Levensfase

Door Stefan Ruiters

Gisteravond rond acht uur reed ik vanuit de periferie Amsterdam binnen. Het regende ongenadig hard. Op de grachten was het donkerder dan op een normale, droge, stadse avond. Bijna niemand waagde zich op straat. Behalve een paar doorweekte toeristen en ik. Ergens op de Herengracht had ik afgesproken om naar kunstboeken te komen kijken. De dame in kwestie runde ooit een galerie aan huis met grafiek van, toen, hedendaagse kunstenaars. Het grachtenpand was een aaneenschakeling van ruimtes en via trappen en gangetjes kwamen we ergens achterin bij de kamer met boeken. Aan de wanden en overal waar ik keek, zag ik kunst.

Niemand wil meer de stad in komen door onder andere het hoge parkeertarief, zei de oud-galeriehoudster. En daardoor verdween haar clientèle uit zicht. Ik vermoedde dat het internet als marktplaats en handelsplek haar klanten ook deels zullen hebben weggehouden. Maar ook, zo vertelde ze, verkochten de kunstenaars hun kunst nu allemaal vanuit hun eigen atelier direct aan de klant. En daarmee verdween nog een bestaansreden van de galerie. ‘De galerie is ten dode opgeschreven.’ Ik moest denken aan Paul Andriesse, van de gelijknamige galerie, die nog geregeld voor mijn boekenkasten staat. Hij is de helft van zijn tijd op kunstbeurzen te vinden: Tefaf, Art Basel, Paris Photo en laatst nog in Los Angeles. Daar lopen nu de kunstliefhebbers met de goed gevulde portemonnees, uit Dubai, Rusland en China.

Ik realiseerde me dat het waarschijnlijk ook met een levensfase te maken heeft. Als je in de zeventig bent, dan pak je niet meer zo snel een nieuwe trend op die je mogelijk wel weer klanten en dus omzet kunnen geven. Toen ze in de dertig waren, deden ze wel een slimme zet. In de jaren zeventig was Amsterdam een stad vol krotterige panden en armoedige wijken, zoals de Jordaan.  ‘Iedereen ging de stad uit, niemand wilde hier wonen, maar wij kochten toen dit grachtenpand en hebben er heerlijk 40 jaar gewoond. We hebben het ongelooflijk zien veranderen. Vroeger zaten hier gewoon de groenteman en de slager in de tussenstraatjes. Nu alleen nog maar kledingwinkels. En we  willen wel kleiner wonen hoor.’ Maar het pand verkopen blijkt moeilijker dan gedacht. Iedereen wil een gevel met drie ramen, zegt ze. Dat heeft meer allure, meer status. ‘Dat betekent dus dat er een ander soort grachtengordeldier aan het ontstaan is?’ vroeg ik. ‘Dat klopt. Minder kunstgericht, meer business, grote bedrijven.’

Intussen nam ik een paar goede kunstboeken mee, van de beeldhouwer Brancusi, de schilders Hockney en De Kooning, van Shinkichi Tajiri en nog een paar. Ook kocht ik nog wat boeken over Amsterdamse architectuur en nam afscheid. In de regen reed ik terug en dacht: de mensen, zij gaan, maar de kunst die blijft (vita brevis, ars longa).

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

01 maart 2009

Vinkenoog Verzameld

Dat Simon Vinkenoog (1928) de tachtig is gepasseerd is maar moeilijk voor te stellen. Hij treedt overal op, danst en swingt, dicht en zingt en lijkt nog immer alom aanwezig. Dat uitgeverij Nijgh &Van Ditmar nu met zijn verzamelde gedichten komt lijkt een eerbetoon aan deze performer/dichter.

Vinkenoog organiseerde Poëzie in Carré in 1966, een inmiddels legendarische bijeenkomst met een keur aan dichters, die na een copieuze maaltijd optraden in het stampvolle theater.

Lees meer