2 mei 2017

Collectioneurs

Door Stefan Ruiters

Als ik net een partij ‘nieuwe’ boeken heb ingekocht, bel ik altijd een paar personen die zichzelf omschrijven als ‘aasgieren’. Als zij de aasgieren zijn, wat ben ik dan? Mijn werk is om deze hongerige wolven te voeden. Ik ben de dierlijke mens die ze naar de prooi, het aas, hun boekenkarkas leidt. Ik doe dat uiteraard met veel plezier. Deze mannen – ook hier weer zijn eigenlijk alleen mannen de verzamelaars van antiquarische boeken – zijn de ware liefhebbers. Ik heb hen lief. Niet alleen om de verkoop, maar ook om hun verhalen heb ik ze graag bij me over de vloer. Wat ze meemaken op hun boekentochten zijn de verhalen en anekdotes van mensen die naar zelden betreden oorden gaan.

Ze komen bij andere verzamelaars over de vloer, bij schrijvers en kunstenaars, buitenlandse boekhandels en musea en maken daar de gekste rituelen mee die de kunst, een boek of een collectie een betekenis, een waarde geven. Is het een heel exclusief duur boek, dan worden de rituelen hermetischer en geheimzinniger dan bij een goedkoop boek. Zo is een collectioneur eens een dag lang uitgehoord door een assistent, over zijn kennis van een bepaalde kunstenaar voordat hij in de vertrekken van een villa mocht rondkijken naar boeken en kunst van diezelfde, net overleden kunstenaar. Maar de waarde in geld is niet alles wat voor hen telt. Ook de mate van vervolmaking van een te verzamelen onderwerp is belangrijk.

Als je van een kunstenaar of schrijver alle boeken verzamelt, dan wil je ook die ene lezing nog bezitten die in kleine oplage door een eenmansdrukker is vervaardigd. En omdat je van een bepaalde schrijver alles koopt, wil je ook van zijn of haar grote voorbeelden, boeken in huis hebben. Zo ontstaat een voor de verzamelaar coherent labyrint van titels en namen. Vandaag had ik weer zo iemand over de vloer. Ik smste dat ik verse boekendozen uit een aankoop had staan. Twee uur later stond hij in de dozen te kijken of er iets van zijn gading bij was. En hij haalde er weer een mooie stapel foto- en kunstboeken uit. Morgen komt de  volgende ‘aasgier’. Ik blijf ze voeden.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer