1 juni 2016

Vijf sterren voor de gaarkeuken – Wessel te Gussinklo

Curieuze verzameling

Recensie door Olivier Rieter

De essaybundel Vijf sterren voor de gaarkeuken van Wessel te Gussinklo biedt een curieuze verzameling van clichés, feitelijke onjuistheden, denkfouten en uitingen die getuigen van gebrekkige realiteitszin en gebrekkige empathie.
Om met de clichés te beginnen: Te Gussinklo betoont zich een rechtse ideoloog en komt met de uitgekauwde mening dat er weliswaar aardige moslims bestaan, echter: ‘de ideologische moordenaars en bedreigers zijn tegenwoordig vrijwel allemaal islamieten’. (101) Voorwaar geen sprankelend inzicht in tijden dat (extreem)rechtse politici betogen dat niet alle moslims extremist zijn, maar de meeste extremisten wel moslim (waarbij ze zichzelf als extremist blijkbaar buiten beschouwing laten). Te Gussinklo komt ook met de volgende gemeenplaats: ‘Maar ik zeg u, linkse doden, rechtse doden, doden uit het midden, het is mij om het even, het is allemaal even erg.’ (26) Dat is een visie die niet ver uitstijgt boven de inzichten van een zich politiek oriënterende puber, die ‘als eerste’ ontdekt dat het uiteindelijk weinig uitmaakt waarom mensen vermoord worden, om welke ideologie. Dood is dood. En dan wordt ook Voltaire er nog bij gehaald: ‘Ik vind uw meningen afschuwelijk, maar zal met mijn leven uw recht verdedigen uw meningen te hebben’. (29) Dit is nu niet precies de eerste keer dat deze weergave van Voltaires visie gebruikt wordt in een betoog. Bij essays zou het eigenlijk moeten gaan om verrassende, frisse invalshoeken, om een speels aftasten van wat door de essayist als waar of treffend wordt gezien.

Onjuistheden
Feitelijke onjuistheden in deze essays ondergraven Te Gussinklo’s autoriteit (wat Aristoteles in zijn Retorica ‘ethos’ noemt). Zo plaatst hij de Europese heksenprocessen in de Middeleeuwen (49) terwijl die vooral plaats vonden in de periode die erop volgde, de nieuwe tijd. Ook beweert hij dat Nederland kansloos verloor van Rusland op het WK voetbal van 2006 (63). Te Gussinklo bedoelt echter het EK voetbal van 2008. Een futiliteit misschien, maar toch slordig. Zoals het ook slordig is dat hij de voormalige Israëlische premier Perez noemt en niet, zoals meer gebruikelijk: Peres. (90) Ergerlijker is het dat hij beweert dat in Nederland moslims tien procent van de bevolking uitmaken (106), terwijl het in werkelijkheid om ongeveer vijf procent gaat. Als de feiten niet passen bij een clichématig verhaal over ‘islamisering’, moeten de feiten maar worden aangepast, zo lijkt het.

Ontkenning
En dan zijn er nog de denkfouten. Zo beschrijft Te Gussinklo een door haar dracht als moslima herkenbare vrouw in zijn apotheek door wie hij liever niet geholpen zou worden (105-116). Door in dergelijke dracht naar buiten te treden staat zij voor Te Gussinklo voor de militante vorm van de islam. Zij distantieert zich niet van allerlei extremisme en vrouwenonderdrukking. Dat is dus een denkfout, het is hetzelfde als beweren dat geestelijken die zich in onze tijd nog als priester of non uitdossen, zich niet distantiëren van het misbruik in de katholieke kerk. Je hebt als mens het recht je te kleden zoals jezelf goedacht, het is een vrije keuze, wanneer men dat ontkent heeft men geen enkel respect voor het zelfstandig denkvermogen van dergelijke mensen, zij zouden tot hun keuze worden gemanipuleerd. Te Gussinklo noemt één element van de islam (het extremisme van sommige representanten ervan) verwerpelijk (terecht) en stelt vervolgens dat alles wat naar de islam verwijst (zoals kleding) daarom niet deugt. Ter vergelijking: als er onder Nederlanders hufters zijn, betekent dat nog niet dat alles wat naar Nederland verwijst daarom fout is.

Historische factoren
Te Gussinklo gaat in op het Israëlisch-Palestijnse conflict. Met zijn mening daarover is op zich niet veel mis, maar hij stelt ter verdediging van Israël dat er sprake is van een ‘enorme dunbevolkte Arabisch ruimte’ en dat het daarom niet uitmaakt dat ‘dat kleine smalle streepje aan de zee’ daar niet bij hoort (93). Nu zijn er goede argumenten voor het bestaan van de staat Israel, maar daar hoort deze argumentatie niet bij. Want voor veel volkeren is precies het gebied waar men vandaan komt van belang, door geschiedenis en cultuur. Dit geldt ook voor de Palestijnen. En in ‘dat kleine smalle streepje aan de zee’ ligt bovendien een ook voor moslims belangrijke plaats: Jeruzalem. Je kunt niet zeggen: laat die Palestijnen maar ergens anders gaan wonen. Dat is een wel heel eenvoudig wegredeneren van historische, religieuze en culturele factoren, vergelijkbaar met Wilders’ standpunt dat de Palestijnse staat voortaan Jordanië zou moeten zijn. Weer ter vergelijking: voor Nederlanders zou het bijzonder moeilijk zijn als we met zijn allen ergens in Siberië zouden worden geplant en dat een ander volk dan voortaan het monument op de Dam zou beheren, de Grachtengordel, de Domtoren, de Veluwe, de Friese meren, de Brabantse vennen. Volkeren ontlenen hun identiteit nu eenmaal voor een deel aan de locatie waar ze vandaan komen. Of dergelijk op de Heimat georiënteerd nationalisme nu nobel is of niet: het is een fact of life dat velen aan hun plaats van herkomst hechten. Dit ontkennen getuigt van een gebrek aan realiteitszin.

