26 augustus 2016

De huisschilder

Door Inge Meijer

Er stond een man op een ladder voor het raam van mijn werkkamer op de eerste verdieping. Het was de huisschilder. Door de gordijnen heen, die ik gesloten hield om de warmte te weren, zag ik het silhouet van de man op de ladder heen en weer bewegen. Alsof hij zacht zwiepend een orkest aanmoedigde. Hij doopte de kwast in de verfpot die aan de ladder hing. Door de kier, daar waar de twee gordijnen net iets te smal van stof waren om elkaar te raken, en waar ik van een afstandje gegeneerd doorheen keek, zag ik zo nu en dan een donkerblauw petje verschijnen. Ik had het geluid van een aluminium ladder die tegen de gevel werd geslingerd wel gehoord maar er geen aandacht aan geschonken. Mijn werkkamer is mijn vesting waar niemand ongevraagd kan binnenkomen, of het moet Mijn lief zijn die me een gekoeld glas wijn komt brengen.

Vanuit een gettoblaster , zoals alleen de echte werkmannen van de straat die nog hebben, walste Boudewijn de Groot met ‘Onder de purp’ren hemel in de bruine zon / Speelt nog steeds het harmonieorkest’ door het op een kier staande raam mijn kamer binnen. Alsof ik ontelbare zomers werd teruggeworpen in de tijd. Door de kier zag ik een soepele hand het kozijn strelen, en dan weer kleine tipjes met de top van de kwast aanbrengend. Er klonk een zucht. Een zware zucht, die als een kreun aan de huisschilder ontsnapte. Ik wilde het raam dicht doen maar dan zou de man weten dat er zich iemand achter het gordijn bevond.

De onrust besprong me van alle kanten. ‘Het komt door de warmte’, dacht ik. Buiten was het 30 graden. Bij elke, door de gordijnstof gefilterde beweging van de huisschilder, hield ik mijn adem in en schoof met mijn stoel steeds verder onder de tafel om te voorkomen dat hij een glimp van mijn aanwezigheid zou kunnen opvangen. Het begluren van mensen is een onhoudbare eigenschap van de mens. En een huisschilder houdt vast niet alleen om de geur van verf van zijn werk.

Ik zou, wanneer ik huisschilder was, me ijverig van mijn taak kwijten, maar ondertussen zou ik alles wat zich in de kamer achter het te bewerken object bevond aan een onderzoekende blik onderwerpen. Ik zou het vertrek onopvallend doch intensief afspeuren op sporen waaraan je enigszins het type of karakter van de bewoner zou kunnen aflezen. Een handdoek over de rugleuning van een houten stoel, of achteloos op de grond achtergelaten. Een slipje, sloffen onder het bed, een boek, (ergens zal er een boek zijn), een half leeg theeglas op een tafeltje. Daar kun je iets mee, de suggestie van een leven.

Van een werkkamer als deze zou ik me de voorstelling maken van wat iemand daar zoal doet, buiten gekoelde wijntjes drinken en zich verbergen voor de buitenwacht. Ik zou geloven dat iemand daar, gezien de stapels schrijfboeken, kladblokken, pennen en losse beschreven blaadjes, de volle boekenplanken langs de muren, belangrijk werk zat te maken. Dat daar een schrijver zou huizen, waar nog niemand van gehoord had en die niemand ooit te zien kreeg maar waar we nog van zouden horen. Dat is het voorrecht van een huisschilder, zich de levens van de bewoners toe eigenen. En al zou het niet waar zijn, het is de suggestie die de dingen levendig houdt.

Ondertussen was ik met mijn laptop naar de badkamer gevlucht waar ik zittend op het deksel van de wc-pot verder typte en nog steeds de zware zuchten van de huisschilder kon horen en wachtte op Mijn lief en koele wijn.

 

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 januari 2007

Dans en droom,Javier Marias
Meedeinen op een vloedgolf van gedachten

Na Koorts en Lans is Dans en Droom het tweede deel in de triologie ‘Jouw gezicht morgen’. Voor deze trilogie schiep de Madrileense auteur Marias (1951) een bijzonder personage, Jaime Deza, die de gave bezit om in de toekomst te kunnen kijken. Hij werkt, op aanraden van bevriend professor Wheeler, voor een geheime dienst in Engeland, MI6. Hij moet er, enkel op basis van observaties, het gedrag en de handelingen van de geobserveerden voorspellen (wie zal loyaal blijven aan zijn organisatie en geen verraad plegen, wat motiveert hen, zijn ze in staat om te doden…).

Lees meer