20 januari 2016

De onervarenen – Joke van Leeuwen

De kracht van taal en aanpassingsvermogen

Recensie door Anky Mulders

Bij het lezen van deze laatste roman van Joke van Leeuwen dringt zich de vergelijking met de hedendaagse migrantencrisis al gauw op. Behalve vluchtelingen op de loop voor oorlogsgeweld zijn er andere buitenlanders die in Europese landen waar meer vrijheid en welvaart heersen dan in hun eigen land, een beter bestaan komen zoeken. Nog niet zo heel lang geleden waren het Nederlanders die met hetzelfde doel hun vertrouwde omgeving inruilden voor het onbekende.

In De onervarenen gaat een groep kansarmen uit het Nederland van 1847 in op het aanbod van de Maatschappij voor Overzeese Volksplanting om elders een nieuw leven te beginnen – een historisch gegeven. Onder hen zijn Odile en Koben, een jong stel dat na een mislukte oogst hun boerderij moet verlaten. Odile is de verteller van het verhaal.
Een van de andere emigranten is haar geletterde moeder. Aan het begin van het boek wordt deze sterke, eigenzinnige vrouw onterecht in een krankzinnigengesticht opgesloten, waar ze door haar intelligentie, observatievermogen en rechtvaardigheidsgevoel weer uit weet te komen. Op het schip begint zij de taal van het vreemde land alvast te leren.

Vasthouden aan het bekende
Odile heeft behalve haar moeders intelligentie ook haar kracht om zich aan de omstandigheden aan te passen geërfd. Hoewel zij zich zonder protest voegt naar de starre levensopvattingen van haar man, voelt de analfabete Koben zich haar mindere.
Op de nieuwe plek krijgt de groep een stuk grond om te bebouwen toegewezen, maar de toegezegde ondersteuning blijft uit. Koben weigert de nieuwe taal te leren en houdt bazig vast aan het bekende uit het moederland. Door de leiding te nemen, aanvankelijk samen met de pragmatische Jacob, creëert hij zijn eigen houvast. De meeste Nederlanders  volgen hem omdat ze ook niet weten hoe het anders moet.

Angst en oude waarden
Het is de angst voor het onbekende en vooral de angst om in de nieuwe situatie ten onder te gaan, die mensen krampachtig laat teruggrijpen op oude waarden. Dat zien we overal ter wereld, ook in het huidige Europa bij zowel autochtonen als bij de nieuwkomers, waarbij de laatsten er het meest mee worstelen. In Van Leeuwens boek blijft Koben rotsvast geloven in de Enige. Hij weet zijn getrouwen te bewegen met hem te bidden tot zijn God, in wie zij al lang niet meer geloven. Zolang het maar lijkt alsof zijn waarden algemeen geldig zijn, kan Koben zich handhaven.

Odile vertelt: ‘Vaak dacht ik dat alles beter was geweest als zij (haar moeder, AM) het in ons dorp voor het zeggen had gehad, zij luisterde naar de mensen die al hun hele leven in dit land woonden, terwijl Koben ons verplichtte alleen onze eigen taal te spreken en om een boom te dansen, omdat we dat thuis één keer per jaar deden als de kou voorbij was. Hier was het nooit koud, wat zouden we dan om een boom dansen, alsof we al niet genoeg zweet verloren met ons werk, maar het moest nog steeds van Koben, ook de paar kinderen die nog in leven waren moesten het, ze zongen er een liedje bij over de dooi, wat moesten die kinderen met een liedje over de dooi, dat hele woord dooi hadden ze nooit meer nodig.’

Van subtiele zinsneden als deze moet de lezer het hebben. Daarin komt even het drama onverbloemd naar buiten, daarin proef je de wanhoop die er moet hebben geheerst. Want door de veelgebruikte indirecte rede (zij zei dat…, haar moeder vond…, toen Koben zag dat…) kijk je vooral tegen de buitenkant van de gebeurtenissen aan en blijven ook de personages aan de oppervlakte.

Distantie
Deze gedistantieerde benadering wordt nog versterkt door de haast terloopse manier waarop Van Leeuwen de geschiedenis weergeeft. Alles komt aan bod: armoede, vuil, slechte voeding, ziekte en dood, de woonplek, het onderlinge wantrouwen, terwijl woorden als herberg, meelzak en secreet de negentiende eeuw oproepen. Toch zou een diepgaandere beschrijving van zowel gebeurtenissen als personages en omgeving meer gevoel in het verhaal brengen. Nu komt de ellende slechts en passant voorbij. Net als in Feest van het begin – waarvoor Van Leeuwen de AKO literatuurprijs kreeg – is het compacte verhaal ondergeschikt aan de stijl. En al is die nog zo smaakvol, geen lezer zal hartzeer zal krijgen van het wedervaren van onze vroegere landgenoten overzee. Misschien is dat de reden dat De onervarenen behalve dat het je aandacht vasthoudt, ook ergernis teweegbrengt.

Taal om het leven te bevatten
Interessant is dat Van Leeuwen ook de taal tot onderwerp heeft gemaakt (‘woorden’ en ‘taal’ komen veelvuldig voor). De boodschap die zij meegeeft is dat het beheersen van een  taal onontbeerlijk is om het leven te bevatten. Hoe kom je er anders achter wat de regels en gewoonten in een samenleving zijn, wat er wordt bedoeld in officiële brieven, bij wie je met problemen terecht kunt en wat er van jou als nieuwkomer wordt verwacht? Dat geldt nu, dat gold toen. Mensen die openstaan voor de nieuwe omgeving verwerven grip op de omstandigheden, zijn niet zo ontredderd als degenen die de gang van zaken niet begrijpen of zich ertegen verzetten.

Beloning voor de lezer
Behalve onoverkomelijke moeilijkheden en vervlogen dromen laat De onervarenen de kracht van aanpassingsvermogen zien. Daarbij wordt ook duidelijk dat niet iedereen in staat is zichzelf opnieuw uit te vinden. Koben delft het onderspit, Odile, haar moeder, Jacob en een paar anderen die zich weten aan te passen komen er het meest ongeschonden vanaf. De andere overgebleven Nederlanders sudderen door in de misère. Maar op het einde neemt het verhaal opeens nog een min of meer positieve wending. Omdat Van Leeuwen op de laatste pagina’s nog voor een verrassing zorgt, wordt met dit bescheiden happy end ook de lezer beloond.

 

 

De onervarenen
Joke van Leeuwen
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021400242
240 pagina's
Prijs: € 19,99

Meer van Anky Mulders:

4 april 2017

Liefde voor haviken

Over 'De H is van havik' van Helen Macdonald
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
22 december 2016

Moeder en dochter als enige constante in elkaars leven

Over 'Verstrengeld' van Vivian Gornick

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

20 januari 2016

Dit ben ik niet

Over 'Als je wilt ' van Joke van Leeuwen