10 april 2013

Dansmeisje uit mijn dorp – Ahmad Tohari

Trilogie over een Indonesisch dorp

Recensie door Angèle van Baalen

Drie boeken, Het dansmeisje uit mijn dorp, De onheilskomeet en Het rad van de regenboog, vormen de trilogie waaraan als titel die van het eerste boek gegeven is.
De trilogie wordt voorafgegaan door een voorwoord van de vertaalsters en afgesloten met een verklarende woordenlijst. De drie genoemde boeken beslaan de periode die loopt van 1946 tot 1971 in Indonesië.

Het verhaal speelt zich af in het dorp Dukuh Paruk, gelegen temidden van uitgestrekte rijstvelden. Van een dorp kunnen we eigenlijk niet spreken: een gehucht van drieëntwintig huizen waar iedereen familie van elkaar is.
In het eerste boek maken we kennis met de vijf  ‘hoofdrolspelers’: de veertienjarige jongen Rasus, een wees; het elfjarige meisje Srintil, eveneens wees; de dorpsoudste Sakarja, grootvader van Srintil en de ‘leermeesters’ van Srintil, Kartaredja en zijn vrouw. Op de achtergrond is steeds de dreigende schaduw aanwezig van de criminele stamvader Setjamenggala die zijn graf heeft bovenop de heuvel midden in het dorp en voor wie men een heilig ontzag heeft.
Wanneer  de grootvader van Srintil haar talent om bevallig te dansen heeft ontdekt, laat hij haar adopteren door Kartaredja die haar opleidt tot ronggeng (danseres én prostituee).  Het hebben van een ronggeng geeft roem aan een dorp. Rasus die aanvankelijk Srintil idealiseerde – hij ziet in haar zijn moeder, die hij nooit gekend heeft, – keert zich van Srintil af juist omdat zij met grote overgave de rol van ronggeng vervult. Dat is het begin van zijn volwassenheid en het einde van het eerste boek.

In het tweede boek is Rasus inmiddels toegetreden tot een lokale legereenheid, wat zijn status verhoogt. Srintil wordt intussen door opstandige partijen ingezet voor hun politieke idealen en belandt daardoor in de gevangenis. Ook haar dorp betaalt hiervoor een zware tol. Srintil en de bewoners van het dorp zijn door hun onnozelheid in deze situatie terechtgekomen. Rasus was dan ook blij dat hij de ‘achterlijke’ bewoners van zijn dorp de rug kon toekeren.
In het derde boek probeert Srintil na haar vrijlating haar leven in te richten zoals zij dat wil. Dat hoopt zij te bereiken door een gewoon huwelijk met de stedeling Badjus. Door zijn toedoen belandt zij echter in een geestelijke crisis. Dan verschijnt Rasus weer op het toneel.

Het verhaal is heel simpel gehouden en het wordt in chronologische volgorde verteld. In het eerste hoofdstuk van het eerste boek is er een alwetende verteller; in de andere hoofdstukken van hetzelfde boek is Rasus de ik-persoon. In de boeken twee en drie hebben we te maken met een alwetende verteller.

Er gebeurt eigenlijk niet veel in de 444 pagina’s tellende roman. Dat hoeft op zich geen bezwaar te zijn voor een boek. Er zijn talloze boeken waarvan je zou kunnen zeggen dat er niets in gebeurt, maar dan geniet je van de stijl; denk hierbij bijvoorbeeld aan De kleine stad van Hans Adler. Dat boek munt uit door zijn bloemrijke taal. Of het boek Aarde van David Vann, dat zich grotendeels afspeelt in een tuin met een handjevol personages, maar dat zonder meer een zinderende roman genoemd kan worden. Helaas geldt dat niet voor deze trilogie van Tohari. De taal is eenvoudig; er worden geen moeilijke woorden gebruikt, er is geen beeldspraak, er worden geen stijlmiddelen toegepast. Bovendien worden de meeste zinnen in hapklare brokken gepresenteerd. Meteen op de eerste bladzijde al (p. 15) krijgen we hiervan een voorproefje: ‘Een zuidoostenwind stak op. Het was de droge moesson. De toppen van de bomen in het kleine gehucht wiegden heen en weer. Gele bladeren en dorre twijgen vielen op de grond.’ Nog een voorbeeld: ‘De donkere hemel zweeg. Hij sprak zonder woorden. Maar de fonkelingen van de sterren spraken boekdelen over wat zich onder het hemelgewelf afspeelde.’ (En dan blijft buiten beschouwing of je boekdelen kunt spreken over iets.) Verder met het citaat: ‘Srintil neuriede als een echte moeder. Op de achtergrond klonk het zware, monotone getjirp van de krekels. Zo ontstond een natuurlijk lied dat Goder (de door haar ingepikte baby) tot rust bracht. Hij trappelde even en viel in slaap in de frisse avondlucht.’ (p. 161). Naast deze korte zinnen treffen we heel veel van hetzelfde aan: lopen op de sawadijkjes tussen de rijstvelden, het tjirpen van de krekels, het opvliegen van vogels, de schaduw van de waringaboom, en vooral de woorden natuur, natuurlijk, harmonie en harmonieus.
Nog iets over te gemakkelijke zinsconstructies: wanneer een zin ‘lastig’ dreigt te worden, bijvoorbeeld omdat er een deelwoord (‘zijn mond aan zijn arm afvegend,’ (p. 17)) in staat of een doelaangevende infinitivus (‘om te …’) wordt de zin door een komma ‘vereenvoudigd’, respectievelijk: ‘Hun arm- en rugspieren spannend, zetten zij zich uit alle macht af tegen de aarde.’ (p. 17) ‘Om haar huid te blanketten, wreef njai Kartaredja Srintil in met een mengsel van meel en geelwortel.’ (p. 25)
Wellicht heeft de schrijver het onderontwikkeld zijn van de personages ook in de stijl tot uitdrukking willen brengen. Maar een geoefend lezer zal hier niet van genieten.

Al in het tweede boek – en dat wordt nog erger in het derde boek – wordt de alwetende verteller tevens docent: er wordt steeds vaker een verklaring toegevoegd. In de volgende zin geeft een personage uitleg die voor de hedendaagse lezer bedoeld is, maar zeker niet voor het personage tegen wie het gezegd wordt. ‘ “Srintil is hierheen gevlucht om een man te ontlopen die zich niet kon inhouden. Hij wilde er niets van weten dat Srintil op het moment ongesteld is. Dat denk ik. Ha ha ha.” “Ach, hoe kan dat nou. Kijk nog maar eens goed. Er zit geen enkel vlekje op haar kain, en de punt is niet omhoog gevouwen; dat is een teken dat ze nu rein is.” ‘(p. 140) Iedereen die daar woont, weet toch wat een omhoog gevouwen punt betekent! En hier is het slechts een zinnetje, maar elders in het boek blijft het niet bij een zin. Op pagina 152 leeft Srintil weer op, als de kleine Goder en zijn echte moeder langskomen. Dit grijpt de verteller aan om twaalf regels uit te weiden over de bekoorlijkheid van een baby. In een boek waarin toch al zo weinig gebeurt, vindt zo onnodige vertraging plaats.

Vooral boek drie bevat veel pogingen tot gefilosofeer over onder andere genade, geschiedenis, de Tijd (inderdaad met hoofdletter), zoals bijvoorbeeld op p. 293 (alwaar twee keer binnen twintig regels ‘de waanzin van de geschiedenis’), 298, 306, 325 en elders. Dergelijke uitweidingen zijn storend.

Van de personages wordt regelmatig gezegd dat zij heftige gevoelens hebben (‘Ze keken elkaar ziedend aan’ (p. 83), ‘Kartaredja keek radeloos om zich heen’ (p. 135)), maar het zou niet nodig moeten zijn om dit steeds te vermelden: het moet voelbaar gemaakt worden. De schrijver is er niet in geslaagd te boeien, te ontroeren of op te winden.

In hun voorwoord spreken de vertaalsters de hoop uit dat de schrijver kans ziet om het geplande vervolg op deze trilogie te schrijven. Als je de sfeer van het Indonesië uit die tijd wilt proeven, kan je echter beter werk lezen van schrijvers als Couperus en Hella Haasse.

 

Dansmeisje uit mijn dorp
Het lot van Srintil op het platteland van Java

Auteur: Ahmad Tohari
Vertaald door: Monique Soesman, Maya Sutedja-Liem
Aantal pagina’s: 444
Verschenen bij: Uitgeverij De Geus
Prijs: € 25,-

Dansmeisje uit mijn dorp
Ahmad Tohari
ISBN: 9789044518047

Meer van Angèle van Baalen:

22 juni 2015

Hoe overleef ik mijn slaven?

Over 'Handboek slavenmanagement ' van Marcus Sidonius Falx
18 maart 2015

Schrijnende roman over het leven van contractkoelies

Over 'Njai Inem ' van Barney Agerbeek
19 februari 2015

Treurnis, weemoed en melancholie in adembenemend proza

Over 'Een avond bij Claire ' van Gajto Gazdanov

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

Over 'Het groeit! Het leeft!' van Marjolijn van Heemstra
18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

Over 'Ovale dakraam' van Pierre Reverdy
15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Over 'Syfilis, of de Franse ziekte' van Girolamo Fracastoro
14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Over 'Wraak' van Andelko Vuletic

Verwant

10 april 2013

Een politiek pamflet is geen roman 

Over 'Een tijd als nooit tevoren' van Ahmad Tohari
10 april 2013

Cynici verdringen idealisten

Over 'Ze volgden me op straat' van Ahmad Tohari