Acceptatie
Zoals het ook van gebrek aan realiteitszin getuigt om niet geholpen te willen worden door een moslima in de apotheek. Het is nu eenmaal zo dat er moslims in Nederland wonen. Elke maatschappij is permanent in ontwikkeling. Je kunt Nederland niet onder een stolp plaatsen, de Nederlandse cultuur bevriezen. Juist in de door Te Gussinklo opgehemelde Gouden Eeuw (103) was er sprake van dynamiek en veranderingszin door de instroom van vele Joodse, Vlaamse, Duitse en Franse migranten. Misschien de meest Nederlandse van onze schilders, Frans Hals, had bijvoorbeeld Vlaamse roots. Onze grootste filosoof, Spinoza, had een Joodse achtergrond.

Geen keuze
Voor een literator is (meer dan een gebrek aan realiteitszin) een gebrek aan empathie pijnlijk. Te Gussinklo is van dit gebrek niet geheel vrij. Hij schrijft over zijn kritiek op het uiterlijk van moslimmigranten: ‘Ja maar zult u zeggen, die kleding, die hoofddoeken, die gewaden horen bij hun cultuur. Antwoord: ze zijn vrijwillig uit hun cultuur naar de onze gekomen om hier mee te doen. Ik vind het hoogst onbeleefd, ja onbeschoft om de cultuur die ze achter zich gelaten hebben alsnog aan ons op te dringen. Eigenlijk vind ik het idioot.’ (111) Te Gussinklo stelt dat ze vrijwillig uit hun cultuur naar de onze zijn gekomen. Dit nu is niet waar voor tweede en derde generatie migranten, het was de keuze van hun (groot)ouders. Kan Te Gussinklo zich echt zo slecht verplaatsen in de migrantenervaring? Weet hij niet dat het lastig kan zijn om met je identiteit te worstelen: dat het moeilijk kan zijn om tot verschillende culturen te behoren? Heeft hij echt zo weinig begrip voor mensen die proberen houvast te vinden door te hechten aan kleding en andere cultureel-religieuze uitingsvormen? Deze essayist lijkt niet geïnteresseerd in een ontmoeting met de Ander, zoals de filosoof Levinas zou opmerken.

Mooie passages
Is er dan helemaal niets positiefs over deze verzameling essays te zeggen? Toch wel: het tweede, minder politiek getinte deel van de bundel bevat minder ergerlijke essays over andere literatoren zoals Mulisch, Reve en Vestdijk. Maar waar de politiek getinte bijdragen irriteren, roepen deze stukken uiteindelijk niet zoveel op, de gedachtegangen van Te Gussinklo beklijven in dit tweede deel niet. Het blijft in deze essays soms onduidelijk met welke reden de auteur ze heeft geschreven. Mooi is wel de volgende passage over opgroeien: ‘Bij een kind ontstaat door ouder worden en ervaring een soort “vereilanding” van de dingen, een stolling, een steeds verder uitdijende wereld met eigen samenhangen en een eigen ordening, los van hemzelf. Niet een wereld van alleen bevrediging en angsten, verlangens en eigen onmiddellijke belangen. Het is eerder een bevreemdend en vervreemd conglomeraat, dat er is, dat bestaat en waarin hij moet leven, met de wetten waarmee hij rekening moet houden (hinderlijk en storend) en dat in de diepste wezen niets te maken heeft zijn belangen en bevredigingen.’ (151) Bevatte deze bundel maar meer van dergelijke passages, die getuigen van een eigenzinnige visie.

 

Vijf sterren voor de gaarkeuken
Wessel te Gussinklo
Essays
Verschenen bij: Uitgeverij Koppernik.
ISBN: 9789492313096
189 pagina's
Prijs: € 17,50

Meer van Olivier Rieter:

24 januari 2017

Eendimensionaal verhaal in fraaie beelden

Over 'De man van nu' van Hanco Kolk, Kim Duchateau
13 december 2016

'You are no Jack Kennedy'

Over 'The Kennedy Files' van Erik Varekamp (tekeningen), Mick Peet
24 november 2016

Subtiele stijl in verhalen over ontluistering

Over 'Het vogelalfabet' van S.J. Naudé

Recent

23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel

Verwant

1 juni 2016

Op weg naar het eeuwige licht

Over 'Wij zullen aan God gelijk zijn en voor eeuwig bestaan ' van Wessel te Gussinklo
1 juni 2016

Eindelijk verlost of voor eeuwig verdoemd?

Over 'Zeer helder licht' van Wessel te Gussinklo