21 maart 2017

Levensfase

Door Stefan Ruiters

Gisteravond rond acht uur reed ik vanuit de periferie Amsterdam binnen. Het regende ongenadig hard. Op de grachten was het donkerder dan op een normale, droge, stadse avond. Bijna niemand waagde zich op straat. Behalve een paar doorweekte toeristen en ik. Ergens op de Herengracht had ik afgesproken om naar kunstboeken te komen kijken. De dame in kwestie runde ooit een galerie aan huis met grafiek van, toen, hedendaagse kunstenaars. Het grachtenpand was een aaneenschakeling van ruimtes en via trappen en gangetjes kwamen we ergens achterin bij de kamer met boeken. Aan de wanden en overal waar ik keek, zag ik kunst.

Niemand wil meer de stad in komen door onder andere het hoge parkeertarief, zei de oud-galeriehoudster. En daardoor verdween haar clientèle uit zicht. Ik vermoedde dat het internet als marktplaats en handelsplek haar klanten ook deels zullen hebben weggehouden. Maar ook, zo vertelde ze, verkochten de kunstenaars hun kunst nu allemaal vanuit hun eigen atelier direct aan de klant. En daarmee verdween nog een bestaansreden van de galerie. ‘De galerie is ten dode opgeschreven.’ Ik moest denken aan Paul Andriesse, van de gelijknamige galerie, die nog geregeld voor mijn boekenkasten staat. Hij is de helft van zijn tijd op kunstbeurzen te vinden: Tefaf, Art Basel, Paris Photo en laatst nog in Los Angeles. Daar lopen nu de kunstliefhebbers met de goed gevulde portemonnees, uit Dubai, Rusland en China.

Ik realiseerde me dat het waarschijnlijk ook met een levensfase te maken heeft. Als je in de zeventig bent, dan pak je niet meer zo snel een nieuwe trend op die je mogelijk wel weer klanten en dus omzet kunnen geven. Toen ze in de dertig waren, deden ze wel een slimme zet. In de jaren zeventig was Amsterdam een stad vol krotterige panden en armoedige wijken, zoals de Jordaan.  ‘Iedereen ging de stad uit, niemand wilde hier wonen, maar wij kochten toen dit grachtenpand en hebben er heerlijk 40 jaar gewoond. We hebben het ongelooflijk zien veranderen. Vroeger zaten hier gewoon de groenteman en de slager in de tussenstraatjes. Nu alleen nog maar kledingwinkels. En we  willen wel kleiner wonen hoor.’ Maar het pand verkopen blijkt moeilijker dan gedacht. Iedereen wil een gevel met drie ramen, zegt ze. Dat heeft meer allure, meer status. ‘Dat betekent dus dat er een ander soort grachtengordeldier aan het ontstaan is?’ vroeg ik. ‘Dat klopt. Minder kunstgericht, meer business, grote bedrijven.’

Intussen nam ik een paar goede kunstboeken mee, van de beeldhouwer Brancusi, de schilders Hockney en De Kooning, van Shinkichi Tajiri en nog een paar. Ook kocht ik nog wat boeken over Amsterdamse architectuur en nam afscheid. In de regen reed ik terug en dacht: de mensen, zij gaan, maar de kunst die blijft (vita brevis, ars longa).

 

 

Recent

18 april 2017

De natuur zijn

Literair Nederland - 10 jaar geleden

30 april 2007

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland. Het geloof heeft in deze streek een greep op de samenleving en aanvankelijk deint Pastoor Peters braaf mee op de rimpelloze waterstroom van deze benauwde gemeenschap. Wie denkt dat Delpeut zich schaart onder de reli-krakers komt echter bedrogen uit. Hij schrijft vele malen mooier dan de dulle Siebelink. De prachtige natuurbeschrijvingen of andere observaties van Delpeut weerspiegelingen op virtuoze manier de zieleroerselen van de hoofdpersoon. Dat is een stijlfiguur, die vakmanschap vereist en Delpeut beheerst zijn metier, terwijl we hier nota bene met een romandebuut te maken hebben. (..)’Hij keek rond in zijn kerk. Door de gebrandschilderde ramen glipte nog juist het laatste licht van de dag binnen. Van buiten leek de kerk een lomp gebouw. De huizen van het dorp waren er eenvoudig te dicht bovenop gebouwd. De verhoudingen waren zoek.’(..)

Nederland gaat al jaren gebukt onder een stroom van literatuur over inktzwart geloof. Destijds waren het schrijvers als Maarten ’t Hart en Maarten Biesheuvel, die afrekenden met hun gereformeerde verleden. Van meer recente datum is het succes van Jan Siebelink. Peter Delpeut (1956) is cineast en schrijver, hij observeert als geen ander. Nu heeft hij een historische roman geschreven, die zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw in een moerasdelta ergens in het oosten van Nederland.

Lees meer