27 november 2014

De beste sigaret voor je gezondheid – Friso Schotanus

‘Roken brengt u en anderen ernstige schade toe’ 

Onder deze mild-ironische titel schetst de auteur de opkomst van de tabak in de wereld, later van de sigaret in het bijzonder. Hierna volgen discussies over de schadelijke neveneffecten van sigarettenrook; de toenemende bewijzen ten aanzien van het ontstaan van kanker en de verwoede, verbeten strijd van de tabaksindustrie voor marktbehoud.

Wanneer er heden ten dage over de sigaret wordt geschreven gaat het meestal over de vraag: hoe komen we er vanaf? Een soort nasleep wellicht van het feit, dat in de jaren 50 en 60 bijna elke man rookte en vele vrouwen eveneens. Totdat bleek hoe schadelijk en zelfs dodelijk de sigaret kon zijn.

De bevrijding van Nederland in 1944 en 1945 door Amerikanen en Canadezen bracht sigaretten en chocola. En met name de sigaretten vormden een zodanige behoefte dat  ‘de regering zich beijverde om de tabaksindustrie zo goed en snel mogelijk op peil te krijgen’. Aldus schreef in die dagen het Limburgs Dagblad op zijn voorpagina.

Christoffel  Columbus landde in oktober 1492 op Cuba. Zijn landinwaarts gestuurde manschappen troffen aldaar geen hoogwaardigheidsbekleders aan – men dacht in de Oost te zijn – maar rokende Indianen. Die hadden de tabak in maisbladeren gerold, staken het ene uiteinde aan en zogen aan het andere uiteinde de rook naar binnen. De expeditie keert terug met tabak. Volgens toenmalige geruchten is de tabak heilzaam voor de gezondheid. En dat niet alleen, het is ook een genotmiddel. Overigens ook toen al niet onomstreden. Europa krijgt te maken met pauselijke verboden; tabak zou een duivelskruid zijn afkomstig van heidense, verachtelijke Indianen. Toch was de opmars van de tabak, aanvankelijk vooral als pijptabak, niet te stuiten. Opvallend is daarbij, dat de tabak van Nederlandse bodem niet alleen gerookt kan worden, maar vooral geschikt is om te snuiven en te pruimen. En… de Europese overheden hebben er een ontdekking bij gedaan: je kunt, net als bij zout, suiker en bier, belasting heffen over het populaire product. En dat is tot op de huidige dag gaande. Het heet accijns en levert veel inkomsten op.

In de loop van de 19e eeuw ziet men vooral de opkomst van de sigaar. Vooral voor de hogere stand. Er ontwikkelde zich rond de sigaar een speciale etiquette. Zo mocht er aanvankelijk in het bijzin van dames geen sigaar worden gerookt. Maar na het gezamenlijke diner trokken de heren zich terug in de rookkamer; èn om de rooklucht uit de kleding te houden èn om de dames niet lastig te vallen met de stank, deden de heren speciale avondkleding aan, de smoking. Die kon dan na gedane zaken weer worden gewisseld voor het dinner jacquet.

De opmars van de sigaret vindt plaats aan het einde van de 19e eeuw; in Leiden werden rond 1870 de eerste sigarettenrokers op straat gesignaleerd. Aanvankelijk bepaalden de loonkosten – elke sigaret moest handmatig worden gerold – de prijs van de sigaret maar na 1878 werd het Europese publiek verblijd met de komst van een Cubaanse sigarettenmachine, die 60 sigaretten per minuut kon maken! Deze machine kreeg navolging en terwijl de markt groeide en de prijs van de sigaret daalde deed de term ‘the poor man’s smoke‘ zijn intrede. En er werden grote reclamecampagnes gestart, deels gericht op de jeugd, die geacht werd het roken van sigaretten stoer te vinden én goed voor de gezondheid (!)

Toch waren er – als altijd – tegenkrachten, en rond de wisseling van de 19e naar de 20ste eeuw was men algemeen van mening dat de sigaret niet zo gezond kon zijn. (In die tijd was men nog volstrekt onbekend met het feit, dat roken longkanker en hartziekten kon veroorzaken. Men meende veeleer, dat het roken nadelig was voor het verstand. In 1906 kregen schoolkinderen die op roken waren betrapt een briefje voor de ouders mee).

Toch was de opmars van de sigaret niet te stuiten en tabak behoorde tijdens de Eerste Wereldoorlog tot de standaarduitrusting van soldaten uit beide kampen. En tijdens de beroemde kerstbestanden, zoals in 1914, is het uitwisselen van sigaretten een deel van de verbroedering tussen de strijders van beide fronten.

Na de Eerste Wereldoorlog verdween grotendeels het taboe op het roken door vrouwen, hetgeen reclamemakers nieuwe impulsen gaf. Zij huurden bijvoorbeeld prominente vrouwen – actrices, zangeressen, sportsters – in om hun voorkeur voor Lucky Strike te beklemtonen. Tot hen behoorde de beroemde Amelia Earhart, die eerst als passagiere, later als solo-vliegenier de eerste vrouw was op een trans-Atlantische vlucht. Zij verklaarde, dat er tijdens de overtocht continu Lucky´s gerookt werden en dat dit de vriendschap tussen de reizigers verstevigde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt er in Nederland aanvankelijk nog stevig gerookt maar in 1942 gaat de sigaret op de bon. Iedere Nederlandse man heeft het recht op 40 sigaretten per week, vrouwen hebben het recht op hetzelfde aantal maar pas vanaf hun 25ste. Het blijft tobben met de tabak maar na de ellendige oorlogsjaren verblijdden de geallieerde bevrijders het volk met sigaretten en chocola. En de sigaret kreeg een imago van iets kenmerkends voor de intellectueel. De filosofe en politiek denker Hannah Arendt stak de ene sigaret met de andere aan, schrijver Albert Camus rookte non-stop, maar filosoof Jean-Paul Sartre spande de kroon; in een van zijn laatste interviews voor zijn dood (in 1980) antwoordde hij op de vraag wat hij als het belangrijkste beschouwde in zijn leven: ‘Ik weet het niet, alles, leven, roken’ .

Vroeg in de jaren vijftig vond een kentering plaats. Toen publiceerde Britse onderzoekers Bradford Hill en Richard Doll de resultaten van onderzoek waar ze al in 1947 mee waren begonnen. Ze stelden – het betrof 2500 patiënten – een statistisch verband vast tussen roken en longkanker. Dit onderzoek stuitte op veel kritiek, maar uit diverse andere onderzoeken bleek hetzelfde. Maar de sigarettenindustrie liet zich niet zonder meer inpakken; de fabrikanten verenigden zich in ‘Tobacco Industry Research Company’. De strategie: zo veel mogelijk twijfel zaaien in de publieke opinie, ‘verkocht’ als bijdrage van de tabaksindustrie aan de wetenschappelijke zoektocht naar de waarheid. Tegelijkertijd deed de filtersigaret zijn intrede waardoor vele rokers gerustgesteld werden.

Het jaar 1964, nu precies een halve eeuw geleden, wordt wel gezien als een definitieve doorbraak in de strijd tegen longkanker. In dat jaar waarschuwde de ‘Surgeon General‘, de hoogste adviseur van de Amerikaanse overheid op gezondheidsgebied, nadrukkelijk voor de gezondheidsschade door roken. Hij doelde daarbij niet slechts op longproblemen, maar ook op hart- en vaatziekten.

Nederland is dan, in tegenstelling tot Engeland en de VS, nog niet toe aan rechtszaken van zieke rokers tegen de tabaksindustrie, maar toch gebeurt er wel het een en ander.  Dokter Lenze Meinsma, directeur van het Koningin Wilhelminafonds dat zich richt op kankerbestrijding, lanceert de ene actie na de andere tegen het roken. Hij krijgt hiervoor een overheidssubsidie van twee ton, maar de overheid blijft daarin uiteraard halfslachtig; diezelfde overheid toucheert immers enorme bedragen aan tabaksaccijns. Veel erger is natuurlijk, dat dr. Meinsma – een stugge onbuigzame Fries – nagenoeg geen bijval krijgt van zijn vakbroeders. En de industrie vecht maar door voor zijn bedrijfsresultaten. De ‘Marlboro Man’, een stoere rokende cowboy wordt een propagandistisch boegbeeld. (Hij overleed overigens in 1992 aan longkanker).

