19 september 2016

Date met een ware parel

Door Martin Lok

Nederland heeft er een nieuwe parel bij. Een museale parel, gelegen in de duinen bij Wassenaar: Museum Voorlinden. Kunstig ingebed in de prachtigste natuur die je je kunt voorstellen. Ik bezocht dit net geopende museum voor hedendaagse kunst een paar dagen terug, een beetje zenuwachtig, alsof ik een date had met een nieuwe geliefde.

Ik dwaalde door de zalen en bekeek de kennismakingstentoonstelling Full Moon, een ahistorische dwarsdoorsnede van de collectie van het museum. Een heerlijke kennismaking, waarbij kunsthistorische tijden vervloeiden van Ai Weiwei’s verzaagde antieke Table with three legs (2009) en Jan Sluijters’ Maannacht IV (1912) tot Susan Collis’ intrigerende prop verguld papier (Retouch, 2013). Stuk voor stuk een genot voor het oog. Maar er vervloeit in Voorlinden meer dan kunsthistorische tijd alleen. Met een vaste collectie die soms deel van het gebouw wordt vervloeien ook grenzen tussen kunst en museum. Zoals bij het ruim 200 ton wegende Open Ended van Richard Serra (2007-2008) of The Swimmingpool van Leandro Ehrlich (2016).

Bij twee andere kunstwerken vloeiden binnen en buiten in elkaar over. Twee kunstwerken die me het meest verrasten. Het eerste is de bloemborder van Piet Oudolf. Het heeft niet eens een bordje en ligt buiten het museum. Maar als je van binnen naar buiten kijkt, kan je niet anders dan verward zijn. Want kijk je nu naar de tuin of naar een kunstwerk dat zich toevallig buiten bevindt? Wat mij betreft het laatste, want Oudolfs borders met eenjarigen zijn performace art pur sang, en slechts eenmalig te zien omdat de borders volgend jaar met vaste planten zijn gevuld. Dus waar houdt het museum eigenlijk op? Bij het glas of ergens in de verte?

Dat gevoel is nog sterker als je Skyspace (2016) betreedt, een kunstwerk van James Turrell, speciaal voor Museum Voorlinden gemaakt. Een kunstwerk dat je makkelijk voorbij loopt omdat het er helemaal niet als kunst uitziet. Maar schijn bedriegt. Na een donker gangetje stap je een vierkante, serene kamer in, waarin je blik onmiddellijk naar boven wordt getrokken, naar het licht. Ik was overdonderd. Het meest bijzondere kunstwerk van Voorlinden hangt niet aan de muur, maar toont zich door een gat in het plafond. Een ware ontdekking. De hemel.

Naar boven starend leefde ik even in de wereld van Harry Mulisch, en voelde ik me Quinten: “Toen hij over de drempel stapte, benam de kolossale, lege ruimte hem de adem. Als in het ondoordringbare binnenste van een kristal hing het schaduwloze licht op de blonde marmeren vloer … In plaats van door een sluitsteen werd het hoogste punt van de koepel ingenomen door de blauwe lucht …” (De ontdekking van de hemel, 1992).
Net als bij Turrell doordringt bij Mulisch de hemel zijn magnus opus en is de hemel de ware hoofd-act van zijn werk. Het is tenslotte de hemel die uiteindelijk door de lezer wordt ontdekt, zoals ook ik, in Voorlinden, tussen al die prachtige kunstwerken uiteindelijk de meest pure kunst ontdekte toen ik de hemel vond. Een paradijselijke ervaring. Een ware nieuwe parel.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer