10 augustus 2016

De koelte van een kerk

Door Els van Swol

Op een van de warme dagen deze zomer, zocht ik de koelte van een kerk en bezocht een orgelconcert. Met mij nog zo’n zestig, meest oudere mensen. Stuk voor stuk hadden we de vader of moeder van de organist kunnen zijn. Op het programma stonden werken van Schumann, Brahms, Bach en Rheinberger.

Een ook al wat oudere heer in een frivool T-shirt heette ons opgewekt welkom en begon omstandig te vertellen over de twee zielen die in Schumanns borst huisden: Floris ( Florestan) en – hij moest even spieken – Eusebius. Toen kwam de al dan niet Platonische liefde tussen Clara Schumann en Brahms aan bod. Net toen ik het ergste begon te vrezen over het vervolg, Rheinberger, bijvoorbeeld over diens slechte gezondheid, stapte hij over op de heugelijke mededeling dat ons volgend concertseizoen iets nieuws staat te wachten: een projectiescherm in de kerk, waarop we de verrichtingen van de organist levensgroot zouden kunnen volgen! Of misschien zelfs méér dan levensgroot, dat weet ik niet meer.

De organist, die voor iedereen duidelijk zichtbaar achter de klavieren zat, begon voortvarend met een Fuga van Schumann. Naast me nam nog snel een mevrouw op stevige wandelschoenen plaats. Haar Nordic walking stokken legde ze behoedzaam op de grond. Een knoflookwalm wasemde me gedurende de rest van het concert met regelmaat tegemoet.

Nadat de laatste klanken van een Sonate van Rheinberger haddden geklonken, kwam de oudere heer die ons verwelkomd had,  naar voren en vroeg bezorgd of we het allemaal wel hadden kunnen volgen; de organist had veel zomaar achter elkaar door gespeeld, vond hij. Ik dacht het niet; er was ook zonder scherm duidelijk te zien geweest dat hij tussen de stukken eigenhandig, zonder hulp van een registrant, registers uittrok dan wel induwde.
De organist werd naar beneden gewenkt. Niet om hem de les te lezen, gelukkig, maar om een bos bloemen te overhandigen.

Ik hoopte vurig dat het hierbij zou blijven, de knoflookwalm was niet meer te verdragen. Ik raakte er van overtuigd dat het  de toch wel aangename lucht van sinaasappel, die bij elke uitademing uit de mond van een arts ontsnapte en door de ik-figuur in Philippe Claudels De boom in het land van de Toraja geassocieerd werd ‘met een zeker geluk. Een naseizoen’, in walging ver voorbij streeft.

Nee, een volgende keer dat ik naar een concert in deze kerk ga, neem ik een neuskapje en een slaapmaskertje mee. Zo eentje als in de film L’échappée belle van Emilie Cherpitel: met kunstwimpers. Niemand zal nog naast me willen zitten.

 

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 juli 2007

De twaalfjarige Alice Winston woont met haar ouders in een afgelegen huis in Desert Valley. Haar moeder is na de geboorte van Alice in bed gekorpen en komt er zelden meer uit. Haar vader probeert met veel pijn en moeite een paardenfokkerij draaiende te houden. Zus Nona, de lieveling van haar vader, is er een half jaar geleden vandoor gegaan met een rodeorijder.

Alice is een stil en teruggetrokken meisje, erg eenzaam ook, ze heeft geen vriendinnen. Ze mist haar zus verschrikkelijk.

"Ik wilde Valerie vertellen dat mijn zus ons niet belde, dat ze haast nooit schreef, dat ik me 's nachts in de stille donkere uren probeerde voor te stellen wat er in haar leven gebeurde, wat er zo opwindend en belangrijk was dat ze ons helemaal vergat en ons door het leven liet zwalken zonder haar."

Lees meer