Mijn jongste stiefzoon is twaalf en speelt Zelda: Twilight Princess op de Wii. Zijn drie jaar oudere broer deed dat jaren eerder al. Continu was ik destijds het stroperige Engels aan het vertalen – voor iemand met een Cambridge-diploma duurt het schakelen tussen twee talen bij mij altijd zo lang dat tegen de tijd dat ik de knop heb gevonden, mensen allang moeten denken dat ik niet helemaal goed ben. Nu speelt de jongste het spel, een van mijn favorieten omdat het zo rijk is aan verhaal, dus voor het eerst. Mijn hulp heeft hij niet nodig. Ik ben een beetje jaloers op hem, hij kan het nog helemaal ontdekken. Misschien zal hij op een dag ook Bioshock spelen, nog zo’n favoriet. Halverwege dit vrij lugubere verhaal, je moet er van houden, zit een kantelmoment – er blijkt iets helemaal anders te zitten dan je dacht, je had het kunnen weten als je had opgelet. Ik zou er graag bij zijn als het kwartje bij zoon valt. 

Er zijn verhalen, in boeken en films en kennelijk ook in games, die je gelijk weer zou moeten kunnen vergeten, zodat je ze opnieuw en opnieuw kunt beleven zonder dat de overdondering sleets raakt. Hoe heerlijk moet het zijn als de verrassing je weer zou overvallen – erachter komen wie Keyser Söze is in The Usual Suspects, The Sixth Sense voor het eerst zien, de laatste bladzijde lezen van Iain Banks’ Wasp Factory en denken: hoe heb ik dat over het hoofd kunnen zien?
Een boek dat ik nooit meer zal lezen omdat het moment waarvan ik wel wist dat het zou komen gewoon te groot voor me was, is Life of Pi van Yann Martel. Maar wat had ik het graag nog niet gelezen – het nog niet geweten. 

Toch heeft die behoefte aan vergeten en opnieuw verrast zijn niet alleen met een plot te maken. Als kind las ik, wanneer ik verdrietig was maar er niet bij kon, Spijt van Carry Slee of Achtste groepers huilen niet van Jacques Vriens. Beide boeken moet ik zeker tien keer van kop tot kont hebben gelezen, net zo lang tot ze me niets meer deden: er was verdrietsgewenning ontstaan. Nu, om hetzelfde effect te bereiken, kijk ik soms de allerlaatste minuten van Six Feet Under. Zo hop ik van boek naar boek, film naar film, van huilbui naar huilbui, altijd op zoek naar overdondering en catharsis.
Terwijl de jongste druk in de weer is met zwaard en paard, sta ik voor de boekenkast me af te vragen welke boeken ik het liefst nog niet had gelezen. De mansarde en De wand van Marlen Haushofer bijvoorbeeld, Beatrice en Vergilius van Yann Martel, De groene mijl van Stephen King – geen plotverhalen maar wel grote emotionele reizen. 

Voor Sinterklaas kreeg oudste stiefzoon de complete serie van The Sopranos cadeau. Ook Six Feet Under heeft hij nog niet gezien. Hij mag het nog allemaal meemaken, voor het eerst, die beide series, beide reizen. Wat moet dat heerlijk zijn. 

 


Marijn Sikken mijmert over lezen, verhalen en literatuur en schrijft daar columns over. Haar debuutroman, ‘Probeer om te keren’ (2017) verscheen begin dit jaar bij Uitgeverij Cossee.

Meer van Marijn Sikken: