21 mei 2015

De jacht op de klaproos – Paul Gellings

Een urgente roman 

Recensie door Els van Swol

Het is met De morfinetrilogie van Paul Gellings als met de discussie over de vraag of het glas halfvol of halfleeg is. Wie elk van de drie boeken (Verbrande schepen, Augustusland en De jacht op de klaproos) apart leest, zal geïmponeerd zijn door rake karaktertekeningen. Wie ze echter achter elkaar leest, zal opvallen dat de personages enigermate uitwisselbaar (b)lijken te zijn. Dat komt niet omdat sommige personen in verschillende boeken voorkomen, zoals Esmee, de vrouw met sinustrombose (een ‘kraamhoofd’) uit Augustusland die in De jacht op de klaproos een patiënte blijkt van de hoofdpersoon. Het komt eerder omdat sommige karakters, zoals bijvoorbeeld de twee rechercheurs die in De jacht op de klaproos de vrouw van de overleden patiënt verhoren, wat sjabloonmatig zijn neergezet. Tot die conclusie kom je, als je het glas als halfleeg beschouwt.
Als je uitgaat van een halfvol glas, zal de lezer er waarschijnlijk niet over vallen en iemand als de stagelopende co-assistente uit De jacht op de klaproos sterk uitgewerkt vinden. Een jonge vrouw die soms tegen de diagnoses van de huisarts van de oude stempel in durft te gaan, slagvaardig is, ambitieuze plannen heeft om hoogleraar te worden, met een ‘toontje van vrouw van de wereld, die het allemaal wel bekeken heeft, die weet wat ze wil en iedereen wel eens verbluft zal doen staan.’

Alle drie de delen van de trilogie hebben, zoals de overkoepelende titel al zegt, morfine als overeenkomstig thema. De klaproos in het laatste deel slaat op ‘de roos van Morpheus’, het extract van de bloem van de onschuld met zijn ‘nachtelijke, zwarte kanten.’ Niet voor niets wordt in alle boeken wel ergens een citaat van Baudelaire opgevoerd, de schrijver op wie morfine zowel een goede als een slechte uitwerking had. En gejaagd wordt er op een huisarts die met een hoge dosis (andere zeggen: overdosis) morfine het ondraaglijk lijden van één van zijn patiënten wilde verzachten.

De laatste roman van de trilogie is gebaseerd op de geschiedenis van Nico Tromp, huisarts in Tuitjehorn, in het boek respectievelijk Stefan Mandema en Polderveld genoemd. De geschiedenis is bekend: de terminale kankerpatiënt Theo Spaansen (in het boek Wouter Langedijk) kreeg van zijn bevriende huisarts een hoge dosis morfine en dormicum toegediend. Een stagelopende co-assistente meldde dit bij haar begeleider van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Deze speelde de zaak door aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), die de arts schorste en het Openbaar Ministerie inschakelde. Deze startte een strafrechtelijk onderzoek met als aanklacht: moord. De arts stortte in en pleegde uiteindelijk zelfmoord.
Een commissie onder leiding van oud-vicepresident Carel Bleichrodt van de Hoge Raad concludeerde dat het AMC terecht de arts niet had verzocht zijn mening te geven. Het betrof ‘een zeer uitzonderlijke situatie.’ Wel werden kanttekeningen geplaatst bij de onderlinge communicatie tussen de instanties en de buitenwereld.

Gellings weet in deze sleutelroman de gang van zaken op een invoelende en spannende manier te vertellen. De arts wordt geschetst als een gewetensvol man: ‘Geen dienst toch komen.’ Het verhaal ontvouwt zich langzaam, met goed gedoceerde vooruitblikken en toespelingen: ‘Dit is iemand op wie ik kan leunen als het nodig is, dacht ik nog’, aldus Stefan Mandema over co-assistente Anemone van Loenhout. Waarbij kan worden opgemerkt, dat de anemoon in de kankerwereld symbool staat voor hoop op herstel.
Het wordt de lezer op tal van manieren mogelijk gemaakt je in de situatie van de huisarts in te leven: ‘Toen ik de oprit voor de praktijk opdraaide, besefte ik me met een schok dat me geen enkel detail van de rit was bijgebleven. Alsof de auto mij op eigen kracht naar huis had gebracht, terwijl ik er alleen maar in zat, handen aan het stuur, verder elders.’

De roman is ten diepste een aanklacht tegen wat Gellings omschrijft als de managers-cultuur van bijvoorbeeld het AMC. Hierin ligt tenslotte nog een overeenkomst met de andere romans uit De morfinetrilogie. Daarin komen personages voor als een vrouw die aan de poten van een collega of een meerdere zaagt, een meerdere die zijn ondergeschikte niet over de situatie hoort en besluiten neemt. Wie herkent het niet: realiteit en (angst)dromen, die elkaar niet alleen in De jacht op de klaproos maar ook in de werkelijkheid afwisselen? Gezien de thematiek in enge en ruime zin (euthanasie en managers-cultuur) heeft deze roman, deze aanklacht een grote urgentie.


De jacht op de klaproos

Auteur: Paul Gellings
Verschenen bij: Uitgeverij Passage
Aantal pagina’s: 190
Prijs: € 18,90

De jacht op de klaproos
Paul Gellings
ISBN: 9789054522997

Meer van Els van Swol:

18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
25 december 2016

Dingen in de tijd

Over 'Leven en schrijven in tijden van oorlog' van David Grossman
8 december 2016

Een paradijs na de zondeval

Over 'De blauwe maanvis' van A.N. Ryst

Recent

17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen

Verwant

21 mei 2015

Kamphuis heeft zichzelf bewezen

Over 'Aurore' van Paul Gellings
21 mei 2015

Der Tod und das Mädchen

Over 'De andere familie Klein' van Paul Gellings