Een soortgelijke propagandist is onze eigen Johan Cruijff, ambassadeur van een bepaald sigarettenmerk. De reclame-adviseurs laten hem onder meer zeggen: ‘ik vind: je moet wel verstandig roken. Dus rook ik teer- en nicotine-arme sigaretten’. En de onwetendheid en verwarring omtrent het beleid blijkt uit zijn verweer:  ‘er is ook door het Ministerie van Gezondheid en door het Kankerinstituut gezegd dat teerarme sigaretten onschadelijk zijn (….) dus, ik maak reclame voor iets dat onschadelijk is en vervanging voor iets dat ‘misschien schadelijk zou kunnen zijn’.
Cruijff, die als trainer van FC Barcelona twee pakjes sigaretten per dag rookte, werd in 1991 getroffen door een hartaanval. Na een succesvolle bypassoperatie kwam hij terug in een opzienbarende anti-rook reclameboodschap. Die luidde als volgt, terwijl hij een pakje sigaretten omhoog houdt; ‘in mijn leven had ik twee passies: voetbal en roken. Voetbal heeft me alles gegeven, roken heeft me bijna alles afgenomen’, dan trapt hij de sigaretten weg… 

In 1987 wordt in Nederland een nieuwe Tabakswet van kracht. Tot grote opluchting van de tabaksindustrie komt het niet tot een algeheel reclameverbod, maar wél wordt afgesproken, dat er geen pogingen meer zullen worden ondernomen om jongeren aan het roken te krijgen; tabaksreclame in scholen wordt gestaakt en die in het openbaar aan banden gelegd.
De strijd tussen de roker en de niet-roker wordt er eentje tussen de gelovige en de ongelovige. De een kan zich niet voorstellen waarom de roker er niet mee stopt, de ander begrijpt niet waarom hem zijn vrijheid niet wordt gegund.

Hoe zal het nu verder gaan? Verwacht mag worden, dat er in Nederland hoe langer hoe minder zal worden gerookt. Al kan men van rokers nog steeds argumentaties beluisteren in de trant van: ‘Nou, dan leef ik maar 10 jaar korter, so what?’ Die rokers moeten eens gaan kijken in een verpleeghuis waar een aanzienlijk percentage éénbenigen verblijft; het andere is eraf ‘gerookt’.

Het verminderde rookgedrag voor de westerse wereld mag een gegeven zijn, in de ontwikkelingslanden – Afrika en Azië met name – zijn er groeimarkten. De sigaret wordt bijvoorbeeld op het Afrikaanse platteland met enorme billboards aanbevolen als onderdeel van een welvarend en succesvol bestaan. Ook in opkomende economieën (India, Brazilië en de Golfstaten) omarmt men de westerse leefstijl – vet en zout eten, alcohol drinken en roken.

Het valt niet te ontkennen: de macht van de tabaksfabrikanten en de geraffineerde verdediging van hun financiële belangen maken het tot een enorme opgave de schade als gevolg van het roken te beperken. Zoals een historicus ooit schreef: ‘De geschiedenis kende nog nooit een product, dat zó populair, zó winstgevend en zó dodelijk is’. We zullen moeten aanvaarden, dat de opmars van – met name – de sigaret in andere dan onze delen van de wereld nog wel even zal voortduren.

De beste sigaret voor uw gezondheid biedt de geïnteresseerde een vrijwel volledig overzicht van de plaats die de tabak zich in de loop der tijden in de wereld heeft verworven.

 

 

Bronnen:  1) Friso Schotanus: De beste sigaret voor uw gezondheid. Uitg. Atlas Contact Amsterdam/ Antwerpen 2014. 2) Bolt T.L.; Huisman F.G. Roken in een risicocultuur. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014; 18 oktober blz. 1828-50.
De beste sigaret voor je gezondheid
Friso Schotanus
hoe roken de wereld veroverde
Verschenen bij: Atlas Contact, Uitgeverij
ISBN: 9789045027364
256 pagina's
Prijs: € 21,99

Meer van :

20 oktober 2017

Soepel en licht vallende poëzie

Over 'Wax Hollandais' van Abdelkader Benali
18 oktober 2017

‘Een luchtig sprookje’

Over 'Waterscheerling' van Rascha Peper
17 oktober 2017

Van poldercrimineel tot godfather in Frankrijk

Over 'Ondijk/Punt' van Barry Smit

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

Over 'De Tanimbar-legende' van Aya Zikken
13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Over 'Het intieme vreemde' van Jente Jong
12 oktober 2017

Een antikrimi

Over 'De rechter en zijn beul' van Friedrich Dürrenmatt
11 oktober 2017

De stijl tekent de man

Over 'Mijn grote appartement' van Christian Oster
10 oktober 2017

Eindeloos gepieker

Over 'Parttime astronaut' van Renée van Marissing

Verwant