baas kijkt naar hem met een mengeling van ergernis en vaderliefde. De vrouw met wie de zoon getrouwd is, zeg maar de schoondochter, is duidelijk een gevaar voor zijn gemoedsrust, iemand met stellige opvattingen. Die heeft hij zelf al méér dan genoeg, daar hoeft niets aan toegevoegd.
Kortom een Clint Eastwood, maar dan uit Finland.

Leven zonder ironie
Als hij bezig is zijn testament annex necrologie op te stellen, een stuk waarin hij ook zijn opvattingen zal vastleggen, leest hij zijn zoon er een stukje uit voor.

‘Ik vroeg aan mijn zoon hoe het tot nu toe klonk. (…) Mijn zoon vond dat de tekst een sterke zuigkracht had. Ik wist niet of hij het meende of dat hij die aangeboren afwijking heeft die kenmerkend is voor zijn generatie, namelijk ironie, een woord dat ik in het leenwoordenboek heb opgezocht. Toen ik jong was, was ironie nog niet eens uitgevonden. Je zei wat je bedoelde en anders hield je je mond. Over lastige kwestie werd in stilte nagedacht, of ze bleven de rest van je leven binnen in je sudderen. Natuurlijk komt er ooit schimmel op te staan in je hoofd, maar dat hoort bij het leven, al kun je schimmel beter niet in je huis hebben. ‘

Terwijl hij – houtbewerker van beroep – bezig is zijn eigen doodskist te maken (zonde om daar geld aan uit te geven) krijgt hij een ongelukje en komt terecht in het ziekenhuis in Helsinki.
Als hij daar uit zijn bewusteloosheid wakker wordt maar dat voorzichtigheidshalve nog niet laat merken hoort hij hoe zijn zoon en schoondochter kibbelen over het invullen van een formulier waarin de patiënt zo goed mogelijk omschreven moet worden.

 ‘Vader is niet wat je noemt een traditionele grootvader, zeg maar…’ mijmerde mijn zoon.
‘Niet?’ reageerde mijn schoondochter meteen.‘Niet traditioneel? Hervormingsgezind dus? Modern? Ik zou eerder zeggen: een patriarch.’

Ommekeer – een beetje
Maar in het ziekenhuis verandert er iets in de oude baas. Noodgedwongen moet hij nu omgaan met andere patiënten en maakt kennis met wat hij noemt ’de beschaafde nozem’.
Die bezorgt hem een schoottelevisie waar de lezer na enig denken een tablet in herkent. Het bezorgt hem de mogelijkheid om via Skype moeder de vrouw te zien en zijn zoon te instrueren over de wijze waarop zij gevoed moet worden. En al vegend over het scherm opent zich een nieuwe wereld voor hem met nieuws en documentaires en beelden van vreemde landen. Televisie kende hij, maar dit is stukken beter! De nieuwe techniek heeft toch iets goeds opgeleverd, moet hij constateren.
Maar zijn behoefte om zijn eigen weg te blijven gaan is onverminderd en als zijn zoon en schoondochter hem met zachte aandrang in een verzorgingstehuis willen loodsen, zet hij hen voor een grote verrassing.

Schrijver Tuomas Kyrö staat in Finland bekend als satiricus en maatschappij-criticus. Die kritiek laten verwoorden door een 80-jarige stijfkop en mensenhater lijkt niet de beste manier om je gelijk te krijgen. Maar het heeft wel geleid tot een amusant en bij wijlen hilarisch verslag van het leven van een voortploeterende oude baas.

 

Vroeger was alles beter
Tuomas Kyrö
Vertaling door: Annemarie Raas
Verschenen bij: Uitgeverij Wereldbibliotheek
ISBN: 9789028426597
192 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Hans Vervoort:

21 december 2016

Kroniek van een bizar gezin

Over 'De schuilplaats' van Christophe Boltanski
15 november 2016

Het raadsel Gijs Thio

Over 'Het jasje van Luís Martin' van Gilles van der Loo

Recent

23 januari 2017

Het verlangen elders te zijn

Over 'Stromen die de zee niet vinden' van Rob Verschuren
20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris

Verwant

9 juni 2016

Flat characters in een roman vol verrassingen

Over 'Helse eendjes ' van Tuomas Kyrö
9 juni 2016

Droogkomisch avontuur als politiek pamflet

Over 'Haas en bedelaar' van Tuomas Kyrö
9 juni 2016

oever drinkt oever

Over 'Oever drinkt oever' van Tuomas Kyrö