24 augustus 2016

Service van de zaak

Door Els van Swol

‘Een ander gaat naar een concert, wij hebben dit’, zei kortgeleden een vliegtuigspotter toen de Joint Strike Fighter (F-35)  vliegbasis Leeuwarden aandeed. Er was een tijd dat ik concerten recenseerde voor een regionaal Fries dagblad en beide deed: een optreden van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis verslaan én eersterangs zicht hebben op een F-16. Om beide had ik niet direct gevraagd.

Bij de poort van de vliegbasis moest ik mij legitimeren. Anders dan Tonio Kröger, die in de gelijknamige novelle van Thomas Mann op een gegeven moment niets bij zich had om zich te legitimeren, had ik erop gerekend. En anders dan in het verhaal van Mann, volstond hier geen typoscript met mijn naam erop. Want uiteindelijk zijn en blijven ook muziekjournalisten journalisten, en daar moet je mee oppassen!

Mijn auto, en even later die van een wat oudere collega-recensent van een andere krant, werd naar een platform achter de hangar van een F-16 gedirigeerd. Er stond er maar een. In de pauze zagen we dat er bewaking bij onze auto’s stond. Of was dat verbeelding, en was het voor die F-16? In ieder geval werden we tijdens de pauze geschaduwd, daar was geen verbeelding voor nodig. Dit maakte mijn collega en diens vrouw hoe langer hoe zenuwachtiger, en ze meenden dat het beter was om in elkaars buurt te blijven.

Aan het eind van het concert werden we weer onder escorte naar buiten geleid. Ik stapte in en zag achter me de koplampen van een ‘volgauto’ oplichten. Toen ik bij de slagbomen was aangekomen, stroomde inmiddels de volle parkeerplaats leeg. Deze auto’s hadden allemaal voorrang op mij en ik bezat mijn ziel in lijdzaamheid, hoewel er thuis een schrijfklus op me wachtte. Mijn collega-recensent en zijn vrouw was ik inmiddels uit het oog verloren.

Op een gegeven moment schoot de auto die mij op gepaste afstand volgde mij links voorbij. Een politieman stapte uit, hield alle langzaam, in colonne rijdende auto’s tegen, en gebaarde mij op te trekken en in te voegen. Wat bij Mann aan het begin van zijn ontmoeting met een politieman gebeurde (hij beschreef zijn vriendelijke, eerlijke gezicht), gebeurde bij mij aan het eind van een avond vol vooroordelen en oordelen: voor even was de politie mijn dikste vriend.

Ik moest er weer aan denken toen ik onlangs las wat de woordvoerder van een groot congres van Jehova’s getuigen in Utrecht antwoordde op de vraag van een journalist, waarom hij niet onbegeleid rond had mogen lopen: ‘Dat is service.’

 

 

Recent

21 juli 2017

Vast in het ijs

19 juli 2017

Kijk, lees en geniet!

17 juli 2017

Terug naar vroeger

10 juli 2017

Ongewone intensiteit

Literair Nederland - 10 jaar geleden

23 juli 2007

Waar heb ik die naam eerder gehoord?

Waar heb ik die naam eerder gehoord?

De debutant Het aantal debuten dat wordt uitgegeven, groeit als kool. Dit blijkt ook uit het bericht, dat vorige maand in Boekblad stond: ‘Literair agent Sebes kent succesvol eerste half jaar’. Wie geregeld een boekwinkel bezoekt, ziet op de presentatietafels vaak boeken van debutanten liggen. Eén ding hebben deze debutanten gemeen. Ze hebben allemaal hetzelfde lastige proces doorgemaakt: het vinden van een uitgeverij en alles wat daar bij komt kijken.

Lees meer