6 februari 2012

Blindgangers – Joke J. Hermsen

De hoop van Plato en de wanhoop van Nietzsche in een winters Drenthe

Recensie door Sunny Jansen

Blindgangers, de nieuwe roman van filosofe Joke Hermsen, gaat over het heden en het verleden, over hoop en wanhoop. Een vriendengroep, bestaande uit zes gedesillusioneerde vijftigers, komt in een winters Drenthe bijeen om het 25-jarige jubileum van hun studentenclubje filosofie Nil desperandum (gij zult niet wanhopen) te vieren. Gij zult niet wanhopen, nooit eerder was dit zo van toepassing als in deze fasen van hun levens.

Blindgangers begint zwak met een nogal bombastische opvoering van de dramatis personae. In een ongetwijfeld humoristisch bedoelde persoonsschets maakt de lezer kennis met Bas, Iris, Johan, Reindert, Ella en Det. Mede door deze slappe introductie komt het verhaal traag op gang, met (te) veel aandacht voor detail. ‘Hij viste een schoon filter uit het pak, gooide er aan paar scheppen koffie in, vulde het waterreservoir tot aan de rand, zette het ding aan een veegde achteloos met de mouw van zijn jas de muizenkeutels van het gebarsten aanrecht.’

Bas, de eerst opgevoerde personage, maakt al op de eerste pagina’s duidelijk waar het in Blindgangers om draait: om het verleden en het heden, die gelijk staan aan hoop en wanhoop. Bas snakt naar verandering in zijn leven, maar hij heeft geen idee hoe hij dat moet aanpakken. Ook niet waar hij de moed vandaan moet halen trouwens. ‘Hij wist alleen dat zijn huidige leven hem niet meer paste, dat het hem de afgelopen jaren veel te krap was komen te zitten.’ Ook Reindert kampt met dit probleem. ‘Een nieuwe start’ is alles wat hij wil, maar ook hij heeft geen idee hoe. Deze sympathieke man zit genadeloos klem tussen de vrouwen in zijn leven. Iris ligt met zichzelf overhoop: ‘Het fantastische kunstwerk dat zij van haar leven had willen maken, bleek een knutselwerkje te zijn.’ Anna zit gevangen in een liefdeloos huwelijk met Bas, terwijl Ella het aan de stok heeft met Reinderts ex en dochters. Det, de laatste van het groepje, is een briljant dichteres, maar bij gebrek aan een lezerspubliek geeft zij Nederlandse les aan buitenlandse vrouwen. De vrienden proberen wanhopig hun hoofd boven water te houden in deze chaotische tijd van vergaande individualisering, gebrekkige communicatie en crisis. Johan lijkt de uitzondering te zijn: als enige is hij geslaagd in het leven.

Desillusie drukt haar stempel op het gezellige weekendje van het vroegere studentenclubje: ‘In plaats van een paar amicale en verbroederende dagen op het idyllische platteland, …, gingen ze een oorlogszone vol brandhaarden tegemoet, die elk moment tot ontploffing konden komen.’ Erg ontspannen is het dus niet in het besneeuwde Drenthe.

Bruisde hun gezamenlijke verleden nog van hoop en verwachting, in het heden hebben teleurstelling en wanhoop de vrienden ingehaald. Plato is uit hun leven verdwenen, Nietzsche heeft luidruchtig zijn intrede gedaan. Allemaal snakken ze naar een totale omslag, maar niet één van hen heeft ook maar enig idee hoe dat te bereiken. Omdat het niemand lukt in actie te komen, is er ook maar weinig actie in de plot. Toch wordt het boek niet saai, het lijkt wel of de personages de plot zijn.

Ella vat de problematiek halverwege het boek nog eens samen: ‘Maar als je er goed over nadenkt, hebben we geen van allen bereikt wat we wilden.’ Of zoals Iris het formuleert: ‘Het was net of ze vroeger niet alleen een serieuzer, maar ook een waarachtiger leven leidden.’

Door de vele teleurstellingen en uiteenlopende levenspaden hebben de vrienden nog maar weinig filosofische en intellectuele gespreksstof, maar onder het oppervlakkige geneuzel dat de boventoon voert, gaat een dreigende groepsdynamiek schuil. Het gesprek komt steeds terug op het proefschrift van Bas. Zijn levenswerk waar hij al jaren aan schrijft, niet bij machte het te voltooien. De hoon van Johan valt hem steeds weer ten deel. Het is dan ook Bas die als eerste een besluit neemt. Het roer gaat om, hij wil niet langer een schim van zichzelf zijn. Jarenlang had hij zich gebogen over de verhouding tussen geest en brein, maar steeds weer liep hij vast. Nu realiseert hij zich dat hij het al die tijd verkeerd aanpakte: ‘Zijn onstoffelijke geest was als het ware de kapitein aan boord van het schip van zijn bewustzijn en zijn stoffelijke brein was slechts de stuurman….’ Eindelijk inzicht, eindelijk een doorbraak.

Maar de drang naar verandering neemt de duistere onweerswolken die boven het laatste etentje samen pakken niet weg. En zoals te verwachten barst inderdaad een hevig noodweer los boven de keurig gedekte tafel. Weer ontstaat dezelfde discussie tussen Johan en Bas over geest en brein. Zonder hem en zijn boek met name te noemen, haalt Hermsen uit naar Swaab en zijn Wij zijn ons brein als de vrienden afgeven op ‘die man van die ene bestseller’ en hem fanatiek bestrijden. Ook deze laatste discussie over geest en brein brengt niets nieuws, geen nieuwe argumenten en net als de lezer een geïrriteerde zucht wil slaken over deze herhaling van zetten, valt het op dat er wel degelijk iets is veranderd. Niet in de discussie, niet in de argumenten, maar in het vriendenclubje zelf. Dit keer wordt niet Bas in het nauw gedreven, maar staat Johan met zijn rug tegen de muur. Johan, als enige geslaagd in het leven, die vrij denkt te zijn, maar die als hyperindividualist alleen blijkt te staan in zijn inhoudsloze vrijheid. Het boek eindigt sterk: het laatste hoofdstuk is niet alleen prachtig geschreven, het ontroert ook.

Hermsen schreef eerder de veel geprezen essaybundel Stil de tijd (2009). Niet alleen in haar essays, ook in haar romans zijn filosofie en literatuur nauw verweven. Ging dat in De liefde dus (2008) nog te pretentieus en geforceerd, in Blindgangers heeft Hermsen de juiste toon gevonden: filosofie en literatuur gaan op overtuigende en harmonische wijze samen. Literatuur met de hoofdletter L.

 

 

Blindgangers
Joke J. Hermsen
roman
Verschenen bij: Singel Uitgeverijen
ISBN: 9789029587082
376 pagina's
Prijs: € 12,50

Meer van Sunny Jansen:

23 maart 2015

Op zoek naar het eeuwige leven

Over 'Slaap zacht Johnny Idaho ' van Auke Hulst
2 maart 2015

Wat is herinnering en wat is verbeelding  

Over 'Uitval' van Fleur Bourgonje
9 december 2014

Zonder rietpen verkommert de geest

Over 'Het paviljoen van de vergeten concubines' van Pim Wiersinga

Recent

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit
16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong

Verwant

6 februari 2012

Recensie door: Machiel Jansen

Over 'De tijd stroomt voorbij, wat blijft is een oceaan aan herinneringen' van Joke J. Hermsen
6 februari 2012

Jakob, Disi en Jimi

Over 'De val van Jakob Duikelman' van Joke J. Hermsen