17 april 2012

De geschiedenis van Suriname – Hans Buddingh

Gesignaleerd door de redactie

Eind vorige maand verscheen De geschiedenis van Suriname van Hans Buddingh’. Een boeiend standaardwerk over vier eeuwen Surinaamse geschiedenis. Een belangrijk boek waarmee de huidige ontwikkelingen in perspectief geplaatst kunnen worden.

Wat een model dekolonisatie had moeten worden, was jammerlijk mislukt. Suriname werd in 1975 onafhankelijk. Nog geen vijf jaar later pleegden militairen een staatsgreep. Daarna bepaalden de Decembermoorden, drugshandel, een binnenlandse oorlog en economische teloorgang ons beeld van het voormalige Nederlandse rijksdeel. In 2010 werd Desi Bouterse, veroordeeld wegens drugsdelicten en hoofdverdachte in het Decembermoordenproces, de democratisch gekozen president van Suriname.

De fascinatie van buitenstaanders voor Suriname is er altijd geweest. Op een kaart werd de ‘wilde kust’ eind 16e eeuw aangeduid als ‘het wonderbaer ende goudrijcke landt’. Slavenhandelaren met hun menselijke lading en plantagehouders maakten van Suriname een wingewest,maar werden ook geconfronteerd met een heftige strijd van weggelopen slaven. Na de afschaffing van de slavernij volgde vanaf eind 19e eeuw immigratie van Hindoestaanse en Javaanse contractarbeiders ten behoeve van de plantage-economie, te midden van sociale spanningen en een roep om autonomie.

Hans Buddingh’ studeerde economie en is als redacteur verbonden aan NRC Handelsblad. Hij bezocht voor deze krant veelvuldig Suriname. In 1994 schreef hij met Marcel Haenen het onthullende en geruchtmakende boek De danser over het Surinaamse drugskartel en de banden met de Colombiaanse maffia.

 

De geschiedenis van Suriname

Blz: 576
Prijs: € 29,95
Verschenen bij Nieuw Amsterdam

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer