<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Literair Nederland &#187; Auteurs</title>
	<atom:link href="http://www.literairnederland.nl/category/onder-de-leeslamp/auteur-van-de-week/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.literairnederland.nl</link>
	<description>Liefde voor literatuur</description>
	<lastBuildDate>Wed, 28 Jul 2010 14:33:12 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.0</generator>
		<item>
		<title>Ontheemd</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2010/01/ontheemd/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2010/01/ontheemd/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Jan 2010 14:17:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Carolien</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Bio's P - T]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws van de redactie]]></category>
		<category><![CDATA[Onder de leeslamp]]></category>
		<category><![CDATA[Edward Saïd]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van der Werf]]></category>
		<category><![CDATA[Midden Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Privé Domein]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=8258</guid>
		<description><![CDATA[In de serie Privé Domein van de Arbeiderspers is onlangs Ontheemd verschenen van Edward Saïd (1935-2003). In deze autobiografie schetst de in Jeruzalem geboren Edward Saïd een beeld van zijn jeugd, die hij grotendeels doorbracht in Cairo en Libanon. Ontheemd is een emotionele terugblik, waarin de complexe relatie tussen de oosterse en westerse wereld op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Said.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>In de serie Privé Domein van de Arbeiderspers is onlangs <em>Ontheemd </em>verschenen van Edward Saïd (1935-2003). In deze autobiografie schetst de in Jeruzalem geboren Edward Saïd een beeld van zijn jeugd, die hij grotendeels doorbracht in Cairo en Libanon. <em>Ontheemd</em> is een emotionele terugblik, waarin de complexe relatie tussen de oosterse en westerse wereld op kritische wijze wordt beschreven. Het boek onthult de confronterende identiteitsworsteling van de jonge Said; hij richt de aandacht op de cultuurproblematiek waarmee hij zich zijn verdere leven met volle overtuiging heeft beziggehouden.</p>
<p>Edward W. Said was een van de invloedrijkste critici op het gebied van literatuur en cultuur en een groot voorvechter van de Palestijnse zaak. Hij was hoogleraar Engelse literatuur en literatuurwetenschap aan Columbia University.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>‘<em>Voor mensen die hem kennen en redelijk thuis zijn in het Midden-Oosten, zijn de minutieuze, impressionistische schetsen van zijn familieleven, zijn innerlijke roerselen en de plaatsen waar hij opgroeide Cairo, Jeruzalem, Dhour al-Shweir in de Libanese bergen een genot om te lezen</em>.’ &#8211; Caroline de Gruyter, NRC, 05-11-1999</p>
<p><em>‘Ontheemd</em> <em>is een zeer levendige en openhartige beschrijving van een vaak moeizame opvoeding binnen verschillende culturen. […] op een persoonlijke en onvergetelijke manier wordt beschreven wat het betekende om in de laatste helft van de vorige eeuw een Palestijn te zijn.’ </em>- Salman Rushdie</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p><em>Ontheemd</em></p>
<p>Een jeugd in het Midden Oosten</p>
<p> </p>
<p>Auteur: Edward Saïd</p>
<p>Vertaling: Maarten van der Werf</p>
<p>Verschenen bij: De Arbeiderspers, Privé Domein</p>
<p>Prijs: € 25,-</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2010/01/ontheemd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rimbaud de zoon</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2010/01/rimbaud-de-zoon/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2010/01/rimbaud-de-zoon/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Jan 2010 11:27:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Bio's P - T]]></category>
		<category><![CDATA[Biografieën]]></category>
		<category><![CDATA[Etalage]]></category>
		<category><![CDATA[Arthur Rimbaud]]></category>
		<category><![CDATA[Paul Verlaine]]></category>
		<category><![CDATA[Pierre Michon]]></category>
		<category><![CDATA[Rokus Hofstede]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=8245</guid>
		<description><![CDATA[Door Wil van Basten-Malipaard ”…o moeder die me niet leest  (…) vader die nooit met me zal praten”.  Bij toeval belandde deze korte ‘biografie’ van Pierre Michon (1945) over een deel van het turbulente leven van de jonggestorven Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891) in de sublieme vertaling van Rokus Hofstede op mijn bureau. Vooral door [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/rimbaud.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p><em><a href="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Carjat_Arthur_Rimbaud_1872.jpg"></a>Door Wil van Basten-Malipaard</em></p>
<p><em>”…o moeder die me niet leest  (…) vader die nooit met me zal praten”. </em></p>
<p> Bij toeval belandde deze korte ‘biografie’ van Pierre Michon (1945) over een deel van het turbulente leven van de jonggestorven Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891) in de sublieme vertaling van Rokus Hofstede op mijn bureau. Vooral door de kwaadaardige eerste twee zinnen werd ik weer, exact zoals destijds in 1991 bij de eerste Franse uitgave, aangezet om verder te lezen.</p>
<p><em>“Men zegt dat Vitalie Rimbaud, geboren Cuyf, een dochter van het platteland en een boosaardige vrouw, een vrouw die leed en boosaardig was, het leven schonk aan Arthur Rimbaud. Men weet niet of ze eerst vervloekte en pas daarna leed of dat ze haar lijden vervloekte en toen in die vervloeking volhardde; ofwel dat in haar geest vervloeking en lijden elkaar overlapten, aflosten, aanwakkerden onlosmakelijk met elkaar verbonden als de vingers van haar hand, die zo geïrriteerd waren geraakt door het contact met haar leven, haar zoon, haar levenden en haar doden dat ze ze tussen haar zwarte vingers vermorzelde.”</em></p>
<p>Deze twee zinnen zeggen veel, zo niet alles over het begin van de carrière van Rimbaud als dichter.</p>
<p>Michon suggereert dat zij de oorzaak is van Rimbauds niet aflatende opstandigheid, die hem als een wervelwind door de porseleinkast van de Franse letteren jaagt en hem na een literaire bliksemcarrière van vijf jaar en na veel omzwervingen uiteindelijk als wapenkoopman in het Afrikaanse Harrar, ver van alle verzen van de wereld, doet belanden.</p>
<p> En deze twee zinnen tonen het fraaie en rijke proza van Michon waarvan de stijl in hoge mate doet denken aan de poëzie van Rimbaud. Wilde Rimbaud zoals Victor Hugo het vers in eigen persoon belichamen ‘le vers personellement’, zo lijkt het erop dat Michon door zijn werk dit ideaal eveneens voor zijn eigen proza nastreeft. Zijn taal is rijk, poëtisch, confronterend en soms verpletterend. Hij werkt met veel tegenstellingen, synoniemen, woordomwisselingen, metaforen. Lange zinnen. Veel prachtige stijlfiguren zijn in zijn werk moeiteloos te vinden.</p>
<p>Voor de liefhebbers van literatuur is ook dit werk een juweeltje van vertelkunst. Niet voor niets is Pierre Michon in oktober 2009 onderscheiden met de <a title="Grand Prix du roman de l'Académie française" href="http://fr.wikipedia.org/wiki/Grand_Prix_du_roman_de_l%27Acad%C3%A9mie_fran%C3%A7aise">Grand Prix du roman de l&#8217;Académie française</a> voor zijn werk <a title="Les Onze" href="http://fr.wikipedia.org/wiki/Les_Onze"><em>Les Onze</em></a> waar hij vijftien lange jaren aan werkte.</p>
<p> </p>
<p>Michon heeft niet gekozen voor de traditionele biografie.  De vorm die hij kiest is uniek. Het perspectief wisselt voortdurend. Michon kruipt in de huid van de alleswetende schrijver die zich overigens bescheiden opstelt, of richt zich als verteller rechtstreeks tot de dichter of tot de lezer.</p>
<p>Volgens de informatie op de achterflap bestaat het verrassende vertrekpunt voor deze biografie uit de weinige foto’s en portretten die van Rimbaud bewaard bleven. Helaas zijn in dit werk slechts twee van deze foto’s opgenomen, uitgebreid beschreven en becommentarieerd.</p>
<p><em><em><a href="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Carjat_Arthur_Rimbaud_1872.jpg"><img title="Carjat_Arthur_Rimbaud_1872" src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Carjat_Arthur_Rimbaud_1872.jpg" alt="Carjat_Arthur_Rimbaud_1872" width="268" height="360" /></a></em></em></p>
<p><em>Foto 1: ‘Hij kijkt naar zijn model. Hij ziet dat de stropdas scheef zit; hij ziet de kleur ervan, die wij niet kennen. Het vest is rood of zwart, dat zal onduidelijk blijven, de foto is in zwart-wit. Hij bedenkt dat die stropdas straks rechtgetrokken moet worden – of toch maar niet, deze jongeman is een dichter, het is goed dat de stropdas van dichters scheef zit.’</em> blz. 79. De ‘hij’ in dit citaat is de Parijse fotograaf Etienne Carjat die onsterfelijk is geworden door dit beeld van Rimbaud voor de eeuwigheid vast te leggen in een ovaal portret. Een soort aureool. <em>Die ‘mandorla’ die tegenwoordig in de wereld bekender is dan de doek van de heilige Veronica, die betekenisvoller en leger is, die zeer verheven icoon waarop de stropdas voor eeuwig scheef zit, de stropdas waarvan we nooit zullen weten welke kleur hij had.  (…) het portret dat even zwaar weegt als het hele dichtwerk bij elkaar, of bijna’</em>, zo schrijft Michon op blz. 88. De foto werd gemaakt in 1871! De begintijd van de fotografie.</p>
<p> </p>
<p><a href="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Henri_Fantin-Latour_005.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-8251" title="Henri_Fantin-Latour_005" src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2010/01/Henri_Fantin-Latour_005.jpg" alt="Henri_Fantin-Latour_005" width="120" height="87" /></a></p>
<p> Foto 2 op de voorkant is een deel van het schilderij <em>Le Coin de table. </em>Het fabuleuze groepsportret van Verlaine en Rimbaud met zes andere, inmiddels vergeten dichters. Wij zien hier alleen hoofd en haardos van Rimbaud. De andere ‘foto’s’ die als basis dienden zijn geschreven portretten van de voor Rimbaud belangrijke personen in zijn (literaire) leven en komen min of meer chronologisch voor in de zeven hoofdstukken van het boek.</p>
<p>Zijn vader, Frédéric Rimbaud, is kapitein bij het Franse leger en vaak uithuizig. Zijn moeder, Vitalie Cuyf, een boerendochter, voedt de (vier) kinderen met ijzeren hand op. Frédéric Rimbaud verlaat haar in 1860. De 22-jarige <a title="Georges Izambard (de pagina bestaat niet)" href="http://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Georges_Izambard&amp;action=edit&amp;redlink=1">Georges Izambard</a>, leraar op het Collège van Charleville stimuleert de vijftienjarige Rimbaud om zich op <a title="Poëzie" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Po%C3%ABzie">poëzie</a> toe te leggen en leert hem alles over de alexandrijn (roede genoemd in de vertaling van Rokus Hofstede). Dan volgt Théodore de Banville wiens gedichten niemand meer leest maar die rond 1870 als mentor van de Franse dichters optrad.</p>
<p>Op 16-jarige leeftijd gaat Rimbaud naar Parijs, op uitnodiging van de door hem bewonderde dichter <a title="Paul Verlaine" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Paul_Verlaine">Paul Verlaine</a>, die hij enkele gedichten toegestuurd heeft en die in hem een groot talent herkent. In werkelijkheid ontwikkelt zich een stormachtige <a title="Homoseksualiteit" href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Homoseksualiteit">homoseksuele</a> relatie tussen Verlaine en Rimbaud. De eerste paardans wordt zeer beeldend beschreven op blz. 55. Michon geeft a.h.w. een ooggetuigenverslag van dat moment in de donkere kamer achter zonneblinden. ‘… , <em>stuwden ze zich vast en terwijl ze aan die mast hingen, die niét de roede was, geschiedde het dat ze huiverden en een ogenblik weg waren van deze wereld, …’</em></p>
<p>Het einde van de relatie met Verlaine en de publicatie van <em>Une saison en enfer</em> betekenen voor Rimbaud het afscheid van de literatuur/poëzie. Het boek eindigt hier ook. Rimbaud is dan weer terug bij zijn familie in Roche, in de Ardennen. Hij schrijft daarna nooit meer ook maar één vers.</p>
<p>Michon beperkt zich uitsluitend tot het literaire leven van Rimbaud. Het genie Arthur Rimbaud.</p>
<p>De vele omzwervingen na de breuk met Verlaine door Europa en Afrika blijven dus geheel onvermeld. Enkele jaren later, terug in Frankrijk vanwege zijn gezondheid, bezwijkt Rimbaud in een ziekenhuis in Marseille aan botkanker in zijn rechterbeen.</p>
<p> </p>
<p>Michon maakt duidelijk dat Rimbaud aanvankelijk de zoon is van al deze voor hem belangrijke personages. Hij is de leerling, maar hij maakt zich successievelijk ook weer los van hen. En hij wil zelf geen opvolger. Niemand mag in zijn voetsporen treden. Hij wordt zelf geen vader in de beide betekenissen van het woord. Hij geeft <em>‘zijn stekje’,</em>  zoals Pierre Michon dat noemt, niet door. Op blz. 92 lezen we: ‘… <em>dat hij misschien ophield met schrijven omdat hij niet de zoon van zijn werken kon worden, dat wil zeggen, er het vaderschap van kon aanvaarden. Hij vond het beneden zijn waardigheid de zoon van Le bateau ivre, van de Saison en van Enfance te zijn, zoals hij evenzeer had geweigerd de nakomeling te zijn van Izembard, Banville of Verlaine.’</em></p>
<p> ‘<em>Men zegt dat</em>…’, is de steeds terugkerende beginformule die aangeeft dat Michon zich evenals alle anderen baseert op anekdotes, verhalen, vermoedens, interpretaties van feiten, enz.   Toch heeft hij een duidelijk merkbare, degelijke research verricht voor dit werk. Helaas worden zijn bronnen niet vermeld. De vertaler heeft enkele verhelderende aantekeningen bij de tekst gevoegd. Geen echte biografie dus, maar een persoonlijke, subjectieve interpretatie van Michon.   </p>
<p>Ook gaat Michon er vanuit dat de lezers op de hoogte zijn van het werk en leven van Rimbaud. En dat is zeker een pré als je dat bent. Hij spreekt dan over <em>‘wij’. </em>Al drijft hij een enkele keer wel de spot met historici <em>‘…want lezen, dat kan niemand – behalve  misschien de mensen die denken dat het om cijferschrift gaat, en lezen die soms beter? Gewetenloze romaneske schurken zijn wij. Nee, we lezen niet, ik net zomin als alle anderen. …’</em>  zegt hij op blz. 65, bescheiden met enige zelfspot.</p>
<p> </p>
<p>Voor mij was het herlezen van dit werk aanleiding om Rimbaud weer eens ‘uit de kast’ te halen<em>. </em>En het moet weer gezegd worden:  ‘<em>Sommige werken zijn zo de moeite van het herlezen waard</em>!’<em> </em></p>
<p><em> Le bateau ivre</em>  en  <em>Une saison en enfer  </em>hadden nu een heel andere uitwerking op me dan destijds toen ik verplicht was vanwege mijn studie Franse Taal- en Letterkunde deze grondig te bestuderen als een soort ‘<em>cijferschrift</em>’….</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>Auteur: Pierre Michon</p>
<p>Oorspronkelijke titel: Rimbaud, le fils  (1991 Editions Gallimard)</p>
<p>Verschenen bij: Uitgeverij G.A. van Oorschot (1998, 2e druk)<br />
Vertaling: Rokus Hofstede, Amsterdam</p>
<p>Prijs: ingenaaid €12,-, gebonden € 18,-</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2010/01/rimbaud-de-zoon/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>David Grossman in Nederland en België</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2009/12/david-grossman-in-nederland-en-belgie/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2009/12/david-grossman-in-nederland-en-belgie/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 20 Dec 2009 20:42:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Carolien</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws van de redactie]]></category>
		<category><![CDATA[Annelies Beck]]></category>
		<category><![CDATA[David Grossman]]></category>
		<category><![CDATA[Marcel Moring]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=8029</guid>
		<description><![CDATA[Naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek Een vrouw op de vlucht voor een bericht is David Grossman (1954)  in Nederland en in België. Een vrouw op de vlucht voor een bericht is het verhaal van een vrouw, haar twee zoons en hun verschillende vaders. Israël verkeert in staat van alarm. Als haar jongste [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2009/12/Grossman.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek <em>Een vrouw op de vlucht voor een bericht </em>is David Grossman (1954)  in Nederland en in België.</p>
<p><em>Een vrouw op de vlucht voor een bericht</em> is het verhaal van een vrouw, haar twee zoons en hun verschillende vaders. Israël verkeert in staat van alarm. Als haar jongste zoon, Ofer, wordt ingezet bij een militaire actie op de Westelijke Jordaanoever vlucht zijn moeder het huis uit, bang voor een slecht bericht. Ze wandelt vele dagen door het land en doet het enige wat ze kan om haar zoon te beschermen: ze praat over hem en herleeft zijn levensverhaal. Een verhaal waarin de kwetsbaarheid en de angst om het bestaan samenvallen met de zorgen om een gewoon en veilig gezin.</p>
<p> <strong>David Grossman in Amsterdam</strong></p>
<p>Op 11 januari interviewt schrijver Marcel Möring de Israëlische schrijver David Grossman in het museumcafé van het Joods Historisch Museum. Grossmans nieuwe roman <em>Een vrouw op de vlucht voor een bericht </em>is een monumentaal boek dat nu al beschouwd wordt als een hoogtepunt in de geschiedenis van de hedendaagse literatuur.</p>
<ul>
<li>Maandag 11 januari 2010</li>
<li> Aanvang 20.00 uur, het museum is open vanaf 19.30 uur</li>
<li>Lokatie: Joods Historisch Museum, Amsterdam</li>
<li>Voertaal Engels</li>
<li>Entreeprijs 10 euro (incl. gratis rondleiding JHM en koffie)</li>
</ul>
<p>Na afloop van het gesprek zal Grossman zijn boeken signeren en is er de mogelijkheid om een rondleiding door het museum te krijgen.</p>
<p>Voor meer informatie <a href="http://www.JHM.nl" target="_blank">www.JHM.nl</a> , reserveren noodzakelijk (via e-mail)</p>
<p> </p>
<p><strong>David Grossman in Brussel</strong></p>
<p>In de reeks <em>Het Europa van de schrijvers</em> nodigen literaire organisatie Het beschrijf en cultureel centrum Flagey auteurs van wereldformaat uit met werk dat impact heeft op het denken in en over Europa. Op 14 januari a.s. is David Grossman te gast. Journaliste en literair recensente Annelies Beck praat met hem over het gezin en de grote geschiedenis, de mechanismes van oorlog en macht en de rol van Europa in het Israëlisch-Arabisch conflict.</p>
<ul>
<li>donderdag 14 januari 2010</li>
<li>Aanvang 20.15 uur</li>
<li>Lokatie: Flagey, Brussel</li>
<li>entree: € 10,-</li>
</ul>
<p>Voor meer informatie en boekingen: <a href="http://www.flagey.be/">www.flagey.be</a> of <a href="http://www.beschrijf.be/">www.beschrijf.be</a></p>
<p> <br />
David Grossman (Jeruzalem, 1954) publiceerde onder meer de romans <em>Zie: liefde</em> (1990), <em>Het zigzagkind</em> (1996), <em>Jij bent mijn mes</em> (2000), <em>De stem van Tamar</em>,  <em>De uitvinder van geheimen, Haar lichaam weet het</em> en het non-fictieboek <em>Angst vreet de ziel op. Berichten uit een oorlog die niemand winnen kan.</em></p>
<p><strong>Over: <em>Een vrouw op de vlucht voor een bericht</em></strong><strong><em><br />
</em></strong>‘Ik kom woorden tekort om de invloed te beschrijven die het boek op mij heeft. Deze roman, die je recht in de ogen kijkt, is een van de meer betekenisvolle &#8211; en wonderbaarlijke &#8211; die ooit in Israël zijn geschreven. De roman is zeldzaam menselijk en vol leven, en bovenal bevat Grossman het verbazingwekkende vermogen gedurende alle 880 bladzijden de menselijkste en heftigste gevoelens van de lezers te wekken. Ik heb het gevoel dat ieder van ons na lezing van dit boek een beetje een ander mens zal zijn.&#8217; - Menachem Peri, Tel Aviv</p>
<p><em> </em></p>
<p><em>Een vrouw op de vlucht voor een bericht</em></p>
<p>Vertaald door: Ruben Verhasselt</p>
<p>Prijs: tot 1 januari 2010: € 29,90, daarna € 36,90</p>
<p>Verschenen bij: Uitgeverij Cossee</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2009/12/david-grossman-in-nederland-en-belgie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tentoonstelling Charlotte Mutsaers: Aangespoeld met pen en penseel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2009/12/tentoonstelling-charlotte-mutsaers-aangespoeld-met-pen-en-penseel/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2009/12/tentoonstelling-charlotte-mutsaers-aangespoeld-met-pen-en-penseel/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Dec 2009 15:09:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies van leden]]></category>
		<category><![CDATA[Charlotte Mutsaers]]></category>
		<category><![CDATA[Daniil Charms]]></category>
		<category><![CDATA[Francis Ponge]]></category>
		<category><![CDATA[Stevie Smith]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=7982</guid>
		<description><![CDATA[Charlotte Mutsaers, Aangespoeld met pen en penseel Door Machiel Jansen Oostende is niet de meest mooie Belgische stad. Het is een badplaats en badplaatsen boven Parijs hebben vaak iets kils. Zelfs in een goed gelukte zomer, wanneer het druk en warm is, kun je je daar nog koud en eenzaam voelen. Er zijn de flatgebouwen, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2009/12/affichemutsaers.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Charlotte Mutsaers, <em>Aangespoeld met pen en penseel</em></p>
<p><em>Door Machiel Jansen</em></p>
<p>Oostende is niet de meest mooie Belgische stad. Het is een badplaats en badplaatsen boven Parijs hebben vaak iets kils. Zelfs in een goed gelukte zomer, wanneer het druk en warm is, kun je je daar nog koud en eenzaam voelen. Er zijn de flatgebouwen, de sporen van oude, vergane glorie en er is de drukte van dagjesmensen. Er is een aardig jachthaventje, een mooi station en er is een casino.</p>
<p>Wat is een badplaats zonder casino? Dat van Oostende, het Kursaal, ligt erbij als een paleis. Aan zee, met een grote zichtas over de stad moet het wel het belangrijkste gebouw van de omgeving zijn. Even verderop aan het strand liggen de Venetiaanse gaanderijen van Leopold II. Een zuilengalerij die honderden meters het strand volgt. Loop je vanaf het casino dan kom je eerst langs een negentiende-eeuws gebouw en daar gaan we straks naar binnen.</p>
<p>Oostende heeft zee, wind, zand en strandzoekers maar het is ook de stad van James Ensor, Herr Seele en de laatste winnaar van de P.C. Hooft-prijs Charlotte Mutsaers. Het is ook de plaats waar het tweede deel van Mutsaers&#8217; laatste roman <em>Koetsier Herfst</em>  zich afspeelt. Hotel Polaris bestaat echt.</p>
<p>Aan het strand in de Venetiaanse gaanderijen is er tot eind januari de tentoonstelling <em>Charlotte Mutsaers: Aangespoeld met pen en penseel</em> te zien. In een mooi oud gebouw is er een prettige ruimte gereserveerd voor schilderijen, foto&#8217;s, objecten en er is een videozaaltje. Het is nog gratis ook.</p>
<p>Wie iets van Mutsaers gelezen heeft,  zal zich er thuis voelen. Er gaat een energie en levenslust door haar werk die ook van de muren komt als je er langs loopt. Er zijn schilderijen met komkommers en hazenkoppen, maar voor wie even verder kijkt blijven dat geen raadselachtige onderwerpen. Er hangt een pagina uit een oud nummer van <em>NRC</em>&#8216;s <em>Cultureel Supplement</em> waarin de liefde voor de komkommer uitgebreid door Mutsaers wordt beschreven. Wie haar boek <em>Hazepeper</em> kent, heeft aan een half woord genoeg.</p>
<p>Leuk is het hoekje waarin een paar van haar favoriete schrijvers aandacht krijgt: Stevie Smith, Daniil Charms, Francis Ponge. Voor wie ze niet kent, hangen er tekstjes met duidelijke uitleg. Van Charms en Smith worden er representatieve gedichten geciteerd. En je begrijpt de kunstwerken die erbij hangen ook beter. Mutsaers heeft een voorkeur voor het ongewone en het absurdisme. Maar ze houdt dat heel goed in de hand en weet er een heel persoonlijke draai aan te geven. Ze doet soms denken aan haar voorbeelden Charms, Mayakovsi, Smith en anderen, maar ze is toch vooral zichzelf. Voor sommigen is ze misschien te ontregelend maar haar kunst is energiek, verfrissend en binnen Nederland volstrekt uniek.</p>
<p>Voor wie thuis nog wil nagenieten of Oostende laat voor wat het is, is er nog het fotoboek <em>Charlotte Mutsaers, Paraat met pen en penseel</em>, te koop. Compleet met biografie, leuke foto&#8217;s en een overzicht van de getoonde werken.</p>
<p>Nadat ik de tentoonstelling had gezien zag ik in de hal dat er aangrenzend een behoorlijk chique restaurant is gevestigd. Met wat onbeleefde moeite kijk je daar zo op de mooi opgedekte borden. Ik heb zo het idee dat tot eind januari de kreeft daar minder zal smaken.</p>
<p> </p>
<p><a href="http://www.uitinoostende.be">www.uitinoostende.be</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2009/12/tentoonstelling-charlotte-mutsaers-aangespoeld-met-pen-en-penseel/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>P.C. Hooft-prijs 2010 voor Charlotte Mutsaers</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2009/12/p-c-hooft-prijs-2010-voor-charlotte-mutsaers/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2009/12/p-c-hooft-prijs-2010-voor-charlotte-mutsaers/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Dec 2009 11:49:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Carolien</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws van de redactie]]></category>
		<category><![CDATA[Charlotte Mutsaers]]></category>
		<category><![CDATA[P.C. Hooftprijs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=7969</guid>
		<description><![CDATA[Charlotte Mutsaers (Utrecht, 1942) krijgt de P.C. Hooft-prijs 2010, een oeuvreprijs die dit jaar bestemd is voor proza. Dit heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde bekend gemaakt. Charlotte Mutsaers wordt geprezen om haar dubbeltalent. Ze schrijft niet alleen romans en essays, maar is ook beeldend kunstenaar. Aan de prijs is een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2009/12/mutsaers.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Charlotte Mutsaers (Utrecht, 1942) krijgt de P.C. Hooft-prijs 2010, een oeuvreprijs die dit jaar bestemd is voor proza. Dit heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde bekend gemaakt.</p>
<p>Charlotte Mutsaers wordt geprezen om haar dubbeltalent. Ze schrijft niet alleen romans en essays, maar is ook beeldend kunstenaar. Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000,-.</p>
<p> <strong>Fragmenten uit het juryrapport:</strong></p>
<p> ‘Het proza van Mutsaers is onmiskenbaar het werk van een dubbeltalent. Zo geduldig als een schilder de materiële wereld beklopt en aftast, zo precies plooit Mutsaers haar teksten rondom concrete voorwerpen als een rok, een dennenappel of een mobiele telefoon. Geen wonder dus dat haar teksten zeer beeldend zijn.’</p>
<p> ‘Mutsaers krijgt deze prijs voor haar “verhalend proza”, maar het is onmogelijk haar romans los te denken van essaybundels als Paardejam en Zeepijn. Haar speelse essayistiek ligt in het verlengde van haar verhalend proza, en vice versa. Al haar werk komt tenslotte voort uit eenzelfde mentaliteit, eenzelfde manier van in het leven staan. En een belangrijk onderdeel van deze levenshouding is de gepassioneerde omgang met de literatuur.’</p>
<p> ‘Haar oeuvre is een groot impliciet pleidooi voor de verwondering, de betovering, de onbevangenheid, het enthousiasme […] Zoals ze in Paardejam schrijft: “Wie nooit op een hobbelpaard over het tapijt heeft geracet, nooit “Huhu!” heeft gebruld al was het maar tegen een bezemsteel, nooit geloofd heeft in hoefijzergeluk, nooit gesnakt heeft naar de hengstebron, nooit Jeanne d’Arc, Sinterklaas of Napoleon heeft willen zijn, zal het in de kunsten niet ver schoppen.’</p>
<p> </p>
<p>Mutsaers ontving al eerder prijzen waaronder de Jacobus van Looy-prijs en de Constantijn Huygens-prijs in 2000, beide prijzen voor een geheel oeuvre. Zij zal de P.C. Hooftprijs waarschijnlijk ontvangen op 20 mei 2010, een dag vóór de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647). Haar meest recente boek is <em>Koetsier Herfst </em>waarmee ze genomineerd was voor de Libris Literatuurprijs 2009.</p>
<p>De P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde is één van de belangrijkste literatuurprijzen in het Nederlandse taalgebied. Deze oeuvreprijs wordt jaarlijks afwisselend toegekend voor proza, essayistiek en poëzie. De P.C. Hooft-prijs is ingesteld in 1947. De prijs wordt jaarlijks rond de sterfdag van P.C. Hooft uitgereikt. Dit jaar zal dat waarschijnlijk op 20 mei 2010 zijn.</p>
<p>De prijs is toegekend op voordracht van een jury bestaande uit Janet Luis (voorzitter), Geert Buelens, Alle Lansu, Saskia Pieterse en Leo Pleijsier.</p>
<p>In Oostende is nog tot 31 januari 2010 de tentoonstelling te zien <em>Aangespoeld met pen en penseel. Het literaire en beeldende proza van Charlotte Mutsaers.</em> Vanaf het voorjaar zal deze tentoonstelling te zien zijn in het Letterkundig Museum in Den Haag.</p>
<p> </p>
<p>Voor meer informatie: <a href="http://www.pchooftprijs.nl/">www.pchooftprijs.nl</a>, en <a href="http://www.charlottemutsaers.nl/">www.charlottemutsaers.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2009/12/p-c-hooft-prijs-2010-voor-charlotte-mutsaers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Kunst is het spel der verwijzingen.’</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2009/02/%e2%80%98kunst-is-het-spel-der-verwijzingen%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2009/02/%e2%80%98kunst-is-het-spel-der-verwijzingen%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 21 Feb 2009 13:50:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marieke Visser</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair Suriname]]></category>
		<category><![CDATA[Onder de leeslamp]]></category>
		<category><![CDATA[Beeldende Kunst]]></category>
		<category><![CDATA[KIT Publishers]]></category>
		<category><![CDATA[Wakaman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=5150</guid>
		<description><![CDATA[  Warning!     This is different. This is not what it seems. This is a work in progress. Op de website van een andere Michael Tedja, die ergens anders woont dan de Michael Tedja die Hosselen schreef, www.michaeltedja.nl staat desalniettemin iets lezenswaardigs in dit kader: ‘Twenty years from now you will be more disappointed [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<div style="padding-right: 4pt; padding-left: 4pt; padding-bottom: 1pt; padding-top: 1pt; mso-element: para-border-div; border: windowtext 4.5pt solid;">
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-border-alt: solid windowtext 4.5pt; mso-padding-alt: 1.0pt 4.0pt 1.0pt 4.0pt; padding: 0cm;"><span style="font-size: 36pt; color: red; font-family: &quot;Arial Black&quot;; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: 48pt; color: red; font-family: 'Arial Black'; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Warning!</span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-border-alt: solid windowtext 4.5pt; mso-padding-alt: 1.0pt 4.0pt 1.0pt 4.0pt; padding: 0cm;"> </p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-border-alt: solid windowtext 4.5pt; mso-padding-alt: 1.0pt 4.0pt 1.0pt 4.0pt; padding: 0cm;"> </p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-border-alt: solid windowtext 4.5pt; mso-padding-alt: 1.0pt 4.0pt 1.0pt 4.0pt; padding: 0cm;"><span style="font-size: 11pt; color: red; font-family: &quot;Arial Black&quot;; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">This is different. This is not what it seems. This is a work in progress.</span></p>
</div>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"><span style="text-decoration: line-through;">Op de website van een andere Michael Tedja, die ergens anders woont dan de Michael Tedja die <strong><em>Hosselen</em></strong> schreef, </span><a href="http://www.michaeltedja.nl/"><span style="text-decoration: line-through;">www.michaeltedja.nl</span></a><span style="text-decoration: line-through;"> staat desalniettemin iets lezenswaardigs in dit kader: </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="text-decoration: line-through;">‘Twenty years from now you will be more disappointed by the things that you didn&#8217;t do than by the ones you did do. So throw off the bowlines. Sail away from the safe harbor. Catch the trade winds in your sails. Explore. Dream. Discover.’</span> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Verken. Droom. Ontdek. In <em>Hosselen. Een diachronische roman in achtenvijftig gitzwartte facetten over beeldende kunst in identiteitsdenkend Nederland anno 2009</em> spreekt auteur (tevens beeldend kunstenaar, en zo nog even voorts &#8230;) Michael Tedja zijn lezer toe op p. 40: ‘Beste lezer, als ik iets ga maken weet ik van tevoren niet zo goed waar het over gaat of waar het over zou moeten gaan. Dan ben ik bezig met plakken en knippen. Het voortdurend accumuleren van herinneringen. Die tekeningen liggen om mij heen en worden vervolgens geconstrueerd tot beelden, waarin allerlei dingen tegelijk verschijnen. Een combinatie van beeld en gedachten.’ Tedja geeft in <em>Hosselen</em> zijn eigen wereld vorm met een overvloed aan elementen. De lezer krijgt inzicht in dat proces.</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Aanvankelijk wekte de breedvoerigheid en de ogenschijnlijke dwarsheid van Tedja’s stijl bij mij irritatie op. Zo zijn alle ‘facetten’ van de ‘briljant’ waarmee de auteur zijn geesteskind vergelijkt genummerd, maar vervolgens op ‘gehusselde’ wijze achter elkaar geplaatst. Hele passages worden herhaald, er is veel informatie waarvan je je afvraagt: wil ik dat allemaal eigenlijk wel weten? Echter, na een zeer vermoeiend voorspel waarin wij elkander niet vonden besloot ik me als lezer nu eens over te geven aan deze uitdagende, ietwat kinky, vrijage en het boek dan ook op eigen wijze te consumeren. Dan maar niet bij het begin beginnen en volgens het geijkte boekje gestadig door tot met een diepe zucht van verlichting de eindstreep bereikt is. Wat volgde, toen ik mij openstelde voor het experiment, voor het nu eens innemen van een heel andere positie, was een boeiende en unieke ervaring. Bevredigend? Toch wel! </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Sinds 2007 is Michael Tedja aangesteld als intendant Culturele Diversiteit voor het Fonds Beeldende Kunsten Vormgeving en Bouwkunst te Amsterdam. Aan dit zogeheten intendantenproject werkte hij eerder in groepsverband, met beeldend kunstenaars Gillion Grantsaan en Remy Jungerman. De tentoonstelling Wakaman 1 in 2006, in Tent. Rotterdam was daar een resultaat van. Deze maand verscheen in het kader van Wakaman 2 Tedja’s roman <em style="mso-bidi-font-style: normal;"><strong>Hosselen</strong></em>. In juni zal hij een tentoonstelling cureren onder de titel ‘Eat the frame’. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Lang geleden werkte ik in Antiquariaat Kok in Amsterdam. Wat heeft dat er nou mee te maken denkt u misschien. Welnu: in het universum van wakamans &amp; hosselaars heeft alles met alles te maken. Tasha’s World zingt het, u hoeft alleen te luisteren en gehoor te geven: ‘Tap into the flow &#8230;’. Bent u connected? Okee dan! Terug naar Amsterdam, begin jaren negentig. Op een dag kwam er een Surinamer op mijn afdeling. Aan mij was het niet te zien dat ik een belangrijk deel van mijn leven in zijn geboorteland had doorgebracht. Aangezien hij veel sprak en weinig luisterde, kwam het ook niet in me op om hem dat te vertellen. Hij legde mijn gebrek aan behoefte om hem te interrumperen uit als aanmoediging en hij deed me uitgebreid uit de doeken hoe het toeging in zijn land. Wat volgde was een warrig betoog dat er op neer kwam dat men in Suriname boeken schreef en uitgaf omdat men kennis over een bepaald onderwerp wilde delen. ‘Als wij iets geleerd hebben in het leven en we denken dat een ander daar wat aan kan hebben, dan zetten we die dingen in een boek. Zo is het.’ Op het moment zelf dacht ik dat ik voor die dag weer een goede daad verricht had: ik had een eenzaam medemens een luisterend oor geleend en hem het gevoel gegeven dat zijn aanwezigheid er toe deed, in deze grote wereld. Maar door de jaren heen, zijn zijn woorden zo vaak in mijn herinnering gekomen dat ze de omvang van een WAARHEID met grote letters hebben aangenomen. Ook <em style="mso-bidi-font-style: normal;"><strong>Hosselen</strong></em> lijkt ontstaan te zijn van uit die behoefte, om “iets” te delen.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">SMS aan mezelf, na het zien van Remy Jungermans installatie op de expositie ‘Black is Beautiful’, in De Nieuwe Kerk in Amsterdam. ‘n boek hoeft nt altijd t vast stramien te volgen. t kan ook op n winti altaar lijken mt onderdelen die nt gelijksoortig zijn mr die samen n geheel vormen mt verbanden die je zelf kan leggen’ Wanneer ik <em style="mso-bidi-font-style: normal;"><strong>Hosselen</strong></em> opensla, maanden later, zie ik een variatie op dit thema, in 58 facetten nog wel. Ik denk na over de discussie die ook in Tedja’s boek ter sprake komt: ben je Surinaams of Nederlands in je uitingen, of multicultureel, of zwart of wit of zwartwit? De bron waar we uit putten is dezelfde. We tap into the same flow. Of niet? Is het de bril waarmee we kijken, of ligt het aan mij? Tedja roept veel vragen op, hij prikkelt. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">E-mail aan een bevriende kunstenaar op 23 juli 2008, waarin ik naar nu blijkt facet 54 van Tedja geciteerd heb. Ook hij is ‘geraakt’ door Moreno’s woorden die zo goed aangeven dat grenzen begrippen mensen gedachten niet te definieren zijn op een exacte heldere manier.</span><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"> </span></p>
<blockquote>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">23 juli 2008, Boxel, Suriname</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Goedemorgen kunstenaar,</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;">
<div><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Ik wilde je iets laten lezen dat ik tegenkwam op het internet, op een van de websites die te maken heeft met het Wakaman-project. Het is uit een artikel van kunstenaar/publicist Gean Moreno en het artikel heet &#8216;Werkelijk aanwezig&#8217;. Waardoor ik dan moet denken aan ‘Being there’, ken je die film met Peter Sellers, naar het boek van Jerzy Kosinski?</span></div>
<div><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Moreno heeft een lange inleiding en komt dan met dit citaat van Gertude Stein: &#8220;Tenslotte is iedereen, dat wil zeggen iedereen die schrijft, geneigd in zichzelf gekeerd te leven, om te kunnen spreken van wat binnen in hem leeft. Om die reden moeten schrijvers over twee landen beschikken, dat waar ze thuishoren en dat waar ze in werkelijkheid wonen. Het tweede is romantisch, het staat los van henzelf, het is niet echt maar het is werkelijk aanwezig.&#8221;</span></div>
<div><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Waarna Gean Moreno zijn artikel vervolgt met deze zinnen: &#8220;Ik blijf ervan overtuigd dat binnen en buiten, echt en werkelijk aanwezig, thuishoren en niet thuishoren al lange tijd moeilijk zuiver te onderscheiden zijn. Dat is tenminste wat ik leer uit al de pogingen in de hedendaagse kunst om het alledaagse z&#8217;n betovering terug te geven. Het lijkt alsof velen van ons proberen het echte, nu we er niet zeker van zijn waar dat precies te plaatsen, om te vormen naar het werkelijk aanwezige – ons onmisbaar tweede land.&#8221;</span></div>
<p><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Wat een prachtige tekst! Het sluit zo goed aan bij wat ik denk. Het blijft ongrijpbaar en niet eenduidig, ook Moreno heeft geen glasheldere uitleg, maar juist dat is precies zoals het is.</p>
<p><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Lieve groeten, vanuit a kondre segundo, where dreams are reality &#8230; </span></p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span class="sg"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Marieke</span></span></p>
</blockquote>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Op mijn prikbord hangt een tekst. Een boskopu? Een mantra misschien. Woorden zonder eigenaar, die ik tot de mijne heb gemaakt omdat ze tot me spreken. Ik lees <em style="mso-bidi-font-style: normal;"><strong>Hosselen</strong></em>. Ik lees deze woorden, voor de duizendste keer en opnieuw verandert de betekenis ervan.</span></span></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;">You’re trying too hard.</span></span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;">Relax.<span style="mso-tab-count: 1;">         </span><span style="mso-spacerun: yes;">      </span>Listen.</span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;">The drum talks.</span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 14pt; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-family: Times New Roman;">It is a language.</span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Michael Tedja heeft met <strong><em>Hosselen</em></strong> een boek geschreven dat de omvang van een bijbel heeft. ‘Het regent en ik tel de druppels in de lucht, schrijf mijn bijbel.’ (p.335) Of het ook een bijbel is, nee. Maar de waarde zoals mijn profetische klant in het antiquariaat in Amsterdam het voorhield: het delen van kennis, het delen van inzichten die de moeite van het delen waard zijn: die waarde heeft het zeker. Het boek kan ook gezien worden als een denkkader zegt de schrijver: ‘Dit is een denkkader, als een kronkelende slang die zich op een organische, natuurlijke manier ontwikkelt.’ </span><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">(p.75)</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">eat the frame eat the frame</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">because the audience becomes the work</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">it likes the work it likes itself</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">(Michael Tedja, p. 264)</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">‘Als ik goed kijk zie ik overal overduidelijke verbanden. Ik heb keuzes gemaakt die tot nieuwe keuzes hebben geleid, die weer tot nieuwe keuzes hebben geleid.’(p. 282) Niets is nieuw onder de zon ¹, ² , maar door zijn eigenwijze slijpwijze heeft Tedja toch bij vlagen een schittering in mijn ogen gebracht. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">Noten:</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt 36pt; text-indent: -18pt; mso-list: l0 level1 lfo1; tab-stops: list 36.0pt;"><span style="font-size: 8pt; font-family: Arial; mso-fareast-font-family: Arial;"><span style="mso-list: Ignore;">1.<span style="font: 7pt &quot;Times New Roman&quot;;">        </span></span></span><span style="font-size: 8pt; font-family: Arial;">Umberto Eco: ‘Creativiteit is niet zozeer gelegen in het vinden van nieuw materiaal, alswel in de herschikking van het bestaande.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt 36pt; text-indent: -18pt; mso-list: l0 level1 lfo1; tab-stops: list 36.0pt;"><span style="font-size: 8pt; font-family: Arial; mso-fareast-font-family: Arial;"><span style="mso-list: Ignore;">2.<span style="font: 7pt &quot;Times New Roman&quot;;">        </span></span></span><span style="font-size: 8pt; font-family: Arial;">Johann Wolfgang von Goethe: ‘Alles is al eerder bedacht. Het is alleen de kunst om er weer aan te denken.’</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"> </span><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">‘Alles van waarde is krachtig, wat je ziet is wat je krijgt’, verf op foto, A4, 2008</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;">step into my world:</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"><img class="alignnone size-thumbnail wp-image-5152" title="stralen" src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2009/02/stralen-200x200.jpg" alt="stralen" width="209" height="188" /></span></p>
<div></div>
<p><span style="font-size: 10pt; font-family: Arial;"></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-margin-top-alt: auto; mso-margin-bottom-alt: auto;"><span style="font-size: 10pt; color: black; font-family: Arial;">N.B. Deze bespreking heeft in een veel kortere versie ook in <em style="mso-bidi-font-style: normal;">de Ware Tijd</em> gestaan, dagblad in Suriname, 21 februari 2009.</span></p>
<p> </p>
<p> </p>
<p></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2009/02/%e2%80%98kunst-is-het-spel-der-verwijzingen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lijstjes</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2009/01/lijstjes-2/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2009/01/lijstjes-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 02 Jan 2009 19:09:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Arbeiderpers]]></category>
		<category><![CDATA[Jonathan Litell]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4516</guid>
		<description><![CDATA[Op zoek naar mijn agenda waarin ik schrijf wat ik lees, omdat ik een verschrikkelijk geheugen heb realiseer ik me dat ik geen flauw benul heb waar mijn oude agenda is, het is 2 januari 2009. Hoe maak ik nu lijstjes? Nu missen mijn lijstjes al een primair element van wat in de lijstjescultuur zo [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2009/01/9789029566544.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op zoek naar mijn agenda waarin ik schrijf wat ik lees, omdat ik een verschrikkelijk geheugen heb realiseer ik me dat ik geen flauw benul heb waar mijn oude agenda is, het is 2 januari 2009.<br />
Hoe maak ik nu lijstjes? Nu missen mijn lijstjes al een primair element van wat in de lijstjescultuur zo van belang is: de weerslag van wat er in een jaar gepubliceerd is. Maar wie leest nu alleen recent werk?  Goed, mijn recentste boek is toch in 2008 in vertaling verschenen en dat hoef ik in mijn agenda niet na te gaan, want ik heb het nog niet uit: Jonathan Littell <em>De Welwillenden</em>. Mijn lijstje wordt daarmee nogal kort: een half boek.<br />
Wat kan je zeggen over een half boek? Een klein voordeel van mijn warrige lectuur, waarin voortdurend boeken door elkaar heen gelezen worden naast elkaar is dat men niet snel om andermans woorden verlegen zit: ‘Van het uitvinden van buskruit tot aan het splitsen van atomen, van het schieten met kanonnen om de tegenstand van vijanden te breken naar het gooien van de atoombom op Hiroshima is maar een stap, zij het ook een reusachtige: men kan dat, met de dood in het hart, desnoods een logische ontwikkeling noemen. Ieder vernietigingswapen van vergelijkbare omvang zou vroeg of laat de onmogelijkheid van de oorlog aan de orde gesteld hebben, de noodzaak van verantwoordelijkheid en coëxistentie. Maar bij de gaskamers en slavenkampen ging het in wezen om iets heel anders: om het gewelddadig breken van het kristal om het verdelgen van de eeuwigheidsfactor x in het menselijk bewustzijn: daar werd door massale moord, los van oorlogvoering, maar met die oorlogvoering als dekmantel een precedent geschapen voor een onmenselijk gebruik van menselijke wezens, zicht geopend op een volstrekt andere inhumane wereld.’ Hella S. Haasse schrijft dit in haar essay ‘Sporen van geweld’. Op zijn beurt een lijstje -hoe oneerbiedig dat ook klinkt- van verwerking van het thema oorlog in de Nederlandse literatuur van na WOII. Een sterk essay.<br />
Juist om deze stap gaat het in De welwillenden het boek tracht inzicht te verschaffen in de denkwereld van de daders: de ss-officieren die bijdroegen aan de massale vernietiging van de joden. In de introductie van het verhaal geeft de hoofdpersoon de kille rekensom weer die ook de auteur waarschijnlijk regelmatig maakte en waaruit een verwondering ontstond die om uitleg smeekte. Dr. Aue rekent de lezer voor dat er in de beschreven periode elke 4,6 seconde iemand het leven liet van ’41 tot ’45 in Rusland. Wanneer dat uitgerekend is dringt de vraag zich op hoe dat kon, de vraag naar de praktische uitvoering. Die rekensom maken, op het idee komen om dit uit te rekenen is in wezen al een verplaatsing in de logistieke realiteit van de inhumane actie. Een onmenselijk gebruik van menselijk wezens. En ook en vooral: het gewelddadig breken van het kristal, die al te fijne en zeer breekbare coëxistentie van mensen, dat wat na de Holocaust alleen nog maar als kristal te beschouwen is.<br />
Dit voorwoord van Dr. Aue is een heel sterke opening, cynisch, ontdaan van sentimentaliteit. Mijn indruk van de helft van dit boek is een beetje gekleurd door de enorme goed ontvangst van het boek. Door zo’n ontvangst verwacht je veel.  De cynische denker in de proloog is niet representatief voor de officier in de rest van het boek. Wat ik jammer vind is dat deze Aue een intellectueel moet zijn. Een muziekliefhebber, iemand die prachtige gesprekken met een bevriende Dr. kan voeren over de aard en afkomst der Kaukasische talen.Het heeft iets teveel van de psychopaat in ‘The Silence of the Lambs’, enge mensen moeten altijd belezen, intelligent, muziekminnend en seksueel problematisch zijn. Dat maakt het boek inderdaad wel zo boeiend, maar moet iets afdoen van de claim dat men de gedachtewereld van de daders zou leren kennen.<br />
Dr. Aue is een antisemiet vanuit een theoretisch beginsel, niet diep doorvoeld maar gekneed in de leer. Soldaten en legerleider die hij leert kennen in de Oekraïne die een evident wreed genoegen in hun bezigheden scheppen veracht hij. Nog, misschien moet ik nog zeggen, want de systematiek van Auschwitz is halverwege het boek nog niet volledig doorgevoerd en wat die machinale verontmenselijking van slachtoffers zowel als daders zal bewerkstelligen, ligt voor deze lezer nog in de kruitdampen verscholen.  Er wordt met deze Aue tenminste wel enig zicht geopend op de volstrekt inhumane aspecten van de beschreven wereld.<br />
Dr. Voss, de gesprekspartner van Aue in een van de Russische oorden waar Aue verblijft is een linguïst die op zeker moment zeer treffend de wetenschappelijke waan van de rassentheorie onder woorden brengt, Aue voelt dit en kan niet direct antwoorden maar belooft er later op terug te komen. Voss bekoopt dit met zijn leven.  Niet Aue, of iemand in het boek die de vrijdenker hoorde redeneren heeft Voss om zeep geholpen maar de auteur, die zich gerealiseerd moet hebben dat een zo’n helder betoog over de waanzin van de grondbeginselen van deze historische moordpartij, op 1/3 van het boek het verhaal resoluut klem zou zetten als erop terug gekomen zou moeten worden met Voss.<br />
Zo is er heus het een ander op te merken. Maar wat een boek, schreef in Nederland maar eens iemand zo’n boek. Blijk gevend van een obsessieve feitenkennis en de moed een groot thema aan te snijden.<br />
Een half boek op deze lijst, tenzij ik ergens in januari mijn agenda nog vind.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2009/01/lijstjes-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>WFH volledige werken deel 11</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/wfh-volledige-werken-deel-11/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/wfh-volledige-werken-deel-11/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 20 Dec 2008 05:30:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Bezige Bij]]></category>
		<category><![CDATA[W.F.Hermans]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4447</guid>
		<description><![CDATA[Deel 11 van de Volledige werken van Willem Frederik Hermans is verschenen. Het deel is gevuld met beschouwend werk: Het sadistische universum Annum Veritatis De laatste resten tropisch Nederland Het sadistische universum 2 Van Wittgenstein tot Weinreb Machines in bikini Dinky toys Het Huygens Instituut heeft werkelijk een fenomenale site ingericht met achtergrondinformatie over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/handschrift1.gif" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Deel 11 van de Volledige werken van Willem Frederik Hermans is verschenen. Het deel is gevuld met beschouwend werk:<br />
<em>Het sadistische universum<br />
Annum Veritatis<br />
De laatste resten tropisch Nederland<br />
Het sadistische universum 2<br />
Van Wittgenstein tot Weinreb<br />
Machines in bikini<br />
Dinky toys</em></p>
<p>Het Huygens Instituut heeft werkelijk een <a href="http://www.wfhermansvolledigewerken.nl/">fenomenale site</a> ingericht met achtergrondinformatie over de volledige werken van Willem Frederik Hermans. De titelbeschrijvingen van dit deel zijn bij het tikken van dit stukje nog niet online. We geeft de site een lijst van alle<a href="http://www.wfhermansvolledigewerken.nl/index.php?option=com_content&amp;task=view&amp;id=59&amp;Itemid=105"> opgenomen werken.</a> De Delen 1&amp;2, 7, 11 en 12 zijn inmiddels met een voorweinigen inzichtelijk logica reeds verschenen. Het volledige werk zall 24 delen tellen en kent een luxe-uitgave en een publieksuitgave. Zie ook <a href="http://www.willemfrederikhermans.nl/">http://www.willemfrederikhermans.nl/</a></p>
<p>Het is een heel klein beetje wonderlijk dat geen van de grote clubs die dit enorme werk samen aanvatten, De Bezige Bij, Het WFH instituut noch ook het Huygensinstituut op zijn website fatsoenlijk gewag maakt van het verschijnen van dit deel. Er is een lichte vermoeidheid waarneembaar die Hermans naar mijn smaak niet verdiend. Vlaggen uit, loftrompettisten die op de presentatie van het eerste deel (letterlijk!) niet uitbleven hadden iets langere adem mogen hebben. Koopt dit boek allen, vergeten wij Hermans nooit! Hoe actueel is thans bijveerbeeld het bijgaand afgebeelde boek dat in dit deel l11 opgenomen is!<a href="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/js291.gif"><img class="size-medium wp-image-4451 alignright" title="js291" src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/js291-125x200.gif" alt="" width="125" height="200" /></a></p>
<p><strong>Over het project</strong><br />
De editie<br />
In de Volledige Werken worden alle afzonderlijk verschenen werken en de ongebundelde teksten van Willem Frederik Hermans bijeengebracht. De Volledige Werken bestaan uit 23 à 24 verzamelbanden van elk 800 tot 1000 pagina’s, die zijn ingedeeld naar genre: Romans (6 delen), Verhalen en novellen (2 delen), Gedichten (1 deel), Toneelteksten en scenario’s (1 deel), Beschouwend werk (7 delen), Beeldend werk (1 deel), Werk van anderen (1 deel), Ongebundeld werk (3 of 4 delen) en Overig werk (1 deel).</p>
<p>De editie biedt allereerst een betrouwbare, wetenschappelijk verantwoorde tekst. Alle delen gaan bovendien vergezeld van een nawoord, met een beschrijving van de ontstaans- en publicatiegeschiedenis van elke afzonderlijke tekst en een verantwoording. Het beschouwend werk (gebundelde en ongebundelde teksten) krijgt een naam- en titelregister en wordt in beperkte mate voorzien van annotaties. Gelijktijdig met de boekpublicaties verschijnt er op een speciale website een overzicht van de gebruikte bronnen (typoscripten, correctie-exemplaren, drukproeven, drukken enz.), met illustraties, een verantwoording van de uitgegeven teksten en verdere onderzoeksgegevens.</p>
<p>De uitgave, die in samenwerking met het Willem Frederik Hermans instituut (WFHi) gerealiseerd wordt, is bedoeld voor een breed publiek van geïnteresseerden, studenten en wetenschappers en zal verschijnen bij uitgeverij De Bezige Bij, die de Volledige Werken in twee edities presenteert. Een luxe, in linnen gebonden editie, in een beperkte oplage, met daarnaast een papieren gebonden publiekseditie.<br />
Onderzoek en bronnen<br />
Aan de publicatie van de Volledige Werken gaat uitvoerig onderzoek vooraf. Allereerst wordt op grond van bibliografisch- en archiefonderzoek van alle teksten de basistekst, in principe de laatste door de auteur geautoriseerde uitgave, vastgesteld. Hierbij zijn Het bibliografische universum van Willem Frederik Hermans (Frans A. Janssen en Sonja van Stek 2000, tweede herziene en uitgebreide versie 2005) en Schrijven is verbluffen. Bibliografie van de verspreide publicaties van Willem Frederik Hermans (Rob Delvigne en Frans A. Janssen 1996, derde herziene versie 2005), onmisbaar. Tezamen leveren de twee primaire bibliografieën een vrijwel compleet overzicht van de door Hermans gepubliceerde teksten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/wfh-volledige-werken-deel-11/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Passionate Magazine eert P.C. Hooft-prijswinnaar Hans Verhagen</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/passionate-magazine-eert-pc-hooft-prijswinnaar-hans-verhagen/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/passionate-magazine-eert-pc-hooft-prijswinnaar-hans-verhagen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Dec 2008 07:04:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Literair tijdschrift]]></category>
		<category><![CDATA[passionate]]></category>
		<category><![CDATA[Prijzen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4441</guid>
		<description><![CDATA[Op 14 maart 2009 presenteert Passionate Magazine een special over dichter Hans Verhagen in De Balie in Amsterdam. Hans Verhagen wordt 70 jaar en op 28 mei 2009 wordt aan hem de P.C. Hooft-prijs uitgereikt. Passionate Magazine brengt jaarlijks, tijdens de Boekenweek, een special uit. Eerder verschenen er o.a. specials van Passionate Magazine over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/13.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op 14 maart 2009 presenteert Passionate Magazine een special over dichter Hans Verhagen in De Balie in Amsterdam. Hans Verhagen wordt 70 jaar en op 28 mei 2009 wordt aan hem de P.C. Hooft-prijs uitgereikt. Passionate Magazine brengt jaarlijks, tijdens de Boekenweek, een special uit. Eerder verschenen er o.a. specials van Passionate Magazine over de auteurs C.B. Vaandrager en J.A. Deelder.</p>
<p>De special zal ten doop worden gehouden tijdens een hommage-avond aan Hans Verhagen. Auteurs als Remco Campert, Astrid Lampe, Peter Bulthuis, Wim de Bie en John Schoorl hebben reeds toegezegd te komen om Hans Verhagen, die zelf ook aanwezig zal zijn en uit eigen werk voor zal dragen, te eren.</p>
<p>Voor de redactie van Passionate Magazine is Hans Verhagen vanaf de eerste jaargangen een van de inspiratiebronnen geweest. Als redacteur van de tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl stond hij een journalistieke en grootstedelijke literatuur voor, een opvatting die ook de redactie van Passionate Magazine op haar eigen manier probeert uit te dragen. Daarnaast is Verhagen een veelzijdig kunstenaar: Hij is dichter, journalist, televisiemaker en beeldend kunstenaar. De redactie brengt met dit project in kaart hoe een bijzonder auteur/kunstenaar zich ontwikkeld heeft en wat de verschillende invloeden op zijn dichterschap zijn geweest.</p>
<p>De special wordt gelanceerd in de eerste week van de Boekenweek, zaterdag 14 maart 2009, in cultuurcentrum De Balie in Amsterdam. De avond in De Balie is een live-versie van de special van Passionate Magazine, die bijdragen bevat van Hans Verhagen, Remco Campert, Astrid Lampe, Peter Bulthuis, Bas Belleman, Rob Peters, Bernlef, Ramona Maramis, John Schoorl e.v.a.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/passionate-magazine-eert-pc-hooft-prijswinnaar-hans-verhagen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>VERSUS: Geert Mak &amp; Bernhard Schlink</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/versus-geert-mak-bernhard-schlink/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/versus-geert-mak-bernhard-schlink/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 16 Dec 2008 05:30:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Cossee]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4414</guid>
		<description><![CDATA[woensdag 17 december 2008 Versus is een reeks spannende en belangwekkende ontmoetingen in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad, die het beste van de hedendaagse Duitse en Nederlandse literatuur met elkaar confronteert. De Nederlandse literatuur geniet grote populariteit in Duitsland, voor de hedendaagse Duitse literatuur komt de laatste jaren in Nederland steeds meer belangstelling. Op woensdag [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/071113_071113_amsterdam_stadshistorisch_felix_meritis.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>woensdag 17 december 2008</p>
<p>Versus is een reeks spannende en belangwekkende ontmoetingen in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad, die het beste van de hedendaagse Duitse en Nederlandse literatuur met elkaar confronteert. De Nederlandse literatuur geniet grote populariteit in Duitsland, voor de hedendaagse Duitse literatuur komt de laatste jaren in Nederland steeds meer belangstelling. Op woensdag 17 december treden Geert Mak en Bernhard Schlink met elkaar in gesprek over literatuur, fictie en geschiedenis. Christoph Buchwald (Uitgeverij Cossee, de uitgever van Schlink) leidt het gesprek.</p>
<p>Bernhard Schlink (1944) is naast schrijver ook hoogleraar publiekrecht en rechtsfilosofie aan de Berlijnse Humboldt-Universität. In 1995 publiceerde hij Der Vorleser, over een verhouding tussen een jonge jongen en een oudere vrouw die concentratiekampbewaakster geweest blijkt te zijn. Deze met diverse prijzen bekroonde roman werd een bestseller en is over de hele wereld vertaald. Voorts verschenen de verhalenbundel <em>Liebesfluchten</em> (2000) en de roman <em>Die Heimkehr</em> (2005), evenals twee essaybundels. In zijn meest recente roman, Das Wochenende (2008), hier uitgebracht onder de titel Het eerste weekend, belicht Schlink opnieuw een donkere bladzij uit de recente Duitse geschiedenis: de hoofdpersoon is een voormalig RAF-terrorist die na 20 jaar gevangenschap weer op vrije voeten komt. Schlinks werk verschijnt in Nederland bij uitgeverij Cossee.</p>
<p>Geert Mak (1946) is net als Bernhard Schlink van oorsprong jurist. Hij schreef onder meer Een kleine geschiedenis van Amsterdam (1994) alvorens bij een breed publiek bekendheid te verwerven met Toen God verdween uit Jorwerd (1996), over de teloorgang van de Europese boerencultuur, en De eeuw van mijn vader (1999), een geschiedenis van Nederland in de 20e eeuw. In 1999 trok hij een jaar lang door Europa om de ‘staat van het continent&#8217; op te nemen. Uit de stukken die hij hier voor NRC Handelsblad over schreef, ontstond het  reisverslag In Europa (2004), op basis waarvan vervolgens een 35-delige tv-serie is gemaakt. Van 2000 tot 2003 was Mak bijzonder hoogleraar grootstedelijke problematiek aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder dit jaar werd hij onderscheiden met de Leipziger Buchpreis zur Europäischen Verständigung. Zijn werk is in 15 talen vertaald.</p>
<p>Aanvang: 20:00<br />
Toegang: € 6,- / € 5,- (met korting)</p>
<p>Voertaal: Duits</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/versus-geert-mak-bernhard-schlink/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Archief Cornelis Verhoeven naar Letterkundig Museum</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/archief-cornelis-verhoeven-naar-letterkundig-museum/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/archief-cornelis-verhoeven-naar-letterkundig-museum/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Dec 2008 05:30:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Letterkundig Museum]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4349</guid>
		<description><![CDATA[Op 3 december is de nalatenschap van de filosoof en essayist Cornelis Verhoeven  overgedragen aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Verhoeven was tijdens zijn leven langdurig woonachtig in ’s-Hertogenbosch. Bij zijn overlijden in 2001 liet Verhoeven niet alleen een enorm oeuvre na; ook de fysieke nalatenschap was zeer uitgebreid. In 2001 al kreeg zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/1.png" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op 3 december is de nalatenschap van de filosoof en essayist Cornelis Verhoeven  overgedragen aan het Letterkundig Museum in Den Haag. Verhoeven was tijdens zijn leven langdurig woonachtig in ’s-Hertogenbosch. Bij zijn overlijden in 2001 liet Verhoeven niet alleen een enorm oeuvre na; ook de fysieke nalatenschap was zeer uitgebreid. In 2001 al kreeg zijn werkbibliotheek een prominente plaats in het Studiecentrum Soeterbeeck in Ravenstein. Inmiddels is de inventarisatie van zijn literaire nalatenschap gereed gekomen en zijn de belangrijkste onderdelen in meer dan 3.000 foto’s vastgelegd. De nalatenschap van Verhoeven zal compleet met de inventarisatie en bijhorende foto’s in het Letterkundig Museum in Den Haag voor het publiek toegankelijk zijn.</p>
<p>Verhoeven had met publicaties als <em>Rondom de leegte</em> (1965), <em>Het grote gebeuren</em> (1966), <em>Inleiding tot de verwondering</em> (1967) en <em>Tegen het geweld</em> (1967) een grote invloed op het intellectuele klimaat in Nederland. Zijn bibliografie beslaat ruim 3.750 titels en met de Prijs voor Schone Kunsten van de Provincie Noord-Brabant (1963), Anne Frank-prijs (1965) en de P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde (1978) vond zijn werk algemene erkenning. De Katholieke Universiteit van Brussel verleende hem in 1998 een eredoctoraat.</p>
<p>In de nalatenschap bevindt zich een groot aantal handschriften van het werk van Verhoeven; vaak in de vorm van boekjes, door hem zelf zorgvuldig met de hand gemaakt. Belangrijk zijn ook de 245 essays die Verhoeven reeds in de jaren vijftig schreef en die nog niet gepubliceerd zijn. Maar ook lezingen en toespraken zijn in de nalatenschap terug te vinden. Daarnaast is een groot aantal recensies over het werk van Verhoeven bewaard gebleven.</p>
<p>Verhoeven was tevens werkzaam als docent klassieke talen en was als hoogleraar Antieke Filosofie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Van deze periode zijn collegeteksten, voorbereidingen van colleges en vertalingen van klassieke teksten in handschrift bewaard gebleven.</p>
<p>Verhoeven heeft een uitgebreide correspondentie nagelaten. Brieven van uitgevers als Uitgeverij Ambo en van redacties van tijdschriften als Raam en Roeping spelen hierin een belangrijke rol. Van de bijna 5.000 brieven die Verhoeven heeft nagelaten zijn met behulp van een aparte inventarisatie kopieën, deels in handschrift, in de nalatenschap terug te vinden; de grote hoeveelheid brieven gericht aan Verhoeven van o.a. Pé Hawinkels, Charles Vergeer, Kees Fens en Hans Vlek wacht nog op een nadere inventarisatie.</p>
<p>Een aantal zaken in de nalatenschap van Verhoeven heeft een groot biografisch belang. Hij hield de ontwikkeling en opbouw van zijn werkbibliotheek nauwgezet bij en van telefoongesprekken maakte hij gespreksnotities; ook de agenda’s geven een inzicht in zijn werk en leven.</p>
<p>Meer over <a href="http://www.cornelisverhoeven.nl/" target="_blank">Cornelis Verhoeven</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/archief-cornelis-verhoeven-naar-letterkundig-museum/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verzameld werk van Karel van het Reve verschijnt</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/verzameld-werk-van-karel-van-het-reve-verschijnt/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/verzameld-werk-van-karel-van-het-reve-verschijnt/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 06 Dec 2008 05:30:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Etalage]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Karel van het Reve]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4333</guid>
		<description><![CDATA[Altijd helder, een sublieme stijl, humoristisch, eigenzinnig, messcherp als het moest. Uit het hele oeuvre van Karel van het Reve blijkt dat hij anno 2008 onverminderd het toonbeeld is van eigenzinnig en zindelijk denken ten behoeve van een samenleving die een aantal elementaire menselijke waarden in ere wil houden. Hoogste tijd daarom voor een uitgave [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/karel-van-het-reve-verzameld-werk.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Altijd helder, een sublieme stijl, humoristisch, eigenzinnig, messcherp als het moest. Uit het hele oeuvre van Karel van het Reve blijkt dat hij anno 2008 onverminderd het toonbeeld is van eigenzinnig en zindelijk denken ten behoeve van een samenleving die een aantal elementaire menselijke waarden in ere wil houden. Hoogste tijd daarom voor een uitgave van zijn <em>Verzameld werk</em>. Voorafgaand aan dit <em>Verzameld werk</em> verscheen deze week al het boekje van Arnon Grunberg Karel heeft echt bestaan.</p>
<p>Deel 1 omvat de periode 1932–1958. Het laat zien hoe Karel van het Reve (1921–1999) is gevormd door de communistische denkwereld waarin hij opgroeide, maar ook hoe hij zich daar geleidelijk van losmaakte.<br />
Het bevat een aantal nooit eerder gepubliceerde autobiografische teksten, de handelseditie van zijn proefschrift Sovjet-annexatie der klassieken, een keuze uit zijn stukken voor De vrije katheder en Het vrije volk, Van het Reve’s doctoraalscriptie en enkele lezingen over het sovjetsysteem.<br />
Deel 2 omvat de jaren 1959–1968. Het bevat Van het Reves twee romans <em>Twee minuten stilte</em> en <em>Nacht op de kale berg</em>, zijn eerste essaybundel Rusland voor beginners, het reisverslag <em>Siberisch dagboek</em> en een ruime keuze uit de vele nooit gebundelde stukken die hij schreef als correspondent voor Het Parool in Rusland.</p>
<p>Vorige week verscheen een boeiende KAREL VAN HET REVE SPECIAL in de Groene Amsterdammer met bijdragen van o.a. Theodor Holman, Xandra Schutte, Maarten \&#8217;t Hart, Rob Hartmans en Joris van Casteren.<br />
Verzameld werk, deel 1: € 39,00, ISBN 9789028242593<br />
Verzameld werk, deel 2: € 45,00, ISBN 9789028242609<br />
Verschijning: 12 december</p>
<p>Zie ook <a href="http://www.vanoorschot.nl" target="_blank">www.vanoorschot.nl</a></p>
<p>en <a href="http://www.karelvanhetreve.nl" target="_blank">www.karelvanhetreve.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/verzameld-werk-van-karel-van-het-reve-verschijnt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Romantischer dan Romantisch, Bilderdijk herzien</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/romantischer-dan-romantisch-bilderdijk-herzien/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/romantischer-dan-romantisch-bilderdijk-herzien/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Dec 2008 09:30:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Bilderdijk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4361</guid>
		<description><![CDATA[Prof. Dr. Marita Mathijsen-Verkooijen houdt tweede Bilderdijk-lezing 18 december 2008, aanvang 15.30 uur in de Grote of St. BavoKerk te Haarlem. Op donderdag 18 december 2008 zal de 177-ste sterfdag van de Vondel van de negentiende eeuw mr. Willem Bilderdijk (1831-2008) worden herdacht in de Grote of St. Bavokerk aan de Grote Markt te Haarlem. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/12/11.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Prof. Dr. Marita Mathijsen-Verkooijen houdt tweede Bilderdijk-lezing 18 december 2008, aanvang 15.30 uur in de Grote of St. BavoKerk te Haarlem.</p>
<p>Op donderdag 18 december 2008 zal de 177-ste sterfdag van de Vondel van de negentiende eeuw mr. Willem Bilderdijk (1831-2008) worden herdacht in de Grote of St. Bavokerk aan de Grote Markt te Haarlem.</p>
<p>De bijeenkomst is gratis toegankelijk. Het programma begint om 16.00 uur. U bent welkom vanaf 15.30 uur (ingang Oude Groenmarkt).</p>
<p>Denkt u eraan om u warm te kleden! De St. Bavo kent net als 177 jaar geleden geen verwarming!</p>
<p><strong>Het programma luidt als volgt:</strong></p>
<p>Stadsorganist Anton Pauw speelt op het Christiaan Müllerorgel</p>
<p>Welkomstwoord door mr. Bernt Schneiders, burgemeester van Haarlem</p>
<p>De Bilderdijklezing 2008 door prof. dr. Marita Mathijsen-Verkooijen,<br />
hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam: Romantischer dan Romantisch, Bilderdijk herzien</p>
<p>Kranslegging bij het graf van mr. Willem Bilderdijk</p>
<p>Stadsdichter van Haarlem George Moormann draagt het gedicht &#8216;Groeten uit de Bilderdijkstraat&#8217; voor van Adriaan Jaeggi (1963-2008).  Als hommage aan zijn veel te jong overleden collega, voormalig stadsdichter van Amsterdam die dit gedicht in 2006 voordroeg bij het graf van Bilderdijk in de St Bavo. Ter gelegenheid van de herdenking van de 175ste sterfdag van Bilderdijk.</p>
<p>Voor reserveringen bel 023-5329508/020-6388785  of stuur een email naar <span class="mh-hyperlinked"><a href='http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&c=jnrP-bCJTUpDuan9b7LNFuoCWkxM2RizA51K9arfi3k=' onclick="window.open('http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&amp;c=jnrP-bCJTUpDuan9b7LNFuoCWkxM2RizA51K9arfi3k=', '', 'toolbar=0,scrollbars=0,location=0,statusbar=0,menubar=0,resizable=0,width=500,height=300'); return false;">info@dezingendezaag.com</a></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/romantischer-dan-romantisch-bilderdijk-herzien/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Meer Modiano; en Hélène Berr</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/12/meer-modiano/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/12/meer-modiano/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 02 Dec 2008 09:30:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Etalage]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Literair tijdschrift]]></category>
		<category><![CDATA[Onder de leeslamp]]></category>
		<category><![CDATA[De Geus]]></category>
		<category><![CDATA[Patrick Modiano]]></category>
		<category><![CDATA[Tirade]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4309</guid>
		<description><![CDATA[Op deze website is de nodige aandacht voor de nieuwe roman van Patrick Modiano geweest, Op de website van literair tijdschrift Tirade &#8211; waar integraal een fraai artikel van Manet van Montfrans te lezen is &#8211; verscheen recentelijk ook een voorwoord van Patrick Modiano bij het  dagboek Hélène Berr in een vertaling van Marianne Kaas: [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/11/01020106340500.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op deze website is de nodige aandacht voor de nieuwe roman van Patrick Modiano geweest, Op de website van literair tijdschrift Tirade &#8211; waar integraal een fraai artikel van Manet van Montfrans te lezen is &#8211; verscheen recentelijk ook een voorwoord van Patrick Modiano bij het  dagboek Hélène Berr in een vertaling van Marianne Kaas:</p>
<p>Hélène Berr,  DAGBOEK 1942 – 1944</p>
<p><em>voorwoord   van   Patrick   Modiano (vertaling Marianne Kaas, te verschijnen bij de Geus)</em></p>
<p>Een meisje loopt door Parijs, in 1942. En omdat ze zich in het begin van dat jaar al niet gerust voelde, begreep dat er iets in de lucht hing, begon ze in april een dagboek bij te houden. Sindsdien is er meer dan een halve eeuw verstreken, maar op elke bladzij zijn we in het heden, samen met haar. Haar die zich soms zo eenzaam voelde in het bezette Parijs, haar vergezellen we, dag na dag. Haar stem is zo nabij, in de stilte van dat Parijs … Op de eerste dag, dinsdag 7 april 1942, gaat ze ’s middags op nummer 40 van de rue de Villejust bij de conciërge van Paul Valéry een boek afhalen: ze is zo vermetel geweest om de oude dichter te vragen er een opdracht voor haar in te schrijven. Als ze aanbelt stuift een foxterriër al blaffend op haar af. `Heeft monsieur Valéry misschien een pakje voor me achtergelaten?</p>
<p>Lees verder op <a href="http://www.hollands-spoor.nl/tirade/?page_id=864" target="_blank">Tirade.nu</a></p>
<p>Lees hier een bespreking in <a href="http://www.spiegel.de/international/europe/0,1518,527687,00.html">Der Spiegel online</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/12/meer-modiano/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Discussie over &#8216;De Welwillenden&#8217; van Jonathan Littell.</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/11/discussie-over-de-welwillenden-van-jonathan-littell/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/11/discussie-over-de-welwillenden-van-jonathan-littell/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 22 Nov 2008 09:30:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Cultura]]></category>
		<category><![CDATA[Jonathan Litell]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4235</guid>
		<description><![CDATA[Op dinsdag 2 december ontvangt Kenneth van Zijl in Knetterende Letteren schrijver Kees ’t Hart. Met zijn nieuwe roman De keizer en de astroloog wekt hij Keizer Wilhelm II weer tot leven, maar belangrijker is dat hij dit doet in de stijl van Simon Vestdijk. Een heerlijke roman, die echter wel vragen oproept over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/11/1.png" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op dinsdag 2 december ontvangt Kenneth van Zijl in Knetterende Letteren schrijver Kees ’t Hart. Met zijn nieuwe roman <em>De keizer en de astroloog</em> wekt hij Keizer Wilhelm II weer tot leven, maar belangrijker is dat hij dit doet in de stijl van Simon Vestdijk. Een heerlijke roman, die echter wel vragen oproept over de literatuuropvattingen van Kees ’t Hart.</p>
<p>Het Knetterende Letteren-forum gaat over <em>De Welwillenden</em> ( Prix Concourt 2006) van de Frans / Amerikaanse schrijver Jonathan Littell. In deze pil van bijna 1000 pagina’s volgen we de gruwelijkheden van een SS officier, minutieus en op de voet. Het is de eerste keer dat het onmenselijke van de Endlösung door de ogen van de daders wordt beschreven. Littell is in staat de lezer sympathie en begrip te laten opbrengen voor het handelen van deze SS-officier.</p>
<p>In Frankrijk en Duitsland heeft deze roman tot woedende reacties geleid.</p>
<p>Vertaalster Janneke van der Meulen, critica Elsbeth Etty (NRC) en professor Maarten van Buuren ( Franse taal- en letterkunde, UU) over het belang van deze roman.</p>
<p>Rachida Lamrabet is een jonge Vlaams / Marokkaanse schrijfster die met durf en passie verhalen schrijft over de vreugde, de gruwel en het  onvoorspelbare lot in de grootstad. De verwondering in deze verhalen wekt een elektriserende spanning op.</p>
<p>Knetterende Letteren – afl. 8, dinsdag 2 december 20.30 – 21.30 uur bij Cultura<br />
Kees ’t Hart, Rachida Lamrabet en een discussie over “ De Welwillenden” van Jonathan Littell.</p>
<p>Het literatuurprogramma Knetterende Letteren is maandelijks te zien op <a href="http:// www.cultura.nl " target="_blank">Cultura</a>: het non stop themakanaal voor kunst en cultuur van de Publieke Omroep. Cultura is te bekijken op digitale televisie en op internet. 24 uur per dag, 7 dagen per week recente en oudere programma’s over klassieke en populaire muziek, boeken, films en (podium)kunsten, met documentaires, talkshows en andere schatten uit het omroeparchief.</p>
<p>Iedere dinsdagavond staat vanaf 20.30 uur in het teken van literatuur.</p>
<p><a href="www.cultura.nl http://" target="_blank">www.cultura.nl </a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/11/discussie-over-de-welwillenden-van-jonathan-littell/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Artikel over roman Patrick Modiano</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/11/lees-geheel-artikel-over-roman-patrick-modiano/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/11/lees-geheel-artikel-over-roman-patrick-modiano/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 06 Nov 2008 05:30:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Etalage]]></category>
		<category><![CDATA[Literair tijdschrift]]></category>
		<category><![CDATA[Patrick Modiano]]></category>
		<category><![CDATA[Querido]]></category>
		<category><![CDATA[Tirade]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=4073</guid>
		<description><![CDATA[Op de website van Tirade is zoals aangekondigd de &#8216;topografische analyse&#8217; door Manet van Montfrans van de roman In het café van de verloren jeugd van Patrick Modiano te lezen: ‘Halverwege de weg van het ware leven gingen we gehuld in een zwarte melancholie, die doorklonk in zoveel spottende en trieste woorden, in het café [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/les-escaliers-de-montmartre-paris-affiches1-214x300.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op de website van Tirade is zoals aangekondigd de &#8216;topografische analyse&#8217; door Manet van Montfrans van de roman <em>In het café van de verloren jeugd </em>van Patrick Modiano te lezen:</p>
<p>‘Halverwege de weg van het ware leven gingen we gehuld in een zwarte melancholie, die doorklonk in zoveel spottende en trieste woorden, in het café van de verloren jeugd.’ Aan dit citaat uit een film van Guy Debord ontleende Patrick Modiano de titel en het motto van zijn recent verschenen roman Dans le café de la jeunesse perdue.2 Het is een vrije variatie op de eerste drie verzen van de Divina Commedia: ‘Op het midden van onze levensweg bevond ik mij in een donker woud, omdat ik van de rechte weg was afgedwaald’. De danteske inslag van Debords film blijkt ook al uit de titel: In girum imus nocte et consumimur igni (Wij dolen rond in de nacht en worden door vuur verteerd).</p>
<p>Debord (1931-1994) was een van de oprichters van de Internationale situationniste, een kleine politiek-artistieke beweging die zich tegen de opkomende consumptie- en mediamaatschappij keerde, en als wegbereider van mei ’68 optrad. Hij is vooral bekend om zijn kritische beschouwingen in La Société du spectacle (1967) en Commentaires sur la société du spectacle (1988), waarin hij de beeldcultuur als de nieuwe religie van het kapitalisme en de burger als willoze consumptieslaaf afschildert. De Internationale situationniste ontbond zichzelf in 1972. De film In girum … dateert uit 1978 en is een terugblik op de protestbewegingen uit de jaren zestig</p>
<p><a href="http://www.hollands-spoor.nl/tirade/?page_id=710" target="_blank">Lees hier verder.</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/11/lees-geheel-artikel-over-roman-patrick-modiano/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ontmoeting met Jean Hatzfeld</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/ontmoeting-met-jean-hatzfeld/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/ontmoeting-met-jean-hatzfeld/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Oct 2008 05:30:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Franse literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Jean Hatzfeld]]></category>
		<category><![CDATA[Maison Descartes]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3836</guid>
		<description><![CDATA[Op 2 december gaat Jean Hatzfeld in gesprek met Pieter van den Blink , ter gelegenheid van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn roman De strategie van de antilopen (La stratégie des antilopes) Prix Médicis 2007: Derde deel van een trilogie die gewijd is aan de genocide in Rwanda waarin Jean Hatzveld, gerenommeerd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/9789023414643.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op 2 december gaat<strong> Jean Hatzfeld</strong> in gesprek met Pieter van den Blink , ter gelegenheid van het verschijnen van de Nederlandse vertaling van zijn roman <em>De strategie van de antilopen</em> (<em>La stratégie des antilopes</em>) Prix Médicis 2007: Derde deel van een trilogie die gewijd is aan de genocide in Rwanda waarin Jean Hatzveld, gerenommeerd journalist bij de krant Libération, verschillende getuigenissen heeft opgetekend.<br />
In het eerste deel (<em>Dans le nu de la vie</em> &#8211; 2000) ondervraagt Jean Hatzveld de slachtoffers, om<br />
vervolgens de daders aan het woord te laten in het tweede deel (<em>Seizoen van de machetes </em>- 2003).<br />
Als derde deel van dit boekwerk dat memoires en schrijfkunst samenbrengt beschrijft <em>De strategie<br />
van de antilopen</em> wat er gebeurde toen de Rwandese regering in 2003 de beslissing nam om<br />
tienduizenden Hutu’s te bevrijden in het kader van nationale verzoening. Het brengt een tragische<br />
tegenstrijdigheid voort: verzoening is noodzakelijk, maar ook onmogelijk.<br />
<strong>Jean Hatzfeld</strong><br />
Jean Hatzfeld is in 1949 in Madagascar geboren en werd in de begintijd van Libération midden<br />
jaren70 journalist bij deze krant. In het begin was hij sportverslaggever, daarna wordt hij een<br />
gerenommeerd journalist en bericht hij over de oorlogen in het Midden-Oosten, Afrika en de<br />
Balkan. Aan de hand van zijn herinneringen van vijfentwintig jaar oorlogscorrespondent schrijft hij<br />
een essay, <em>L&#8217;Air de la guerre</em> (1994) en een aantal romans, waaronder<em> La Guerre au bord du fleuve</em><br />
(1999) en <em>La Ligne de flottaison</em> (2005).<br />
In 1994 begeeft hij zich naar Rwanda om een reportage te maken over het bloedbad dat dit land<br />
uitvoert en besluit dan te stoppen als journalist om zich te richten op zijn onderzoek naar de<br />
genocide.</p>
<p>Meer informatie <a href="http://www.maisondescartes.nl">www.maisondescartes.nl</a></p>
<p>Dinsdag 2 December – 20.00 uur In samenwerking met Uitgeverij De Bezige Bij<br />
Voertaal Frans<br />
Tarieven: 6/4,5/3,5 €</p>
<p>Over <em>Seizoen van de Machetes</em>:</p>
<p>In het voorjaar van 1994 vermoordden Rwandeze Hutu&#8217;s honderdduizenden van hun Tutsi-landgenoten. In deze slachtpartij was een kapmes, de machete, het meest gebruikte moordwapen. Kort na de genocide reisde oorlogsverslaggever Jean Hatzfeld naar het dorpje Nyamata. Hij voerde diepgaande gesprekken met een groepje daders om erachter te komen wat hen bezielde. Waarom grepen deze gewone, respectabele leraren, boeren en winkeliers op een kwade dag hun kapmessen om hun streekgenoten af te slachten? Hatzfeld stelde vele vragen en kreeg een fascinerend en ontluisterend inzicht in de psychologie van de daders. Seizoen van de machetes is een verhelderend document over de banaliteit van het kwaad. Susan Sontag schreef speciaal voor deze editie een voorwoord.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/ontmoeting-met-jean-hatzfeld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De magie van Murakami</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/de-magie-van-murakami/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/de-magie-van-murakami/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 15 Oct 2008 05:30:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Murakami]]></category>
		<category><![CDATA[SLAA]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3819</guid>
		<description><![CDATA[De Japanse schrijver Haruki Murakami (1949) wordt door miljoenen lezers bewonderd. Tim Krabbé is een van hen. Krabbé bekende in &#8216;De wereld draait door&#8217; alle boeken van Murakami inmiddels twee keer gelezen te hebben. Wat is de magie van Murakami? Zijn werk staat ver af van het exotisme van bamboe en kersenbloesem, van kimono’s en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/482730.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>De Japanse schrijver <strong>Haruki Murakami</strong> (1949) wordt door miljoenen lezers bewonderd. <strong>Tim Krabbé</strong> is een van hen. Krabbé bekende in &#8216;De wereld draait door&#8217; alle boeken van Murakami inmiddels twee keer gelezen te hebben. Wat is de magie van Murakami? Zijn werk staat ver af van het exotisme van bamboe en kersenbloesem, van kimono’s en geisha’s. Dit is het Japan van de grote kantoren, van het harde werken, ook ’s nachts, van conformisme en eenzaamheid, van de ochtend afwachten in parken en nachtrestaurants. Zijn personages zijn vaak dolende zielen, neergezet in filmische decors, met  muziek als constante factor. Murakami is duidelijk beïnvloed door het westen. <strong>Ivo Smits</strong> &#8211; groot  kenner van Japan – onderzoekt welke plaats Murakami in de Japanse literaire traditie inneemt. <strong>Thomas van Aalten, Saskia de Coster, Herman Koch </strong>en<strong> Christine Otten</strong> getuigen van hun fascinatie voor Murakami. <strong>Auke Hulst </strong>heeft een publicatie van Murakami als inspiratiebron gebruikt voor een muzikale bijdrage. Ivo Smits gaat met drie Murakamianen rond de tafel zitten om de magie van Murakami te achterhalen: <strong>Lisa Doeland, Herman Koch </strong>en<strong> Christine Otten. </strong></p>
<p>Dinsdag 28 oktober, 20.00, in de Balie, Amsterdam.</p>
<p>Informatie over de deelnemers: <a href="http://www.slaa.nl" target="_blank">www.slaa.nl</a>.</p>
<p>Bekijk ook vooral: <a href="http://www.murakami.nl/" target="_blank">http://www.murakami.nl/</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/de-magie-van-murakami/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Claus, vertaler pur sang</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/claus-vertaler-pur-sang/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/claus-vertaler-pur-sang/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 14 Oct 2008 09:30:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair tijdschrift]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Filter]]></category>
		<category><![CDATA[Hugo Claus]]></category>
		<category><![CDATA[Vertalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3870</guid>
		<description><![CDATA[Claus, vertaler pur sang Begin dit jaar overleed Hugo Claus, vermaard als schrijver en als veelzijdig kunstenaar. Maar evengoed &#8211; of misschien: meer nog- is Claus een fabuleuze, soms ook mysterieuze vertaler. In vier bijdragen wordt geprobeerd te achterhalen wat het geheim is achter zijn teksten. Verder neemt Henri Bloemen de vertaalwetenschap flink de maat. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/21.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Claus, vertaler pur sang<br />
Begin dit jaar overleed Hugo Claus, vermaard als schrijver en als veelzijdig kunstenaar. Maar evengoed &#8211; of misschien: meer nog- is Claus een fabuleuze, soms ook mysterieuze vertaler. In vier bijdragen wordt geprobeerd te achterhalen wat het geheim is achter zijn teksten. Verder neemt Henri Bloemen de vertaalwetenschap flink de maat. Hij bespreekt een boek van Mona Baker en vraagt zich af of haar positie, die hij aanvecht, symptomatisch is voor de gehele vertaalwetenschap. Voorts, ter relativering en vermaak: metatalige reflectie en complottheorie, maar dan Vertaliaans en zuurstofarm.</p>
<p>Filter<br />
Tijdschrift over vertalen<br />
jaargang 15, aflevering 3</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/claus-vertaler-pur-sang/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oerboek: Mensje van Keulen bij de SLAA</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/oerboek-mensje-van-keulen-bij-de-slaa/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/oerboek-mensje-van-keulen-bij-de-slaa/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Oct 2008 05:30:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Atlas]]></category>
		<category><![CDATA[Mensje van Keulen]]></category>
		<category><![CDATA[SLAA]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3816</guid>
		<description><![CDATA[Het eerste boek van een schrijver komt voor het lezerspubliek meestal uit de lucht vallen. Heeft de schrijver blanco papier voor zich neergelegd en is hij daarop zijn eerste roman gaan schrijven? Dat is een rooskleurige voorstelling van zaken. Talloze schrijvers beschikken over een ongepubliceerd manuscript waaruit het debuut of zelfs het hele oeuvre is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/9789045008776.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Het eerste boek van een schrijver komt voor het lezerspubliek meestal uit de lucht vallen. Heeft de schrijver blanco papier voor zich neergelegd en is hij daarop zijn eerste roman gaan schrijven? Dat is een rooskleurige voorstelling van zaken. Talloze schrijvers beschikken over een ongepubliceerd manuscript waaruit het debuut of zelfs het hele oeuvre is voortgekomen: het oerboek.</p>
<p>In de vroegste verhalen van Mensje van Keulen zijn al sporen van haar latere werk en stijl te vinden, dat gekenmerkt wordt door een rauw, onopgesmukt realisme. In <em>De schriften wachten</em> (uitgeverij Atlas, 2008) worden drie van deze vroege verhalen voor het eerst in boekvorm gepubliceerd. Daarnaast is haar debuut <em>Bleekers zomer</em> (1972) opgenomen. Mensje van Keulen blikt, ook aan de hand van beeldmateriaal, terug op de ontwikkeling van haar schrijverschap.</p>
<p>Een oerboek kan uit alle mogelijke materiaal bestaan. <strong>Mirjam Rotenstreich,</strong> mederedacteur van de reeks Oerboek, geeft tekst en uitleg over ‘de glanzende kiemcel’. <strong>Wanda Reisel, Helga Ruebsamen </strong>en<strong> Jan Siebelink </strong>vertellen hoe hun oerteksten eruit zien en lezen er (misschien) fragmenten uit voor.</p>
<p>Tot besluit praat Maarten ’t Hart met Mensje van Keulen over haar oerboek <em>De schriften wachten</em>.<br />
Zondag 26 oktober, 15.00, in de Balie, Amsterdam.</p>
<p>Informatie over de deelnemers: <a href="http://www.slaa.nl" target="_blank">www.slaa.nl</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/oerboek-mensje-van-keulen-bij-de-slaa/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Recensie van Proces-verbaal J.M.G le Clézio</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/recensie-van-proces-verbaal-jmg-le-clezio/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/recensie-van-proces-verbaal-jmg-le-clezio/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 10 Oct 2008 07:47:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies van leden]]></category>
		<category><![CDATA[Nobelprijs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3858</guid>
		<description><![CDATA[Lees hier de recensie die Literair Nederland publiceerde over het debuut van de verse Nobelprijswinnaar Jean-Marie Gustave Le Clézio. Klik hier.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/2260290.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Lees hier de recensie die Literair Nederland publiceerde over het debuut van de verse Nobelprijswinnaar Jean-Marie Gustave Le Clézio. Klik <a href="http://www.literairnederland.nl/2004/05/1555/" target="_self">hier</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/recensie-van-proces-verbaal-jmg-le-clezio/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een ontmoeting met Julian Barnes</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/een-ontmoeting-met-julian-barnes/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/een-ontmoeting-met-julian-barnes/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Oct 2008 09:30:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Agenda]]></category>
		<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[CrossingBorder]]></category>
		<category><![CDATA[Julian Barnes]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3779</guid>
		<description><![CDATA[Crossing Border organiseert op donderdag 6 november een BorderKitchen met de Engelse auteur Julian Barnes, auteur van Flauberts Papegaai en onder meer het prachtige boek  A History of the World in 10 1/2 chapter. Barnes is tevens en winnaar van de Prix Médicis en de Prix Fémina Hij vertelt over zijn boek Niets te Vrezen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/l_history10.gif" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Crossing Border organiseert op donderdag 6 november een BorderKitchen met de Engelse auteur Julian Barnes, auteur van <em>Flauberts Papegaai</em> en onder meer het prachtige boek  <em><a href="http://www.csulb.edu/~bhfinney/Barnes.html" target="_blank">A History of the World in 10 1/2 chapter</a>. Barnes is tevens </em>en winnaar van de Prix Médicis en de Prix Fémina Hij vertelt over zijn boek <em>Niets te Vrezen</em> in de BorderKitchen in Den Haag.</p>
<p>Julian Barnes is geboren in Leicester, Engeland en debuteerde in 1960 met Metroland. Grote bekendheid verwierf Barnes onder andere met Flauberts Papegaai. Hij heeft voor zijn boeken een aanzienlijk aantal prijzen gekregen, hij is de enige auteur die zowel de Prix Médicis en de Prix Fémina heeft gewonnen. Op 26 september verschijnt <em>Niets te vrezen.</em><br />
‘Ik geloof niet in God, maar ik mis hem.’ Julian Barnes’ nieuwe boek is onder meer een familiegeschiedenis, een ideeënwisseling met zijn broer – die een vooraanstaand filosoof is – een overdenking van de dood, een viering van de kunst, een discussie over God en een eerbetoon aan de Franse schrijver Jules Renard.</p>
<p>De avond begint om 20.00 uur en een kaart kost 5 euro. De locatie is de Weimarstraat 36 in Den Haag. Kaarten zijn te koop bij Boekhandel Paagman, Frederik Hendriklaan in Den Haag. Er kan ook telefonisch gereserveerd worden tijdens werkdagen via 070-3462355 of per mail naar <span class="mh-hyperlinked"><a href='http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&c=js-CbE1c2hRBKAC90YmB7F6gmAK178EXxsnW5VUP9L0=' onclick="window.open('http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&amp;c=js-CbE1c2hRBKAC90YmB7F6gmAK178EXxsnW5VUP9L0=', '', 'toolbar=0,scrollbars=0,location=0,statusbar=0,menubar=0,resizable=0,width=500,height=300'); return false;">info@borderkitchen.nl</a></span>. (let op: de salon heeft een beperkte capaciteit).</p>
<p>(lees ook Arthur &amp; Geordge van Julian Barnes of:</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/een-ontmoeting-met-julian-barnes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sybren Polet centraal in nieuwe Parmentier</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/sybren-polet-centraal-in-nieuwe-parmentier/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/sybren-polet-centraal-in-nieuwe-parmentier/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 05 Oct 2008 09:30:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Literair tijdschrift]]></category>
		<category><![CDATA[Parmentier]]></category>
		<category><![CDATA[Sybren Polet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/?p=3775</guid>
		<description><![CDATA[Op donderdag 4 september jongstleden presenteerde literair tijdschrift Parmentier in de OBA in Amsterdam zijn nieuwste nummer. Dit nummer is gewijd aan een van Nederlands grootste schrijvers, Sybren Polet. Aanleiding is de heruitgave van Polets Lokienreeks door Uitgeverij Wereldbibliotheek. Bart Vervaeck en Arnoud van Adrichem stelden het dossier Lokiniade samen, waarin zij enkele Lokienkenners vroegen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/10/17_3.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Op donderdag 4 september jongstleden presenteerde literair tijdschrift Parmentier in de OBA in Amsterdam zijn nieuwste nummer. Dit nummer is gewijd aan een van Nederlands grootste schrijvers, Sybren Polet. Aanleiding is de heruitgave van Polets Lokienreeks door Uitgeverij Wereldbibliotheek. Bart Vervaeck en Arnoud van Adrichem stelden het dossier Lokiniade samen, waarin zij enkele Lokienkenners vroegen een nieuw venster op de cyclus te openen.</p>
<p><strong>Sybren Polet</strong> zelf opent het dossier met enkele literair-theoretische notities die interfereren met de Lokienreeks. <strong>August Hans den Boef</strong> treedt in debat met Polet door diens poëticale uitspraken te confronteren met onder meer <em>Xpertise</em> of <em>De experts en het rode lampje.</em> <strong>Paul de Wispelaere</strong> waagt zich aan een herlezing van <strong>De cirkelbewoners</strong>, en stelt vast dat de roman zoveel jaar na verschijnen nog steeds brandend actueel mag heten. Sven Vitse essayeert over het politieke engagement in het proza van Polet. <strong>Lukas De Vos</strong> behandelt de utopie in het werk van Polet aan de hand van het onzekerheidsprincipe van Heisenberg en de sciencefiction. Voorts onderzoekt<strong> Lars Bernaerts</strong> de constructie van het bewustzijn in <em>Breekwater, Verboden tijd</em> en <em>Mannekino</em>. <strong>Bart Vervaeck</strong> nam het (voorlopige) sluitstuk van de cyclus, de roman <em>Bedenktijd</em>, als uitgangspunt voor zijn essay over Lokiens empathie. Deze Lokiniade eindigt met een oorlogsverhaal van <em>Agur Sevink</em> dat reminiscenties oproept aan de onheilspellende passages uit <em>De hoge hoed der historie</em>.</p>
<p>Buiten het dossier treft u een essay van<strong> Jan Baetens</strong> en <strong>Arnoud van Adrichem </strong>over de graphic novels van <strong>Dominique Goblet</strong>, een striptekenaar die zich, net als Sybren Polet, graag mag bewegen op de grensvlakken van verschillende disciplines.</p>
<p>Voorts een in memoriam voor <strong>Kamiel Vanhole</strong> (1954-2008), geschreven door zijn vriend en collega-schrijver<strong> Leon Gommers.</strong> Vanholes werk loopt als een rode draad door de geschiedenis van Parmentier. Zijn veel te vroege dood heeft de huidige en voorgaande redactie(s) geschokt.</p>
<p>De nieuwste Parmentier besluit met een lang, uiterst ritmisch gedicht van <strong>Lucas Hüsgen</strong>, ‘Keyser Söze (meteen denken)’, waarin enkele gebruikelijke verdachten langskomen &#8211; verdachten die misschien wel op de vlucht zijn voor een van Lokiens afsplitsingen, de listige detective en undercoveragent Perdox die meer avonturen schept dan misdaden oplost.</p>
<p>Parmentier 17-3; Lokiniade</p>
<p>Prijs: € 9,- / abonnement (4 nummers per jaar): € 25,-</p>
<p>Voor bestellingen en meer informatie zie: <a href="http://www.literairtijdschriftparmentier.nl" target="_blank">www.literairtijdschriftparmentier.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/sybren-polet-centraal-in-nieuwe-parmentier/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Victorie door Coen Peppelenbos</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/10/victorie-door-coen-peppelenbos/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/10/victorie-door-coen-peppelenbos/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Oct 2008 05:33:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Menno Hartman</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Recensies van leden]]></category>
		<category><![CDATA[Arbeiderpers]]></category>
		<category><![CDATA[Coen Peppelenbos]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland.nl/2008/10/victorie-door-coen-peppelenbos/</guid>
		<description><![CDATA[Coen Peppelenbos, redacteur van Literair Nederland schreef de roman Victorie die recentelijk bij De Arbeiderpers uitkwam. Eerder was hij co-auteur -met Doeke Sijens- van een tweetal boeken uitgegeven door De Kleine Uil. In het eerste van de drie delen in deze korte roman wordt Merijn &#8211; de broer van de hoofdpersoon &#8211; gevolgd nadat bekend [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>
	<img src="http://www.literairnederland.nl/wp-content/uploads/2008/09/omslag-victorie.jpg" alt="This image has no alt text" />
	</p><p>Coen Peppelenbos, redacteur van Literair Nederland  schreef de roman <em>Victorie</em> die recentelijk bij De Arbeiderpers uitkwam.  Eerder was hij co-auteur -met Doeke Sijens- van een tweetal boeken uitgegeven door De Kleine Uil. In het eerste van de drie delen in deze korte roman wordt Merijn &#8211; de broer van de hoofdpersoon &#8211; gevolgd  nadat bekend is geworden dat de hoofdpersoon, Victor, dood gevonden is.</p>
<p>Het tweede deel gaat over Sarah. We volgen er de gedachten van een leraar Engels, die in zijn huis dit meisje vasthoudt, het vriendinnetje van Merijn en waarin duidelijk wordt dat deze Ten Haaf Merijn gedood heeft door een grote steen naar hem te gooien, nadat hij hem met een camera had gezien. Merijn stond met die camera achter het raam, op het moment dat Sarah de leraar Engels aan het pijpen was in zijn woonkamer, de docent vermoedde onmiddellijk kwade opzet en chantage.</p>
<p>In het derde deel wordt een boeiende relatie beschreven tussen deze twee adolescenten en Stefan, Victors vriend. Sarah blijkt een meisje te zijn dat graag het initiatief neemt en dat een pijnlijke ervaring achter de rug heeft. Gedriëen testen ze docenten uit, eerst intellectueel, later seksueel. Zonder chantagebedoelingen overigens, wat het geheel dus tragisch toevallig maakt.</p>
<p>Merijn, de hoofdpersoon van het eerste deel, is fotograaf, heeft net als zijn broer Victor zijn ouders vroeg verloren in een ongeluk, en bracht zijn jeugd door op een kasteeltje in Salland. Voor het hek van dat kasteel verschijnen na de dood van Victor knuffelberen, brieven, een bloemenzee. Niet kort daarna volgt de stille tocht. Wanneer Merijn spreekbuis van de familie wordt, blijkt zijn mediageniek karakter. Een handige vriend en sauna-eigenaar treedt op als spindoctor en gezamenlijk stampen ze een Trots op Nederlandachtige beweging uit de grond die &#8216;Victorie&#8217; gaat heten.</p>
<p>Aan dit staketsel dat het plot is hangt de schrijver natuurlijk zijn kerstballen van inhoud en kleur: het eerste deel tracht een afrekening te zijn met de medialisering van Nederland, de leegte waarin de goegemeente slechts eensgezindheid vindt in obligate rouw en volkswoede. Merijn wordt achtervolgd door een te dikke fotograaf met een slechte huid, die eerder al eens in een scène die aan Lady Di in Parijs doet denken een foto maakte van hun ouders, in een autokarkas om een boom gebogen. We moeten herinnering krijgen aan hetzes rond Fortuin, Van Gogh, Wilders, Verdonk,dat wat Nederland de eerste paar jaar van het millennium bezighield.</p>
<p>In het tweede deel versiert de schrijver zijn outline met Belgische toestanden van gekelderde meisjes, misse mannen van het type Oostenrijker dat een heel gezin -dat hij zelf voortbracht- onder zijn huis gevangen hield. Het derde deel toont een paar aantrekkelijke, intelligente adolescenten a la Holden Caulfield die het allemaal niet meer weten, leuk experimenteren, met macht, mogelijkheden en seks.</p>
<p>Waar wordt deze roman nog het boeiendst: in de weergave van idolatie en braderiefilosofie die toch tot grote hilariteit zou moeten leiden? Nee daar gebeurt het niet.  De aandacht van de media voor zowel de moord als de persoon van de broer zijn weinig geloofwaardig  vormgegeven, de ontwikkeling van de Beweging is volledig oningevuld -en dat is niet leuk ‘omdat dat soort bewegingen nu juist leeg zijn’. Schuilt de kracht van de roman dan de akelige keldersfeer van de zwaargefrustreerde middelbare schooldocent die online met bont gevoerde handboeien bestelt? Nee, het is er gewoon niet eng genoeg, de personage van Sarah is daar nog niet ontwikkeld, zodat het de lezer niet zo gek veel interesseert wie daar nu ligt. De docent is in zijn cynisme soms nog wel grappig, maar of dat de bedoeling nu is?  De enige momenten waarin de roman tot leven komt is in het derde deel, en dan speciaal in de persoon van Stefan, de homoseksuele vriend van de drie die eerst verliefd op Merijn is en met hen in Parijs Pascal ontmoet. Pascal is een Afrikaan die als mimend Zonnekoning aan zijn geld komt en Stefan inleidt in een mooie liefde. Deze Stefan in het boek  neemt afstand, creëert zijn eigen ruimte, neemt besluiten. Dit is de persoon waar Peppelenbos een boek over had moeten schrijven, niet over onbesuisde meisjes, die boeien hem niet voldoende. Noch over de Sallandse broers, want die zijn een constructie, niet over de volkswil, want die irriteert de schrijver blijkbaar nauwelijks afdoende om in gloedvolle passages daaromtrent uit te barsten.</p>
<p>Victorie is een roman die in het eertse deel teveel horig is gebleven aan de tijdsgeest, of juist aan een boehoefte die te bestrijden. De kracht van Peppelenbos treft de lezer veelmeer aan in het laatste deel van Victorie, waar zoekende adolescenten op een fraaie en aanstekelijke manier levende mensen worden. Althans ten minste  een van hen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/10/victorie-door-coen-peppelenbos/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Henny de Ziel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/04/2220/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/04/2220/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Apr 2008 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2220</guid>
		<description><![CDATA[Trefossa: onomstreden en unaniem bewonderd Deze keer een herplaatsing van een bijdrage die reeds in 2005 te lezen was op deze site. Over de dichter Trefossa heeft Ida Does onlangs de schitterende ingetogen documentaire Mi a no mi, ik ben niet ik gemaakt. Onlangs was deze film in Suriname te zien als de openingsfilm van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Trefossa: onomstreden en unaniem bewonderd</strong></p>
<p><em>Deze keer een herplaatsing van een bijdrage die reeds in 2005 te lezen was op deze site. Over de dichter Trefossa heeft Ida Does onlangs de schitterende ingetogen documentaire <strong>Mi a no mi, ik ben niet ik</strong> gemaakt. Onlangs was deze film in Suriname te zien als de openingsfilm van het Back Lot Film Festival.</em></p>
<p>Trefossa (1916-1975), een naam die onlosmakelijk verbonden is met met de Surinaamse taal én met het Surinaams volkslied: hij schreef het couplet in het Sranantongo en bewerkte het Nederlandse couplet. Een groot taalkunstenaar die zeer geliefd was &#8211; en is &#8211; bij álle Surinamers. Voorwaar een grote prestatie om zo onomstreden te zijn en zo unaniem bewonderd te worden in deze kleine gemeenschap die het nooit ergens over eens lijkt te kunnen zijn…</p>
<p>Trefossa is de naam die Henri ‘Henny’ Frans de Ziel als pseudoniem gekozen zou hebben nadat een pasgeboren Saramaccaans bosnegermeisje in zijn aanwezigheid die naam meekreeg toen men ‘blind’ een reeks letters prikte. Of is de andere lezing over de oorsprong van ’s dichters naam geloofwaardiger; een verwijzing naar de nederige Tryfosa uit de bijbel en tevens naar het joods-Surinaams woord ‘treef’ dat duidt op ‘verboden voedsel’?</p>
<p>Henny de Ziel werd in 1916 in Paramaribo geboren. Trefossa was in Suriname leerling-verpleger, hoofdonderwijzer, directeur-bibliothecaris, leraar en redacteur van diverse literaire tijdschriften. Tussentijds verbleef hij voor studie in Nederland, maar steeds keerde hij terug naar zijn geboorteland. Hij worstelde echter met zijn gezondheid en kwam in 1970, na een opname in het Academisch Ziekenhuis te Leiden, terecht in herstellingsoord Zonneduin te Bloemendaal. Daar ontmoette hij de toenmalige Zwitserse directrice Hulda Walser met wie hij in 1974 trouwde. Begin 1975 overleed hij.</p>
<p>Hoe de dichter gebruik maakte van het Sranantongo, ermee jongleerde, dat heeft ongetwijfeld veel gedaan om het lingua franca van Suriname meer aanzien te geven en daarmee het gevoel van nationale eigenwaarde te vergroten. Soms maakte hij nieuwe woorden wanneer de woordenschat hem te klein werd. ‘Srefidensi’, de term die nu gebruikt wordt om Suriname’s onafhankelijke status mee aan te duiden, is daar een goed voorbeeld van. In de verzamelbundel Ala poewema foe Trefossa geeft de Nederlandse taalkundige Jan Voorhoeve in het Woord vooraf aan dat De Ziels debuutbundel ‘het culturele leven in Suriname aangrijpend gewijzigd heeft’ en ‘de creativiteit van talloze Surinaamse dichters vrij gemaakt’.</p>
<p>In Michiel van Kempens <em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em> staat een verklarende passage over de titel van Trefossas debuutbundel. ‘Trotji is een begrip uit de kawinamuziek en betekent: aanhef of voorzang. In de kawina geldt het principe dat één zanger het thema aanheft en de andere zangers het herhalen, waardoor een wisselzang ontstaat.’ Zo bekeken is Trefossa dan een succesvol voorzanger geweest.</p>
<p><strong>Marieke Visser</strong></p>
<p><strong>Publicaties Trefossa:<br />
</strong>Trotji. 1957<br />
Ala poewema foe Trefossa. 1977</p>
<p><strong>Werk opgenomen in onder meer:<br />
</strong>De tijdschriften <em>Onze Gids, Het Onderwijs, Foetoe-boi, De Westindiër, Suriname-Zending </em>en <em>Mutyama </em>(1990)<br />
De verzamelbundels <em>Wortoe d’e tan abra</em>. <em>Bloemlezing uit de Surinaamse poëzie vanaf 1957</em> (Paramaribo, 1971)<br />
<em>kri, kra! Proza van Suriname</em> (Paramaribo, 1972)<br />
<em>Rebirth in words </em>(Paramaribo, 1981)<br />
<em>Sirito</em> (Paramaribo, 1993)<br />
<em>Spiegel van de Surinaamse poezie</em> (1995)<br />
<em>Mama Sranan</em> (1999)</p>
<p><em>Gedicht uit Spiegel van de Surinaamse poezie:</em></p>
<p><strong>moro de</strong></p>
<p><strong>gi Lulu</strong></p>
<p>bonyo èn brudu nomo? moro de!<br />
a gers’ mi tap’ a baka isri trarki<br />
èn soso arki nomo mi kan arki;<br />
fu go, mi no man waka go wànpe.<br />
ma moru wortu de na tra lanpe!<br />
ke fa m’e angri f’ broko ala barki<br />
fu go na dorosei èn si den marki,<br />
tak’ furu teigo-san’ e wakt’ ete.<br />
bun set’ ensrefi f’bari swit’ kumara<br />
na den d’e bribi wan son-tamara,<br />
d’ e wakt’ a baka fara wan nyun frudu.<br />
na dorosei wawan mi mus’ fu feni?<br />
grantangi f’ di mi buba opo greni<br />
fu m’ si sa’ e brenki in’ mi eigi brudu.</p>
<p><strong>er is nog meer</strong></p>
<p><strong>voor Loulou</strong></p>
<p>slechts beenderen en bloed? er is nog meer!<br />
‘t is alsof ik achter ijz’ren tralies zit<br />
en enkel en alleen maar luist’ren kan;<br />
ergens heen gaan, kan ik niet.<br />
maar er zijn nog meer woorden aan andere havens!<br />
ach, hoe sterk verlang ik te breken alle balken<br />
om vrij te komen en de tekenen te zien,<br />
dat vele eeuw’ge dingen wachten nog.<br />
de welgestelden zijn gereed voor mooie wensen<br />
aan hen die geloven in een zonnige toekomst,<br />
die wachten na eb op een nieuwe vloed.<br />
moet ik slechts buiten mij iets kunnen vinden?<br />
ik zeg er dank voor, dat mijn huid de grendels wegschoof,<br />
dat ik kon zien wat schitterde in mijn eigen bloed.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/04/2220/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeanette Winterson</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2008/01/2530/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2008/01/2530/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Jan 2008 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2730</guid>
		<description><![CDATA[Op donderdag 13 december j.l. hield de Engelse schrijfster Jeanette Winterson de derde Belle van Zuylenlezing. Ter ere van de tweehonderdste sterfdag van de beroemde Utrechtse schrijfster Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (1740-1805), bekend geworden onder het pseudoniem Belle van Zuylen, werd in 2005 het startsein gegeven voor dit jaarlijks terugkerend evenement. Hans [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op donderdag 13 december j.l. hield de Engelse schrijfster Jeanette Winterson de derde Belle van Zuylenlezing. Ter ere van de tweehonderdste sterfdag van de beroemde Utrechtse schrijfster Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (1740-1805), bekend geworden onder het pseudoniem Belle van Zuylen, werd in 2005 het startsein gegeven voor dit jaarlijks terugkerend evenement. Hans Magnus Enzensberger en Nelleke Noordervliet gingen Winterson voor. Een mooie gelegenheid om eens aandacht aan deze indrukwekkende Engelse schrijfster te besteden.<br />
<strong><br />
Jeanette Winterson heeft geen talent voor ondergeschiktheid<br />
</strong>De grillige Jeanette Winterson (1959) brak in 1985 in Engeland door met haar roman <em>Oranges are not the only Fruit</em>, in het Nederlands vertaald als <em>Sinaasappels en Demonen</em>. In het boek beschrijft zij hoe zij zich op jonge leeftijd ontworstelt aan de verstikkende invloed van het geloof. Op indringende wijze laat zij zien hoe haar hoofdpersoon zowel de literatuur als de vrouwenliefde ontdekt. Het boek, en later ook de verfilming (1990), deed vanwege gedurfde thema’s als opstand tegen religie en het openlijk praktiseren van homoseksualiteit veel stof opwaaien.<br />
Dit boek is voor een deel autobiografisch. Winterson is door haar ouders voor adoptie afgestaan en is door haar pleegouders volgens de strenge regels van de Pinkstergemeente opgevoed. Aanvankelijk deed ze vol vuur mee en als klein meisje schreef ze preken, die ze zelf op straat uitsprak. Toen ze aangaf dat ze lesbisch was, werd ze zodanig gestraft door de geloofsgemeenschap, dat ze op haar vijftiende van huis wegliep. In interviews geeft ze aan dat het preken haar nog altijd in het bloed zit: via haar boeken wil ze mensen graag een boodschap meegeven.<br />
<strong><br />
&#8216;De stenen Goden&#8217;<br />
</strong>In haar nieuwste roman <em>De stenen Goden</em>, kan de lezer daar niet omheen. In dit grillige verhaal jaagt ze ons schrik aan met een rampscenario. Als we doorgaan zoals we nu doen, gaat onze planeet binnen <em>no time</em> naar de gallemiezen door een te grote CO2-uitstoot en smeltende ijskappen. Gelukkig krijgen we een nieuwe kans op een vruchtbare en onontgonnen verse aardbol, Planet Blue, maar het duurt niet lang of we gaan weer in de fout. Via originele vondsten schetst ze een wereld die niet ver afstaat van de huidige. Oudere vrouwen laten zich genetisch fixeren tot de ideale leeftijd van 24 jaar, mannen blijven achterin de veertig. Eenpersoonsautootjes rijden op zonne-energie en de mensheid wordt ondersteund door zogenaamde robo-sapiens: vriendelijke mensachtige wezens met een onuitputtelijke kennis. We hoeven zelf helemaal nergens meer over na te denken.<br />
Haar boodschap blijft desalniettemin dat mensen weigeren te leren van hun fouten, want ook Planet Blue is geen lang leven beschoren. Winterson blijft hoopvol, want er wordt weer een nieuwe planeet gevonden, maar of het zo eeuwig door kan blijven gaan? Hoofdpersonen Billy en Spike reizen van de achttiende-eeuwse ontdekkingsreiziger Captain Cook via Paaseiland tot onnoembaar ver in de toekomst, om dit te onderzoeken. Zoals we inmiddels van Jeanette Winterson gewend zijn, zijn haar hoofdpersonen geslachtsloos en wisselen ze halverwege het verhaal van sekse.<br />
<strong><br />
Man-vrouwverhoudingen<br />
</strong>Ook in haar eerdere werk speelt ze met genderrollen. Op de cover van <em>Op het Lichaam geschreven</em> staat een persoon van onbekende origine. In <em>Passie</em> en <em>Kersen kruisen</em> maakt ze de vrouwelijke personages heldhaftig en de mannen zachtaardig. Om het allemaal nog ondoorzichtiger te maken zijn veel van haar personages androgyn met een voorliefde voor travestie. Hoewel haar boeken daardoor niet erg toegankelijk zijn, is het lezen ervan een feest voor de ruimhartigen met een open geest en levert het voer op voor intellectuelen die zich graag buigen over het actuele thema ‘diversiteit’.<br />
Winterson ziet het onbestemd laten van de sekse als literair experiment en is geïnteresseerd in de gevolgen van het weglaten van het voornaamwoord. Daarbij wil ze de lezer een boodschap meegeven: zie wat er gebeurt als je je vooroordelen onder ogen komt. Zie wat er gebeurt als je niet kunt traceren wie de man of de vrouw in het verhaal is. Zie welke gevolgen dat heeft voor het verhaal, maar ook voor je eigen beleving en interpretatie.<br />
<strong><br />
‘Kletscultuur’ in de literatuur </strong><br />
Jeanette Winterson ziet het als haar taak om de wereld zo nu en dan te bevrijden van de ‘kletscultuur’. Door al het platte vermaak op de televisie en in andere media zijn grote woorden als ‘passie’ en ‘liefde’ van hun betekenis beroofd. Door verhalen te vertellen wil zij ze weer nieuw leven inblazen. Het magisch-realisme is haar gereedschap bij uitstek. Hoofdpersoon Villanelle in <em>Passie</em> loopt rond met een lege borst omdat ze haar hart verloren heeft en na een lange zoektocht vindt ze hem, kloppend en wel in zachte doeken gewikkeld, terug. Verder schuwt ze de clichés in liefdesverhalen niet. Ze neemt ze alleen niet serieus, maar speelt ermee. In <em>Op het Lichaam geschreven</em> zit een leukemieverhaallijn waar Erich Segal met zijn <em>Love Story</em> nog een puntje aan kan zuigen.<br />
Niet alleen de media zijn schuldig aan de ‘kletscultuur’, haar vakbroeders en zusters kunnen er ook wat van. Winterson heeft geen goed woord over voor het literaire klimaat in haar thuisland. In <em>Opzij</em> (nummer 1, januari 1993) zegt ze: <em>‘Schrijvers van nu zijn dode mensen die met dode stemmen spreken over triviale onderwerpen. Ik verveel me dood. Het oppervlakkige viert hoogtij.’</em> In veertien jaar kan veel veranderen, dus wellicht denkt ze er nu anders over, maar de stemming is grimmig.<br />
Deze vijandige sfeer openbaart zich vooral in de polemieken tussen haar en collega Doris Lessing. Waar de <em>grand old lady of literature</em> en Nobelprijswinnares haar misnoegen uitspreekt over de nieuwe tijd met al zijn kwalijke gevolgen van internet, huldigt Winterson juist de dynamiek van de nieuwste technologieën. Ook over het feminisme liggen ze in de clinch. Volgens Lessing is het in onze welvarende wereld afgelopen met de vrouwenstrijd, Winterson daarentegen noemt niets eindig en ziet nog volop kansen voor de vrouwenbeweging.<br />
<strong><br />
Alleen de liefde telt<br />
</strong>Het belangrijkste gegeven in de literatuur van Jeanette Winterson is de liefde. Zij noemt de liefde het enige dat in een mensenleven compleet en eeuwig is. Liefde houdt iedereen bezig. Mode, cultuur, geaardheid, klasse en politieke richting, niets doet er verder toe als het over de liefde gaat.<br />
In haar lezing op 13 december j.l., met als avontuurlijke titel <em>The Cup, the Knife, the Coat, the Remedy</em>, sprak zij over schijndemocratie en discutabele keuzevrijheid, want hoe vrij zijn die keuzes als je de hele dag ongevraagd de X-factor en Victoria Beckham op de televisie voorbij ziet komen? Ook stond ze uitgebreid stil bij de onmisbare rol van kunst voor een menswaardig bestaan.<br />
Voor de Belle van Zuylenlezing had geen betere gastspreker gevraagd kunnen worden. De beroemde uitspraak van de Utrechtse gaat ook op voor Jeanette Winterson: <em>‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’</em><br />
De romans van Jeanette Winterson worden uitgegeven bij Uitgeverij Contact. Haar eigen website is zeer de moeite waard: <a href="http://www.jeanettewinterson.com ">www.jeanettewinterson.com</a><br />
De tekst van haar Belle van Zuylenlezing is te downloaden op:<a href="http://vredevanutrecht.com ">http://vredevanutrecht.com<br />
</a><strong><br />
Pauline van der Lans </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2008/01/2530/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tien sterke vrouwen</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2007/11/2211/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2007/11/2211/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Nov 2007 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2211</guid>
		<description><![CDATA[Honderd jaar tussen ontnuchtering en tegenbeeld Een koor van vrouwenstemmen Dagblad Trouw verwent haar boekenliefhebbers, want hun ‘Trouwbibliotheek’ is onlangs uitgebreid met de serie ‘Vrouwenstemmen’. De tien boeken die hierin verschenen zijn beslaan een periode van honderd jaar: tussen ‘De Ontnuchtering’ van Kate Chopin en ‘Tegenbeeld’ van Pat Barker zit precies een eeuw. Trouw heeft [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Honderd jaar tussen ontnuchtering en tegenbeeld<br />
</strong><em>Een koor van vrouwenstemmen</em></p>
<p>Dagblad <em>Trouw</em> verwent haar boekenliefhebbers, want hun ‘Trouwbibliotheek’ is onlangs uitgebreid met de serie ‘Vrouwenstemmen’. De tien boeken die hierin verschenen zijn beslaan een periode van honderd jaar: tussen ‘De Ontnuchtering’ van Kate Chopin en ‘Tegenbeeld’ van Pat Barker zit precies een eeuw. <em>Trouw</em> heeft tien schrijfsters uit binnen- en buitenland geselecteerd, waarvan de meesten nog in leven zijn, die in hun werk de ‘vrouwelijke stem’ laten horen. ‘Tien sterke vrouwen die zich durfden uit te spreken en daarmee weerklank vonden bij zowel vrouwen als mannen,’ is op de website te lezen.</p>
<p>Uiteraard zou de lijst aangevuld kunnen worden met een keur van andere indrukwekkende schrijfsters. Ellen Ombre bijvoorbeeld of Renate Dorrestein. Marilyn French of Benoîte Groult. Tja, er moeten nu eenmaal keuzes gemaakt worden en dat heeft<em> Trouw </em>prima gedaan.</p>
<p>Sterk aan de keuze voor deze tien is, dat er ongelofelijk veel onderwerpen aan de orde komen die de afgelopen eeuw een belangrijke rol gespeeld hebben. Kolonialisme, vrouwenkiesrecht, beide wereldoorlogen, de seksuele revolutie, abortus, incest, echtscheidingen, het glazen plafond, immigratie, racisme, en (homo)erotiek, nagenoeg alle belangrijke thema’s passeren de revue. Daarnaast geeft de serie een mooi beeld van honderd jaar literaire ontwikkelingen. De 19e-eeuwse zinnen van Kate Chopin slepen ons mee naar Virginia Woolfs ‘stream of conciousness’ en via de fragmentarische compositie van Astrid Roemer komen we terecht bij de levendige stijl van Erica Jong.</p>
<p>Carry van Bruggen overleed toen Fay Weldon twee jaar was en het is interessant hun boeken uit respectievelijk de eerste en tweede feministische golf: ‘Een coquette Vrouw’ en ‘Praxis’ naast elkaar te zetten.</p>
<p>Allereerst valt de stijl op. Waar Van Bruggen lange zinnen en uitvoerige beschrijvingen bezigt, flitst Weldon door het verhaal heen. Zij schrijft vlot en kernachtig en sleept de lezer mee, terwijl Van Bruggen stilstaat bij diepzinnige gedachten en inhoudelijke discussies. Beiden beheersen hun eigen stijl zeer goed en schrijven sterke dialogen.</p>
<p>Inhoudelijk zou je denken dat hoofdpersoon Praxis in de jaren zeventig meer haar ‘mannetje’ staat dan Ina (<em>Een coquette Vrouw</em>) aan het begin van de eeuw. Dat is niet helemaal waar. Beide vrouwen worden door hun mannelijke partners gestimuleerd te studeren of te werken, zolang het huishouden er maar niet onder lijdt. In felle discussies met haar Egbert durft Ina hem van repliek te dienen, terwijl Praxis haar schouders laat hangen en de vaatdoek maar weer oppakt na een ruzie met Willy of Ivor of Philip.</p>
<p>Dit zegt waarschijnlijk alles over de auteurs. Carry van Bruggen heeft met <em>Een coquette Vrouw</em> een fel relaas over haar eigen huwelijk met en echtscheiding van de journalist Kees van Bruggen geschreven. Geen wonder dat het er soms hard aan toegaat. Fay Weldon neemt in al haar boeken de mannen op de hak, maar veegt ook de vloer aan met vrouwen die weigeren van hun fouten te leren. Feit blijft dat zowel Praxis als Ina worden gemangeld door de heersende mannennormen en beide doen er uiteindelijk alles aan om hun benauwde wereld te ontvluchten, zodat we ons terecht af kunnen vragen of er in voor vrouwen nou wel zoveel veranderd is in honderd jaar.</p>
<p>Kortom: ‘Vrouwenstemmen’ is een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in de strijd tussen de seksen, de positie van vrouwen in de afgelopen eeuw, maar is ook voer voor literatuurliefhebbers.</p>
<p>Hier volgt een overzicht in volgorde waarin de boeken in de serie gepubliceerd zijn.<br />
- <strong>Marion Bloem</strong> &#8211; <em>Geen gewoon Indisch Meisje</em> (1983) Marion Bloem (1952) is psychologe en schrijfster. Ze heeft zowel wetenschappelijke artikelen als schoolboeken en jeugdromans op haar naam staan. Ook schreef ze enkele korte filmscenario’s. Indië is een van haar vaste thema’s.<br />
- <strong>Virginia Woolf</strong> &#8211; <em>Naar de Vuurtoren</em> (<em>To the Lighthouse</em>) 1927<br />
Virginia Woolf (1882 –1941) was een Britse schrijfster en feministe. Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog was Woolf een belangrijk persoon in het literaire leven van Londen. Ze was een lid van de Bloomsbury-groep. Haar boek ‘A Room of Ones Own’, vertaald als ‘Een Kamer voor Jezelf’, betekende veel voor de vrouwenliteratuur.<br />
- <strong>Erica Jong</strong> &#8211; <em>Het ritsloze Nummer</em> (<em>Fear of Flying</em>) 1973<br />
Erica (Mann) Jong (1942) is een Amerikaanse schrijfster. Zij schreef aanvankelijk poëzie en is zich later gaan toeleggen op fictie en non-fictie. ‘Fear of Flying’ was haar romandebuut en de pers noemde haar naam vanaf dat moment in een adem met John Updike en Henry Miller. -<strong> Astrid Roemer</strong> &#8211; <em>Over de Gekte van een Vrouw</em> 1982 Astrid Roemer (1947) komt uit Suriname en woont vanaf 1966 in Nederland. Haar thuisland, racisme en homo- en heteroseksualiteit behoren tot haar belangrijkste thema’s. Momenteel is ze actief in GroenLinks.<br />
- <strong>Kate Chopin</strong> &#8211; <em>De Ontnuchtering</em> (<em>The Awakening</em>) 1899<br />
Kate Chopin (1851 &#8211; 1904) was een Amerikaanse schrijfster met een bewogen leven. Ze schreef korte verhalen en romans over liefde en seksualiteit. In het puriteinse Amerika werd ze daar aanvankelijk om verguisd.<br />
- <strong>Fay Weldon</strong> &#8211; <em>Praxis</em> 1978<br />
Fay Weldon (1931) is een feministische Engelse schrijfster. Haar boeken gaan vaak over vrouwen die door de patriarchale structuur van de samenleving in het nauw komen. Ze schrijft venijnig en vol humor. Haar boek <em>The She-devil</em> is verfilmd.<br />
- <strong>Nathalie Sarraute</strong> &#8211; <em>Kindertijd (Enfance)</em> 1983 Nathalie Sarraute (1900-1999) was een Franse schrijfster van Russische origine. Zij is een van de grondlegsters van de ‘nouveau roman’: voorzichtig geformuleerd proza in de vorm van egodocumenten.<br />
- <strong>Carry van Bruggen</strong> &#8211; <em>Een coquette Vrouw</em> 1915 Carry van Bruggen (1881 &#8211; 1932) was een Nederlandse schrijfster. Ze was een begaafd denker en auteur en haar essayistische werk <em>Prometeus</em> werd zeer gewaardeerd. Zij werd ook wel de Nederlandse Virginia Woolf genoemd.<br />
- <strong>Elfriede Jelinek</strong> &#8211; <em>De Uitgeslotenen (Die Ausgesperrten)</em> 1980<br />
Elfriede Jelinek (1946) is een Oostenrijkse schrijfster en schrijft voornamelijk romans en toneelstukken. Zij wordt gerekend tot de belangrijkste moderne Oostenrijkse schrijvers. In haar werk schuwt ze het geweld niet, maar humor zorgt voor evenwicht. Haar roman <em>De</em> <em>Pianiste</em> is verfilmd.<br />
- <strong>Pat Barker</strong> &#8211; <em>Tegenbeeld (Double Vision)</em> 2003 Pat Barker (1943) is een Engelse schrijfster en historica. Haar <em>Regeneration trilogy</em>, vertaald als <em>De weg der Geesten</em>, is wereldberoemd. Haar boeken gaan vaak over oorlog en geweld, vertelt op een serieuze en observerende toon. Meer informatie: <a href="http://boekrecensies.trouw.nl" target="_blank">http://boekrecensies.trouw.nl</a> </p>
<p><strong>Pauline van der Lans </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2007/11/2211/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Boeli Van Leeuwen</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2210/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2210/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Oct 2007 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2210</guid>
		<description><![CDATA[Curacaose auteur Boeli van Leeuwen vijfentachtig jaar: &#8216;Niet kijken, maar zien&#8217; Wie gelooft in &#8216;het hogere&#8217; van het establishment en van &#8216;hoogwaardigheidsbekleders&#8217;, zal hopelijk aan het denken gezet worden door het werk van de Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922). Zijn blik naar samenlevingen is altijd kritisch in zijn romans waarin dronkenlappen en zwervers favoriete [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Curacaose auteur Boeli van Leeuwen vijfentachtig jaar: &#8216;Niet kijken, maar zien&#8217;</strong></p>
<p>Wie gelooft in &#8216;het hogere&#8217; van het establishment en van &#8216;hoogwaardigheidsbekleders&#8217;, zal hopelijk aan het denken gezet worden door het werk van de Curaçaose auteur Boeli van Leeuwen (1922).</p>
<p>Zijn blik naar samenlevingen is altijd kritisch in zijn romans waarin dronkenlappen en zwervers favoriete personages zijn, alsmede witte Curaçaoënaars die zich ontheemd kunnen voelen in de zwarte samenleving van het eiland, maar er toch altijd weer terugkeren.</p>
<p>Van Leeuwen is een gedreven auteur die op zoek is naar het wezenlijke van de mens en van God. Op 10 oktober werd hij vijfentachtig jaar, ter gelegenheid waarvan hem door het Nederlandse Fonds voor de Letteren een &#8216;eregeld&#8217; werd toegekend. Zijn werk bestaat uit vijf romans, een dichtbundel, een novelle en veel verhalen en beschouwingen. Zijn laatste roman is <em>Het teken van Jona</em>(1988).</p>
<p>De grootvader van Boeli van Leeuwen kwam in 1887 naar Curaçao, waar hij na een lange carrière gezagvoerder van het eiland werd. Zijn vader was ambtenaar. Boeli ging al in 1936 naar Nederland om daar onderwijs te volgen. Hij maakte de Tweede Wereldoorlog mee met alle verschrikkingen. Hij studeerde rechten en werkte beurtelings in Nederland en Curaçao. In 1976 werd hij benoemd tot secretaris van het eilandgebied Curaçao, welke functie hij tot zijn pensioen in 1982 vervulde.</p>
<p>Daarnaast is hij een van de vooraanstaande Nederlandstalige Caraïbische auteurs. De eerste roman van Boeli van Leeuwen, <em>De rots der struikeling</em>, verscheen in 1959. De hoofdpersoon is een onevenwichtige jongeman, blanke Curaçaoënaar, die vaak van woonplaats verwisselt en tenslotte stikt in een rivier in Venezuela, waar hij diamanten zoekt. Dit debuut is in 1961 bekroond met de Vijverbergprijs. Ook de twee volgende romans, Een <em>vreemdeling op aarde</em> (1962) en <em>De eerste Adam</em> (1966) gaan over displaced persons, rusteloze figuren. Uit de tweede creatieve periode van Van Leeuwen stammen de romans <em>Schilden van leem</em></strong> (1985) en Het <strong><em>teken van Jona</em></strong> (1988). De laatste roman heb ik nu herlezen. Het verhaal gaat over een oudere Curaçaose man die, evenals zijn schepper, gepensioneerd bestuursfunctionaris en schrijver is. Hij zwerft graag door volksbuurten en verkeert met zwervers en armen.</p>
<p>Door snel ingrijpen redt hij het leven van een rijke grootgrondbezitter uit een fictief Zuid-Amerikaans land. Deze macho in de bloei van zijn leven biedt zijn redder een reisje naar zijn land aan. Daar, in een zogenaamde heilstaat, komt hij erachter dat solidariteit met de armen zijn eigenlijke levensdoel is. Terug op Curaçao richt hij dan ook een feestmaal aan voor de armen met wie hij zich solidair voelt. Zelf zuipt hij zoveel op z&#8217;n feest dat hij in de bak terechtkomt, vanwege zijn status maar voor een nachtje.</p>
<p>De roman zit vol bijbelse en literaire symboliek, zoals ook het andere werk van Van Leeuwen. &#8216;Kunst overwint de dood&#8217; is een van zijn motto&#8217;s. Boeli van Leeuwen is een voorbeeld voor schrijvers uit de Caribische regio. Hij dramt niet over &#8216;westers&#8217; en &#8216;van ons&#8217;, maar beschrijft de universele onvolkomenheid van mens en samenleving, waarin soms hoop gloort, met name in<em>Het teken van Jona</em>. De problematiek van de lichtkleurige Curaçaoënaar komt van binnen uit en is doorleefd. Altijd heeft hij invloed ondergaan van grote schrijvers uit de wereldliteratuur die voor hem een voorbeeld zijn: aanvankelijk van de Franse existentialisten Sartre en Camus en de Rus Dostojewski, later vooral van Zuid-Amerikanen met Márquez als favoriet.</p>
<p>Ook de Amerikaanse prozaschrijver Melville speelt voor hem een belangrijke rol. Diens kapitein Ahab uit <em>Moby Dick</em> (1851) jaagde op een witte walvis. In Van Leeuwens <em>Het teken van Jona</em> is de walvis een sterk symbool volgens de christelijke traditie. De vis in het algemeen en de walvis in het bijzonder staat voor Jezus, die voor Van Leeuwen belangrijk is als mens.</p>
<p>Boeli van Leeuwen is een Curaçaose profeet vol universele wijsheid. Zijn ogen kijken niet, maar zien, zoals het vrouwelijke personage Laila in <em>Het teken van Jona</em> de hoofdpersoon typeert, die veel weg heeft van de schrijver.</p>
<p><em>Eerder verschenen in de Ware Tijd-Literair, op 20 oktober 2007. em Els Moor is hoofdredacteur van <em>dWT-L</em>, de literaire pagina van Surinames grootste dagblad <em>de Ware Tijd</em>. Zij is meer dan twintig jaar aan de kweekschool verbonden geweest. Voor het literatuuronderwijs werkte ze mee aan de methode <em>Fa yu e tron leisibakru</em> (<em>Hoe je een leesgek wordt</em>).</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2210/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Doris Lessing</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2212/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2212/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Oct 2007 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2212</guid>
		<description><![CDATA[Verguisd, bewonderd en altijd ge&#235;ngageerd De Engelse schrijfster Doris Lessing (1919) heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Op 10 december 2007 wordt deze prestigieuze prijs in Stockholm uitgereikt. Doris Lessing is vooral beroemd geworden door haar roman The Golden Notebook, in Nederland vertaald als Het Gouden Boek. Als dit boek in 1962 in Amerika en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Verguisd, bewonderd en altijd ge&euml;ngageerd </strong></p>
<p>De Engelse schrijfster Doris Lessing (1919) heeft de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Op 10 december 2007 wordt deze prestigieuze prijs in Stockholm uitgereikt. </p>
<p>Doris Lessing is vooral beroemd geworden door haar roman <em>The Golden Notebook</em>, in Nederland vertaald als <em>Het Gouden Boek</em>. Als dit boek in 1962 in Amerika en Engeland verschijnt, breekt de hel los. De roman wordt omarmd door de vrouwenbeweging en verguisd door de gevestigde orde van literatoren. Het is een enorm complexe roman waarin Lessing gebruik maakt van verschillende technieken: een alwetende verteller, perspectiefwisselingen, alter ego&#8217;s, dagboekvorm en dromen. Hoewel veel lezers het als een uitdaging ervaren om te puzzelen, vinden veel recensenten het maar niks.</p>
<p>Lessing heeft met <em>Het Gouden Boek</em> bewust een veelomvattende roman willen schrijven over de sociale en psychologische onrust van de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Zelf ervaart ze deze periode als uitermate vervreemdend en het boek wemelt dan ook van de maatschappelijke thema&#8217;s: Afrikaanse achtergronden en racisme, Koude Oorlog problematiek, de pre-stalinistische linkse politiek, het keurslijf waar vrouwen in gevangen zitten, de rol van het marxisme en communisme en de heksenjacht van de toenmalige president van de Verenigde Staten, Joseph McCarthy. Deze thema&#8217;s werken door naar het individu en zo brengt ze haar hoofdpersonen in contact met de volgende onderwerpen: psychoanalytische ontwikkelingen en de rol van dromen, vrouwelijke seksualiteit (clitorale en vaginale orgasmen), menstruatie en het hele spectrum van communicatie tussen vrouwen en mannen. </p>
<p>In de herziene versie die in 1971 verschijnt, schrijft Doris Lessing een uitgebreid voorwoord, waarin ze de structuur toelicht en tevens ingaat op de ontvangst van de roman. Ze geeft aan dat ze niet van plan was een feministisch boek te schrijven. Ook pareert ze de negatieve meningen: de lezer moet echt verder, dieper lezen om de kern te pakken te krijgen. In 1963 verschijnt de verhalenbundel <em>A Man and two Women</em>. In het verhaal <em>To Room Nineteen</em> zijn de (onbedoelde) feministische invloeden van <em>Het Gouden Boek</em> te lezen. De wens van de hoofdpersoon om een eigen kamer te hebben, zodat ze kan ontsnappen aan het keurslijf van huismoeder zijn, verwijst sterk naar <em>A Room of Ones Own</em> van Virginia Woolf. Even een zijweggetje: in zijn boek <em>The Hours</em> (<em>De Uren</em>), verwijst schrijver Michael Cunningham niet alleen naar de roman <em>Mrs. Dalloway</em> van Virginia Woolf, maar ook naar het verhaal van Lessing. E&eacute;n van zijn hoofdpersonen huurt een hotelkamer en ja hoor, het is kamer 19. </p>
<p>In veel van Lessings werk wordt gerefereerd aan haar Afrikaanse achtergrond. Ook de invloeden van het communisme zijn merkbaar. Al haar werk staat in het teken van grote maatschappelijke betrokkenheid en de lijst met literaire prijzen die ze gewonnen heeft is lang. Dit jaar wordt daar dan eindelijk de Nobelprijs voor Literatuur aan toegevoegd. Al sinds het verschijnen van <em>Het Gouden Boek</em> was ze een serieuze kandidaat. Naar verluid heeft ze de felbegeerde prijs nooit gewonnen, omdat ze zich later is gaan toeleggen op het schrijven van het in vele ogen onliteraire genre science fiction: <em>The Canopus in Argos Series</em> (1979, 1983). </p>
<p>Om terug te keren tot het realistische genre, heeft ze enkele romans onder het pseudoniem Jane Somers gepubliceerd. Doris Lessing is nog steeds actief als schrijfster. In 2005 verscheen haar 55e titel: <em>The Story of General Dann and Mara Daughter, Griot and the Snow Dog&rsquo;.</em> </p>
<p>Doris Lessing (Doris May Taylor) werd in 1919 in Perzi&euml;, het huidige Iran, uit Engelse ouders geboren. Ze bracht daar haar jeugd door, tot het moment dat ze met haar familie verhuisde naar Rhodesi&euml; (Zimbabwe). Ze zat tot haar vijftiende op school en hield het toen voor gezien. Ze heeft verschillende banen gehad, maar haar hart lag bij het schrijven. In 1949 verhuisde ze naar Engeland, waar een jaar later haar veelbesproken debuut <em>The Grass is Singing</em> verscheen. Zij wordt terecht gezien als een van de grootste naoorlogse schrijvers. Haar oeuvre is veelomvattend en de vijfdelige semi-autobiografische romancyclus <em>The Children of Violence</em> (1952-1969) wordt als haar meest substanti&euml;le werk gezien. Doris Lessing is twee keer getrouwd geweest en heeft drie kinderen. Ze is 87 jaar oud en woont in Noord-Londen. </p>
<p>Hopelijk is het winnen van de Nobelprijs een goede reden om aan haar werk te beginnen, of het te herlezen. Met name <em>Het Gouden Boek</em> is nog schokkend actueel. Maar laten we vanavond eerst een fles goede wijn ontkurken om te toosten op deze grande dame van de literatuur. Hulde. </p>
<p><strong>Pauline van der Lans </p>
<p></strong>De romans van Doris Lessing zijn in het Nederlands vertaald en worden uitgegeven door uitgeverij Prometeus/Bert Bakker.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2007/10/2212/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Schrijvers over de slavernij</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2007/03/2191/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2007/03/2191/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Mar 2007 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2191</guid>
		<description><![CDATA[Boeken over slavernij uit verleden en heden: een opfrisser voor leerkrachten Boeken over de slavernij vormen interessant materiaal voor zelfstandig onderzoek naar het verleden door studenten van beroepsopleidingen en leerlingen van scholen, iedere groep op zijn eigen niveau. Daarom volgt hieronder een selectie uit beeldend en literair werk over de slavernij uit verschillende tijdperken. Bij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Boeken over slavernij uit verleden en heden: een opfrisser voor leerkrachten</strong><br />
Boeken over de slavernij vormen interessant materiaal voor zelfstandig onderzoek naar het verleden door studenten van beroepsopleidingen en leerlingen van scholen, iedere groep op zijn eigen niveau. Daarom volgt hieronder een selectie uit beeldend en literair werk over de slavernij uit verschillende tijdperken. Bij deze selectie ligt de nadruk op de Surinaamse invalshoek. We hebben ons voornamelijk gebaseerd op twee bronnen. Eveline Bakker e.a.: <em><strong>Geschiedenis van Suriname. Van stam tot staat </strong></em>(1993). Dit boek bevat zelfs een apart hoofdstuk: &lsquo;Verschillende beelden van de slavernij&#039; (p. 58-60). Uiteraard hebben we ook <em><strong>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</strong></em> geraadpleegd, het naslagwerk van Michiel van Kempen. </p>
<p><strong>Hoe keek men in de tijd zelf?</strong><br />
Er bestaat beeldend en geschreven materiaal uit de tijd van de slavernij. Hierin krijgen we de visie van niet-slaven, buitenlanders in Suriname. John Gabri&euml;l Stedman maakte in de 18de eeuw deel uit van een legereenheid die vanuit de Republiek naar Suriname gestuurd was om de marrons te bestrijden. Hij tekende en beschreef onder andere wrede martelingen. Zijn liefde voor de slavin Joanna bevestigt zijn voor die tijd ambivalente houding ten aanzien van de slavernij.<br />
Uit de 19de eeuw is Willem Eduard Winkels belangrijk. Hij ging in 1839 naar Suriname en vond emplooi als blankofficier. Al gauw begon hij zijn belevenissen vast te leggen door te tekenen, te schilderen en te schrijven. Een principieel tegenstander van de slavernij was hij, evenals Stedman, niet. Hij had wel bezwaren tegen de behandeling van de slaven. Uit 1840 is zijn satirische boekje <em><strong>De tooverlantaarn van Mr Furet. 21e glaasje. De blankofficier</strong></em>. Het boekje is nooit uitgegeven, maar het manuscript met een serie van 18 ovale tekeningen wordt bewaard in het archief van het Surinaams Museum in Paramaribo, Suriname. In 1994 werd het materiaal tentoongesteld, inclusief de presentatie van &lsquo;De Tooverlantaarn&rsquo;. Ook werd een editie van &lsquo;Mededelingen van het Surinaams Museum&rsquo; (no. 53, juni 1994) aan dit beeldende en humoristische werk gewijd. </p>
<p><strong>De verlichting</strong><br />
Binnen de Europese verlichting verscheen er nogal wat werk dat de slavernij als onderwerp heeft. Dat heeft natuurlijk te maken met het beginnend denken over vrijheid (en gelijkheid en broederschap) vanuit Frankrijk. In Engeland heeft Aphra Behn (1640-1689) blijvende bekendheid gekregen door haar <em><strong>Oroonoko, or the royal slave</strong></em> (1688), het tragische en romantische verhaal over de verboden liefde tussen Afrikaanse prins Oroonoko en zijn geliefde Imoindre. Los van elkaar worden ze als slaaf verkocht. Ze ontmoeten elkaar weer in slavernij in Suriname. Door Albert Helman werd het verhaal vertaald in het Nederlands onder de titel: <em><strong>Oroenoko of de koninklijke slaaf </strong></em>(1983). En dan <em><strong>Candide ou l&rsquo;optimisme</strong></em> (1759) van de Franse verlichtingsfilosoof Voltaire, ook vertaald in het Nederlands. Hij richtte zich in zijn geschriften tegen starre dogma&rsquo;s en voor het gezond verstand, voor grotere verdraagzaamheid en tegen de wreedheden die in naam van de religie werden begaan. <em><strong>Candide </strong></em>is een satire op de gedachte van de filosoof Leibnitz dat &lsquo;onze wereld de beste der werelden is&rsquo;. Ook de slavernij in Suriname krijgt een behoorlijke veeg uit de pan in de ontmoeting tussen Candide en de mismaakte suikerslaaf: &lsquo;Hoe duur was de suiker&rsquo;!</p>
<p><strong>Orale traditie</strong><br />
Wat deden de slaven zelf? Zij hadden hun orale vertellingen voor op de &lsquo;bakadyari&rsquo; (op het achtererf). Anansi de spin was (en is) een echte identificatiefiguur, die iedere vorm van verzet tegen de meester verbeeldt. De slavernijverhalen van de Srananverteller Alex de Drie zijn vertaald en uitgegeven door Trudi Guda. Zij heeft, als Trudi Martinus-Guda, in 2005 ook een belangrijk stuk slavencultuur in beeld gebracht met haar rijk ge&iuml;llustreerde boek: <em><strong>Drie eeuwen banya. De geschiedenis van een Surinaamse slavendans</strong></em>.</p>
<p><strong>Romans</strong><br />
Vanaf de 19de eeuw verschijnen er romans over de slavernij. Bekend is pater Rikken die <em><strong>Codyo de brandstichter</strong></em> (1902) en <strong><em>Ma</em> <em>Kankantrie</em></strong> (1905) als feuilletons liet verschijnen in &lsquo;De Surinamer&rsquo;. Het wordt hoog tijd dat deze romans op een eigentijdse manier uitgegeven worden.<br />
Albert Helman publiceerde in 1931 zijn nog steeds veelgelezen roman <em><strong>De stille plantage</strong></em>, die hij in 1952 bewerkte tot <em><strong>De laaiende stilte</strong></em>. In 1934 verscheen<em><strong> Wij slaven van Suriname</strong></em> van Anton de Kom, dat in 1990 door uitgeverij Contact heruitgegeven werd. Beide werken klagen de onmenselijkheid van de slavernij aan en roepen op tot solidariteit. Helaas is dat nog steeds actueel.<br />
Prachtig is de novelle <em><strong>Tata Colin </strong></em>(1982) van Ruud Mungro over de Coroniaans slaaf-held, een verhaal dat een mythische dimensie krijgt.</p>
<p><strong>Onze tijd</strong><br />
Cynthia Mc Leod is heden ten dage degene die voor een groot publiek de geschiedenis, inclusief de slavernij, tot leven roept. <em><strong>Hoe duur was de suiker </strong></em>was haar meteen inslaande debuut. Maar ook <em><strong>Vaarwel Merodia</strong></em> (1994) en <em><strong>De vrije negerin Elisabeth, gevangene van kleur </strong></em>geven beelden van de slavernij die tot discussie kunnen leiden. In 2002 verscheen een boek van haar en de Antilliaan Carel de Haseth, <em><strong>Slavernij en de Memorie</strong></em>, met achtergrondinformatie en een verhaal. Ook <em><strong>Ter dood veroordeeld</strong></em> (2000) van John de Bye is interessant, omdat de slavernij een rol speel vanuit de Joodse planters.</p>
<p><strong>Voor de jeugd</strong><br />
Voor de hogere klassen van de lagere school en lagere mulo zijn er jeugdboeken waarin de slavernij een rol speelt: <em><strong>Veren voor de piai (</strong></em>1992) van Ismene Krishnadath, dat speelt in de 17de eeuw tussen inheemsen, slaven en meesters. De vervlechting tussen realiteit en fantasie maakt het tot een bijzonder boek. Ook <em><strong>Sisa </strong></em>van Joyce Pool ( Nederlandse met Surinaamse moeder) is zo geschreven dat jongeren er zich mee kunnen identificeren. Het speelt in de chaotische tijd dat Frankrijk Suriname binnenviel, in de 18de eeuw.</p>
<p><strong>Dvd&rsquo;s</strong><br />
Er is een dvd over de stadswandelingen en plantageboottochten onder leiding van Cynthia Mc Leod. Mooi materiaal, omdat jongeren van nu participeren. En recent is de mooie film van Diego Pos op dvd &lsquo;Ongewisse tijd&rsquo;, over zijn zoektocht naar zijn joodse voorvaderen in de slaventijd.</p>
<p><strong>Els Moor</strong> </p>
<p>Els Moor is hoofdredacteur van &lsquo;dWT-L&rsquo;, de literaire pagina van Surinames grootste dagblad de Ware Tijd. Zij is meer dan twintig jaar aan de kweekschool verbonden geweest. Voor het literatuuronderwijs werkte ze mee aan de methode <em>Fa yu e tron leisibakru</em>(Hoe je een leesgek wordt). Deze bespreking is eerder gepubliceerd in &lsquo;dWT-L&rsquo;.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2007/03/2191/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gilliams, Maurice</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2007/01/2088/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2007/01/2088/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Jan 2007 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2088</guid>
		<description><![CDATA[1900-1982Voor iemand met zijn literaire reputatie is hij snel in de vergetelheid geraakt. Maurice Gilliams werd onderscheiden met de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, hem in 1980 door Koningin Beatrix uitgereikt in het Paleis op de Dam, werd door Koning Boudewijn in de adelstand verheven, kreeg in 1970 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>1900-1982</strong><br /><BR>Voor iemand met zijn literaire reputatie is hij snel in de vergetelheid geraakt. Maurice Gilliams werd onderscheiden met de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, hem in 1980 door Koningin Beatrix uitgereikt in het Paleis op de Dam, werd door Koning Boudewijn in de adelstand verheven, kreeg in 1970 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre en zijn werk werd door zijn eerste biograaf, goede vriend en schrijver Pierre H. Dubois gerekend &lsquo;tot het meest superieure dat de Nederlandse letteren van de twintigste eeuw heeft opgeleverd&rsquo;. Je zou derhalve zeggen dat de boeken van Gilliams herdruk op herdruk hebben beleefd en door iedereen met enige interesse in die Nederlandse letteren zijn stukgelezen, maar dat is niet het geval. Zijn bekendste werk, <em>Elias of het gevecht met de nachtegalen</em>, is wat je noemt een <em>geheimtip</em>, een boek dat je gelijkgestemden aanbeveelt, maar nooit een plaats op welke ranglijst dan ook zal veroveren.</p>
<p>Gilliams is dan ook niet bepaald een publieksauteur. &lsquo;Nooit is het mij erom te doen geweest in de literaire actualiteit aanwezigheid af te dwingen&rsquo;, in zijn eigen woorden. Het is hem nooit te doen geweest om erkenning. Hij heeft geschreven voor zichzelf, om zichzelf vorm te geven misschien, om zin te geven aan een verleden dat anders nog ongrijpbaarder was geweest, misschien uit de onuitroeibare behoefte zichzelf te duiden, maar in ieder geval niet om een publiek te behagen. Het schrijven had een zeer particuliere functie voor hem, kennelijk, en wij als lezers mochten zo nu en dan toekijken, als hij dat wat hij schreef tenminste niet prijsgaf aan de vlammen. In een brief aan Pierre H. Dubois schrijft hij: &lsquo;De harmonie waar ik behoefte aan heb laat zich niet vinden. In vele van die steeds weergekeerde, moeilijke momenten heb ik er geen zonde van gemaakt vroeger en later werk de kachel in te stoppen&rsquo;.<br /><BR>&nbsp;Je zou kunnen zeggen dat Gilliams een heel leven lang strijd heeft gevoerd met het vinden van de juiste vorm. Als hij die had gevonden, dan was hij stellig tot een soort Vlaamse Proust uitgegroeid: al zijn prozaboeken maken uiteindelijk deel uit van &eacute;&eacute;n en hetzelfde werk, van <em>Elias of het gevecht met de nachtegalen</em> tot <em>Gregoria of een huwelijk op Elseneur</em>. Uiteindelijk was al het prozawerk nauw met elkaar verwant, maar Gilliams vond nooit die ultieme vorm waar hij zo naar zocht en verbrandde keer of keer de teksten waar hij niet tevreden over was: &lsquo;Tijdens een zware depressie heb ik een hoop werk uit vele jaren vernietigd; twee grote plasticzakken vol (&hellip;) Gregoria is toevallig aan de vernietiging ontsnapt&rsquo;, schrijft Gilliams in 1980, vlak voor zijn dood, aan zijn goede vriend Dubois.<br /><BR>&nbsp;<em>Gregoria of een huwelijk op Elseneur </em>is het laatste boek dat van Gilliams verscheen, in 1991, bijna tien jaar na zijn dood. &lsquo;Een essayistisch roman-gedicht over de mis&egrave;re in mijn eerste huwelijk&rsquo;. Het is de best denkbare omschrijving. In bijna vierhonderd Proustiaans&nbsp;gevoelige bladzijden doet Gillams verslag van een mislukt huwelijk. Hij was al in de jaren dertig begonnen met schrijven aan het boek en had het een leven lang bijgeschaafd. Toen hij stierf werkte hij aan de achtste versie, nog steeds onzeker over de vraag of het nu wel of niet gepubliceerd moest worden.<br /><BR>&nbsp;Maar ook al wordt zijn laatste boek goed ontvangen, het zal nooit de reputatie krijgen van <em>Elias of het gevecht met de nachtegalen</em>. Dat blijft Gilliams onbetwiste meesterwerk. In dat boek gebeurt hoegenaamd niets. Elias beschrijft hoe hij zijn dagen slijt op een kasteeltje waar hij samen met twee tantes en zijn neef Aloysius woont, met wie hij papieren bootjes vouwt en op het water laat afdrijven. Toegegeven, er gebeurt in het boek wel iets meer dan dat, maar duidelijk is dat het niet de handelingen zijn die het zo meesterlijk maken. Het meesterlijke zit in de nergens expliciet benoemde bewondering, ja misschien zelfs verliefdheid die Elias voelt voor zijn neefje Aloysius, maar vooral ook in hoe overtuigend Gilliams het jongetje van binnenuit beschrijft. Thomas van den Bergh verwoordde het een paar jaar geleden alsvolgt: &lsquo;Het verhaal wordt vanuit het perspectief van de kleine jongen verteld, en omdat die zo rijk is aan gevoelens, is ook zijn perceptie van de werkelijkheid steeds vol van emotie en zintuigelijke ervaringen&rsquo;.<br /><BR>&nbsp;Het grote werk is er nooit gekomen, heeft nooit de gewenste vorm gekregen, maar we hebben wel een paar prachtige brokstukken overgehouden. Bovendien heeft Gilliams heel veel gedichten nagelaten. Uiteindelijk was hij een dichter. Zijn proza bewees dat des te meer. Over zijn po&euml;zie zei hij: &lsquo;Ik houd van po&euml;zie waarvan de dichter de sleutel in het graf meedraagt, die een &quot;uitstraling&quot; op mij doet gevoelen, gelijk ertsen in de grond.&rsquo; Dubois laat op die woorden de opmerking volgen dat het werk van Gilliams een rijk gebergte is dat voorlopig nog niet ontgonnen is. Dat moge in ieder geval blijken uit de hernieuwde biografische interesse die er voor hem is: uitgeefster Annette Portegies (tot voort kort Meulenhoff, nu Querido) schrijft een biografie over hem. Uit haar onderzoek tot nu toe blijkt niet alleen zijn werk nog vol onopgeloste raadsels, ook in zijn persoonlijk leven valt nog veel nieuws te ontdekken: Portegies kwam erachter dat Gilliams een geheime liefde had en dat uit die verbintenis een zoon is voortgekomen. Misschien voorzien dat soort biografische details in een andere dan een literaire behoefte, maar daar staat weer tegenover dat werk en leven nauw met elkaar verbonden zijn: voor wie graag de sleutel van zijn po&euml;zie meeneemt in het graf, zal het ook geen probleem zijn een buitenechtelijk kind te verzwijgen. Hoe dan ook, de literatuur vaart wel bij die houding; voor de literatuur kan niet genoeg verborgen blijven.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2007/01/2088/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>C&#225;ndani</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/12/2180/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/12/2180/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 18 Dec 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2180</guid>
		<description><![CDATA[C&#225;ndani: &#233;n talent, &#233;n ambitie, &#233;n verhaalstof Het eerste dat ik van C&#225;ndani heb gelezen &#8211; ik was toen een 15-jarige puber met weinig affiniteit voor literatuur &#8211; is Relaas voor S., een verhaal uit de verhalenbundel Sirito, samengesteld door Michiel van Kempen en Jan Bongers. Dat verhaal is me bijgebleven omdat er zoveel droefheid [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>C&aacute;ndani: &eacute;n talent, &eacute;n ambitie, &eacute;n verhaalstof</strong></p>
<p>Het eerste dat ik van C&aacute;ndani heb gelezen &#8211; ik was toen een 15-jarige puber met weinig affiniteit voor literatuur &#8211; is <em>Relaas voor S.</em>, een verhaal uit de verhalenbundel Sirito, samengesteld door Michiel van Kempen en Jan Bongers. Dat verhaal is me bijgebleven omdat er zoveel droefheid in zat, zoveel melancholie, dat ik me toen al afvroeg wie de persoon is die zich verschuilt achter het pseudoniem C&aacute;ndani.</p>
<p>Nu weet ik dat zij Ashakoemarie Radjkoemar heet en dat <em>Relaas voor S</em> sterk autobiografisch is. Zij werd geboren op 8 maart 1965 in het district Suriname en heeft gedurende niet al te lange tijd literatuurwetenschappen gestudeerd aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs. In 1990 debuteerde zij met Ghungru tut gail/ De rinkelband is gebroken, een bundel waarin duidelijk werd dat C&aacute;ndani bezig was af te rekenen met geesten uit het verleden. Een verleden dat zich kenmerkt door verdriet, eenzaamheid en vooral de zoektocht naar een eigen ik.</p>
<p>Weggegooid in deze ruimte<br />
tastend naar een leven om te leven<br />
als stond er een ruit tussenin<br />
welfde ik in de jaren<br />
de jaren welfden in mij<br />
ademen moest ik bij iedere ademstoot<br />
om niet te ontbreken in mijn eigen lichaam<br />
waarheen het leven ging<br />
ging ik trouw mee<br />
Soms me verslapend vertrok mijn schaduw<br />
en ik ging achter de schaduw aan<br />
Zo verging de cyclus van het leven<br />
en ik vergat te leven.</p>
<p>Met haar debuutbundel zette C&aacute;ndani de toon aan voor haar verdere werk. <em>Vanwaar je dacht te vertrekken sta je geplant</em>, uitgekomen in 1993 en <em>Zal ik terugkeren als je bruid</em>(1999) hebben als belangrijkste motieven heimwee en eenzaamheid. Met <em>Een zoetwaterlied</em> (2000) geeft zij een andere dimensie aan het leven van de Hindostaanse immigrant die zich gevestigd heeft in het rijstdistrict Nickerie. In 2001 verschijnt haar debuutroman <em>Oude onbekenden</em> en in 2002 de bundel <em>Ghar ghar ke khel/ Het spel van huisje huisje </em>en de roman <em>Huis van as</em>. </p>
<p>Hella Haase zei dat C&aacute;ndani &eacute;n het talent &eacute;n de ambitie &eacute;n de verhaalstof heeft om een van de groten van de Surinaamse literatuur te worden. Ik denk dat C&aacute;ndani nog iets heeft dat haar als opmerkelijk typeert: ze is genuine. Haar po&euml;zie, dat voor een groot deel in het Sarnami is geschreven, is ook herkenbaar, en dan niet alleen voor vrouwen uit de Hindostaanse samenleving, maar voor een ieder die weet wat het is om verdriet te hebben. Pijn en verdriet zijn universele gevoelens die iedereen herkent als je die tegenkomt, maar C&aacute;ndani verbeeldt ze op zo&rsquo;n bijzondere manier dat je dat gevoel niet alleen herkent, maar ook daadwerkelijk voelt. </p>
<p>Geraadpleegde literatuur: <em>Spiegel van de Surinaamse po&euml;zie</em>. Samengesteld door Michiel van Kempen. Amsterdam: Meulenhoff, 1995. </p>
<p><strong>Sen Nandoe</strong></p>
<p>Sen Nandoe studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/12/2180/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Thea Doelwijt</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/11/2189/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/11/2189/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Nov 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2189</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Suriname blijft mijn inspiratie&#8217;&#039;Ik weet &#233;cht niet meer wat ik allemaal gedaan heb!&#8217; Thea Doelwijt is een Surinaamse schrijfster/theatermaakster die haar sporen meer dan verdiend heeft, zowel in de literatuur als in de theaterwereld. Tegenwoordig geniet ze grote bekendheid vanwege de jeugdboeken die de laatste jaren verschenen: O sekoer! Help! en Stop je hoofd niet [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>&lsquo;Suriname blijft mijn inspiratie&rsquo;</strong><br />&#039;Ik weet &eacute;cht niet meer wat ik allemaal gedaan heb!&rsquo; Thea Doelwijt is een Surinaamse schrijfster/theatermaakster die haar sporen meer dan verdiend heeft, zowel in de literatuur als in de theaterwereld. Tegenwoordig geniet ze grote bekendheid vanwege de jeugdboeken die de laatste jaren verschenen: O sekoer! Help! en Stop je hoofd niet in een spinnenweb. In Suriname is het vooral haar theater- en cabaretwerk, waar mensen haar naam mee associ&euml;ren. Met name de vele theaterproducties van het Doe-theater roepen warme herinneringen op. Populaire bloemlezingen die Doelwijt in de jaren zeventig samenstelde worden vandaag de dag nog steeds gebruikt: Kri! Kra! Proza van Suriname (1972), Geen geraas of getier (1974) en Rebirth in Words (1981). <br />&nbsp;Theadora Christina Doelwijt (Den Helder, 3 december 1938) is de dochter van een Nederlandse moeder en een Surinaamse vader. Ze ging in 1961 naar Suriname waar ze werkte als journalist, onder meer voor het dagblad Suriname. Zij was redactielid van het literair tijdschrift Moetete (1968-1969). Doelwijt schreef voor volwassenen twee boeken die nog altijd geliefd zijn bij de Surinaamse lezers: de novelle Wajono (1969) en de thriller Toen Mathilde niet wilde &#8230; (1972). Het eerste boek beschrijft de problematische ontmoeting tussen de stille wereld van het ongerepte binnenland en de chaotische wereld van de drukke stad. Eerder werd Wajono op de website van Literair Nederland als Boek van de week besproken door Mireille Pinas. Ook schreef Doelwijt in de jaren zeventig en tachtig een groot aantal toneelstukken, musicals en cabaretteksten, vooral voor het Doe-theater, onder meer Land te koop (1973). Ook in de afgelopen jaren was Thea betrokken bij theaterproducties, zoals Na Gowtu Du en Na Diamanti Du.<br />Sinds december 1983 woont Thea in Amsterdam. Ze keert echter regelmatig terug naar Suriname. &lsquo;Ik schrijf altijd weer over Suriname. Ik heb nooit voor Nederland gekozen. Nooit over, noch voor Nederland geschreven. Suriname blijft mijn inspiratie.&rsquo; <br />Thea Doelwijt is niet vast te pinnen op &eacute;&eacute;n bezigheid. &lsquo;Zo werkte ze mee aan een project van Berith Danse. &lsquo;Het heet Het slavernijmoment, een soort woordspeling naar aanleiding van het &lsquo;Slavernijmonument&rsquo;. Berith Danse wilde iets met het thema slavernij doen, ze had ook contacten met Afrikaanse dansers. Ik heb iets geschreven over Misi Bethania, ge&iuml;nspireerd door mijn grootmoeder.&rsquo; Samen met Norine Baarn, Irene Baarn en nog een aantal andere vrouwen maakte Thea een stuk dat opgevoerd werd in Amsterdam. Later is het herhaald in Zeeland, met Zeeuwse Surinamers als acteurs. Berith Danse zou het stuk graag naar Suriname brengen. De speellocatie is een belangrijk onderdeel van de voorstelling, het stuk speelt zich af op verschillende.<br />In 1974 ontving Thea Doelwijt de Gouverneur Currieprijs. In 1989 kreeg zij een Award voor haar verdiensten voor de Surinaamse cultuur. Sinds 1998 is ze lid van de Maatschappij der Nederlands Letterkunde.<br /><strong>Marieke Visser</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/11/2189/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Colette</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2175/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2175/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Oct 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2175</guid>
		<description><![CDATA[Een begaafde ‘Vagabonde’ met lef Ze is 52 jaar geleden overleden, maar haar naam duikt steeds weer op. Ik heb het over de Franse schrijfster Sidonie-Gabriëlle Colette (1873 – 1954), ook bij leven slechts bekend door haar achternaam. In 2003 verscheen er een film over haar leven met als saillant detail dat actrice Marie Trintignant [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><strong>Een begaafde ‘Vagabonde’ met lef</strong></p>
<p>Ze is 52 jaar geleden overleden, maar haar naam duikt steeds weer op. Ik heb het over de Franse schrijfster Sidonie-Gabriëlle Colette (1873 – 1954), ook bij leven slechts bekend door haar achternaam.</p></div>
<div>In 2003 verscheen er een film over haar leven met als saillant detail dat actrice Marie Trintignant kort na het afronden van de opnames door haar geliefde vermoord werd. Hoe tragisch ook, het bracht de film extra publiciteit en Colette kreeg meer aandacht dan verwacht. Nederland bleef niet achter. Onlangs zijn er twee vertalingen uitgegeven en de actrice Josée Ruiter is tot eind maart 2007 op tournee met de monoloog <em>Colette</em>.</p>
<p>Er is veel bekend over leven het leven van Colette. Haar rustige jeugd op het platteland, de sterke band met haar moeder Sido en de turbulentie die vanaf haar twintigste door haar leven gierde. Ze trouwt met de vijftien jaar oudere schrijver, musicus en vooral playboy Henri Gauthier-Villars (‘Monsieur Willy’) en zet de eerste stappen in de wereld van bohémiens en artiesten. Ze begint zelf met schrijven en onder de naam ‘Willy Colette’ publiceert ze in drie jaar tijd vier romans over het schoolmeisje ‘Claudine’.</p>
</div>
<div>De Claudine-serie bestaat uit vier delen en handelt over de onbetamelijke avonturen van deze opgroeiende tiener en adolescent. De titels doen nu wat suffig aan: <em>Claudine à l’école</em>, <em>Claudine à Paris</em>, <em>Claudine en ménage</em> en <em>Claudine s’en va</em>. Het wordt een enorm succes in Frankrijk en de merchandising is niet van de lucht: een kledinglijn, zeep, parfum en zelfs een ‘Claudine’-musical. Het verhaal gaat dat Villars zijn vrouw flink onder de knoet had en zelfs opsloot om haar tot schrijven te dwingen.</div>
<div>In 1906 verlaat Colette Villars, en start ze een theatercarrière waar ze haar borsten ontbloot en copulatiepantomimes ten beste geeft. Ze heeft relaties met mannen en vrouwen van alle leeftijden en met name haar lesbische relatie met Marquise de Belbeuf (‘Missy’) haalt de schandaalpers. In het boek <em>La Vagabonde</em> (<em>De Zwerfster</em>) uit 1910 doet ze verslag van deze periode.</div>
<div>In 1912 trouwt ze met Henri de Jouvenel des Ursins, de uitgever van de Franse krant ‘Le Matin’, en na hun scheiding kiest ze in 1935 voor de zestien jaar jongere Maurice Goudeket. Deze laatste schreef een aandoenlijk boekje over hun leven samen.</div>
<div>Uit het huwelijk met Jouvenel wordt tot Colettes grote schrik een dochter geboren. Kinderen! Wat moet je daar nou mee? Ze wil niets met, Colette Jouvenel, ook wel Bel-Gazou genoemd, te maken hebben. De moeder-dochterrelatie is complex en wordt prachtig neergezet in de monoloog van De Ruiter.</div>
<div>In de jaren twintig stijgt haar succes naar grote hoogten. Ze bevindt zich in de kringen rond de kunstenaar Jean Cocteau, met wie ze een goede vriendschap ontwikkelt, en laat zich inspireren door moderne poëzie en schilderkunst. Ze stort zich weer op het schrijven en haar boeken vliegen de winkels uit. Haar manier van schrijven is speels en lyrisch en ze weet fictie en werkelijkheid goed met elkaar te vermengen. In de novelle ‘Het Zieke Kind’ laat ze hallucinaties vloeiend afwisselen met het leven van alledag. Ook haalt ze (voor die tijd) gedurfde trucs uit. In haar beroemdste boek ‘Chèrie’ (1920) stoeit ze met stereotypen en genderrollen.</div>
<p>Al haar fictie wordt bevolkt door personages die zich aan de buitenranden van de maatschappij bevinden: homoseksuelen, biseksuelen, gigolo’s, courtisanes, prostituees en artiesten. Waar ze vooral om geroemd wordt, is het feit dat ze zich goed weet te verplaatsen in het liefdesleven van vrouwen. Ook worden haar scherpe en rake karakterschetsen alom geprezen. Terugkerende thema’s in haar werk zijn: liefde, de natuur, seks, eten en dieren, met in het bijzonder poezen.</p>
<p>Later in de twintiger jaren legt ze zich toe op autobiografisch werk en schrijft ze met een aan verheerlijking grenzende liefde over haar kinderjaren op het Franse platteland. In <em>Het Huis van mijn Moeder</em> (1922) en <em>Sido</em> (1930) staat Colettes vroegere gezinsleven centraal en schrijft ze beeldend over haar ouders, haar zus en haar twee broers, maar ook over haar innig geliefde tuin en de ronddolende dieren. Door haar rol in society-kringen, maar vooral op grond van haar prachtige en boeiende romans, wordt ze in 1927 Frankrijks belangrijkste vrouwelijke auteur genoemd.</p>
<div>Colette blijft maar schrijven en de lijst met romans wordt langer en langer. Mede door de veranderende tijdgeest nemen de schandalen af en is ze een auteur met aanzien. Tijdens de eerste Wereld Oorlog is ze journaliste aan het front. In 1953 wordt ze tot grootofficier benoemd in het Légion d’Honneur. Ook wint ze veel literaire prijzen en verkeert ze in dezelfde kringen als de beroemde Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein (1874 – 1946). Een aantal van haar boeken wordt omgewerkt tot toneelstuk of musical.</div>
<p>Colette heeft ook in Nederland haar sporen nagelaten. Niet alleen werden haar boeken vertaald, ze inspireerde ook haar collega en tijdgenoot Carry van Bruggen (1881 – 1932). In haar roman <em>Eva</em> (1927) speelt Claudine een grote rol. Niet alleen leest en citeert Eva <em>Claudine à ménage</em>, maar er zijn ook inhoudelijke raakvlakken te vinden. Zo onderzoeken beide protagonisten hun seksuele voorkeur en gaan ze liefdesrelaties aan met seksegenoten.</p>
<div><em>Eva</em> is, misschien wel dankzij Colette, maar de eer gaat natuurlijk naar Van Bruggen, de eerste Nederlandse roman met een biseksuele hoofdpersoon. Ook de vertelperspectieven in beide romans komen overeen: een alwetende verteller die de gedachten en gevoelens van de vrouwelijke hoofdpersonen beschrijft. De Claudine-serie is wel in het Nederlands vertaald, maar is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel.</div>
<p>Haar verzameld werk verschijnt in 1950 in vijftien banden en de laatste jaren leidt Colette een rustig leven met haar Maurice in het Parijse Palais Royal. Tussen haar en Bel-Gazou komt het gelukkig goed.</p>
<div>In 1954 overlijdt Colette op 81 jarige leeftijd en krijgt als eerste vrouw in de Franse geschiedenis een staatsbegrafenis.</div>
<div>Hoe kan ik mooier afsluiten dan met een fragment uit het gedicht ‘Père Lachaise, oktober’ van de Nederlandse dichteres Esther Blom. Ook in de eenentwintigste eeuw weet Colette haar vakbroeders en</div>
<div>zusters nog steeds te inspireren.</div>
<div>Ik zoek het graf van Colette</div>
<div>die oud werd en mooi bleef</div>
<div>en van het leven wist. Een poes loopt</div>
<div>voor me uit, alsof ze er hoort.</div>
<div><strong><br />
Pauline van der Lans</strong></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2175/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Lodewijk Van Deyssel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2172/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2172/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Oct 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2172</guid>
		<description><![CDATA[De schrijversloopbaan van Lodewijk van Deyssel (pseudoniem van Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm, 1864-1952) eindigde eigenlijk pas in september 2006, toen Harry G.M. Prick overleed. In de halve eeuw na Van Deyssels dood, zorgde Prick ervoor dat er meer boeken met ongepubliceerde stukken,  tijdschriftartikelen, briefwisselingen en herziene herdrukken van deze Tachtiger verschenen, dan van menige levende schrijver. Daarnaast [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>De schrijversloopbaan van Lodewijk van Deyssel (pseudoniem van Karel Joan Lodewijk Alberdingk Thijm, 1864-1952) eindigde eigenlijk pas in september 2006, toen Harry G.M. Prick overleed. In de halve eeuw na Van Deyssels dood, zorgde Prick ervoor dat er meer boeken met ongepubliceerde stukken, </div>
<div>tijdschriftartikelen, briefwisselingen en herziene herdrukken van deze Tachtiger verschenen, dan van menige levende schrijver. Daarnaast vereeuwigde hij Van Deyssel in een monumentale biografie, die twee dikke boekdelen van samen 2500 pagina&#8217;s beslaat.  </p>
<p>In deel één, &#8216;In De Zekerheid Van Eigen Heerlijkheid&#8217;, volgt de lezer het opgroeien van een rebels wonderkind. Als zoon van de katholieke schrijver en uitgever Jozef Alberdingk Thijm kreeg hij als 16 jarige al de kans om te debuteren in pa&#8217;s tijdschrift Dietsche Warande, onder het pseudoniem Lod.<br />
Van Deyssel, met een artikel van 34 pagina&#8217;s over &#8216;De eer der Fransche Meesters&#8217;. In de rest van zijn tienerjaren publiceerde hij stapels ophefmakende en baanbrekende bijdragen over ondermeer toneel en Franse literatuur in toonaangevende tijdschriften als De Amsterdammer. Midden jaren<br />
&#8217;80 vond hij aansluiting bij andere literair-revolutionaire jongeren en werd medewerker van De Nieuwe Gids, de spreekbuis van de Tachtigers. Daar krijgt deze gedetailleerde biografie een extra waarde: Via het netwerk van Van Deyssel tekent Prick de sfeer onder schrijvers, schilders en politici in Amsterdam en het Gooi, bij wie een Nieuwe Tijd broeide. Zo geeft Prick een onovertroffen inkijk in de Nederlandse cultuur tijdens het 19de-eeuwse fin de siècle, een tijdperk waarover hij zijn onbegrensde eruditie bewijst, op bladzijdes die per stuk meer noten bevatten dan de modale hazelaar in de herfst. De wonderlijke literaire prestatie van Prick is, dat hij er in slaagt om constant een overdosis informatie te geven, terwijl de<br />
biografie toch steeds verslavend soepel leesbaar blijft.</p>
<p>Van Deyssel bereikte zijn artistieke hoogtepunt met zijn literaire kritieken rond 1890. Daarin verhief hij schelden tot kunst: Om zijn superioriteit ten opzichte van vroegere generaties te bewijzen, vond hij het stilistisch formuleren van die scheldkanonnades belangrijker dan het feitelijk argumenteren tegen al die minderwaardige boeken en auteurs die aan hem ten prooi vielen. Met dit literaire Shock &amp; Awe-bombardement in dienst van de generatie van Tachtig, ploegde hij het Nederlandse literaire landschap om en besproeide het met een bloedbad van letterkundige reputaties.</p>
<p>De Tachtigers hadden zichzelf aangekondigd als een bij voorbaat legendarische stroming, die in de wereldliteratuur als het ware slechts te vergelijken was met de Griekse Klassieken. Daarbij had Willem Kloos de grootste dichter en Van Deyssel de keizer van het proza moeten worden. Na de scheldkritieken van Van Deyssel en de meer beargumenteerde, maar nauwelijks minder harde kritieken van Kloos, werd het hoog tijd om zichzelf te bewijzen. Dit werd een pijnlijk breekpunt.</p>
<p>Kloos had zijn dichterschap te diep ondergedompeld in alcohol. Als iemand een boek over Kloos&#8217; leven in de laatste jaren van de 19de eeuw zou publiceren, dan zou dat perfecte propaganda zijn voor een campagne onder het motto: &#8216;drank maakt meer kapot dan je lief is&#8217;. Na een reeks deliriums zouden zijn geestelijke vermogens, af te lezen aan het vele onleesbare werk dat hij daarna publiceerde, nooit meer helemaal in orde komen.</p>
<p>Ook Van Deyssel bleek tijdens de revolutie van Tachtig zijn belangrijkste geestelijke munitie al te hebben verschoten. Zijn eigen kunstwerken zouden nooit z&#8217;n kritieken overtreffen. Hoewel hij nog maar weinig publiceerde, zou hij de rest van z&#8217;n leven heel veel blijven schrijven. Zo vond Prick in zijn nalatenschap talloze dagboeken, waarin Van Deyssel gedetailleerd verslag deed van bijvoorbeeld zijn strijd tegen zijn masturbatieverslaving, of tegen de vliegen in zijn werkkamer. Van Deyssel werkte met die aantekeningen aan een handleiding voor zijn eigen leven, om ooit weer in de juiste stemming te komen om een meesterwerk af te leveren. Hij zou hier nooit in slagen. Daarom bestaat deel twee van de biografie,<br />
&#8216;Een Vreemdeling Op De Wegen&#8217;, vooral uit verhalen over het voortsukkelen van het voormalige wonderkind. Geheel in de geest van Van Deyssel verliest Prick zich in dit boek vaak in eindeloze uitweidingen over details. Toch fascineert ook dit deel van het levensverhaal mateloos. Al was het maar omdat de dandy-in-het-kwadraat Van Deyssel als mens al zo&#8217;n opzienbarend fenomeen was, dat zelfs als hij nooit een zin op papier had geschreven, hij al een levend kunstwerk was geweest en een biografie waard.</p>
<p>Van Deyssel werd, net als Kloos, in latere jaren volop geëerd en gevierd voor zijn rol in de revolutie van Tachtig, door allerlei aanbidders. Die vergaten in hun lofredes voor het gemak, dat beiden hun literaire belofte, waarvoor ze die revolutie begonnen waren, daarna eigenlijk nooit waar hadden gemaakt.<br />
Die overschatting tijdens hun leven, heeft postuum hun reputaties zwaar beschadigd. Als ze later nog herinnerd werden, dan was dit meestal slechts als stof voor parodie. Hoewel dit een logische reactie was op hun verprutste talent en zelfoverschatting, was het feitelijk onrechtvaardig: Hoe weinig Nederlandse schrijvers kunnen immers werk voorleggen, dat het meesterlijke niveau van het jeugdwerk van Kloos en Van Deyssel evenaart?</p>
<p>Gelukkig had Van Deyssel zijn nalatenschap zo geregisseerd, dat in de loop der jaren een advocaat voor hem opgroeide, die voldoende tegengif in het literaire debat kon brengen, om zijn reputatie alsnog te rehabiliteren. In de jaren &#8217;40, toen hij de laatste overlevende Tachtiger was, had Van Deyssel namelijk de pas 18 jarige Harry G.M. Prick benoemd tot zijn toekomstige biograaf. Na Van Deyssel&#8217;s overlijden kwam Prick in het bezit van een gigantische literaire goudmijn: talloze kisten vol met beschreven papier,<br />
die het geheime schaduw-oeuvre van Van Deyssel bleken te vormen. Het was Pricks bron voor de postume Van Deyssel-publicaties, maar ook voor talloze artikelen over hem, voor een proefschrift waarmee hij cum laude promoveerde en bovenal natuurlijk voor zijn monumentale tweedelige biografie. De ironie hiervan is, dat de grootste stilist uit de Nederlandstalige literatuur, meer dan dankzij z&#8217;n eigen boeken, voort zal<br />
leven in een verhaal dat hij niet zelf heeft opgetekend: Zijn levensverhaal. Dat lot had hij waarschijnlijk zonder Prick ook gehad, maar dan op een iets minder eervolle manier, namelijk in Vincent Haman, de parodistische sleutelroman die Willem Paap over hem schreef. Dat boek is nog altijd bruikbaar als een hilarische inleiding voor iedereen die durft te twijfelen, of het fenomeen Lodewijk Van Deyssel wel interessant genoeg is om 2500 pagina&#8217;s biografie over te lezen. Het antwoord kan volgens mij voor iedereen die van Nederlandse literatuur houdt en interesse heeft in de Tachtigers of het Fin de Siècle, alleen maar luiden: JA!</p>
<p><strong><em>In de zekerheid van eigen heerlijkheid &#8211; Het leven van Lodewijk van Deyssel<br />
tot 1890</em><br />
Harry G.M. Prick<br />
Uitgeverij Athenaeum &#8211; Polak &amp; Van Gennep<br />
ISBN 9025341934<br />
<em><br />
Een vreemdeling op de wegen &#8211; Het leven van Lodewijk van Deyssel vanaf 1890</em><br />
Harry G.M. Prick<br />
Uitgeverij Athenaeum &#8211; Polak &amp; Van Gennep<br />
ISBN: 902534187X</strong></p>
</div>
<p><strong>Rob de Haan</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/10/2172/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tom Lanoye</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2170/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2170/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Sep 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2170</guid>
		<description><![CDATA[Tom Lanoye, auteur van de week. Een man die hier elk jaar wel een update kan gebruiken. Onlangs publiceerde hij zijn langverwachte nieuwe roman, Het derde huwelijk. In afwachting van de onontkoombare bespreking daarvan dissen we alvast het onderstaande nog eens op uit het archief (artikel van Daphne de Heer, 2003). Lanoyes laatste roman dateert [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tom Lanoye, auteur van de week. Een man die hier elk jaar wel een update kan gebruiken. Onlangs publiceerde hij zijn langverwachte nieuwe roman, <em>Het derde huwelijk</em>. In afwachting van de onontkoombare bespreking daarvan dissen we alvast het onderstaande nog eens op uit het archief (artikel van Daphne de Heer, 2003).</p>
<p>Lanoyes laatste roman dateert van 2002. Niet dat de man intussen heeft stilgezeten; vorig jaar publiceerde hij nog zijn <em>Stadsgedichten</em>, en de verzamelaar <em>De meeste gedichten</em>; en schreef hij voor het theater <em>Fort Europa</em> en dit jaar nog <em>Mefisto for ever</em>, dat op 13 oktober in première gaat in de Bourla-schouwburg in Antwerpen en tot december in België en Nederland te zien zal zijn (<a href="http://www.toneelhuis.be">www.toneelhuis.be</a>).</p>
<p>Hij was natuurlijk niet de eerste performancedichter in het Nederlands taalgebied, maar stond wel aan de wieg van de geboorte van een nieuwe generatie voordrachtskunstenaars: de Vlaamse schrijver Tom Lanoye. Behalve zijn manier van voordragen waren ook zijn brillen behoorlijke blikvangers.</p>
<p>De in 1958 geboren Lanoye bleek nog meer dan een begenadigd performer een begaafd romancier te zijn.<br />
In eerste instantie schreef hij vrij autobiografisch getinte boeken, waaronder <em>Een slagerszoon met een brilletje</em> en <em>Kartonnen dozen</em>. Met name dat laatste boek toonde aan dat Lanoye een grote sensibiliteit aan de dag weet te leggen en met een ragfijne stijl een wereld aan gevoelens op kan roepen. Hij schrijft meer dan andere Nederlandstalige schrijvers, maar net als veel van zijn landgenoten, secuur en bloemrijk Nederlands; stilistisch is hij een klasse apart.</p>
<p>Lanoye bestendigde zijn literaire reputatie met de alomgeprezen ‘Monstertrilogie’, waarin opgenomen de romans <em>Het goddelijke monster</em>, <em>Zwarte tranen</em> en <em>Boze tongen</em>. Met dit laatste boek won hij in 2003 zowel de Gouden Uil jury- als de publieksprijs. Lanoye legt in deze trilogie op schrijnende wijze het België van na de affaire-Dutroux bloot. De schandalen, de corruptie etc. hangt hij op aan de kapstok van de rijke en machtige familie Deschryver. Hij laat zijn vaderland op genadeloze wijze met de billen bloot gaan en dat alles in een stijl die zowel scherp als zwoel is.</p>
<p>Naast romancier en dichter profileert Lanoye zich tevens als toneelschrijver. Zijn bewerking van Shakespeares koningsdrama, <em>Ten oorlog</em> genaamd, is wellicht zijn bekendste werk. Daarnaast heeft hij werk van Euripides bewerkt en oorspronkelijke stukken geschreven.</p>
<p>Hoewel hij op poëtisch gebied al lange tijd niks meer van zich had laten horen, revancheerde hij zich dit jaar indrukwekkend met het prachtig vormgegeven <em>Niemands Land</em>, een bewerking van de zogenaamde War Poets, dichters die schreven over de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog.</p>
<p>Humor is een in het oog lopend stijlkenmerk bij Lanoye, maar hij gebruikt dit minder hardhandig dan zijn landgenoot Herman Brusselmans. Lanoye integreert de humor meer als tragi-komisch instrument in zijn verhalen. Langzaam maar zeker laat hij zich gelden als een van de grotere schrijvers van dit moment.</p>
<p>Werk van Tom Lanoye:</p>
<p>Poëzie:<br />
<em>In de piste</em> (1984)<br />
<em>Bagger</em> (1984)<br />
<em>Hanestaart</em> (1990)<br />
<em>Niemands Land</em> (2002)<br />
<em>Overkant</em> (2004)<br />
<em>Stadsgedichten</em> (2005)<br />
<em>De meeste gedichten</em> (2005)</p>
<p>Proza:<br />
<em>Een slagerszoon met een brilletje</em> (1985)<br />
<em>Alles moet weg</em> (1988)<br />
<em>Kartonnen dozen</em> (1991)<br />
<em>Spek en bonen</em> (1994)<br />
<em>Het goddelijke monster</em> (1997)<br />
<em>Zwarte tranen</em> (1999)<br />
<em>Boze tongen</em> (2002)<br />
<em>Het derde huwelijk</em> (2006)</p>
<p>Kritieken:<br />
<em>Het cirkus van de slechte smaak</em> (1986)<br />
<em>Vroeger was ik beter</em> (1989)<br />
<em>Doén!</em> (1992)<br />
<em>Maten en gewichten</em> (1994)<br />
<em>Gespleten &amp; bescheten</em> (1989)<br />
<em>Tekst &amp; uitleg/Woorden met vleugels</em> (2001)<br />
<em>Het vroegste vitriool</em> (2004)<br />
<em>Vitriool voor gevorderden</em> (2004)</p>
<p>Toneel:<br />
<em>De Canadese muur</em> (met H. Brusselmans) (1989)<br />
<em>Komieken</em> (1991)<br />
<em>De schoonheid van een total loss</em> (Blankenberge/Bij Jules en Alice/Celibaat) (1993)<br />
<em>Onweer in de tropen</em> (1994)<br />
<em>Ten oorlog</em> (1997)<br />
<em>Mamma Medea</em> (2001)<br />
<em>De Jossen</em> (2004)<br />
<em>Diplodocus Deks</em> (2004)<br />
<em>Fort Europa</em> (2005)<br />
<em>Mefisto for ever</em> (2006)</p>
<p>Cd: <em>The very best of the artist formerly known as a young man</em> (1999)</p>
<p>Video: <em>Gespleten en bescheten</em> (1998)</p>
<p>Secundair:<br />
<em>Naamloze vennootschap L.A.N.O.Y.E.</em>, diverse essays over de auteur en zijn werk(wijze), samengesteld door journalist Bart Vanegeren (&#8217;98)</p>
<p>Gebruikte bronnen: <a href="http://www.lanoye.be" target="_blank">www.lanoye.be</a>.<br style="mso-special-character: line-break" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2170/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eddy Pinas</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2169/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2169/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Sep 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2169</guid>
		<description><![CDATA[Eddy Pinas – klein oeuvre, groot talent Een bescheiden mens, en een Surinamer in hart en nieren. Eddy Louis Pinas (1939) is een schrijver die een klein oeuvre heeft opgebouwd, haast tussen neus en lippen door, met een heel eigen stijl en toon. Michiel van Kempen noemt hem in Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div style="MARGIN: 0in 0in 0pt; LINE-HEIGHT: 12pt"><strong>Eddy Pinas – klein oeuvre, groot talent</strong></div>
<p><span style="line-height: 16px;">Een bescheiden mens, en een Surinamer in hart en nieren. Eddy Louis Pinas (1939) is een schrijver die een klein oeuvre heeft opgebouwd, haast tussen neus en lippen door, met een heel eigen stijl en toon. Michiel van Kempen noemt hem in <strong><em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em> </strong>‘een echte minor poet’, juist vanwege dat kleine oeuvre dat – hoewel niet omvangrijk – van hoge kwaliteit is.</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">BRUG</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">Auto&#8217;s daveren<br />
over de brug<br />
maar de kreek<br />
voert uit het bos<br />
nieuwe stilten aan</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">Eddy L. Pinas</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">In: <strong><em>Spiegel van de Surinaamse poëzie</em></strong> (1995)</span></p>
<p>Zijn debuut maakte Pinas in 1973 als Faceless X, met de gestencilde bundel verzetspoëzie <strong><em>Krawasi</em></strong> (Karwats). Daarna volgde <strong><em>Te koop wegens vertrek</em></strong>, in 1975. De grimmige toon die zijn debuut kenmerkt, zet zich voort in de tweede bundel. Maar, zoals Van Kempen stelt: ‘Nooit is het een vrijblijvend schimpen, wel een fundamentele bezorgdheid om wat de toekomst brengen zal’.</p>
<p><span style="line-height: 16px;">SYNTHETISCHE NEDERLANDER</span></p>
<div style="MARGIN: 0in 0in 0pt; LINE-HEIGHT: 12pt">importproduct uit de west<br />
invoerrechten vrij<br />
statistiekrecht en KLM verplicht<br />
handelaar exclusief BTW<br />
copyright<br />
Den Haag<br />
1863<br />
wandelende synthetische ik<br />
in 1954<br />
te Paramaribo (of elders)<br />
gefabriceerd in licentie<br />
binnenkort<br />
importbeperking &#8211; of verbod -<br />
te verwachten</div>
<p><span style="line-height: 16px;">Eddy L. Pinas</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">Uit: <strong><em>Te koop wegens vertrek</em></strong> (1975)</span></p>
<p>Ook schreef Pinas meerdere toneelstukken. Als zestienjarige werd van zijn hand <strong><em>De econoom</em></strong> opgevoerd, een satirische eenakter. Tevens schreef hij het toneelstuk <strong><em>Gerda</em></strong>. Met het verhaal ‘Julien Colijn’ won hij de eerste prijs in een prijsvraag die de overheid had uitgeschreven rond het thema ’Rondom de revolutie van 25 februari 1980’. ‘Julien Colijn’ verscheen in de uitgave van het ministerie van Cultuur, Jeugd en Sport, <strong><em>Een pantserwagen in de straten: drie verhalen rond 25 februari</em></strong> (1981). Het in het Sranan geschreven verhaal ‘San pesa ini Kaneri’ verscheen in <strong><em>Nieuwe Surinaamse verhalen</em></strong> (1986).</p>
<p>Het thema dat thans in zijn sporadisch opduikende werk een rode draad lijkt te zijn is het (moreel) verval in Suriname. In een vraaggesprek stelt hij: ‘De oude waarden zijn sterk aan het veranderen en niet altijd in positieve zin. De gastvrijheid is gebleven. Maar in de relatie tussen ouderen en jongeren; van beide kanten zijn er veranderingen. Mensen zijn niet zo open meer naar elkaar toe. De tegenstellingen zijn sterker geworden: wie nu voor de ene partij is, is tegen de andere, en omgekeerd.’ Inmiddels heft Eddy Pinas al zeker tien gedichten over het pand op de hoek van de Dr. Sophie Redmondstraat en de Zwartenhovenbrugstraat in Paramaribo geschreven.’Ston Oso’ is een stenen gebouw van grote monumentale waarde, in het hart van Paramaribo, dat echter door allerlei onduidelijke redenen steeds verder in verval raakt. ‘Door het zien van Ston Oso begin ik juist aan nú te denken’, verklaart Pinas zijn drang om over de bouwval te schrijven. ‘Ston Oso werkt op me in en veroorzaakt bij elke confrontatie opnieuw een gevoel van opstand tegen dit verval. Sommige mensen gaan dan schreeuwen, maar ik merk dat ik op een andere manier in opstand kom.’</p>
<p><span style="line-height: 16px;">STON OSO (2003)</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">de zon vreet zich een bestaan<br />
in de bakstenen gevel<br />
en de restanten kozijn<br />
waarvan de bladders reeds lang zijn<br />
weggewaaid<br />
vuile resten spandoek<br />
wapperen als vergeten vlaggen<br />
uit een voorbije tijd<br />
naast mij zeurt een vrouw<br />
over een verkeerd geparkeerde auto<br />
terwijl daar<br />
een stuk nalatenschap<br />
stil<br />
en roemloos<br />
ten onder gaat</span></p>
<p><span style="line-height: 16px;">EDDY L. PINAS</span></p>
<p>(najaar 2003)</p>
<p>‘Soms schrijf ik maandenlang niets, dan een hele week achter elkaar korte verhalen. Ik weet nooit waar het naar toe gaat. Het is een zin die ik hoor, iets dat ik zie …’ Het begrip ‘inspiratie’ zegt hem niet veel. ‘Iedereen heeft inspiratie, in iedereen zit een dichter, maar wat doe je ermee? Dat het niet tot wasdom komt, dat is een andere zaak. De ontroering is er, er is genoeg dat me raakt. Een glas stukslaan is ook een uiting. Zo’n voorbeeld is bizar, maar het geeft wel aan wat ik bedoel.’ De bekende Surinaamse dichter en strijder voor rechtvaardigheid Dobru heeft Pinas niet beïnvloed, hoewel ze wel vrienden waren. ‘Maar we dachten vanuit verschillende uitgangspunten. Dobru was voor mij iets aparts &#8211; een soort instituut. Ik heb ook een periode van protest gehad, maar dat was er weer gauw vanaf. Trouwens, het zou vanuit mijn beroep ook ongeloofwaardig zijn. Ik was werkgever. Toch was Dobru degene die mij steeds aanspoorde uit te geven.’ Met de poëzie van Ruud Mungroo (die overigens nooit gebundeld is) voelde Pinas wel enige affiniteit.</p>
<p>‘Een gedicht is zo persoonlijk, het schrijven ervan gebeurt niet vanuit een bepaalde behoefte. Het zit in je. Je maakt aantekeningen. Dat is voor mij niet het moment om het al te delen. Pas wanneer ik het publiceer dan houdt het op; dan is het niet langer mijn kind. Publiceren staat los van het schrijven. Ik kan toch ook niet stoppen met ademen? Het is een fysiologisch proces. Sommige mensen denken dat je niet schrijft als je niet publiceert. Er zijn schrijvers die wél zo werken, die de publicatie al in hun hoofd hebben als ze aan het werk zijn. Dan ben je niet meer vrij.’</p>
<p>Geraadpleegde literatuur:</p>
<ul>
<li>Michiel van Kempen, <strong><em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em></strong>. Breda, De Geus, 2003.</li>
<li><strong><em>S</em></strong><strong><em>piegel van de Surinaamse poëzie</em></strong>. Samengesteld door Michiel van Kempen.Amsterdam:       Meulenhoff, 1995.</li>
</ul>
<p><strong>Marieke Visser</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/09/2169/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Stefan Brijs</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2168/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2168/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Aug 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2168</guid>
		<description><![CDATA[Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk (Belgisch-Limburg), waar hij ook jarenlang woonde en naar school ging. In 1990 studeerde hij af als onderwijzer en begon als opvoeder aan zijn vroegere middelbare school te werken. Van 1994 tot 1997 woonde hij in Zonhoven, daarna vestigde hij zich opnieuw in Genk. Sinds 1999 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk (Belgisch-Limburg), waar hij ook jarenlang woonde en naar school ging. In 1990 studeerde hij af als onderwijzer en begon als opvoeder aan zijn vroegere middelbare school te werken. Van 1994 tot 1997 woonde hij in Zonhoven, daarna vestigde hij zich opnieuw in Genk.<br />
Sinds 1999 schrijft Stefan Brijs voltijds – hij had op dat ogenblik drie boeken gepubliceerd en verscheidene essays en recensies geschreven voor de boekenbijlagen van <em>De Morgen</em> en <em>De Standaard</em>. Begin 2003 verruilde hij Genk voor Koningshooikt, een deelgemeente van Lier.</p>
<p>Stefan Brijs debuteerde bij uitgeverij Atlas (Amsterdam) met <em>De verwording</em>, een magisch-realistische roman die opviel door zijn barokke taal. Een recensent noemde hem toen ‘een groot talent’ en ‘de hoop van de Vlaamse letteren’.<br />
Na zijn debuut zwierf Brijs over Vlaamse begraafplaatsen, op zoek naar de resten van zijn literaire voorgangers, onder wie Gustaaf Vermeersch, Richard Minne, Maurice Gilliams en Karel van de Woestijne. Zijn queesten beschreef hij in <em>Kruistochten</em>, dat in 1998 verscheen. Deze essays kregen een vervolg in de krant <em>De Standaard</em>, waarvoor hij <em>De vergeethoek</em> maakte, een serie literaire portretten van vergeten Vlaamse schrijvers die in maart 2003 werden gebundeld.<br />
In 2000 verscheen <em>Arend</em>, een aangrijpende roman over een misvormde jongen, die op zoek is naar zichzelf, naar begrip en naar liefde en ervan droomt om ooit te kunnen vliegen. Het boek kreeg zowel in Vlaanderen als in Nederland veel lof toegezwaaid. In <em>Het Belang van Limburg</em> werd het ‘een sterke en ontroerende roman’ genoemd, in <em>Knack</em> ‘een literaire prestatie die er mag zijn’. <em>De Volkskrant</em> had het over ‘een wonderschone roman’ en <em>HP/De Tijd</em> over ‘een nieuwe literaire sensatie’.<br />
In de zomer van 2001 was er de publicatie van <em>Villa Keetje Tippel</em>, die veel stof deed opwaaien. In deze monografie wordt de geschiedenis verteld van de schrijfster Neel Doff en haar (intussen gesloopte) villa in Genk, die zij van 1908 tot 1939 elke zomer betrok en die haar inspireerde tot verscheidene werken. Tegelijk verwerkte Stefan Brijs in dit boek ook de geschiedenis van zijn eigen geboorte- en woonplaats Genk, een schilderachtig boerendorpje in de Kempen dat in honderd jaar tijd uitgroeide tot het industriële kunsthart van Belgisch-Limburg.<br />
In de winter van 2001 verscheen <em>Twee levens</em>, een novelle die net als <em>Arend</em> in Vlaanderen en Nederland erg positief werd ontvangen. <em>De Morgen</em> had het over &#8216;een beklemmend kerstavondrelaas&#8217;, in <em>het Parool</em> werd de novelle aangeprezen als &#8216;een overtuigend verhaal. Heel mooi&#8217; en het <em>Algemeen Dagblad</em> schreef dat het &#8216;een pracht van een kerstnovelle&#8217; was.<br />
In oktober 2005 verscheen zijn nieuwe roman: <em>De engelenmaker</em>, waarvan de vertaalrechten inmiddels aan Amerika, Engeland, Duitsland, Spanje, Italië en Griekenland zijn verkocht. Het boek werd bekroond met de Gouden Uil Prijs van de Lezer 2006 en werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs.<br />
Momenteel werkt Stefan Brijs in opdracht van de stad Turnhout en het Cultuurcentum De Warande aan <em>Korrels in Gods grote zandbak</em>, een essaybundel over de schrijvers van Turnhout, onder wie Jan Renier Snieders, Emiel Fleerackers, Jozef Simons en Ward Hermans. Het boek zal verschijnen in oktober 2006.</p>
<p>Bron: <a href="http://www.stefanbrijs.be" target="_blank">www.stefanbrijs.be</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2168/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eug&#232;ne Rellum</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2167/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2167/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Aug 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2167</guid>
		<description><![CDATA[Negerschap &#8211; mijn vlag, mijn vuist, mijn zon Eugène Willem Eduard Rellum is op 10 februari 1896 in Paramaribo geboren. Hij was landmeter en heeft eerst in Indonesië gewerkt en daarna in Suriname. Lange tijd daarna werkte hij als dansleraar in Nederland. Daar is hij op 29 juli 1989 gestorven. Rellum behoort tot de zestigers. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div style="MARGIN: 0in 0in 0pt"><strong>Negerschap &#8211; mijn vlag, mijn vuist, mijn zon</strong></div>
<p>Eugène Willem Eduard Rellum is op 10 februari 1896 in Paramaribo geboren. Hij was landmeter en heeft eerst in Indonesië gewerkt en daarna in Suriname. Lange tijd daarna werkte hij als dansleraar in Nederland. Daar is hij op 29 juli 1989 gestorven. Rellum behoort tot de zestigers. Deze groep dichters had als hoofdthema de vraag naar de Surinaamse identiteit, naar het eigene van Suriname en de Surinamers. Ook Rellums oeuvre is er een van nationalisme, maar hij geeft er een extra dimensie aan door heel nadrukkelijk aandacht te schenken aan de Surinaamse mens. Hij is dan ook erg trots op het neger-zijn en dat komt duidelijk tot uiting in zijn werk. Daarmee komt de verwantschap tot uiting met andere dichters uit de Négritude-beweging die sterk vertegenwoordigd is in het Caribisch gebied.</p>
<p>In Wikipedia staat ober Négritude het volgende geschreven: ‘Kort samengevat wordt met Négritude de broederschap van alle Afrikanen bedoeld, of deze nu in Afrika verbleven of in de diaspora. Ook wordt met Négritude bedoeld dat zwarte Afrikanen (en hun afstammelingen buiten Afrika) trots moeten zijn op hun huidsdkleur en cultuur. Toch vinden de meeste aanhangers van de Négritude-leer wel dat bepaalde aspecten van de Europese en Noord-Amerikaanse cultuur en vooral van de wetenschap moeten worden overgenomen. Nog een ander belangrijk concept van Négritude is de assimilatie. Volgens Senghor, Césaire en Damas moeten Afrikanen in de diaspora zich aanpassen aan het gastland, zonder daarbij te ver te gaan en de eigen cultuur en indentiteit te vergeten. Négritude kan het best worden beschouwd als een filosofische leer.’</p>
<p>Negerschap</p>
<p>Negerschap<br />
is als bloeiende vanille<br />
hoog in de bomen van het bos;<br />
in wijde omtrek<br />
laat de geur niemand los,<br />
hij dwingt een ieder<br />
om naar hem omhoog te kijken;<br />
mij wikkelt het<br />
in geur’ge, warme dekens<br />
mij smaakt het beter<br />
dan ’t lekkerste gourmet-banket;<br />
’t is mij een bron<br />
van trots:<br />
mijn vlag,<br />
mijn vuist,<br />
mijn zon.</p>
<p>Rellum debuteerde in 1960 met <strong><em>Moesoedé</em></strong><em>, </em>de eerste in Suriname verschenen bundel in het Sranan. In 1961 verscheen <strong><em>Kren/Klim</em></strong>, in 1972 <strong><em>Oembra foe Sranan</em></strong> ( Schaduw van Suriname), <strong><em>Gedichten</em></strong> kwam in 1973 uit en in 1975 verscheen <strong><em>Faja lobi</em></strong> ( Vurige liefde). Met uitzondering van <strong><em>Oembra foe Sranan</em></strong> zijn de latere bundels zowel in het Nederlands als in het Sranan geschreven.</p>
<p>Geraadpleegde literatuur: </p>
<ul>
<li>Michiel van Kempen, <strong><em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em></strong>. Breda, De Geus, 2003.</li>
<li> <strong><em>S</em></strong><strong><em>piegel van de Surinaamse poëzie</em></strong>. Samengesteld door Michiel van Kempen.Amsterdam: Meulenhoff, 1995.</li>
</ul>
<p><strong>Sen Nandoe</strong></p>
<p><strong>Sen Nandoe</strong> studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/08/2167/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Willem Frederik Hermans</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/07/2188/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/07/2188/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Jul 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2188</guid>
		<description><![CDATA[Soms keren schrijvers na jaren van afwezigheid ineens weer terug op je pad. Neem nou W.F. Hermans (Geboren 1 september 1921 te Amsterdam, gestorven 27 april 1995 te Utrecht). Tot drie weken geleden behoorden zijn boeken voor mij definitief toe aan een voltooid verleden tijd. De zuurgraad van z’n essays en de voortdurende staat van verongelijktheid waarin de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Soms keren schrijvers na jaren van afwezigheid ineens weer terug op je pad. Neem nou W.F. Hermans (Geboren 1 september 1921 te Amsterdam, gestorven 27 april 1995 te Utrecht). Tot drie weken geleden behoorden zijn boeken voor mij definitief toe aan een voltooid verleden tijd. De zuurgraad van z’n<br />
essays en de voortdurende staat van verongelijktheid waarin de grote romancier op latere leeftijd verkeerde waren me ernstig tegen gaan staan en bovendien was ik op z’n centrale thema (de mens zoekt vergeefs houvast in een chaotisch en sadistisch universum) toch enigszins uitgekeken geraakt.<br />
Natuurlijk, in dit universum kunnen we ons aan niets vastklampen, en inderdaad, als je in een hogere macht gelooft (helaas kan ik niet in hogere machten geloven en dus helaas ook niet in een sadistisch universum) dan moet die macht behept zijn met een tamelijk sadistische natuur, maar ik hoefde dat alles niet meer van Hermans te vernemen. Die karige, soms zelfs horkerige stijl, die carrousel van stokpaarden die hij ronde na ronde bleef berijden, ik had er ineens genoeg van.</p>
<p>En zo verdwijnt een schrijver die je een tijd hebt bewonderd langzaam naar de achtergrond. Tot het literaire tijdschrift waar je voor werkt een themanummer gaat samenstellen over roken en literatuur, en je op een borrel van datzelfde literair tijdschrift de vrouw ontmoet die Nooit meer slapen in het Engels heeft vertaald. Allereerst dat roken: ondanks de consumptie van drie pakken Gauloises per dag heeft Hermans zich daar nooit over uitgelaten in essayistische zin. Ja, er is het titelverhaal uit de bundel De laatste roker. Dat gaat inderdaad over roken. En ja, als je alle sigaretten die in het werk van Hermans zijn opgestoken achter elkaar zou leggen, dan kom je van hier tot Brussel en terug, ook waar. Maar een mooi essay over eigen en andermans roken schreef hij nooit. Jammer. Ik had van hem graag een dwars rookessay gelezen. Helaas heeft m’n zoektocht niets bruikbaars opgeleverd.</p>
<p>En dan nu Nooit meer slapen: Ina (je kan het slechter met je achternaam treffen) Rilke maakte een Engelse vertaling van dat boek, dat samen met De donkere kamer van Damokles tot z’n beste werk wordt gerekend. Ina had gaandeweg nogal een hekel gekregen aan de roman. Wie gaat vertalen leest geen boek meer, maar demonteert de bouwstenen waaruit dat boek bestaat: de zinnen. En die zinnen zijn bij Hermans niet bepaald interessant. Droog, stijf Nederlands in staccato. Na dat gesprek moest ik Nooit meer slapen wel gaan lezen. Geen keus. Nou Ina had gelijk. Inderdaad, de taal van Hermans is die van een boekhouder.<br />
Sommige zinnen zijn gewoonweg lelijk. Dialogen zijn stroef. Beelden zelden treffend. Toon mij één mooie zin uit Nooit meer slapen en u krijgt van mij een jaarabonnement op De Tweede Ronde cadeau.<br />
Maar toch: ook al zijn de bouwstenen niet van de fraaiste soort, het gebouw dat Hermans er mee heeft opgetrokken is prachtig! Nooit meer slapen is wel degelijk een zeer goed boek, ook al heeft dat nauwelijks iets met de stijl van doen. Waarom? Herleest u het zelf eens zou ik zeggen. Ik deed het met plezier.</p>
<p>Weer op het spoor van Hermans gebracht kwam ik ook veel interviews tegen. Mijn God, het moet een helse missie geweest zijn om die man te interviewen. Degenen die pogingen gewaagd hebben zijn niet te benijden. Dat het ontbreken van kennis over het een of ander genadeloos wordt afgestraft zij hem vergeven, maar die eindeloze tirades tegen vakbroeders en tegen ons deugdzame vaderland beginnen toch snel de keel uit te hangen. Opvallend daarbij is vooral dat Hermans tot in elke vezel de Nederland is die hijzelf zo vervloekt. Kleingeestig, horkerig, drammerig, gelijkhebberig. Die observatie bleek ik gelukkig te delen met iemand anders, die dat veel beter verwoordde: &#8220;Hij is &#8211; in tegenstelling tot de schijn &#8211; een echte Hollander. Daarmee bedoel ik dat hij opgesloten zit in een boerenhoeve met blaffende honden, en zelfs met een windbuks op de hooizolder. Zo is hij met grote drift in de weer zijn particuliere stukje grond te verdedigen. Hollandser kan het niet, lijkt me.&#8221; Woorden van die andere Hollandse zuurpruim: Komrij.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/07/2188/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Peter Terrin</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2160/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2160/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Jun 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2160</guid>
		<description><![CDATA[Koorddanser boven veenbrand De Vlaamse auteur Peter Terrin (1968) heeft twee belangrijke eigenschappen die voor een schrijver van groot belang kunnen zijn: een morbide fantasie en een fijne penvoering. Zijn verhalen en romans beginnen met een klein gezelschap personages, en langzaam begint het te trekken, te zweten en te broeien tussen die mensen, met een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Koorddanser boven veenbrand</strong></p>
<p>De Vlaamse auteur Peter Terrin (1968) heeft twee belangrijke eigenschappen die voor een schrijver van groot belang kunnen zijn: een morbide fantasie en een fijne penvoering. Zijn verhalen en romans beginnen met een klein gezelschap personages, en langzaam begint het te trekken, te zweten en te broeien tussen die mensen, met een fel uitslaande veenbrand als gevolg.Vaak is de hoofdpersoon iemand die met een ijzeren logica zijn eigen weg volgt. En die weg is niet de weg die de mensen om hem heen kunnen volgen.</p>
<p>Zo raakt de hoofdpersoon van Terrins beste roman, <em>Blanco</em>, compleet paranoïde na een carjacking en de moord op zijn vrouw. Hij is vastbesloten zijn zoontje te beschermen tegen de grote, gemene en onhygiënische buitenwereld, maar zijn methodes en redenaties nemen groteske en gevaarlijke vormen aan. De lezer volgt de gedachtegang van de hoofdpersoon op de voet, en wordt zeer sluw meegesleept in zijn denktrant. Je bent geneigd een eind met de hoofdpersoon mee te denken, je kan je wel vinden in zijn daden, omdat zijn motieven zuiver zijn. Maar naarmate de zaak uit de klauwen begint te lopen, moet de lezer zelf zijn grens trekken. Dat hij zijn zoontje elke dag naar school brengt, is prima te begrijpen. Dat hij camera’s in diens kamer ophangt om hem 24 uur per dag in de gaten te kunnen houden, dat gaat te ver. Heel langzaam neemt Terrin je mee naar de waanzin.</p>
<p>De roman<em> Vrouwen en kinderen eerst</em> gaat over een man die als tolk is toegevoegd aan een groep technici die ergens in een Oost-Europees aandoend land een grote machine moeten ontmantelen. Hij moet het contact met de lokale bevolking onderhouden en zorgen dat de technici ongestoord kunnen werken. Dat staat allemaal in zijn contract, dat hij beschouwt als zijn leidraad. Hij vat zijn taak uiterst serieus op, maar gaandeweg het boek merk je dat hij volslagen incompetent is. Hij ligt de hele dag te slapen aan het bureau van de fabrieksdirecteur, slaagt er niet in een fatsoenlijke lunch te regelen en de technici blijken zelf heel goed het contact met de bevolking te kunnen onderhouden. Met een werkelijk uit kwikzilver opgebouwde logica weet de hoofdpersoon alles voor zichzelf goed te kletsen, en hij is keer op keer oprecht verbaasd dat er iets anders loopt dan hij bedacht had. Het loop uiteindelijk natuurlijk verkeerd af, maar als lezer kom je niet te weten of er sprake is van een bewuste misdaad van de technici of een ‘foutje’, omdat je in het hoofd van de hoofdpersoon zit en die weet het simpelweg ook niet.<br />
<!--[if !supportEmptyParas]--><br />
Dat de fascinerende techniek van Terrin. Hij kan de lezer klemzetten in het hoofd van iemand die (waarschijnlijk) heel anders denkt dan de lezer. Dat is natuurlijk gevaarlijk spel, want als de auteur geen opperste controle heeft over zijn personages, gooit de lezer het boek terzijde met een binnensmonds gemompeld ‘ongeloofwaardig gelul.’ Terrin beheerst die kunst perfect. Hij schrijft als een koorddanser. Ook in zijn verhalen blijkt hij in zeer korte tijd een geloofwaardige gek neer te kunnen zetten en moet de lezer zich schrap zetten om niet mee te gaan met de gedachtegang van een man die bij de grachtenreiniging werkt en de moeite niet doet om langer dan een seconde te zoeken als zijn collega overboord valt en verdrinkt.</p>
<p>Ik merkte bij mezelf dat ik me regelmatig moest herpakken: even krachtig het hoofd schudden en kritisch blijven, want anders zou ik rustig instemmend knikkend meegesleept worden in dubieuze kronkels en regelrechte misdaden goedpraten.</p>
<p>In zekere zin zou je kunnen verdedigen dat Terrin een trucje uithaalt. Daar kan je tegenin brengen dat hij dat trucje wel meesterlijk beheerst. Elke roman, en bijna elk verhaal weet je zo genadeloos bij de lurven te grijpen, dat je je los moet scheuren van de tekst. De Nederlandse auteur Ton Rozeman schrijft ook zulke verhalen, kleine portretten van ontsporende mensen, maar hij slaagt er nooit in de finesse en de bijna perverse subtiliteit van Peter Terrin te evenaren.</p>
<p><strong>Bibliografie: </strong></p>
<p><em>De code</em>, L.J. Veen 1998<br />
<em>Kras</em>, L.J. Veen 2001<br />
<em>Blanco</em>, De Arbeiderspers 2003<br />
<em>Vrouwen en kinderen eerst. De ontmanteling van AT-289</em>, De Arbeiderspers 2004<br />
<em>De bijeneters</em>. <em>7 variaties</em>, De Arbeiderspers 2006</p>
<p>Foto auteur: Stephen Vanfleteren</p>
<p>Meer besprekingen van Peter Terrin op Literair Nederland:<br />
Boek van de Week: <a href="../../web/book_week/viewbook.aspx?id=55">Blanco</a><br />
Boek van de Week: <a href="../../web/book_week/viewBook.aspx?id=157">Vrouwen en kinderen eerst</a></p>
<p>Patrick Bassant — Literair Vlaanderen</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2160/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>S&#225;ndor M&#225;rai</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2158/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2158/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Jun 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2158</guid>
		<description><![CDATA[S&#225;ndor M&#225;rai was tot voor kort een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd. Daar kwam pas verandering toen het boek Gloed in 1998 in het Italiaans [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>S&aacute;ndor M&aacute;rai was tot voor kort een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd. Daar kwam pas verandering toen het boek <em>Gloed</em> in 1998 in het Italiaans vertaald werd en door de critici daar geprezen werd. Frankrijk had al eerder drie titels vertaald. In 1999 was Hongarije het &lsquo;Schwerpunkt&rsquo; op de Frankfurter Buchmesse en opeens begon het boek te lopen. Na een lovende bespreking van de invloedrijke Duitse criticus Marcel Reich-Ranicki op de televisie werd de roman een bestseller. <br />Ook in Nederland werd Gloed een bestseller. Binnen anderhalf jaar verschenen maar liefst 11 drukken. Uitgeverij De Wereldbibliotheek heeft inmiddels ook andere romans van M&aacute;rai laten vertalen waaronder&nbsp;<em>De erfenis van Eszter</em>. In dat boek zijn opmerkelijk veel paralellen te vinden met Gloed. Ook hierin is sprake van een ontmoeting na vele jaren, ook hier is passie in het spel (tussen man en vrouw) en is er een andere vrouw bij betrokken. En ook hierin vindt je een vertrouwenwekkende oudere figuur die bij de familie hoort, zoals Nini in Gloed. <br />Gloed was al eerder in het Nederlands vertaald. In 1942 verscheen De kaarsen branden op (de letterlijke vertaling). Tussen 1930 en 1952 werden zes titels vertaald. Erg succesvol waren de boeken niet. <br />S&aacute;ndor M&aacute;rai heeft het huidige succes niet kunnen meemaken; hij pleegde zelfmoord in 1989. </p>
<p>De op 11 april 1900 geboren M&aacute;rai komt uit een burgerlijk, katholiek gezin. Zijn vader was advocaat in het Hongaarse stadje Kassa (nu Kosice in Slowakije). De familie van zijn vader komt oorspronkelijk uit Saksen. Als hij achttien is en Kassa wordt ingelijf bij Tsjecho-Slowakije vertrekt M&aacute;rai naar de Weimarrepubliek om zich te bekwamen in de journalistiek. Via Leipzig, Berlijn en Frankfurt vestigt hij zich in 1923 samen met zijn vrouw Ilona (Lola) in Parijs waar hij artikelen levert voor de Frankfurter Zeitung. <br />In 1928 gaat hij terug naar Boedapest. Met het autobiografische Bekentenissen van een burger krijgt hij enig succes. Het fascistische regime dat in de Tweede Wereldoorlog de dienst uit maakt in zijn vaderland laat hem vrijwel ongemoeid. Met de Duitse bezetting van Hongarije in 1944 duikt hij alsnog onder (zijn vrouw is joods). De bevrijding en daarna de overheersing van de Russen maakt hem sceptisch. In 1948 vlucht hij via Zwitserland, Itali&euml; en Canada naar de Verenigde Staten. In 1957 wordt hij Amerikaans staatsburger. Hij bleef in ballingschap in het Hongaars schrijven, maar succesvol was hij niet. Als zijn vrouw aan keelkanker is overleden wordt hij pessimistischer en somberder. Hij koopt een pistool. Als in de jaren daarna ook zijn aangenomen zoon overlijdt, heeft hij genoeg van het leven. Op 22 februari 1989 zet hij het pistool tegen zijn hoofd. </p>
<p>Vertaald in het Nederlands<br /><em>- De gravin van Parma <br />- De opstandigen <br />- Land, land!&#8230; <br />- Gloed <br />- De erfenis van Eszter</em></p>
<p>Onlangs verscheen een fotobiografie over hem:<br />Ern&otilde; Zeltner S&aacute;ndor M&aacute;rai &#8211; <em>Een leven in beelden</em></p>
<p>CP</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/06/2158/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dobru</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2156/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2156/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 28 May 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2156</guid>
		<description><![CDATA[De hond gaat tekeer Robin Ewald Raveles, meer bekend als Dobru (vrij vertaald betekent &#8216;dobru&#8217; &#8216;dubbel r&#8217;), werd op 29 maart 1935 te Paramaribo geboren. Tijdens zijn rechtenstudie raakte hij steeds meer ge&#239;nteresseerd in de nationalistische ideologie van Eddy Bruma en Wie Eegie Sani, een cultureel-nationalistische beweging die streefde naar een eigen natie met een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h1 style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De hond gaat tekeer</h1>
<p><BR><br />Robin Ewald Raveles, meer bekend als Dobru (vrij vertaald betekent &lsquo;dobru&rsquo; &lsquo;dubbel r&rsquo;), werd op 29 maart 1935 te Paramaribo geboren. Tijdens zijn rechtenstudie raakte hij steeds meer ge&iuml;nteresseerd in de nationalistische ideologie van Eddy Bruma en Wie Eegie Sani, een cultureel-nationalistische beweging die streefde naar een eigen natie met een eigen cultuur en die zich vooral beijverde voor de erkenning van het Sranan. Hij was medeoprichter van de Partij van de Nationalistische Republiek (PNR). Van 1973-1977 was Raveles namens de PNR lid van de Staten van Suriname. Na de coup van 1980 werd hij onderminister van Cultuur. Vervolgens werkte hij voor de Nationale Voorlichtingsdienst als lid van de &lsquo;raad van toezicht&rsquo; die het functioneren van de pers controleerde. Hij overleed in Paramaribo op 17 november 1983.&nbsp;&nbsp;&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Voor Dobru als schrijver begon het officieel in 1965, hij debuteerde met <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Matapi</em></strong>, een bundel met gedichten die overwegend in het Sranan geschreven waren. In <strong><em>Matapi</em></strong> staat ook zijn meest bekende gedicht: &lsquo;Wan&rsquo;, over &eacute;&eacute;n boom met zovele bladeren, waarbij het geen toeval is dat Pim de la Parra&rsquo;s bekende speelfilm <strong><em>Wan Pipel</em></strong> heet, en ook in de echo van Bob Marley&rsquo;s &lsquo;One love&rsquo; de eenheidsgedachte weerklinkt die kenmerkend is voor &lsquo;Wan&rsquo;. Een indrukwekkende reeks publicaties volgde na <strong><em>Matapi</em></strong>; gemiddeld &eacute;&eacute;n per jaar. Van meet af aan was het duidelijk dat Dobru een doel voor ogen had: politieke bewustwording kweken bij het volk. Dit probeerde hij vooral te bereiken door zijn sociaal-bewogen gedichten waarin sociale misstanden aan de kaak werden gesteld.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Armoe&nbsp;<o:p></o:p><br />De hond gaat tekeer<o:p></o:p><br />Het hert is dood<o:p></o:p><br />Het geweer is afgegaan<o:p></o:p><br />Waarom ben je bang<o:p></o:p><br />Er is vlees.<o:p></o:p><br />waarom huil je<o:p></o:p><br />Het geweer liegt niet<o:p></o:p><br />Het hert is dood<o:p></o:p><br />Waarom ben je bang.</p>
<p>(Nederlands)</p>
<p>Pina</p>
<p>Dagu krasi<o:p></o:p><br />Diya dede<o:p></o:p><br />Gon piki<o:p></o:p><br />San y&rsquo; e frede<o:p></o:p><br />Meti de.<o:p></o:p><br />San y&rsquo; e krei<o:p></o:p><br />Gon n&rsquo; e ley<o:p></o:p><br />Diya dede<o:p></o:p><br />San y&rsquo; e frede.</p>
<p>(Sranan)</p>
<p>De betrokkenheid die Dobru in dit gedicht toont, is kenmerkend voor de rest van zijn werk. Hij noemde zichzelf een revolutionair-nationalist en was dus een grote voorstaander van de onafhankelijkheid en later van de revolutie. Ook deze idealen zijn duidelijk te proeven in zijn werk, maar literatuur was voor Dobru een middel, nooit het doel. Daarom heeft zijn werk soms een wat boodschapperige toon, maar dat wat Dobru wilde bereiken, namelijk het volk bewust maken, heeft hij zeker bereikt. Vandaag de dag denkt iedereen aan Dobru als een grote nationalist, iemand die zich met hart en nieren heeft ingezet voor de identiteitsvorming van de Surinamer.</p>
<p>Werk: <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Matapi</em> </strong>(1965), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Afoe Sensi</em></strong> (1966), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Bos mi esesi I</em></strong><em style="mso-bidi-font-style: normal"> en <strong>II</strong></em> (1967), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Wasoema</em></strong><em style="mso-bidi-font-style: normal"> </em>(1967), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Koenoe</em> </strong>(1968), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">De plee</em></strong> (1968), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Oema soso</em></strong> (1968), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Na prasi foe Bigi Dorsi</em> </strong>(toneel) 1969, <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Wan monki fri</em></strong> (1969), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Bar poeroe</em></strong> (1970), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Dertien galgen</em></strong> (1973), <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Boodschappen uit de zon</em></strong> (1982).</p>
<p>Geraadpleegde literatuur: Michiel van Kempen, <strong><em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em></strong>. De Geus, Breda, 2003.</p>
<p>sn<o:p></o:p></p>
<p><strong>Sen Nandoe</strong> studeert aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur. <o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2156/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Paul Claes</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2157/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2157/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 May 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2157</guid>
		<description><![CDATA[Paul Claes als schrijver van de week? Dat is toch een overschatting van dit plekje op de site. Het werk van deze Vlaamse alleskunner is zo veelomvattend en zo complex dat het volstrekt onmogelijk is hem recht te doen met een behapbaar tekstje. Als we zijn wetenschappelijke werk (zoals een dissertatie over Hugo Claus) achterwege [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Paul Claes als schrijver van de week? Dat is toch een overschatting van dit plekje op de site. Het werk van deze Vlaamse alleskunner is zo veelomvattend en zo complex dat het volstrekt onmogelijk is hem recht te doen met een behapbaar tekstje. Als we zijn wetenschappelijke werk (zoals een dissertatie over Hugo Claus) achterwege laten, blijven we nog zitten met de vertaler, de dichter, de essayist en de romancier. </p>
<p><BR>Als vertaler werkt hij alle kanten op. Hij vertaalde diverse auteurs naar het Nederlands, zoals James Joyce, St&eacute;phane Mallarm&eacute;, Ezra Pound, Sappho en Arthur Rimbaud. In 1996 kreeg hij daarvoor de&nbsp; Martinus Nijhoffprijs. Ook vertaalt hij Nederlandstalige gedichten in andere talen, met als mooiste voorbeeld zijn debuutbundel <em>De Zonen van de Zon</em>, waarin hij &eacute;&eacute;n sonnet van zichzelf vertaalt in het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Spaans, Grieks en Latijn. <o:p></o:p></p>
<p><BR>In zijn essays weet hij zijn beide specialismen, de klassieke en de moderne literatuur, erudiet samen te brengen. <em>De Gulden Tak</em> uit 2000 is het beste voorbeeld hiervan, met mooie essays over Rilke, Faverey, H.C. ten Berge en Hugo Claus. Zijn po&euml;zie zou je uitgebeend en op klassieke leest geschoeid kunnen noemen, maar ook complex , of, zoals criticus Guus Middag vond, &lsquo;erudiete rederijkerij.&rsquo; Het is maar hoeveel moeite je wilt steken in het lezen.&nbsp; <o:p></o:p></p>
<p><BR>Mijn excuses voor het pijnlijke gemak waarmee ik vier van de vijf ambachten van Claes van zijn bibliografische palmares afsnijd. Dan nu verder met zijn romans. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR>Zelf zegt Claes naar aanleiding van zijn debuut het volgende: <o:p></o:p></p>
<p><BR>&lsquo;Mijn werk wordt een geschiedenis van de <em>topoi</em>, de figuren die samen een wereldbeeld vormen. Die topoi zijn niet alleen citaten en beelden, maar ook situaties, karakters, levenswijzen, manieren om de werkelijkheid te zien. Elke stijl is een ideologie, een wereld. &hellip; Alleen wie de clich&eacute;s kent, kan vernieuwen. Rewriting, pastiche, vertaling, commentaar. De ultieme boodschap: de waanzin, de waan van de zin.&rsquo; (<em>Het hart van de schorpioen</em> p. 156)<o:p></o:p></p>
<p><BR>Dit gaat prima op voor zijn gehele oeuvre. Claes schrijft min of meer historische romans, <em>De Sater</em>, de eerste, speelt zich af in de Oudheid en de laatste in het heden. &lsquo;min of meer historische romans&rsquo;, noemde ik ze, want Claes&rsquo; werelden bestaan eerder uit taal, literatuur en citaten dan uit betrouwbare inkijkjes in vroeger tijden en zeden. En zijn roman over het heden, <em>Lily</em>, gaat &oacute;&oacute;k over Lilith, de eerste vrouw van Adam. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>De Sater</em> speelt met diverse uit de Oudheid bekende literaire werken, en vertelt het grappige, spannende verhaal van de verbannen Endymion en zijn tocht door Klein-Azi&euml;. Het is een de verbeelding aanzwengelende mengeling van love story, schelmenroman en initiatieverhaal. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>De Zoon van de Panter</em> morrelt aan de christelijke traditie: het vertelt het apocriefe verhaal van het Evangelie van de Twaalf, de twaalf verschillende levensbeschrijvingen die Jezus&rsquo; apostelen van zijn leven geven. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>De Phoenix</em> speelt zich eind vijftiende eeuw, tijdens de Renaissance, af. Hoofdpersoon is de filosoof/jurist/volbloed-Renaissance-man Pico della Mirandola. Claes vertelt zijn levensverhaal alsof het een detectiveverhaal is. Een originele kijk op historische feiten, doorspekt met verwijzingen naar schilderkunst. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>De Kameleon</em> neemt ons mee naar de Verlichting, toen Charles d&rsquo;&Eacute;on, als diplomaat, travestiet en spion door de pruikentijd reisde, tussen de verstarring van de achttiende eeuw en het doorbreken daarvan door de Franse Revolutie. Hetzelfde era dat door Thomas Rosenboom in zijn meesterwerk <em>Gewassen vlees</em> (1994) al zo levendig opgeroepen werd. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>Sfinx</em> leidt ons door het Wenen in het vorige fin-de-sci&egrave;cle, naar de ondergang van een aristocratische familie. </p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>Lily</em> speelt zich af in het heden, en is een grappige pastiche op sentimentele damesromannetjes, dankzij de met afstand beschreven vreselijkheden die het arme kind in kwestie allemaal ondergaat. Tegelijk is er de bovengenoemde parallel met Lilith, de eerste vrouw van Adam die het waagde om tegen God in opstand te komen. Zij is de verpersoonlijking van alle kwaad, volgens de een, of juist de eerste feminist die zich door niemand knechten laat. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><em>Het hart van de Schorpioen</em> is een quasi-autobiografische roman. Het is te beschouwen als een uitwerking van zijn <em><a href="http://www.brakkehond.be/88/claes1.html">glimpen</a></em>, een soort dagboekaantekeningen waarin hij de wereld om zich heen opschrijft. Die wereld is onvermijdelijk voor een groot deel gevuld met literatuur, waardoor je een inkijkje krijgt in Claes dagelijks lezen, meer dan zijn leven. Hij moppert op de domheid om hem heen, noteert spitsvondige opmerkingen en geeft inzichten in zijn eigen werk die voor minder belezen lezers (en dat zijn we waarschijnlijk allemaal) bijdragen tot een beter begrip van de boeken. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR>Claes werkt aan een oeuvre dat de hele geschiedenis van Europa lijkt te gaan beslaan. Als lezer dien je de moeite af en toe te doen om je door de verknoopte pastiches, verwijzingen en historische feiten heen te werken, maar een zeer zware belasting is dat zeker niet. Claes&rsquo; boeken zijn altijd vrolijk en bijna luchtig geschreven, waardoor je met volle teugen geniet van zijn betoverende werelden van literatuur en spel. Al de rest is mooi meegenomen. <o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR>Proza van Paul Claes, alles verschenen bij De Bezige Bij: </p>
<p><BR><!--[if !supportEmptyParas]-->&nbsp;<!--[endif]--><o:p></o:p></p>
<p><BR>Het laatste boek (1994, verhalen)</p>
<p><BR>De Sater (1994, roman)<o:p></o:p></p>
<p><BR>De Zoon van de Panter (1996, roman)</p>
<p><BR>De Phoenix (1999, roman)</p>
<p><BR>De Kameleon (2001, roman)</p>
<p><BR>Het hart van de Schorpioen (2002, roman)</p>
<p><BR>De Lezer (2002, verzamelde romans)</p>
<p><BR>Lily (2003, roman)<o:p></o:p></p>
<p><BR>Sfinx (2004, roman)<o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2157/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Chin A Foeng</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2152/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2152/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 May 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2152</guid>
		<description><![CDATA[Wanneer de rukwind komt &#8230; &#8230; zal er daarna een vernieuwing van mens en maatschappij tot stand kunnen komen? Deze vraag staat centraal in Jules Anthony Chin A Foengs lichtelijk socialistisch getinte dichtbundel Wanneer de rukwind komt, geschreven in 1971. Juanchi, zoals hij zichzelf noemde, werd op 20 februari 1944 in Paramaribo geboren. Na in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h1 style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wanneer de rukwind komt &hellip;</h1>
<p><BR><br />&#8230; zal er daarna een vernieuwing van mens en maatschappij tot stand kunnen komen? Deze vraag staat centraal in Jules Anthony Chin A Foengs lichtelijk socialistisch getinte dichtbundel <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Wanneer de rukwind komt</em></strong>, geschreven in 1971. Juanchi, zoals hij zichzelf noemde, werd op 20 februari 1944 in Paramaribo geboren. Na in Nederland een opleiding in tekenen, schilderen en pottenbaken te hebben gevolgd, keerde hij terug naar Suriname waar hij zeer actief is geweest op het gebied van de beeldende kunst. In 1972 ontving hij voor zijn werk de Gouverneur Currieprijs en behaalde in New York zijn master&rsquo;s degree. Hij was ook voorzitter van het Nationaal Instituut voor Kunst en Kultuur en stond aan de wieg van de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuuronderwijs (AHKCO). In dat kader heeft hij in 1978 <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Beeldende vorming op school</em></strong> geschreven. Hij overleed in 1983.</p>
<p>Chin A Foeng was behalve kunstenaar, ook een idealist die een rotsvast geloof had in een beter Suriname. Hij geloofde in hard werken en was ervan overtuigd dat er een beter Suriname k&aacute;n zijn, als de vele sociale problemen in het land zouden worden opgelost. De oplossing was voor hem het socialisme, hij is in de jaren zestig dan ook medeoprichter geweest van de Surinaamse Socialistische Unie.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>in mijn heidense lach<o:p></o:p><br />was ik vreemd<o:p></o:p><br />voor mezelf<o:p></o:p><br />herkende ik<o:p></o:p><br />weelde<o:p></o:p><br />die bloeide<o:p></o:p><br />achter de tralies<o:p></o:p><br />van mijn ontastbaar zijn<o:p></o:p><br />monopolie<o:p></o:p><br />beet zich vast<o:p></o:p><br />en sleurde mij mee<o:p></o:p><br />totdat ik<o:p></o:p><br />ontwakend<o:p></o:p><br />rode bloemen zag</p>
<p>In <strong><em style="mso-bidi-font-style: normal">Wanneer de rukwind komt</em></strong><em style="mso-bidi-font-style: normal"> </em>maakt Chin A Foeng de lezer niet alleen deelgenoot&nbsp; van zijn idealen en zijn liefde voor het vaderland, maar ook van de vele twijfels die hij had over de situatie in het land. Zijn po&euml;zie is een illustratie van dat waar hij in geloofde: progressiviteit door strijd &eacute;n volledige overgave. Groen en rood zijn dan ook de meest gebruikte kleuren in zijn gedichten. Groen dat staat voor hoopvolle verwachting en rood voor vooruitgang, de vernieuwing van mens en samenleving.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Geraadpleegde literatuur: <o:p></o:p><br />-&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <strong><em>Wanneer de rukwind komt</em></strong>, Juanchi. Paramaribo, Drukkerij Atlas, 1971.&nbsp; <o:p></o:p><br />-&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <strong><em>Wortoe d&rsquo;e tan abra. Bloemlezing uit de Surinaamse po&euml;zie vanaf 1957</em></strong>, samengesteld en ingeleid door Shrinivasi. Paramaribo, Bureau Volkslektuur, 1979 (4<sup>de</sup> dr.). <o:p></o:p><br />-&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Michiel van Kempen, <strong><em>Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</em></strong>. Breda, De Geus, 2003.<o:p></o:p></p>
<p>sn</p>
<p><strong>Sen Nandoe</strong> studeert MO-B Nederlands aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL), in Suriname. Zij leest graag en veel en schrijft op deze website over de Surinaamse literatuur. <o:p></o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2152/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tip Marugg</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2153/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2153/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 May 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2153</guid>
		<description><![CDATA[Tip Marugg (1923 &#8211; 2006) Het eerst hoorde ik van Tip Marugg toen hij in 1988 op de shortlist stond voor de AKO-prijs met De morgen loeit weer aan. Een fascinerend boek waarin doods- en levensdrift strijden om de voorrang. De mooiste sc&#232;ne in het boek komt op het einde, waarin hij voor dag en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tip Marugg (1923 &#8211; 2006)</p>
<p>Het eerst hoorde ik van Tip Marugg toen hij in 1988 op de shortlist stond voor de AKO-prijs met <em>De morgen loeit weer aan</em>. Een fascinerend boek waarin doods- en levensdrift strijden om de voorrang. De mooiste sc&egrave;ne in het boek komt op het einde, waarin hij voor dag en dauw bij een berg gaat kijken naar grote zwermen vogels. &#039;Maar drie of vier van de vogels remmen hun pijlsnelle glijvlucht niet af en schieten niet omhoog: zij blijven regelrecht aansuizen op de rotswand en slaan te pletter. Een schitterend boek met een verteller die af en toe een lege whiskyfles in de tuin gooit en zijn domein bewaakt met grote honden.<br />In mijn herinnering is altijd blijven hangen dat Brigitte Raskin (Wie? Wie?) destijds de AKO-prijs won, maar het was Geerten Meijsing. Wie op <a href="http://www.literaireprijzen.nl/">http://www.literaireprijzen.nl/</a> kijkt kan constateren dat Tip Marugg nooit een grote prijs heeft gewonnen.<br />Alhoewel hij in de schamele interviews altijd ontkende dat hij zich gedroeg als een kluizenaar, heeft zijn isolement er denk ik mede voor gezorgd dat hij een buitenbeentje in de letteren bleef. Anders dan Antilliaanse schrijvers als Boeli van Leeuwen en Frank Martinus Arion, die wel de publiciteit zochten, wachtte de cameraschuwe Marugg tot een journalist weer zijn huis in het gehucht Pannekoek kwam bezoeken.<br />Tip Marugg (eigenlijk Silvio Alberto, maar thuis werd hij Tip genoemd) Marugg is niet bepaald een veel schrijver geweest. Hij publiceerde een dichtbundel en drie romans. Tussen die drie romans <em>Weekendpelgrimage</em> (1958), <em>De straten van Tepalka </em>(1967) en <em>De morgen loeit weer aan</em> (1988) zat zoveel tijd dat hij telkens weer vergeten was door zijn lezerspubliek. Toch werd hij door critici en medeschrijvers gezien als een van de belangrijkste Antilliaanse schrijvers. <br />Dus trok er zo af en toe een journalist naar zijn huis. In <em>NRC Handelsblad</em> van 28 april 2006 schrijft Aart G. Broek over zo&#039;n bezoek. Hij neemt een overlevingspakket mee voor de schrijver, maar geen drank. &#039;Alcoholische drank heb ik nog nooit aangesleept; die is in elke toko op het eiland te krijgen, dus daar kan hij zelf wel aan komen.&#039; H.M. van den Brink stipt het al aan als hij in 1985 samen met Boeli van Leeuwen probeert om Marugg nieuw werk te ontfutselen. De schrijver heeft net een doorgebeten pees opgelopen door een beet van een hond. &#039;Hij maakte duidelijk dat hij er niet veel voor voelde een operatie te riskeren. Daarna schonk hij bier voor mij in en frisdrank voor zijn andere bezoeker (&hellip;). Zelf nam hij het drankje ter hand dat hij al voor onze komst had ingeschonken. &quot;Tip wat zit er toch in dat glas man&quot; vroeg Boeli van Leeuwen een paar keer plagerig. De aangesprokene glimlachte slechts.&#039; Cees Zoon weet in 1988 ook tot de schrijver door te dringen. &#039;Dank zij de bemiddeling van zijn neef is hij bereid mij te ontvangen. &quot;Je drinkt toch wel, h&egrave;?&quot;, had mijn intermediair vooraf bezorgd ge&iuml;nformeerd. En pas tijdens een derde drinkgelag praat de schrijver voluit met de Volkskrantjournalist. Nog later nemen de bezoekers al zelf de drank mee. Rudi Wester spreekt de auteur voor Vrij Nederland in 2001 en krijgt van Arion een goede tip mee: &#039;Je moet wel een goede fles whisky meenemen.&#039; En Alle lansu schrijft in hetzelfde jaar voor Het Parool een stuk waarin hij terugkijkt op een bezoek dat hij in 1989 aan de schrijver bracht &#039;gewapend met een fles &#039;whisky&#039;. In 2001 is Marugg al bijna blind, wordt er voor hem gezorgd en zijn de honden de deur uit.<br />Het probleem met al die verhalen is dat er een mythevorming rond de schrijver ontstaat (de drinkende kluizenaar) en dat niemand meer kijkt naar zijn boeken. Dat zou jammer zijn, want Marugg is een van de grootste stilisten van ons taalgebied. Zijn boeken moeten het niet hebben van een ingewikkeld plot of een boeiende verhaallijn of zoals Rudi Wester zijn oeuvre bondig samenvat: &#039;In <em>Weekendpelgimage</em> is de ik-figuur dronken, met zijn auto, in de berm geraakt en overpeinst in &eacute;&eacute;n grote <em>monologue int&eacute;rieur</em> zijn leven. De ik-verteller in <em>De straten van Tepalka</em> ligt te sterven in een ziekenhuis en herleeft in fantasie&euml;n en nachtmerries zijn ervaringen, waarvan het de lezer niet duidelijk is of deze nu echt gebeurd zijn of niet. En in <em>De morgen loeit weer aan</em> zit de verteller, een wat oudere man, op de stoep van zijn huis te drinken en beschouwt zijn leven en de natuur om hem heen.&#039; Met zulke verhalen moet je wel een goed stilist zijn.<br />Daarmee overtuigt Marugg niet elke criticus. K.F. (Kees Fens waarschijnlijk) schrijft (in 1967 waarschijnlijk) &#039;Het speelt ver weg en het blijft ver weg.&#039; Er zijn ook critici met een iets wijdere blik, zoals Cyrille Offermans in 1988 in De Groene Amsterdammer: &#039;Het slothoofdstuk bevat wat dat betreft een zeldzame klimax; de hallucinatoire, apocalytische beelden waarin Marugg hier het aanloeien van de morgen beschrijft is adembenemend &#8211; ik aarzel niet dit een van de aangrijpendste hoofdstukken uit de hele Nederlandse literatuur te noemen.&#039;<br />De schrijver ervan is vorige week overleden. Zorg dat je zijn bescheiden oeuvre leest.</p>
<p>Coen Peppelenbos</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/05/2153/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Andr&#233; Manuel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2162/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2162/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Apr 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2162</guid>
		<description><![CDATA[Boem Deng Tjing Het is weer boekenweek in Nederland. De periode waarin iedere fanatieke of passieve niet-lezer naar de boekhandel wordt gemanoeuvreerd om een boek te kopen, opdat ze er een boekje voor nop bij krijgen (dat de moeite van het lezen meestal niet waard is). Een larmoyante periode voor elke liefhebber van boeken, omdat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Boem Deng Tjing</p>
<p>Het is weer boekenweek in Nederland. De periode waarin iedere fanatieke of passieve niet-lezer naar de boekhandel wordt gemanoeuvreerd om een boek te kopen, opdat ze er een boekje voor nop bij krijgen (dat de moeite van het lezen meestal niet waard is). Een larmoyante periode voor elke liefhebber van boeken, omdat je kostbare tijd in de winkel wordt afgesnoept door lieden die hopen genoeg boeken over rotstuinieren en spekkopen bijeen te kunnen scharrelen om maar vooral het gratis Gratis GRATIS!!! meesterwerk van Arthur Japin (met dank aan de Kollektieve Propaganda v/h Nederlandsche Boek) mee te pikken. Zo zijn wij Nederlanders.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Of, zo zijn z&iacute;j Nederlanders. U en ik natuurlijk niet. U en ik zijn l&eacute;zers (of Vlaming) en wij malen niet om gratis pulp. Sterker nog, wij vinden het leuker om het boekenweekgeschenk twee maanden later voor &euro;2,- te kopen om dat leuke ouwe kereltje met zijn achenebbisj boekhandeltje een beetje te steunen. Wij zijn trotse lezers die de aankomende dagen dus niet in de buurt van een boekwinkel komen, in de hoop Japin, Brown en Van Rooyen (hoe spel je dat trouwens?) te mijden. Tja, licht elitaire trekjes kun je ons niet ontzeggen. En daar is niets mis mee. Laten we wel wezen, wie moet die andere 51 weken de boekhandel draaiende houden? Precies, ik wil maar zeggen.&nbsp;</p>
<p>Voor ons is de boekenweek de uitgelezen kans om eens rustig te gaan zoeken in de stoffige hoekjes waar gewervelde bestsellers en ander gepantserd ongedierte niet durven komen. <o:p></o:p></p>
<p>Maar we proberen wel in het thema van de boekenweek te blijven &ndash; dat moet namelijk van de website. Herinnert u zich nog dat er enkele jaren terug stemmen opgingen om Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur in de bek te splitsen? Jammer voor Bob dat die mondharmonica in de weg zat, maar het gaat nu even om het idee. Als het thema van de boekenweek &lsquo;Boem Paukeslag/Literatuur en muziek&rsquo; is, dan is dit de plaats om een schrijver te omhelzen die eigenlijk tekstschrijver/muzikant, of eigenlijk cabaretier en eigenlijk geen &eacute;chte schrijver is. (Een &eacute;chte schrijver is per uitsluiting geen cabaretier of tekstschrijver, laat staan muzikant. Nee, ook Wim de Bie, Rick de Leeuw, Luc de Vos, Maarten van Roozendaal en Piet Hein Donner niet. Een &eacute;chte schrijver, dat is wat anders. Daarover wellicht een andere keer meer.)&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Andr&eacute; Manuel was zanger en multi-instrumentalist van de band Krang en is sinds het verscheiden van die groep solo gegaan. Krang was een van de leukste Nederlandse bands, die zich naast vakkundige muziek en zeer avontuurlijke optredens, vooral de moeite van het volgen waard was door de teksten: <o:p></o:p></p>
<p>De bas is die van Mingus<br />De gitaar van Perlemoer<br />Het is het ritme van de duivel<br />En je ruikt z&#039;n ouwe moer<br />Blaas driemaal het signaal<br />Alle geesten uit de fles<br />Het spook kwam op van links<br />Met een toetertje vol Jazz<o:p></o:p></p>
<p>(<em>De Ketterse fanfare</em>, 1997) <o:p></o:p></p>
<p>Manuel heeft een gezond cynische blik op alles om hem heen, op alles waar een tekstschrijver mee te maken krijgt, en weet dat met kwikzilveren associaties te verwoorden in songteksten die de luisteraar bij de nekharen grijpen. Door de hink-stap-sprongmanier van vertellen krijgt Manuel veel voor elkaar: zowel het maken van liedteksten die perfect passen binnen de muziek, en het prikkelen van de luisteraar tot nadenken over wat er gezongen wordt. En dat gaat nu eens niet over het Vondelpark of de Zeeuwse kust, niet over Annabelle en niet over zijn vader, niet over gezellig en niet over heerlijk rustig, maar juist over de andere kant van Nederland, over de ongemakkelijke kanten van de samenleving, over (de moord op) Theo van Gogh, over terrorisme, over waanzin en natuurlijk ook over muziek.&nbsp; <o:p></o:p></p>
<p>Wat zou muziek kunnen doen, als je nergens over zingt? &lsquo;Klinkt als parels in de inkt/<br />Zo goed alsof het duifje ringt/ Zo goed als of het zwijgen klinkt/ Maakt geen zak uit wat je zingt (<em>Popster</em>, 1998). Nee, ook popmuziek heeft wel degelijk iets te vertellen. Muziek (en dat wist Paul &ldquo;Boem Paukeslag&rdquo; van Ostaijen net zo goed als Andr&eacute; &ldquo;Boem deng Tjing&rdquo; Manuel) is een volwassen kunstvorm en is dus zeer geschikt om meningen in te verwoorden, vragen te stellen en je ontzettend boos te maken. En er is genoeg om je boos te maken (ook al krijg je dat idee niet als je naar Lange Frans en Baas B. luistert), en dat is wat Manuel op intelligente manier in zijn liedteksten wil vertellen.&nbsp; <o:p></o:p></p>
<p>Dit land z&#039;n laatste benen<br />Heeft z&#039;n beste tijd gehad<br />En al wat ons nog rest<br />Dat is het graven van een gat<br />De kranen moeten lopen<br />Voor &#039;t gemene weltevree<br />Trek de vinger uit de dijken<br />Geef het land weer aan de zee<o:p></o:p></p>
<p>Laat het water stijgen<br />Alle lippen barstend droog<br />Te plat de oppervlakkigheid<br />Het peil moet weer omhoog<o:p></o:p></p>
<p>Geen ark mag er getrokken<br />En geen vlot wordt hier gebouwd<br />Eert voor eens de hand die voedt<br />Het water zo vertrouwd<o:p></o:p></p>
<p>En zelf zal ik de laatste zijn<br />Ik spied en vergewis<br />Of iedereen daadwerkelijk<br />Ook echt verzopen is (<em>Vinger</em>, 1998)</p>
<p>Tijdens het lezen van deze teksten merk je al snel dat Manuel niet de zoveelste protestzanger &agrave; la &lsquo;of ik al dan niet te min ben&rsquo;, maar in z&rsquo;n eentje een stormtroep tegen maatschappelijke desinteresse vormt (Hef ut glas en striek de vlagge/ op ons dode vaderland, <em>Hef ut glas </em>2006). Voor rust en vrede moet je elders zijn. Nederland is een puinhoop en Manuel weet de zere plekken haarfijn te vinden. </p>
<p>Naast vilein observator van Nederlandse Toestanden, is Andr&eacute; Manuel ook zeker een taalliefhebber. Om mij volstrekt onbekende redenen zingt hij zijn laatste drie platen in het Twents. Tja, waarom? Manuel is zo goed dat ik zijn teksten desnoods uit het Neder-Kirgizisch zal trachten te vertalen, maar eigenlijk baal ik er wel een beetje van. Twents is niet volstrekt onbegrijpelijk (een beetje wel, hoor) maar fijn luisteren is anders. Ach, sektarisch als Twentenaren graag willen zijn, vinden ze het vast geen probleem als ik (uit Amsterdam) mij hoofdzakelijk beperkt tot de teksten in het Schoon-Nederlands&hellip; </p>
<p>Taalliefhebber dus. Waarom is volgens mij Manuel de plaats van &lsquo;Schrijver van de week&rsquo; waard? Omdat Manuel zich op een dichterlijke wijze bewust is van de woorden die hij gebruikt, omdat hij op een maniakale manier met schrijven en taal bezig is. <o:p></o:p></p>
<p>Ik ben een zoon van het lied<br />En een kind van het akkoord<br />Ben een junkie van de taal<br />En verslaafd aan het woord<br />Pers het bloed uit m&#039;n vingers<br />Spuit m&#039;n armen vol inkt<br />Ik jaag de taal door m&#039;n lichaam<br />Totdat het lekker klinkt<o:p></o:p></p>
<p>Ben een dief van de geest<br />Ik leef met losse handen<br />Ben een junkie die de taal<br />Op z&#039;n tong moet voelen branden<br />Ik snuif me door de boeken<br />En ik slik elk woord<br />Ik hol achter de feiten aan<br />Totdat ik heb gescoord</p>
<p>(<em>Junkie van de taal</em>, 1998)</p>
<p>Het is de volstrekt onvermijdbare manier waarop Manuel muziek en teksten tot &eacute;&eacute;n geheel weet te smeden, die maakt dat je hem ook daadwerkelijk gelooft. En geloven in literatuur, of in popmuziek (of afwasmiddel), dat is een zeer complexe procedure. Nee, ik geloof niet dat Manuel Nederland het liefst ziet verzuipen. Nee, de situatie is niet zo uitzichtloos als Manuel zingt. Nee, een kogel in het hoofd van De Gewone Nederlander of de Kale Messias brengt geen oplossing. Maar de urgentie waaruit hij zingt, maakt wel degelijk duidelijk dat het rusten op onze lauweren geen soelaas brengt. We moeten te allen tijde opletten wat er om ons heen gebeurt. En dat moeten we zelf doen. Dan kunnen we niemand vertrouwen. Niet de politicus die ons bezweert dat alles onder controle is en niet de rockzanger die zingt dat</p>
<p>Van Bob Marley noar Da Vinci<o:p></o:p><br />Via Pik Botha noar Sherrif Brown<o:p></o:p><br />Dank wie ut gepeupel<o:p></o:p><br />Veur hun grenzeloos vertrouwn<o:p></o:p><br />Ak toch argens noar verlange<o:p></o:p><br />Ist opt end van de rit<o:p></o:p><br />De Blinde an ut roer<o:p></o:p><br />En Eenoog an ut spit<o:p></o:p></p>
<p><BR>(<em>Wit</em>, 2006)</p>
<p>In 2004 publiceerde uitgeverij Vassallucci Andr&eacute; Manuels eerste roman, <em>Het tragische einde van de Nederlanders zoals wij hem kennen. </em><o:p></o:p></p>
<p>Het boek draait om een programma van SBS6, waarin de laatste Nederlander via een democratisch proces van stemmen per SMS een nekschot krijgt. Grote maatschappelijke scherprechters als Midas Dekkers, Theo van Gogh en Prins Bernhard zitten in de jury. In dit boek is het hoofdzakelijk de cabaretier Manuel die het woord voert. De vileine observaties, de tot het bittere einde doorgevoerde redeneringen en de rake klappen die de lezer in het gezicht krijgt: er valt genoeg te lachen in het boek, er valt ook meer dan genoeg denkstof uit te halen, maar een goed boek is het niet. Omdat het de opbouw slordig is, omdat de stijlbeheersing matig is, omdat het overduidelijk een samenraapsel van stukken cabaret, columns en overpeinzingen is, samengehouden door een rood draadje van verwaarloosbare spankracht. <o:p></o:p></p>
<p>Manuel zit duidelijk beter in zijn vel als hij een liedtekst maakt.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>&ndash; tussen grote aanhalingstekens-openen: En, zoals ondertussen het handelsmerk van uitgeverij Vassallucci begint te worden, wemelt het boek van de fouten. Enkele voorbeelden: &lsquo;De hoeveelheid hagelslag die &hellip; beland&rsquo;, p. 28, &lsquo;Auschwitsz&rsquo;, p. 44 &lsquo;but I just feel like Jezus&rsquo; son&rsquo;, p. 64, &lsquo;oranje-parafinalia&rsquo; p. 67, &lsquo;de geur van verschroeit vlees&rsquo; p. 83, &lsquo;We hebben Irak bevrijdt! Waarvan hebben we Irak bevrijdt?&rsquo; p. 92, &lsquo;Lary King&rsquo; p. 104, &lsquo;Rooseveld&rsquo; p. 108, &lsquo;Wat er aan de elektronische muziek niet deugd is wat er aan de metronoom niet deugd.&rsquo; p. 175. <o:p></o:p></p>
<p>Begrijp me goed: ik heb al eerder gemerkt dat Andr&eacute; Manuel een tamelijk problematische omgang heeft met de regels van de Nederlandse spelling en werkwoordsvervoeging. Maar het is de taak van een uitgeverij om die flagrante fouten te verbeteren. De tekstredactie van Vassallucci is schandalig en verwijtbaar volstrekd incompetend. Dit uiteraard geheel terzijde. &ndash; aanhalingstekens-sluiten.</p>
<p>Ik heb hier niet kunnen beschrijven hoe de muziek van Krang of van Manuel solo klinkt. Daarvoor zult u de cd&rsquo;s op moeten zoeken. Nog een stukje tekst als afsluiting: <o:p></o:p></p>
<p>Schiet me maar de ruimte in<br />Ik heb het hier nu wel gezien<br />Genoeg van al en iedereen<br />Ik wil een bol voor mij alleen<br />Waar mag niemand weten<br />Het zal van mij zijn<br />En de bol moet Krang gaan heten<o:p></o:p></p>
<p>(&hellip;) Maar na verloop van eeuwen<br />Zal ik me stierlijk gaan vervelen<br />Niemand die me tegenpraat<br />De vrede die me tegenstaat<br />Ik honger naar de andere kant<br />Een slagveld in dit brave land<o:p></o:p></p>
<p>Dus neem ik groot een fors besluit<br />En nodig ik de mensen uit<br />Ik ben niet gek ik ben niet bang<br />Ik wil onrust in mijn wereld Krang<br />Fuck de wieg op naar het graf<br />Stuur een vijand op me af<br />He hallo wat leuk val binnen<br />Laat de oorlogen beginnen<o:p></o:p></p>
<p>(<em>Krang</em>, 1997)</p>
<p>Andr&eacute; Manuel, <em>Het tragische einde van de Nederlanders zoals wij hem kennen</em>, Amterdam Vassallucci 2004<o:p></o:p><br />Andr&eacute; Manuel, <em>Allene,</em> Silvox 143. <o:p></o:p></p>
<p>Allebei verkrijgbaar via <a href="http://www.maneman.nl/">www.maneman.nl</a>, ook voor data van optredens &amp;c.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Patrick Bassant<br /><o:p>&nbsp;</o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2162/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Saskia De Coster</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2052/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2052/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 Apr 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2052</guid>
		<description><![CDATA[De ezel van Kathmandu Een interview met Saskia de Coster Onlangs publiceerde Saskia de Coster (1976) haar derde roman, Eeuwige roem. Volgens haar uitgever: de grote doorbraak. Volgens de feiten: Eeuwige roem is al aan een tweede druk toe. En dat is zeer verdiend.Saskia de Coster debuteerde in 2002 als romanschrijver met Vrije val. Twee [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>De ezel van Kathmandu<o:p></o:p></p>
<p><u>Een interview met Saskia de Coster</u> <o:p></o:p><br /></strong><br /><em>Onlangs publiceerde Saskia de Coster (1976) haar derde roman, </em>Eeuwige roem<em>. Volgens haar uitgever: de grote doorbraak. Volgens de feiten: </em>Eeuwige roem<em> is al aan een tweede druk toe. En dat is zeer verdiend.<o:p></o:p></em><br /><em><br />Saskia de Coster debuteerde in 2002 als romanschrijver met </em>Vrije val<em>. Twee jaar later bracht ze </em>Jeuk<em> uit, een al even zinnelijk uitdagend boek met (op het eerste gezicht) buitenmenselijke personages en gebeurtenissen; ware geestesconstructies met onderbouw. </em>Eeuwige roem<em> bezit evenzeer die krachtig beeldende figuren, maar vangt realistischer aan: Katrien Ongena, een succesvolle advocate, wordt zwanger. Zij en haar man, de al even succesvolle Pieter Smit, leiden tot dan toe een mooi en glad bestaan met hun dochter Laura en de hond Prins. De komst van baby Babs maakt geleidelijk aan een einde aan die gelukkige rimpelloosheid. Babs, een pracht van een kind, blijkt een kleine godheid te zijn: ze is alles, ziet alles en weet alles &ndash; dacht ze zelf &ndash; en is op tweejarige leeftijd al even lucide als de eerste de beste emeritus levenswijsheid. Haar complexe en doorwrochte gedachten brengen haar tot het schrijven van het Boek vol Wijsheid. In de chaos van hoofd, luiers en familie krijgt ze voor dat schrijven de hulp van een wijze en ordelijke tulp op de vensterbank.<o:p></o:p></em><br /><em>Naast Babs volgt </em>Eeuwige roem<em> &ndash; parallel &ndash; de lotgevallen van Julie, een meisje dat er plots gewoon is, en in de club Aspro wordt opgevangen door de wondermooie Olivia Vansteen en haar dichter-vriend Jupiter. Julie belandt al snel in een gesticht en later in een jeugdgevangenis, trekt als vijftienjarige naar Japan om daar in een kooi op het erepodium van een nachtclub te verzeilen en in alle stilte het beste van zichzelf te geven. Alle ogen op haar gericht, het soort aandacht dat eenzaamheid verdrijft.</em><o:p></o:p></p>
<p><em>Geen betere reden voor een afspraak in de Kruidtuin van Brussel en een gesprek over rare mensen, ezels en explosieve holen, graffitikunstenaars, identiteiten, chaos en orde, mannen en natuurlijk Pepsi Max.<o:p></o:p></em></p>
<p><em>We beginnen graag met een citaat: &lsquo;Julie was eigenlijk een onhandelbaar kreng, maar wij kicken daar nogal op.&rsquo; Ook in je ander werk komt bijna geen normaal personage voor. Vanwaar jouw interesse in krengen en vreemde figuren?<o:p></o:p></em></p>
<p>Ik heb nu nochtans geprobeerd om het realistischer te houden&hellip;<o:p></o:p></p>
<p><em>Een voorbeeld dan: Greta, de zevenduizendachttienjarige schoonmaakster van de familie Smit-Ongena?<o:p></o:p></em></p>
<p>Er zijn toch mensen, bijvoorbeeld in je hoofd, van wie je niet weet hoe oud ze zijn?<o:p></o:p><br />Die lopen voorbij, als een soort achtergronddecor, er komen schimmen voorbij van mensen die bestaan, en eeuwig bestaan lijken te hebben. Ze doorsnijden levens, zijn altijd aanwezig en hebben geen echte leeftijd. Dat kan net zo goed een kantoorklerk van vijfentwintig jaar zijn. Greta wordt gedurende het boek niet ouder, ze is eigenlijk helemaal versteend, verstard tot een klomp die alle ervaringen van de wereldgeschiedenis in zich heeft opgeslorpt. Van daaruit kan ze projecteren naar de toekomst, zoals Cassandra kan ze zien wat er gaat gebeuren. <o:p></o:p><br />Maar je vroeg iets over abnormale mensen?<o:p></o:p></p>
<p><em>Zoals de schildpad die een kopje suiker komt halen bij haar zusje, twee straten verderop?<o:p></o:p></em></p>
<p>Zo raar is dat niet. De werkelijkheid is veel meer dan &lsquo;gewoon&rsquo; een tafel. Ik neem een realistische situatie en plooi die open. Alsof overal een camera in zit. Als je een camera in een tafel zou plaatsen, krijg je toch een perspectief dat iets tot leven wekt? Dat is eigenlijk een vrij filmische techniek. <o:p></o:p></p>
<p><em>Zoals de kogel die door de stad vliegt en waarop ook een cameraatje bevestigd is? Die kogel die na een pauze een tweede slachtoffer maakt.<o:p></o:p></em></p>
<p>Kogels moeten soms rusten. Misschien zijn er op de hele wereld maar vijf kogels. Die zijn zeer ijverig en doen hun best in allerlei verschillende tijdslagen die zo gemonteerd zijn dat het wel klopt.<o:p></o:p></p>
<p><em>Het gekke is dat die kogel eigenlijk realistischer overkomt dan Agent Rik, die achter de kogel aanrent.<o:p></o:p></em></p>
<p>Ja, dat is het. Het zogezegd fictionele is veel realistischer dan het dagdagelijkse. Die zogenaamd abnormale mensen zijn eigenlijk redelijk doorsnee. Sommige zijn zelfs clich&eacute;s: de rocker die zijn vrouw tot moes klopt, of Julie die van het ene ongeluk in het andere valt: de belachelijke tragiek van schoonheid.<o:p></o:p></p>
<p><em>Je spreekt daar over realiteit en verbeelding. Die tweedeling komt ook ter sprake op het moment dat Babs haar eerste schooldagen beleeft, en ze tot haar afgrijzen vaststelt dat ze haar identiteit als een jas moet afleggen om in een soort niemand te veranderen.<o:p></o:p></em></p>
<p>Als baby dacht ik: ok&eacute;, ik ben God. Dat is dan een autobiografisch element. <em>(lacht)</em> Alle mogelijkheden in je hebben, alles doorzien, alles weten. Het is gewoon een kwestie van alles even op te schrijven. Dat wordt natuurlijk afgekalfd, maar het komt eropaan om invloeden op te doen en zelf te selecteren. Wat veel gebeurt, is dat karakters helemaal afglijden of uitgehold worden door in een maatschappij terecht te komen en daar alles los te laten. Zo wek je volgens mij heel veel angsten op. Die gewone maatschappij bestaat uit uitgeholde personen die zo sterk op elkaar moeten leunen dat, als er een vreemd element binnendringt, het hele systeem in duigen valt. Dan is er paniek: wat moeten we nu nog geloven? Wat is de echte waarheid?<o:p></o:p></p>
<p><em>In haar Boek vol Wijsheid promoot Babs eigenlijk de verbeelding, ze voelt zich echt tekortgedaan op die school. Maar op een bepaald moment &ndash; en dat vonden we heel frappant &ndash; wordt de vraag gesteld: &lsquo;brengt orde gemoedsrust?&rsquo;. Die vraag staat in een schril contrast met het woord &lsquo;kakafonie&rsquo; dat Babs op de rug van haar vriendje, de Koreaanse adoptiejongen Kim, tekent. Is dat symbolisch? Heeft verbeelding kakafonie nodig? Of is orde een even grote vereiste?<o:p></o:p></em></p>
<p>Ja en nee, ik denk dat het allebei nodig is. Vanuit de totale chaos omhoog kruipen is extreem moeilijk. Ik denk dat je sowieso een set persoonlijke regels nodig hebt of &eacute;&eacute;n waarheid, d&eacute; Waarheid, een eigen soort bijbel. Er is gewoon nood aan een bijbel, dat is wel duidelijk. Waarom? Om die als leidraad te gebruiken, of juist tegen te spreken. In fictie heb je gewoon extremen nodig, en in het echte leven ook, denk ik. <em>(lacht)</em> <o:p></o:p><br />Het loopt dan niet goed af, maar dat is niet erg, want er moet altijd een motor zijn, een soort transformatie. Je kunt vragen: wat is er autobiografisch en wat niet? Er zijn altijd ervaringen die je ergens opschrijft, en dat is dan helemaal niet gericht op details als &lsquo;daar drink ik een glas water&rsquo;, of &lsquo;op dat moment had ik dat lief&rsquo;, maar juist op het moment waarop je ervaringen om kan buigen en om kan vormen, en dat kunst of literatuur verder kunnen gaan. Er is nood aan vernieuwing.<o:p></o:p><br />Dat autobiografisch geschrijf dat slechts &eacute;&eacute;n dimensie weergeeft, dat gewoon de directe gevoelens, de stoelgang of de bedavonturen van weet-ik-veel-wie weergeeft, goed, dat lees ik wel graag op de wc, maar op mij heeft dat geen transformatieve kracht. Dat valt onmiddellijk plat op z&rsquo;n gezicht, dan is het weg. In dit boek vind ikzelf dat het einde het begin is, omdat het daar van start gaat in een hiernamaals.<o:p></o:p></p>
<p><em>Er zijn meer bepalende figuren in je boek. Naast de wij, die niet echt ingrijpen, en de tulp die Babs de houvast en orde aanreikt die ze nodig heeft om haar Boek vol Wijsheid te schrijven, heb je de fascinerende S., die tegelijkertijd de graffitikunstenaar is die de boodschap &lsquo;Julie uit u&rsquo; achterlaat, die de stichter is van de Sterfelijken, een groepering die zich keert tegen de overouderdom en de groeiende onsterfelijkheid, en in Nepal de natte aars van een ezel op wil blazen als terroristische daad, en ten slotte ook de schutter is die de ene kogel afvuurt die zowel Michael &ndash; Julies vriend &ndash; als Ruben &ndash; Babs vriend &ndash; treft. <o:p></o:p></em><br /><em>Die S. die zo vaak voor keerpunten zorgt, ben jij dat? Is het de S. van Schrijver? De schrijver die effectief in staat is haar personages een bepaalde richting in te duwen?<o:p></o:p></em></p>
<p>Dat vind ik een goede opmerking&hellip; Ja, je moet altijd het evenwicht zoeken tussen aan- en afwezigheid. Je kunt als schrijver niet helemaal in het niets verdwijnen, je moet je tegenover je personages nederig en slaafs opstellen om ze helemaal te volgen. Dat vind ik het moeilijke aan het schrijven, als je denkt: &lsquo;dit is nu mijn plan, structuur, stramien&rsquo; en dat dat plan omgegooid wordt door de personages die het een andere kant op stuwen. Inderdaad, ergens zit er een hand van de schrijver achter die gaat frutselen en de touwtjes weer naar zich toehaalt en zegt: &lsquo;nu doen we iets anders&rsquo;. Dat is het ontplofbare van de werkelijkheid. De werkelijkheid vind ik juist zo interessant omdat je haar kan opblazen en injecteren met iets, waardoor er meer komt.<o:p></o:p></p>
<p><em>Er zijn ook andere referenties aan het schrijverschap. Op pagina&rsquo;s 136-138 staat telkens maar 1 woord (GEEN/ GEDULD/ HEEFT). Het gaat daar over Babs en haar Boek vol Wijsheid: ze heeft tal van idee&euml;n, maar schrijft ze niet op omdat ze niet het geduld heeft om ze leesbaar te maken. Is dat een soort reflectie van jouw manier van schrijven?<o:p></o:p></em></p>
<p>Nee, dat is de gefrustreerde schrijver, of de slechte schrijver. Eigenlijk iedereen die zich ingesteld heeft op de gedachte &lsquo;ik heb heel interessante idee&euml;n en vroeger op school heb ik echt wel heel goeie dingen geschreven, en nu ik 50 ben en niet meer weet wat ik moet doen, mijn kinderen zijn het huis uit, misschien moet ik maar eens wat gaan schrijven&rsquo; en dan tot de vaststelling komen dat vijf seconden concentratie om het ultieme op papier te knallen niet werkt. Ze merken dan dat ze het geduld niet hebben om het te doen. Volgens mij is schrijven ook gewoon de wil om het te doen, om ermee bezig te zijn.<o:p></o:p></p>
<p><em>In je interview met Jo&euml;l de Ceulaer in de Knack Boekenspecial van 5 april jl. zeg je dat je echt m&oacute;et schrijven, dat het een echte noodzaak is&hellip;<o:p></o:p></em></p>
<p>Ja, dat is god die mij dwingt. Ik word onbehaaglijk bij het idee dat ik niks zou maken.<o:p></o:p></p>
<p><em>De moeder van Babs, Katrien Ongena, komt in het eerste hoofdstuk over als de perfecte vrouw, de perfecte moeder, maar haar is niet echt een gelukkig leven beschoren.<o:p></o:p></em></p>
<p>Ja, het begin heeft eigenlijk de sfeer van &lsquo;wat een paradijs&rsquo; en &lsquo;wat een verrukking in het bestaan&rsquo;, zo overdreven dat het gedoemd is te mislukken, dat er een twijfel binnensluipt: kan dit wel volgehouden worden? Kan dit zo verder?<o:p></o:p><br />Katrien Ongena faalt omdat ze enerzijds niet durft te rouwen, omdat ze niet durft te zeggen: kijk, ik heb dit en dat verloren en nu sta ik eigenlijk nergens. Als dat rouwen tegengehouden wordt, vormt dat een enorme blokkade, dan kan er niets gebeuren, en dan is verzuipen in een badkuip nog wel een goede optie.<o:p></o:p></p>
<p><em>Het vreemde is dat Babs in het begin nog wordt geportretteerd als een bijna buitenaards perfect kind, maar ze heeft niet de motivatie om haar moeder vooruit te helpen, terwijl je van een perfect kind verwacht dat het respect heeft voor haar ouders, en meer van die geboden?<o:p></o:p></em></p>
<p>Babs promoot eigenlijk een soort hyperindividualisme, ze bouwt zichzelf uit, maakt vertakkingen, vergroot die en houdt ze in stand; ze blikt niet terug in de zin van: ik moet mijn voorvaderen helpen. Dat zit wel sterk in het thema van de terugblik of de vooruitblik: ze weigert verantwoordelijkheid op te nemen voor een verleden dat eigenlijk niet van haar is. Dat is ook het implosieve en incestueuze van families: kinderen die altijd plichten hebben tegenover de ouders; dat is wat Babs veracht.<o:p></o:p></p>
<p><em>Babs is meer iemand waar anderen in bewondering naar kunnen kijken, maar die eigenlijk geheel op zichzelf staat, ze heeft niemand nodig. Want vanaf het moment dat ze iemand nodig heeft, wordt ze niemand, of zoals iedereen. Hooguit trekt ze veel met haar zusje Laura op, die haar ook na haar dood blijft bezoeken. Dat is ook een bijzonder personage: dood en springlevend.<o:p></o:p></em></p>
<p>Laura had evengoed niet kunnen bestaan. Het is gewoon iemand die je altijd blijft achtervolgen, een soort eeuwige begeleider. En of die nu dood of levend is, dat maakt niet veel uit. Ik vind het ook vreemd dat de dood een breuklijn zou zijn. Dat is zo cynisch gegroeid: dit is nu het grote eindpunt. Ik vind het wel redelijk spannend om te weten dat er nog een dood komt! Geweldig! Ik kijk daar zelf wel naar uit, omdat ik weet dat er dan nog heel veel komt, of: dan komt het echt.<o:p></o:p></p>
<p><em>En bij jou is de dood niet de situatie die een tien op je universele pijnschaal verdient? &lsquo;Nul is een massage, bij tien worden oogbollen en geslacht simultaan door zwavelzuur traag weggevreten terwijl vijftien heksachtige, harige vrouwen met rietjes door de huid proberen te prikken om de organen uit de zak van het lichaam te zuigen op de maten van luide countrymuziek&rsquo;?<o:p></o:p></em></p>
<p>Dat kan de dood wel zijn, maar je moet de dood verdienen. Het lijkt me eigenlijk wel kicken&hellip; <em>(gniffelt)</em></p>
<p><em>Als toeschouwer misschien&#8230;</em></p>
<p><em>De Coster neemt een strategische slok thee en zwijgt. Wij nemen de draad weer op bij geld, roem en alwetendheid. Er wordt in </em>Eeuwige roem<em> veel en nadrukkelijk Pepsi Max gedronken (&lsquo;Don&rsquo;t worry, there&rsquo;s no sugar&rsquo;). Hoeveel heeft Pepsi je betaald voor deze reclame?<o:p></o:p></em></p>
<p>Die gaan mij levenslang Pepsi Max geven. Ik ga dat intraveneus toegediend krijgen.<o:p></o:p><br />Het is een godendrank, moderne nectar! De motor van mijn bestaan, eigenlijk. Coca-Cola light is gewoon onnozel. Vooral die met die citroensmaak. Geen goed idee.<o:p></o:p></p>
<p><em>Het boek lijkt volledig te worden verteld door de &lsquo;wij&rsquo;. Allerlei mysterieuze personages, misschien geen personen, die overal bij lijken te kunnen zijn, maar dat toch niet doen. In het begin krijg je het idee dat die &lsquo;wij&rsquo; absoluut en alwetend zijn, maar dat brokkelt stilaan af, er vallen bewust gaten. De &lsquo;wij&rsquo; zeggen op welbepaalde momenten: hier volgen we niet. Waarom?<o:p></o:p></em></p>
<p>Dat heeft te maken met het clich&eacute; van de alwetende verteller uit vorige eeuwen, de verteller die alles gaat poneren en beweren, een soort Grieks koor dat commentaar levert. Er zit nu een lichte vorm van ironie in misschien, het zijn een soort camera&rsquo;s die alles kunnen registreren, maar soms uitgeschakeld worden en die selectief zijn in hun alwetendheid. Alles wordt nu geregistreerd: de CIA weet dat wij nu hier zitten en wat wij over een suikerklontje hebben gezegd. De vraag is: is dat belangrijke informatie? Zijn wij nu een terroristische aanslag aan het voorbereiden of zijn wij gewoon over letteren bezig?<o:p></o:p></p>
<p><em>Ter bevestiging van dat laatste, en na het spotten van camera&rsquo;s, microfoons en bizar onopvallende lui met zonnebrillen en gaten in hun krant, besluiten we kortstondig alle aandacht van Staatsveiligheid af te leiden.</em></p>
<p><em>Het valt ons op dat de meeste mannen in dit boek niet bepaald sympathiek zijn. Ruben, Babs&rsquo; geliefde en leider van de Sterfelijken, is net als Michael, Julies geliefde en populair rockmuzikant, iemand met losse handjes. Julies &lsquo;vader&rsquo; verlaat haar, een man die ze ontmoet tijdens een van haar vele nachtbraakpartijen zorgt ervoor dat ze in Japan in de prostitutie terechtkomt.</em></p>
<p>Nu moet ik zo&rsquo;n statement maken, als &lsquo;alle mannen zijn slecht&rsquo;, maar misschien heb je ook opgemerkt dat de vrouwen in dit boek gecensureerd worden, of zichzelf censureren. Ook zij zijn bedriegsters. Julie is eigenlijk een grotere bedriegster dan de rocker Michael, maar ze zegt dat gewoon niet. Ze heeft nogal de neiging alles te projecteren, en de prenten die op welbepaalde plaatsen voorkomen en die sterk mannelijk zijn, gaan dat tegen. Ik heb juist de clich&eacute;s van vrouwen zo dik aangezet, om te tonen hoe idioot en belachelijk dat zelfbeklag van vrouwen is: &lsquo;oh, ik word mishandeld, help mij, ik ben een weerloze vrouw&rsquo;. Ik geloof daar helemaal niet in. <o:p></o:p><br />Die clich&eacute;s van de mannelijke structuur van de maatschappij, vrouwen vinden daar uiteindelijk wel hun weg in, of ze kunnen zich daar heel gemakkelijk in bewegen, omdat ze aan van alles kunnen ontsnappen. Ik geloof ook helemaal niet in de tweedeling van mannen zijn zus en vrouwen zijn zo. Ik ken mijn eigen mannelijkheid of vrouwelijkheid ook niet. Daarom ook de verglijdende seksuele geaardheid in dit boek. Wie is er hetero? Bij vrouwen is het totaal onduidelijk. Alle vrouwen zijn bi, op z&rsquo;n minst. Dan kan je je wel afvragen wat het mannelijke of het vrouwelijke element is, maar alles loopt door elkaar.&nbsp; <o:p></o:p></p>
<p><em>Maar tegelijkertijd lijkt het alsof je dat bij mannen wel expliciteert, en het bij vrouwen aan de lezer overlaat&hellip;<o:p></o:p></em></p>
<p>Op sommige momenten wordt dat, hoop ik, toch wel onderuitgehaald. Als Julie bijvoorbeeld een huurmoordenaar inhuurt, dat zijn van die slinkse smerige technieken die vrouwen eigen zijn. Wat ik dan wel een rol heb laten spelen, is het feit dat het boek zogezegd door een vrouw geschreven is, zo zal het dan ook worden gelezen. Daar ben ik dan van uitgegaan, om die vrouwen zogezegd op te hemelen. Een slimme lezer zal dat doorzien en zeggen: &lsquo;Wacht even, dat klopt niet.&rsquo;<o:p></o:p></p>
<p><em>De personages die het meest aan zelfbeklag doen, zijn gek genoeg Katrien Ongena en de moeder van Greta, die Greta een hele nacht wakker houdt om zichzelf en haar eenzaamheid te beklagen, en niet Julie en Babs, die eigenlijk veel meer beklagenswaardige dingen meemaken. Zij lijken een soort apathie te bezitten tegenover die gebeurtenissen. Het lijkt of ze te beklagen zijn, maar tegelijkertijd zetten ze zich er heel snel over.<o:p></o:p></em></p>
<p>Ik vind zelfbeklag &eacute;&eacute;n van de meest walgelijke dingen, als dat gerekt wordt in de tijd. Een rouwproces is voor mij gewoon: &lsquo;haren afscheren&rsquo; en &lsquo;kleren kapotscheuren&rsquo;. Zo hoort dat. En niet een soort sluimerende rouw die rottigheid met zich meebrengt en mensen totaal aantast in hun hele doen en denken. Dat leidt tot anomalie&euml;n, ook op maatschappelijk vlak: een soort uitgestelde rouw, het niet kunnen omgaan met een bepaald verleden. Een wonde moet helemaal worden blootgelegd, opdat die kan ademen en helen. <o:p></o:p><br />Je moet niet heel voorzichtig dingen aanbrengen. Ik geloof daar niet in. Zelfbeklag is ook weer zo&rsquo;n vorm van implosie, een houvast zoeken en eigenlijk terugkeren naar een toestand van mis&egrave;re, van zinken tot de bodem van de oceaan.<o:p></o:p></p>
<p><em>Je geeft ergens een soort schets van de samenleving: &lsquo;Voor de eerste keer had Julie het gevoel dat ze iets begreep van het land en zijn bewoners; de bange mensen die als kameleons wegschieten voor haar voeten, de oude mensen met hun harten van gesponnen suiker en hun monden vol valse tanden, de eerbare burgers die rondlopen alsof ze hun hart onder de ene arm, de afscheidsbrief voor hun geliefde onder de andere arm en een explosievengordel op hun buik dragen; zo triestig lijken ze, zo ernstig. Levens slepend als een eeuwige motregen.&rsquo; <o:p></o:p></em><br /><em>Vind je het belangrijk zo&rsquo;n beeld mee te geven? De doffe wereld? Of is het meer het clich&eacute; van iemand die door een verblijf in Nepal zichzelf en de wereld opeens helder ziet?<o:p></o:p></em></p>
<p>Ach, die zelfkennis&hellip; Julie gaat wel naar Nepal, maar hangt gewoon in hotels, ze zoekt een goeroe die ook niet veel voorstelt. Nee, zo&rsquo;n beschrijving van een land vind ik wel belangrijk. Het is meer dan een sfeer. Een algemene <em>mindset</em> van een maatschappij, het slepende, het voortgaan, niet tegen beter weten in, maar heel passief, in een soort amoebetoestand. En als er dan in geprikt of gepord wordt, dan beweegt dat wel, maar verder gebeurt er weinig&hellip;<o:p></o:p></p>
<p><em>Is dat dan een pleidooi voor de verbeelding?<o:p></o:p></em></p>
<p>Verbeelding aan de macht: ik vind dat zo vreselijk klinken, jakkes. Ik denk nooit: ik ga eens even lekker liggen fantaseren en opgaan in mijn droompjes. Dan word je helemaal psychotisch! Je kan niet de hele dag drugs gebruiken en besluiten: ok&eacute;, nu zit ik in de verbeelding. Ik vind dat literatuur idealiter betekent: een denkbeeldige steen in een echte vijver gooien en er dan voor zorgen dat er iets beweegt in die vijver, dat er iets gebeurt. Dus ja, mijn boek is wel een pleidooi voor de juiste verbeelding.<o:p></o:p></p>
<p><em>Wat dan volgt is ruis, slechts voor enkele oren bestemd. Iets over (de)hydratatie en vloeistoffen, Pepsi Max, roestige binnenkanten, slijmen, en Pepsi Max. Later die avond worden we er door de personages Michael/Ruben en Julie/Babs mee om onze oren geslagen. Een explosief goedje, die eeuwige roem vermengd met Pepsi.<o:p></o:p></em></p>
<p><em>- Balk -<o:p></o:p></em></p>
<p>Patrick Bassant<o:p></o:p><br />Kurt Snoekx<o:p></o:p></p>
<p>7 april 2006 | Botanique, Brussel<o:p></o:p></p>
<p>Twee weken geleden plaatste Literairnederland.nl een voorpublicatie uit <em>Eeuwige roem: </em>klik <a href="http://www.literairnederland.nl/web/editorial/viewEditorial.aspx?id=171">hier</a>. <o:p></o:p></p>
<p>Boeken van Saskia de Coster:<o:p></o:p><br /><em>Eeuwige roem</em>. Prometheus, Amsterdam, 2006.<o:p></o:p><br /><em>Jeuk</em>. Bert Bakker, Amsterdam, 2004.<o:p></o:p><br /><em>Vrije val</em>. Bert Bakker, Amsterdam, 2002.<o:p></o:p></p>
<p>Foto Saskia de Coster: Rob Stevens<o:p></o:p></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2052/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>F. Bordewijk</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2151/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2151/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Apr 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2151</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Iemand, die zo de beknoptheid weet uit te buiten, heeft recht op beknoptheid. Hij onderscheidt zich soortelijk van degenen die het korte beoefenen, omdat zij aan het lange nog niet eens toe zijn.&#039; (Menno ter Braak over Bordewijk, Het Vaderland, 27-01-1935). Dat moet een beetje de leidende gedachte zijn geweest, dit recht op beknoptheid bij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&#039;Iemand, die zo de beknoptheid weet uit te buiten, heeft recht op beknoptheid. Hij onderscheidt zich soortelijk van degenen die het korte beoefenen, omdat zij aan het lange nog niet eens toe zijn.&#039; <br />(Menno ter Braak over Bordewijk, <em>Het Vaderland</em>, 27-01-1935).</p>
<p>Dat moet een beetje de leidende gedachte zijn geweest, dit recht op beknoptheid bij alles wat het internet te bieden heeft over deze grote schrijver. Neem Literair Nederland, (hand in eigen boezem):</p>
<p>&#039;Wordt geboren in Amsterdam, verhuist op zijn tiende naar Den Haag.<br />Studeert rechten in Leiden, wordt in 1913 advocaat. Hij begint op een groot advocatenkantoor in Rotterdam (zie <em>Karakter</em>).<br />Debuteert in 1916 als dichter met de bundel <em>Paddestoelen</em>, onder het pseudoniem <em>Ton Ven</em>.<br />Debuteert in 1919 als prozaschrijver met zijn eerste bundel <em>Fantastische Vertellingen</em>.<br />Hij vestigt zijn naam met de korte romans <em>Blokken, Knorrende beesten en Bint.</em><br />Zijn meest populaire werk is <em>Karakter</em>. In de <em>Fantastische Vertellingen </em>is er sprake van invloed van E.A. Poe.<br />In zijn latere werk wordt zijn proza gekenmerkt door korte zinnen en een bijtende stijl. Een grote rol spelen &#039;de stad&#039; en zijn architectuur. Hij wordt beschouwd als een van de grootste vertegenwoordigers van de nieuwe zakelijkheid.&#039;</p>
<p>Zo, kort door de bocht. Maar wie is Bordewijk? Elly Kamp schrijft een biografie, meldt het <a www.leidenuniv.nl="" host="" mnl="" biografie="" href="”">Biografie Bulletin</a>. Van Literair Nederland, ter compensatie een lezerservaring: </p>
<p>In het boekje <em>Arenlezing uit de korenharp</em> (Bezige Bij, 1955) worden verhaaltjes uit de twee delen <em>de Korenharp</em> gebloemleesd die daarvoor verschenen. Hieruit: <em>Visioen van het Hiernamaals</em>:</p>
<p>&lsquo;De lucht is van leem, het licht is van mist, het gegalvaniseerd viaduct staat zo fr&ecirc;le, ontstoffelijkt, zo onbereikbaar.<br />Daar dendert het hart van de nacht van een stalen ritmiek, zoals &rsquo;t hart van het mensenkind dendert van bloed, tikke-tik, tikke-tik.<br />Nu janken de remmen als honden die &rsquo;t wiel overrijdt en de trein stopt nog juist waar de ijzerconstructie zich oplost in niets. Een staaltrap van spinrag met duizenden spijlen schiet weg in een prinselijke boog van &rsquo;t perron naar omhoog, &#8211; en omlaag.<br />En met een ontzettende lenigheid, borstelbehaard, komen langs deze treden de zware primaten en superprimaten getuimeld, de spieren gevoelig, gehoorzaam, de sprongen geluidloos, versmadend de ijzeren draad van de leuning, zij zwarten elastisch bekussend met vlees en met vet en de kuitspieren ballen van balpootkasten, de borstvlakten kussens van kussenkasten, zij zwarten alom met de stekels van &rsquo;t haarkleed begroeid.<br />En daarna, met onzekere gang, met het blinde getast van een hand, wankelmoedig en steunende wrak op de ijzige draad schuiven mensen ja mensen dan, menslijke wezens in onbeschermd naakt naar omlaag, en &rsquo;t gedierte achterna. In de trein aan het zenit onzichtbaar geworden in de damp klopt een klein organisme, een laatst mechanisme nog voort, tikke-tik, tikke-tik en de laatste lantaarn wordt beblust. <br />In een kudde bijeen staan op &rsquo;t stevige platvorm van zwart nu de beesten en mensen alleen, de trein die is heen, en dan valt er een nacht.&rsquo; </p>
<p>Een visionair, deze schrijver, een dichter bovendien, in proza. Kan Vestdijk &#8211; een groot Bordewijk lezer &#8211; het verhaal hebben gelezen voordat hij <em>De kellner en de levenden</em> schreef? Het werk van Bordewijk is zo redeloos vol van een &lsquo;instrumentarium van grillen&rsquo; (Vestdijk) dat het onmogelijk is je te vervelen. Alleen wachten we al zo lang met smart op de biografie&#8230;</p>
<p>En tot die tijd staat er een heel mooi verhaal van zijn weduwe Jo. Bordewijk-Roepman in het boekje <em>Over F. Bordewijk, een karakteristiek van zijn schrijversarbeid door Pierre H. Dubois aangevuld met een levensschets en een beknopte bibliografie van Dubois.</p>
<p></em>Een Bibliografie in sterkste titels, met wat overlap hier en daar.</p>
<p><em>* Fantastische vertellingen I (1919) <br />* Fantastische vertellingen II (1923) <br />* Fantastische vertellingen III (1924) <br />* Blokken (1931) <br />* Knorrende beesten (1933) <br />* Bint, Roman van een zender (1934) <br />* Rood paleis. Ondergang van een eeuw (1936) <br />* De wingerdrank (1937) <br />* Keizerrijk (1937) <br />* Karakter (1938) <br />* De korenharp (1940) <br />* Het gele huis (</em>met o.a. A.H. Mulder, H. van Eyk, J. Last)<em> (1940) <br />* Appollyon (1941) <br />* Veuve Vesuvius (1946) <br />* Bij gaslicht (verhalen) (1947) <br />* Noorderlicht (1948) <br />* Het eiberschild (verhalen) (1949) <br />* Nachtelijk paardengetrappel (bloemlezing) (1949) (</em>oei, dat is een goed verhaal, het titelverhaal!) <em>* Vertellingen van generzijds (verhalen) (1950) <br />* Studi&euml;n in volkstructuur (verhalen) (1951) <br />* De doopvont (1952) <br />* Onderweg naar de Beacons (verhalen) (1955) <br />* Arenlezing uit De korenharp (bloemlezing) (1955) <br />* Halte Noordstad (1956) <br />* Tien verhalen (1956) <br />* De aktentas (verhalen) (1958) <br />* De zigeuners (verhalen) (1959) <br />* Centrum van stilte (verhalen) (1960) <br />* Tijding van ver (1961) <br />* Lente (verhalen) (1964) <br />* Het Keizerrijk (1965) <br />* Dreverhaven en Katadreuffe (</em>novelle geschreven in 1928, voor het eerst uitgegeven in 1981 door P.H. Dubois<em>) <br />* Kelders en paleizen (door P.H. Dubois) (1982) <br />* De fruitkar (</em>met inleiding van W.F. Hermans<em>) (1984) <br />* Huis te huur. Elf surrealistische verhalen (1999) <br /></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2151/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hafid Bouazza</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2154/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2154/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 Apr 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2154</guid>
		<description><![CDATA[Hafid Bouazza wordt op 8 maart 1970 geboren in Marokko en groeit op in Oujda. In oktober 1977 verhuist zijn gezin naar Nederland, naar het Zuid-Hollandse Arkel, waar zijn vader in een staalfabriek werkt. Op zijn zeventiende vertrekt Bouazza naar Amsterdam. Hij studeert er Arabische taal- en letterkunde. In juni 1995 debuteert hij met het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hafid Bouazza wordt op 8 maart 1970 geboren in Marokko en groeit op in Oujda. In oktober 1977 verhuist zijn gezin naar Nederland, naar het Zuid-Hollandse Arkel, waar zijn vader in een staalfabriek werkt. Op zijn zeventiende vertrekt Bouazza naar Amsterdam. Hij studeert er Arabische taal- en letterkunde. In juni 1995 debuteert hij met het korte verhaal &lsquo;De voeten van Abdullah&rsquo; in een bundel van uitgeverij Arena: <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Daad</em>. Een klein jaar later, mei 1996, verschijnt zijn verhalenbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">De voeten van Abdullah</em>.</p>
<p><em style="mso-bidi-font-style: normal">De voeten van Abdullah</em> wordt genomineerd voor de NPS-Cultuurprijs, de ECI-prijs voor schrijvers van Nu, de Vlaamse Groene waterman Prijs en een Gouden Uil. Wat deze prijzen betreft, blijft het bij nominatie, maar Bouazza sleept w&eacute;l de E. du Perronprijs 1997 in de wacht. En zijn debuutbundel behoudt maandenlang een plaats in de top 10 van bestverkochte boeken. <em style="mso-bidi-font-style: normal">De voeten van Abdullah </em>speelt zich vooral af in een oude Arabische plattelandsgemeenschap, bevolkt door djinns en geteisterd door geheimzinnige sterfgevallen, vliegenzwermen en tenslotte een verwoestende vuurzee. Ook in seksueel opzicht is het een broeierige samenleving, waarin plaats is voor misbruik, incest en bestialiteit.</p>
<p>In zijn tweede boek, de novelle <em style="mso-bidi-font-style: normal">Momo</em>, toont Hafid Bouazza wederom zijn grote taalgevoeligheid, waarnemingvermogen en stilistisch kunnen. Het wachten is, zo menen meerdere critici vervolgens, op een groter prozawerk. Dat verschijnt in 2001, in de vorm van de extreem barokke roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Salomon</em>. Dit boek wordt wisselend ontvangen: het is een bevestiging van Bouazza&rsquo;s meesterschap volgens de &eacute;&eacute;n, en een onsamenhangende beeld- en taalontsporing volgens de ander. Beide meningen komen mooi samen in een recensie van <a target="new" href="http://www.leidenuniv.nl/mare/2001/14/bibliotheek.html">Thomas Blondeau</a>. Twee jaar later verschijnt de roman waar Bouazza &eacute;cht mee doorbreekt: <em style="mso-bidi-font-style: normal">Paravion</em> en datzelfde jaar ontvangt hij de <strong><a href="http://www.literaireprijzen.nl/index.php?fuseaction=home.showPrijs&amp;prijsnr=470">Amsterdamprijs voor de kunsten</a></strong><strong>, voor zjin gehele oeuvre. Een jaar later wordt <em style="mso-bidi-font-style: normal">Paravion</em> bekroond met de Gouden Uil. </strong></p>
<p>Bouazza besteedt niet &aacute;l zijn tijd aan het schrijven van proza, maar wijdt zich ook aan toneelwerk en het samenstellen van po&euml;ziebloemlezingen. Tel daar nog het essay bij op dat hij schreef voor de boekenweek van 2001, de bundel over klassieke muziek geschreven voor de boekenweek van dit jaar en we komen tot de volgende bibliografie:</p>
<p><em style="mso-bidi-font-style: normal">De voeten van Abdullah</em> (verhalen, Arena 1996)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Momo</em> (novelle, Prometheus 1998)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Apollien</em> (toneelstuk, Prometheus 1998)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Schoon in elk oog is wat het bemint: De mooiste klassieke Arabische liefdesgedichten</em> (bloemlezing, Bert Bakker 2000)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Beer in bontjas</em> (boekenweekessay, CPNB 2001)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De slachting in Parijs</em> (bewerking van het toneelstuk van Christopher Marlowe, Prometheus 2001)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Salomon</em> (roman, Prometheus 2001)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Rond voor rond of als een pikhouweel</em> (bloemlezing, Prometheus 2002)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Othello</em> (bewerking van het toneelstuk van William Shakespeare, Prometheus 2003)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Het monster met de twee ruggen</em> (operatekst, met muziek van David Dramm, 2003)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Paravion</em> (roman, Prometheus, 2003)<o:p></o:p><br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Het temmen van de feeks</em> (bewerking van het toneelstuk van William Shakespeare, Prometheus, 2005)<em style="mso-bidi-font-style: normal"><o:p></o:p></em><br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Schoon in elk oog is wat het bemint : Arabische liefdesgedichten</em> (bloemlezing, Prometheus, 2005)<o:p></o:p><br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De zon kussen op dit nachtuur </em>(bloemlezing van de poezie van ibn al &#8211; Mu&#039;tazz , Prometheus 2005)<o:p></o:p><br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De vierde gongslag</em> (Schrijvers en klassieke muziek, 521, 2005)<o:p></o:p></p>
<p>Ook schreef Bouazza de inleiding voor De geur van ieder najaar, een bloemlezing herfstgedichten die verscheen bij Uitgeverij 521. In september 2002 trad hij eenmalig op als samenstellend gastredacteur van het literaire tijdschrift Optima (jaargang 20, nummer 2). </p>
<p>&nbsp;&lsquo;Rond mijn vijftiende. Ik zocht het woord &lsquo;vleer&rsquo; op in de Van Dale. Las: &ldquo;Hoe, tegen den orkaan, op nauwbewogen vleer, de blanke stormmeeuw streeft.&rdquo; Een regel van Geerten Gossaert. Dat vond ik zo&#039;n prachtig beeld dat meteen naar de bibliotheek ben gehold om al zijn gedichten te lezen. Later, toen ik Arabisch ging studeren en schelmenverhalen begon te vertalen uit de tiende eeuw, ontdekte ik het WNT. Ontdekte woorden als &lsquo;grimmelend&rsquo; licht, licht waarop stof dwarrelt. Of &lsquo;morselen&rsquo;: eten terwijl er kruimels van vallen.&rsquo;</p>
<p>Voor het bovenstaande is gebruik gemaakt van de website van :<br /><a target="new" href="http://www.geocities.com/Athens/Ithaca/2249/bouazzahafid.html">Mats Beek</a></p>
<p>Foto: Thom Hofmann<br /><br style="mso-special-character: line-break" /><br style="mso-special-character: line-break" /></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/04/2154/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>L.H. Wiener</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/03/2155/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/03/2155/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Mar 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2155</guid>
		<description><![CDATA[Een stilist met een verhaal Er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de stijl, er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de toon en er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de inhoud van hun boeken. In sommige gevallen geldt die bewondering al deze aspecten. Bij Nestor van L.H. Wiener kun je alleen maar verwonderd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een stilist met een verhaal</p>
<p>Er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de stijl, er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de toon en er zijn schrijvers die je bewondert vanwege de inhoud van hun boeken. In sommige gevallen geldt die bewondering al deze aspecten. Bij <em>Nestor</em> van L.H. Wiener kun je alleen maar verwonderd toekijken. Hij mengt autobiografie en fictie door elkaar, treedt als schrijver naar voren in de roman, maar cre&euml;ert ook een schrijvend alter-ego Van Gigh, zodat je altijd op je hoede moet blijven als lezer.<br />De roman is meerlagig.&nbsp;Het&nbsp;begin is verhalend. Een (autobiografisch, maar dat is lastig vast te stellen in deze roman) verhaal over de jeugd&nbsp;van Ezra Berger die een uil vangt. Na enkele bladzijden wordt die prachtige openingssc&egrave;ne ruw verstoord door andere verhaallijnen, onder meer door brieven aan Xandra Schutte, toen nog werkzaam bij Vrij Nederland. De auteur wisselt plotseling van toon en dat is een fascinerende leeservaring. De roman kreeg terecht de F. Bordewijk-prijs. Uit het juryrapport: &quot;De schrijver L.H. Wiener treedt ook op in Nestor, namelijk als de verteller die over Van Gigch schrijft. Zo zijn er dus drie figuren: Wiener schrijft over Van Gigch, die op zijn beurt over Ezra schrijft. Er zit dan ook veel diepgang in deze roman. Ontroerende passages worden afgewisseld met bijtend cynisme, verhalen worden gelardeerd met brieven en essays. Een uiterst verzorgde vorm en stijl gaan hier hand in hand met een doorleefd verhaal, en dat beantwoordt aan het credo van Van Gigch: &lsquo;Het enige waar het in de literatuur om gaat is de stijl en de authenticiteit.&#039; Wat er st&aacute;&aacute;t is waar, althans als het er goed staat, en n&iacute;&eacute;t waar als het er slecht staat.&rsquo; Volgens de jury van de Jan Campert-stichting is alles wat er in dit boek staat w&aacute;&aacute;r, omdat het dankzij de stijl de indruk geeft van een volkomen authenticiteit.&quot;<br />Twee weken geleden verscheen het vervolg op de prijswinnende roman, <em>De verering van Quirina T</em>. Afgaande op de eerste recensies is het wederom een prachtig boek.<br />Het succes is L.H. Wiener niet echt komen aanwaaien, want meer dan dertig jaar gold hij als een &#039;Geheimtip&#039; voor de echte kenners van literatuur. Dat is mooi, maar een schrijver wil vooral gelezen worden. Je moet over een ongelooflijk doorzetingsvermopgen beschikken om door te blijven gaan terwijl de verkoopcijfers toch enigszins tegenvallen. Wiener had een vaste schare fans, die zijn verhalen altijd kocht, maar de doorbraak naar het grote publiek kwam pas met <em>Nestor</em>.<br />Wie begint met die roman en dan terugwaarts leest in het oeuvre van Wiener, en dat is goed mogelijk nu zijn verhalen herdrukt zijn, ontdekt bovendien iets extra&#039;s: veel verhalen verwijzen naar elkaar. Elementen in het ene verhaal duiken weer op in een ander. Zelfs personages, al dan niet uit het echte leven, komen terug. Dat maakt de ontdekkingsreis door het gehele werk, ook als die in a-chronologische volgorde gebeurd tot een literair spannend avontuur.</p>
<p>Seizoenarbeid (1967) <br />Zwarte vrijdag (1967) <br />Duivels jagen (1968) <br />Man met ervaring (1973) <br />Bomen die te mooi zijn moeten worden omgezaagd (1980) <br />Misantropie voor gevorderden (1983) <br />Naamloze meisjes (1984) <br />Wegens mensenkennis gesloten (1988) <br />Misantropenjaren (1990)<br />De langste adem (1993) <br />Ochtendwandeling (1996) <br />Niet aaien (1997) <br />Allemaal licht en warmte (1999) <br />Nestor (2003) (F. Bordewijk-prijs)<br />Een handdruk en een vuist (2003)<br />De verhalen 1 (2003)<br />De verhalen 2 (2004)<br />De verering van Quirina T. (2006)<br />Sites:</p>
<p>
<dl>
<dt>Veel optredens voor de VPRO-radio vind je <a href="http://boeken.vpro.nl/personen/22552269/">hier</a></dt>
<dt>Het complete juryrapport van de Bordewijk-prijs alsmede het dankwoord van Wiener vind je <a href="http://www.jancampertstichting.nl/prijzen/prijzen.htm">hier</a></dt>
<dt></dt>
</dl>
<p>CP</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/03/2155/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Menno Wigman</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2119/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2119/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Feb 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2119</guid>
		<description><![CDATA[Menno Wigman (10 oktober 1966, Beverwijk) groeide op in Santport en verhuisde&#160;naar Amsterdam om daar&#160;Nederlandse taal en letterkunde te studeren aan de Vrije Universiteit. Vanaf 1984 gaat hij zich profileren als dichter: hij publiceert in eigen beheer de dichtbundel Van zaad tot as en heeft zijn eerste optredens als dichter. Pas 13 jaar later debuteert [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Menno Wigman (10 oktober 1966, Beverwijk) groeide op in Santport en verhuisde&nbsp;naar Amsterdam om daar&nbsp;Nederlandse taal en letterkunde te studeren aan de Vrije Universiteit. Vanaf 1984 gaat hij zich profileren als dichter: hij publiceert in eigen beheer de dichtbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Van zaad tot as</em> en heeft zijn eerste optredens als dichter. Pas 13 jaar later debuteert hij in het offici&euml;le circuit met de bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">&rsquo;s Zomers stinken alle steden</em>, een jaar eerder was zijn vertaling van <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bloemen van het kwaad </em>van Baudelaire verschenen. De bundel <em>&#039;s Zomers stinken alle steden</em> werd door de critici unaniem goed ontvangen en er verscheen al snel een tweede druk. In 2001 ontving Wigman voor zijn tweede bundel, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zwart als kaviaar</em>, de Jan Campertprijs en werd hij genomineerd voor de Hugues C. Pernath-prijs. Drie jaar later, in oktober 2004 verscheen zijn derde bundel, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Dit is mijn dag</em>. Dit jaar schreef Wigman het gedichtendagbundeltje <em>De wereld bij avond</em>.&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p>Menno Wigman wordt gezien als een exponent van de jonge, nieuw romantiek. Be&iuml;nvloed door de &nbsp;decadente dichters van het fin de si&egrave;cle zijn zijn gedichten&nbsp; doorspekt met melancholie, muziek en liefde. Niet alleen de kritiek is zeer enthousiast over de kwaliteiten van Wigman, ook mededichters laten zich regelmatig zeer&nbsp; positief over hem uit. Zo noemde Ingmar Heytze Wigman in <em>Passionate</em> &#039;de beste dichter van onze generatie&#039; en Komrij nam in de 2004-editie van zijn bloemlezing uit de Nederlandse po&euml;zie zeven gedichten van Menno Wigman op.</p>
<p>Over het algemeen prijst men zijn dichttechniek en zijn grote kennis van zaken. Arie van den Berg over het gedicht &#039;Onder de tandarts&#039; (uit <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zwart als kaviaar)</em>: &#039;Het ritme lijkt op de voet geteld, er is voortdurend een suggestie van rijm (maar een schema ontbreekt), de enjambementen zijn gedurfd maar onderbreken nergens de parlando toonzetting. Het eerste couplet eindigt in een fraaie aanzet tot een Homerische vergelijking die in de eerste regel na het wit al gesmoord wordt in het contrabeeld van het tandheelkundig werk. En dan zwijgen we nog over de inhoud. Dit is een superieur gedicht&#039;.</p>
<p>Een bibliografie van het werk van Wigman, zijn eigen bundels en vertalingen is <a href="http://www0.kb.nl/dichters/wigman/wigman-lit.html">hier</a> te vinden.&nbsp;</p>
<p>Bron: www.kb.nl/dichters<o:p></o:p><br />De&nbsp;tekening van Wigman is van Siegfried&nbsp;Woldhek en&nbsp;overgenomen van diens <a href="http://www.woldhek.nl">site</a></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Donderdag 2 maart&nbsp;is Menno Wigman te gast in <br />VADEM, een initiatief van de jonge dichters<br />Jan-Willem Anker, Tsead Bruinja en Thomas M&ouml;hlmann. In<br />wisselende rolverdeling nemen zij de presentatie en<br />uitvoering van de avonden voor hun rekening. VADEM wil<br />tegemoet komen aan de belangstelling voor goed<br />ge&iuml;nformeerde en inhoudelijke gesprekken met<br />hedendaagse dichters.&nbsp;Locatie: Caf&eacute; De Doffer, Runstraat 12-14, Amsterdam<br />Aanvang: 20.00 uur<br />Toegang: gratis, maar uitsluitend na aanmelding op<br />info athenaeum.nl.<br />&nbsp;<o:p></o:p></p>
<p><o:p>&nbsp;</o:p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2119/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kees &#8216;t Hart</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2118/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2118/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Feb 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2118</guid>
		<description><![CDATA[Kees &#8217;t Hart (Den Haag, 12 juli 1944) is schrijver, dichter, recensent. Deze week komt zijn nieuwste roman uit. Een portret van deze veelzijdige en eigenzinnige schrijver in zes citaten. Ik vond het altijd enge trutten, maar dat is nu voorbij. (&#8230;) Ik heb veel gevoel voor ze gekregen, echt warm, sentimenteel gevoel. Wat een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Kees &rsquo;t Hart (Den Haag, 12 juli 1944) is schrijver, dichter, recensent. Deze week komt zijn nieuwste roman uit. Een portret van deze veelzijdige en eigenzinnige schrijver in zes citaten.</p>
<p>Ik vond het altijd enge trutten, maar dat is nu voorbij. (&hellip;) Ik heb veel gevoel voor ze gekregen, echt warm, sentimenteel gevoel. Wat een eigenwijze vrouwen, wat een leuke lui.<br /><strong>Over Betje Wolff en Aagje Deken, romanpersonages in Ter navolging, <em>Trouw</em>, interview door Iris Pronk, 2004</strong></p>
<p>Net als Vincent [personage in Ter navolging, cp] was &rsquo;t Hart in Frankrijk vooral op zoek naar feitjes die zijn louche theorie over de dames konden staven. Waar of niet waar, dat deed er niet toe. Schitterend vindt hij het dan ook dat hij onder een nogal vreemde naam in het bibliotheeksysteem werd geregistreerd. &ldquo;Ze keken in mijn paspoort toen ik me inschreef. Later zag ik dat ik als &rsquo;s Gravenhage Kees door het leven ging.&rdquo; Bulderend: &ldquo;prachtig toch, die mystificatie?&rdquo;<br /><strong>Interview door Kirsten van Santen in de <em>Leeuwarder Courant</em>, 2004</strong></p>
<p>Ik wil haar tekstschrijver ook zijn. Lach maar even hoor, dat mag, maar ik ben daar heel serieus in. Het is mystiek. Ik heb haar platen. De bewijzen liggen hier in huis. Corry kan niets zingen wat zij niet meent en voelt. Dat merk je als je naar haar luistert.<br /><strong>Over de voorliefde voor Corry Konings, interview door Arjan Peters in <em>De Volkskrant</em>, 1999.</strong></p>
<p>De fotograaf staart verrukt naar vogelhuisjes, blijft daar even staan en raakt ons dus direct kwijt. &rsquo;t Hart wurmt zich tussen twee overvolle stellingen met allerhande doosjes en stapeltjes door en kijkt steeds gelukkiger. Hij wijst op allerlei voorwerpen: sleetjes, bladervegers, hooivorken, een gemuteerde schop. Nou? Is dit niet wat zijn gedicht beloofde? &lsquo;Ik las het gedicht meer als een hellevaart naar een gewelf waar je niet meer uitkomt,&rsquo; zeg ik. &lsquo;O,&rsquo; reageert &rsquo;t Hart. &lsquo;Een hel? Vind je het hier een hel?&rsquo; &lsquo;Nee, in dat gedicht, bedoel ik.&rsquo; &lsquo;Ja als je zo begint.&rsquo;<br /><strong>De auteur leidt een verbijsterde Jeroen Vullings en een fotograaf rond in de winkel van Auke Rauwerda, <em>Vrij Nederland</em>, 2000.</strong></p>
<p>&lsquo;Als je een idee hebt en het is een goed idee dan moet je maar even doorschrijven, ook al deugen de zinnen nog niet. Op een dag heb ik al die schaamtes over slechte zinnen van me afgezet en schreef ik drie weken lang drie bladzijden per dag. Binnen die rotzooi bleek zich toen weldegelijk een verhaal te bevinden. Daarna maak ik pas een tweede versie en gaat alle troep eruit: klopt de toon, is het geouwehoer niet te dol?&rsquo;<br /><strong>Interview door Christiaan Weijts in <em>Mare</em>, 2003.</strong></p>
<p>Die terminologie is al verkeerd. De achttiende eeuw, wat is dat? Iedereen denkt aan de Verlichting, pruiken, Nederlanders die Frans praten. Het zijn allemaal clich&eacute;s. In Vitrines staat het verhaal Rousseau met een parodie over het spreken over historische verschijnselen. Daar zegt men: de achttiende eeuw was een eeuw waarin men over de zeventiende eeuw nog even nasprak. Absurde zinnen. De achttiende eeuw is een constructie. In mijn werk komt dat voortdurend voor: de strijd tegen deze constructies. Ik ben ertegen!<br /><strong>Antwoord op de vraag: De fascinatie voor de achttiende eeuw heb je al heel lang. <em>Tzum</em>, 2004.</strong></p>
<p>1988 &#8211; Vitrines<br />1989 &#8211; Land van genade <br />1990 &#8211; De neus van Pinokkio <br />1992 &#8211; Zwembad <br />1996 &#8211; Blauw Cura&ccedil;ao<br />1998 &#8211; Kinderen die leren lezen (po&euml;zie) <br />1998 &#8211; Overlezen <br />1999 &#8211; De revue<br />2001 &#8211; Het mooiste leven&#8230; (over S.V. Heerenveen, real-lifedocumentaire)<br />2002 &#8211; De ziekte van de bewondering (essays) <br />2004 &#8211; Ter navolging<br />2005 &#8211; Grasbladen (redactie samen met Jacob Groot, vertaling van diverse auteurs van Walt Whitman &#8211; Leaves of Grass (1855)<br />2006 &ndash; De krokodil van Manhattan</p>
<p>Een interview met de auteur over zijn nieuwste boek is te beluisteren op de site van <a href="http://www.kunsttribune.nl/opium/index.asp?ID=0">Opium</a>, zondag 19 februari.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2118/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jaap Scholten</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2117/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2117/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 Feb 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2117</guid>
		<description><![CDATA[Jaap Frederik Scholten (1963) is de vierde van vijf zonen die door moeder alleen werden grootgebracht. Hij zat nooit in de redactie van de schoolkrant. Behalve misschien een studie voor een filosofie keuzevak in Delft naar de invloed van Tolstoi op Wittgenstein, wees niets op een literaire toekomst. Met pech &#8211; een onder de auto [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jaap Frederik Scholten (1963) is de vierde van vijf zonen die door moeder alleen werden grootgebracht. Hij zat nooit in de redactie van de schoolkrant. Behalve misschien een studie voor een filosofie keuzevak in Delft naar de invloed van Tolstoi op Wittgenstein, wees niets op een literaire toekomst. <o:p></o:p><br />Met pech &ndash; een onder de auto uitgevallen cardanas &ndash; in de Algerijnse woestijn, 600 kilometer ten noorden van de dichtstbijzijnde stad Insalah, ontdekte hij de magie van het geschreven woord. Na drie dagen kwam een vrachtautochauffeur langs die na &eacute;&eacute;n blik op Scholten concludeerde; &#039;Et &ccedil;a, c&#039;est le philosophe?&#039; Niet lang daarna schreef Scholten in een kloostercel nabij Barcelona het script voor <em style="mso-bidi-font-style: normal">Beauville</em>, een lange korte film over een oude man die voor hij sterft zijn zoutwaterschildpadjes naar zee wil brengen. In 1995 werd het scenario in Los Angeles verfilmd door de Belgische regisseur Rudolf Mesdag met in de hoofdrollen Julien Schoenaerts en Marianne Sagebrecht. Scholten sloot zich hierop van de wereld af in de Dordtse Biesbos. Daar probeerde hij proza te schrijven, wat helaas op niets uitdraaide. Hij knapte onderwijl&nbsp; een oude &#8211; uitsluitend per boot bereikbare &#8211; kooikerswoning&nbsp; zonder elektriciteit of stromend water op en werd na drie maanden horendol van het witte papier en vooral van het oeverloze gekwetter van eenden. Hij ging werken in de drukkerij van Schiphol en woonde aan de Bloemgracht waar hij &#039;s nachts korte verhalen in briefvorm schreef, die hij naar uitgever Thomas Rap stuurde. Na enkele maanden zei Rap: &#039;We gaan een boek maken.&#039;&nbsp; Dat werd <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bavianehaar &amp; Chipolatapudding</em>. <o:p></o:p><br />Na veel omzwervingen, vooral door Oost-Europa, werkte Scholten vijf jaar lang full-time in reclame en uitgeverij. Onderwijl schreef hij &#039;s avonds en &#039;s nachts de roman Tachtig en het toneelstuk Caravangeluk. Na het succes van <em style="mso-bidi-font-style: normal">Tachtig</em> en een lucratief aanbod van een filmmaatschappij nam hij ontslag. <o:p></o:p><br />Sindsdien is er nog maar weinig uit zijn vingers gekomen. Het volledige schrijverschap verlamde hem of hij hield zich met andere zaken bezig. De laatste tijd komt daar verandering in; hij schreef een televisiefilm, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Wodan</em>! (regie Norbert ter Hall) voor de KRO in de serie &#039;De zeven deugden&#039;. Daarnaast verscheen de roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Morgenster</em> (longlist AKO literatuurprijs). Scholten werkt momenteel aan de korte film <em style="mso-bidi-font-style: normal">Mercedes</em> (regie Mark de Cloe), aan een speelfilm met de werktitel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Luna</em> (regie Jean van der Velde) en aan de novelle<em style="mso-bidi-font-style: normal"> Als &eacute;&eacute;n van de honden jarig</em> is. <o:p></o:p><br />In april/mei 2001 verscheen <em style="mso-bidi-font-style: normal">Reisverhalen en bedevaartstochten</em>, met daarin de herbegrafenis van de laatste tsaar in Sint Petersburg; een zoektocht naar de Hongaarse bloedgravin Ersz&eacute;bet Bathory; een bezoek aan Paul Bowles in Tanger kort voor diens dood; Pep&iacute;n Bello en de Residencia de Estudiantes in Madrid en een bedevaartstocht naar J.D. Salinger in Cornish, New Hampshire.<br />Bijzonderheden: Scholten studeerde industri&euml;le vormgeving in Delft, grafische vormgeving en reclame in Rotterdam. Hij richtte een meubelwerkplaats op, ontwierp affiches, werd tweede met de jeugdkampioenschappen Tae Kwondo, trok door de Sahara, werkte als barkeeper en als tankercleaner. Na het afronden van zijn studies werkte hij als art-director bij een groot Amerikaans reclamebureau maar werd ontslagen wegens het beledigen van de directeur. Op het moment woont hij met zijn gezin in Hongarije. <o:p></o:p></p>
<p>Citaat: &#039;Ik heb een voorliefde voor mensen die tegen de stroom ingaan. Ik houd van die romantiek, ben iemand van heldenverering en bedevaartsoorden.&#039; (HP/De Tijd, 5-1-1996)&nbsp;</p>
<p>Werk: <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bavianehaar &amp; Chipolatapudding</em> (korte verhalen,1990 ); <em style="mso-bidi-font-style: normal">Tachtig</em> (roman, 1996) <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zelda &#8211; vertel me hoe te leven</em> (novelle, 1996); <em style="mso-bidi-font-style: normal">Morgenster</em> (roman, 2000).&nbsp; <o:p></o:p><br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Reisavonturen en bedevaartstochten</em> (reisverhalen, 2001)&nbsp;</p>
<p>Bron: Schrijversnet</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2117/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Paul Mennes</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2116/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2116/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2116</guid>
		<description><![CDATA[Schrijver van de week: Paul Mennes Van deze Vlaamse schrijver hebben we al een flinke tijd niets meer gehoord. Tijd om in kort bestek de balans op te maken van zijn werk tot nu toe, opdat we optimaal voorbereid zijn op de komst van zijn volgende boek. Paul Mennes (1967) debuteerde met een knal in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Schrijver van de week: Paul Mennes</p>
<p>Van deze Vlaamse schrijver hebben we al een flinke tijd niets meer gehoord. Tijd om in kort bestek de balans op te maken van zijn werk tot nu toe, opdat we optimaal voorbereid zijn op de komst van zijn volgende boek. </p>
<p>Paul Mennes (1967) debuteerde met een knal in 1994. Zijn roman Tox (1994) was een zeer humoristisch beeld van de Lost Generation, de Generatie-X, de patatgeneratie of hoe de nihilistische pubers toen ook genoemd werden. <br />Hoofdpersoon Tox is een graatmager joch van 16 jaar dat zijn dagen vult met zappen, coca&iuml;ne snuiven, het schrijven van een zelfmoordhandleiding. &rsquo;s Avonds hangt hij rond in lugubere kroegen en &rsquo;s nachts heeft hij masochistische fantasie&euml;n over de Blonde Motorgod. De grote vijand van Tox en zijn vriend Orf is de Grote Vrolijke Supermarkt waar elk mens bezwijkt onder een perverse koopdrang. <br />Deze jongens zijn emotioneel afgestompt, tonen geen dadendrang, hebben een ronduit naar gevoel voor humor (bijvoorbeeld het vermalen van glassplinters door de coke) en natuurlijk loopt het niet goed af. Als Orf sterft aan een overdosis, is de reactie van Tox symptomatisch: de toedracht interesseert hem geen bal, verdriet toont hij niet. Hij accepteert het gewoon. <br />Het boek trok de aandacht omdat Mennes als een van de eersten een portret maakte van deze generatie, en vooral omdat hij een stuk beter schreef dan zijn Nederlandse collega&rsquo;s als Giphart of Van Erkelens. <br />De personages zijn onvriendelijke nihilisten, maar de manier waarop Mennes ze toont, is erg grappig. Zo denkt Tox over zijn moeder: &lsquo;Wat ik voor mijn draagster voel, voelen anderen voor hun afwasmachine: het is erg handig zo&rsquo;n ding in huis te hebben, maar op den duur worden zelfs de paar minuten die je eraan spendeert te veel.&rsquo; Liever hangt hij in een disco, waar op monotone industrialmuziek geoefend wordt op de favoriete dans, de Waar Is Mijn Contactlens. </p>
<p>Een jaar later verscheen Soap. Qua stijl ligt dit boek in het verlengde van zijn voorganger. In dit boek wordt echter een beter uitgewerkt verhaal verteld, waarin Mennes de televisie een groeiende rol toebedeelt. Het verhaal is verteld als een soapserie, maar dan op de manier van de nineties: veel seks, veel moorden en af en toe de valse sentimenten die nu eenmaal inherent zijn aan een soap. De personages in het boek kunnen de realiteit alleen te vergelijken met wat men kent van soaps (die op hun beurt juist op die realiteit ge&euml;nt zijn): &lsquo;Het lijkt op wat op de mensen op de televisie voor elkaar schijnen te voelen.&rsquo; en &lsquo;Het was anders dan hij zich had voorgesteld. Het was anders dan op de televisie.&rsquo; </p>
<p>In 1997 verscheen Web, een bundel verhalen. Meer van hetzelfde, maar dusdanig goed en grappig dat dat in de verste verte niet negatief bedoeld is. Sterker nog, in korte verhalen heeft de lezer meer ademruimte, wat het lezen intenser maakt.</p>
<p>In 1999 verscheen in samenwerking met computerkunstenaar Eric Joris Kaufhaus, een schitterend uitgegeven boek dat zo groot is dat het niet in mijn boekenkast past. Kaufhaus is een bewerking van Dante&rsquo;s Inferno. De hel is hier een warenhuis, en de tekst is een soort toneeltekst of filmscript. Joris heeft beeldcollages bij de tekst gemaakt, en het geheel is een geslaagde samenwerking tussen woord en beeld. </p>
<p>Mennes kwam in 2001 met een nieuwe roman, Poes Poes Poes. Hij was de patatgeneratie voorbij, en concentreert deze roman volledig op de hijgerige media. In een gehucht strijken twee rivaliserende cameraploegen neer omdat juist daar de naderende eclips totaal zal zijn. Het dorp raakt in rep in roer, en bereidt zich handenwrijvend voor op de komst van duizenden toeristen. In dit dorp heeft iedereen een klap van de molenwiek gehad. Het boek is nog steeds geschreven in Mennes&rsquo; snelle stijl, maar veel trager dan ouder werk. De dialogen zijn serieuzer, de beschrijvingen omvatten meer dan een tijdsbeeld van jongelui. Gelukkig valt er nog genoeg te lachen: &lsquo;Als je de televisie, tijdschriften en boeken van tegenwoordig geloofde, zaten er achter elke struik twee dozijn pedofielen en minstens drie volleybalteams seriemoordenaars.&rsquo; <br />Mennes thematiseert de mediatisering van de maatschappij, die steeds meer drijft op reclame (&lsquo;koopporno&rsquo;) en hypes, en hij bekritiseert de macht van televisie en het journalistentuig.</p>
<p>Als we de ontwikkeling van Mennes volgen, kunnen we dus een volwassen boek verwachten dat echt iets te zeggen heeft over onze maatschappij. Mennes zoekt de actualiteit altijd op, maar schrijft steeds beter en intelligenter. <br />Me dunkt dat Mennes na 2001 genoeg heeft gezien om een belangrijk boek te schrijven. Zijn nieuwe roman, Kamermuziek geheten, staat op de website van zijn uitgever Nijgh &amp; Van Ditmar aangekondigd voor 2004, maar ik heb het nog niet gezien. We wachten onrustig af&hellip; </p>
<p>Bibliografie: </p>
<p>Tox (1994) Nijgh &amp; van Ditmar/Dedalus<br />Soap (1995) Nijgh &amp; van Ditmar/Dedalus<br />Web (1997) Nijgh &amp; van Ditmar<br />(alledrie samen uitgebracht onder de naam Toast)<br />Met Eric Joris: Kaufhaus (1999) Nijgh &amp; van Ditmar <br />Poes Poes Poes (2001) Nijgh &amp; van Ditmar</p>
<p>Patrick Bassant &ndash; Literair Vlaanderen</p>
<p></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/02/2116/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Elias Canetti</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2115/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2115/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Jan 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2115</guid>
		<description><![CDATA[Nee, dit stuk gaat niet over Canetti, maar over zijn grote voorloper: Georg Christoph Lichtenberg. Hij doceerde aan de universiteit van G&#246;ttingen. Een klein, gebocheld mannetje (zijn fysieke onvolkomenheden zouden hem steeds ernstiger opbreken naarmate hij ouder werd) die erg populair was onder zijn studenten. Hij was fysicus en zijn lessen trokken studenten uit heel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Nee, dit stuk gaat niet over Canetti, maar over zijn grote voorloper: Georg Christoph Lichtenberg. Hij doceerde aan de universiteit van G&ouml;ttingen. Een klein, gebocheld mannetje (zijn fysieke onvolkomenheden zouden hem steeds ernstiger opbreken naarmate hij ouder werd) die erg populair was onder zijn studenten. Hij was fysicus en zijn lessen trokken studenten uit heel Duitsland vanwege zijn onconventionele manier van lesgeven. Hegel noemde hem in een voetnoot in een van zijn onverteerbare werken &quot;geen filosoof&quot;. En dat klopt. In het Duitsland van de achttiende eeuw en negentiende eeuw gold alleen diegene als filosoof die het gehele universum, met alle elementen daarin, onderbracht in een sluitend systeem. Een Duitse afwijking bij uitstek waar Lichtenberg zich alleen maar in spottende zin over uitliet. &quot;Systeemdespotie&quot; verweet hij de academische wereld. Hij geloofde niets, althans in wetenschappelijk zin, wat zich niet middels een experiment aan hem had geopenbaard. Nu wordt dat met de meer abstracte kant van de natuurkunde vrij ingewikkeld, maar voor hem was het experiment een van de belangrijkste instrumenten van zijn vakgebied. Dat lijkt vreemd, maar hij stond dar in het academische milieu van de achttiende eeuw tamelijk alleen in.</p>
<p>Ondanks alle natuurkundige werken die hij heeft gepubliceerd en ondanks een aantal ontdekkingen waaraan zijn naam verbonden bleef, verbleekte de reputatie van Lichtenberg na zijn dood vrij snel. Je moet wel een heel grote natuurwet ontrafelen wil je naam in het collectief geheugen voortleven. Noem mij tien namen van bekende natuurkundigen. Bereken daarna hoeveel beroemde schrijvers je kent.</p>
<p>Roem vergaarde Lichtenberg met een bijproduct van zijn academische werk, de door hem nooit uitgegeven kladboeken die hij van 1765 tot kort voor zijn dood in 1799 bijhield. Die boeken vormen een vat vol briljante observaties, idee&euml;n en aforismen waarvan sommige, althans in Duitsland, spreekwoordelijk werden. Zoals deze: &quot;Een boek is een spiegel; als een aap er in kijkt, kan er geen apostel uit naar buiten kijken.&quot;</p>
<p>Na zijn dood werd een selectie uit zijn kladboeken uitgegeven, waarna die uitgave de hele negentiende en twintigste eeuw na zou klinken. En zo werd de man die door Hegel uitdrukkelijk buiten het domein van de filosofie werd geplaatst de lieveling van filosofen als Schopenhauer, Nietzsche en Bertrand Russel. Het fragmentarische karakter van Lichtenbergs werk sloot een stuk beter aan bij de postmoderne twintigste eeuw dan de starre systeemdenkers die zijn tijdgenoten waren. Een bewonderaar als de nobelprijswinnende schrijver Elias Canetti maakte van die losse vorm zelfs een nieuw literair genre. In het voorwoord dat Cyrille Offermans schreef bij een recente Nederlandse vertaling van Lichtenbergs brieven citeert hij Canetti: &quot;Dat hij (Lichtenberg) niets kan afronden, dat hij niets tot een eind brengt, is zijn en ons geluk; zo heeft hij het rijkste boek van de wereldliteratuur geschreven.&quot;</p>
<p>Her rijkste uit de wereldliteratuur zou ik niet durven zeggen (is het werk van Lichtenberg echt rijker dan dat van bijvoorbeeld Montaigne?), maar het bevat wel veel scherpzinnigheid, wijsheid en humor. Dat laatste is voor een achttiende eeuwse Duitser op zich al opmerkelijk.</p>
<p>Voor wie Lichtenberg niet in het originele Duits kan lezen is het helaas behelpen. In 1987 verscheen weliswaar een selectie uit de kladboeken, onder de titel <em>Donderslagen op muziek</em>, maar dat boek lijkt intussen te zijn opgelost. Jammer. We zijn dus nu aangewezen op de vertaalde brieven van Lichtenberg, die nu in de onvolprezen serie Priv&eacute;-domein van De Arbeiderspers zijn verschenen. Een mooie selectie, waarin we Lichtenberg persoonlijker leren kennen dan in zijn kladboeken, maar niettemin jammer dat zijn belangrijkste werk intussen is zoekgeraakt. Hier althans. Frankrijk,&nbsp;Itali&euml;, Engeland, het boek is er moeiteloos te krijgen. Daarom ben ik ook voor de overbevolking van Nederland; hoe groter ons taalgebied, hoe vertaalder de wereldliteratuur.</p>
<p>Tot besluit dan maar wat voorbeelden, ook al doet een selectie van vier aforismen hem niet bepaald recht: </p>
<p>&quot;Ik denk dat als iemand iets in de lucht wil bouwen, het beter kastelen dan kaartenhuizen kunnen zijn.&quot; </p>
<p>&quot;Twijfel moet niet meer zijn dan waakzaamheid, anders kan hij gevaarlijk worden.&quot;</p>
<p>&quot;Zo zegt men dat iemand een ambt bekleedt, terwijl hij door het ambt bekleed wordt.&quot;</p>
<p>&quot;Scherpzinnigheid is een vergrootglas, humor een verkleinglas. Het laatste leidt niettemin naar het algemene.&quot;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2115/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bart Koubaa</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2130/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2130/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 Jan 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2130</guid>
		<description><![CDATA[&#160; Bart Koubaa (1968) studeerde film en fotografie aan de KASK en Arabisch aan de Universiteit Gent. Hij woonde in Wenen, Madrid, Jerez de la Frontera en Firenze. In 1988 won Koubaa met zijn band Ze Noiz de Humo&#8217;s Rockrally. Koubaa is fotograaf van beroep en werkt sinds 1998 met het dada&#239;stische gezelschap Walbers und [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;</p>
<p>Bart Koubaa (1968) studeerde film en fotografie aan de KASK en Arabisch aan de Universiteit Gent. Hij woonde in Wenen, Madrid, Jerez de la Frontera en Firenze. In 1988 won Koubaa met zijn band Ze Noiz de Humo&rsquo;s Rockrally. Koubaa is fotograaf van beroep en werkt sinds 1998 met het dada&iuml;stische gezelschap Walbers und Hanssen aan een film en zorgt tussen al het werk door voor kinderen in een schooltje in Gent. <em>Vuur</em> (2000), het debuut van Bart Koubaa, werd genomineerd voor de ECI-prijs en bekroond met de Vlaamse Debuutprijs. Onlangs verscheen zijn tweede roman, <em>Lucht</em>.<em><br />&nbsp;<br /></em><em>Vuur </em>vertelt de geschiedenis van Kuda Bux, een Indische zigeuner die in 1935 een opmerkelijke daad stelde door zonder daar lichamelijke letsels aan over te houden een drie meter lange greppel met gloeiende kolen over te lopen, tot verbazing van de toenmalige parapsychologie. Jaren later krijgt de oude Kuda Bux de negatieven opgestuurd &ndash; die onmogelijke beelden blijken te bevatten &ndash; en slaat het noodlot toe:</p>
<p><em>[D]e negatieven ontwikkelen zichzelf en beginnen te smeulen, algauw worden de vlammen groter en staat het huis van de ongelukkige in lichterlaaie. Alleen zijn voeten worden teruggevonden, ongedeerd.<br /></em>&nbsp;<br />In wat volgt blikt de kleinzoon van Kuda Bux, die dezelfde naam draagt, terug op de jaren voor de vreemde dood van zijn opa. Beide mannen wonen in een woonwagenkamp met hun familie. Opa Bux vormt in positieve en negatieve zin de spil van het kamp. Uit zijn verhalen aan het vuur lijkt het leven van de kleine gemeenschap te ontstaan. Rond hem draaien alle bezigheden, bekommernissen, feesten en ergernissen. &lsquo;Het was wel altijd wat met ons, maar je kunt niet zeggen dat er geen vuur in zat&rsquo;, zegt de jonge Kuda. Op een bepaald moment vat hij het plan op om het kampleven neer te schrijven in een boek. Niet zomaar een boek:</p>
<p><em>Schrijf op: niet wij verzinnen het verhaal, het verhaal verzint ons. Punt. Het kan me niet schelen wat ik ermee bedoel, dat interesseert me eerlijk gezegd niet zo, als de woorden komen, komen de woorden, en als ze klinken, des te beter, als ze maar spreken zoals de handen rond het vuur, tegentijds of eigentijds en tijdelijk, dat is niet van wezenlijk belang, want het vuur zelf zullen ze nooit zijn, daarvoor hebben we nog een lange weg te gaan [&hellip;]<br /></em><br />Kuda schrijft over zijn grootvader en diens fascinatie voor het televisieprogramma <em>Mens en dier</em>, voor alcohol; hij schrijft over de bemoeizucht, het tirannieke gedrag; hij schrijft over zijn moeder en vader, tante wasmachine, over zijn liefde voor Zo&euml;, over de stad, het nakende verdwijnen van de kampen, over het onbegrip, het racisme, over de tweestrijd die hij zelf voelt. En over het vuur, de verhalen van opa Bux.<strong><br />&nbsp;<br /></strong>Bart Koubaa schrijft over meer dan dat. Hij slaat de taal gade, de kracht daarvan en het onvermogen om te reconstrueren. Hij laat het vuur zelf de overhand nemen, laat zijn vertelling bijna uiteenrafelen in door en naast elkaar lopende stukjes. Maar hij slaagt er &ndash; al is het maar net &ndash; in pauzes in te lassen, de lezer kort naar adem te laten happen om daarna met evenveel vaart weer aanstekelijk van het ene kleine verhaal naar het andere te springen.</p>
<p><em>Zoals het heelal uitdijt als een gedachte, zo schrijft dit boek zichzelf, telkens opnieuw, telkens anders. E&eacute;n versie ervan vertrouw ik toe aan het papier, de rest vervliegt. Toch zijn de andere versies even waardevol en zou het verkeerd zijn te beweren dat dit de juiste versie is, er bestaat geen juiste versie.</em></p>
<p>In <em>Lucht</em> (2005) legt Koubaa de geschiedenis van Kudo Yamamoto vast, die als Japanse jongen zijn ouders volgt naar Amerika. Daar wordt hij na zijn studie als vertaler in de nadagen van de Japanse aanval op Pearl Harbor door de FBI in Washington aangeworven als hoofd Japanse aangelegenheden. Door een vertaalfout wordt hij medeverantwoordelijk voor de atoombommen die boven Nagasaki en Hiroshima worden gedropt. Hij vlucht opnieuw naar Japan.<br />&nbsp;<br /><em>Geen mens was zich zo bewust van de kracht van de taal als Kudo Yamamoto en nu hij terug in Japan was, wilde hij die kracht alleen nog voor de po&euml;zie reserveren.</em><br />&nbsp;<br />&lsquo;De kracht van de taal&rsquo; neemt bij Kudo Yamamoto echter bijzondere vormen aan:</p>
<p><em>Kudo Yamamoto probeerde de hele kosmos in zeventien lettergrepen te vatten, omdat in oude geschriften stond opgetekend dat de duur van het langste bewustzijnsproces, dat door de waarneming van de zintuigen wordt veroorzaakt, gelijk is aan zeventien gedachteogenblikken, elk korter dan een bliksemstraal. Als die ene zin alles kon vastleggen wat er ooit gedacht, gezegd en geschreven was en wat er nog gedacht, gezegd en geschreven kon worden, zouden zijn verleden en zijn toekomst door de natuurlijke bewegingen van zijn penseel in rook kunnen opgaan.<br /></em>&nbsp;<br />Zijn gedicht moet een polaroid zijn, &lsquo;het eeuwige in een hand gegrepen&rsquo;. Zeventien lettergrepen die allesomvattend zijn.<br />&nbsp;<br />Bart Koubaa vertelt opnieuw met veel vaart, laat verschillende personages en herinneringen door elkaar lopen zonder het geheel daardoor te vertragen. Het resultaat is een zich steeds wijder vertakkend verhaal in zeventien hoofdstukken, dat evenveel bliksemflitsen en raakpunten samenbrengt in de fascinerende figuur van Kudo Yamamoto. In <em>Lucht</em> toont Bart Koubaa zich &ndash; gepast &ndash; wat bedachtzamer dan in zijn eersteling. Terwijl <em>Vuur</em> zich in een razend tempo voortbeweegt, op bepaalde momenten zelfs een te chaotische indruk maakt &ndash; wellicht opnieuw gepast &ndash; volgt <em>Lucht</em> een ernstiger weg, vol symboliek, terugkerende patronen, verrassende afwikkelingen en subtiel &lsquo;ingeschreven&rsquo; verwijzingen.<br />&nbsp;<br />Zowel <em>Vuur </em>als<em> Lucht </em>verlopen volgens hetzelfde soort blauwdruk: een markante en mysterieuze gebeurtenis wordt gevolgd door een reeks voorafgaande afwikkelingen tot dat moment. Enkele elementen keren in beide boeken terug: Chet Baker, een geheimzinnige brief, een foto die zich niet louter afbeelding toont, het vermogen of onvermogen van de taal, het bovennatuurlijke in het hoofdpersonage&hellip; Maar allebei voeden ze zich met een stijl en een tempo die de inhoud van het vertelde passend begeleiden. En allebei trachten ze het onvoorstelbare voor te stellen.<br />&nbsp;<br /><em>De literatuur kan alleen bestaan wanneer zij zich onmetelijke doelstellingen oplegt, ook als de realisering daarvan onmogelijk is. Alleen als dichters en schrijvers dingen ondernemen waar niemand anders aan zou durven denken, behoudt de literatuur een functie [&hellip;]</em><br />&nbsp;<br />Het is ongeduldig wachten op <em>Water</em> en <em>Aarde</em>. En wat na de elementen?<br />&nbsp;</p>
<p>Boeken:<br /><em>Vuur</em>. Em. Querido&rsquo;s Uitgeverij BV, Amsterdam, 2000. ISBN 90 214 7260 0.<br /><em>Lucht</em>. Em. Querido&rsquo;s Uitgeverij BV, Amsterdam, 2005. ISBN 90 214 7028 4.</p>
<p>Bron:<br /><a href="http://www.theateruitvlaanderen.nl">www.theateruitvlaanderen.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2130/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>A.F.Th</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2114/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2114/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Jan 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2114</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Ik voel geen enkele behoefte om zo karig mogelijk te schrijven; ik zie daar ook helemaal niet de verdienste van.&#039;&#160; Het bovenstaande is een uit 1979 daterende uitspraak van Patrizio Canaponi, destijds het pseudoniem van A.F. Th. van der Heijden en auteur van de verhalenbundel Een gondel in de Herengracht (1978) en de roman De [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&#039;Ik voel geen enkele behoefte om zo karig mogelijk te schrijven; ik zie daar ook helemaal niet de verdienste van.&#039;&nbsp;</p>
<p>Het bovenstaande is een uit 1979 daterende uitspraak van Patrizio Canaponi, destijds het pseudoniem van A.F. Th. van der Heijden en auteur van de verhalenbundel<em style="mso-bidi-font-style: normal"> Een gondel in de Herengracht</em> (1978) en de roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">De draaideur</em> (1979). Het resultaat van deze opvatting zijn enkele zeer omvangrijke romans die deel uitmaken van een cyclus getiteld <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tandeloze tijd</em>. Een cyclus die tot voor kort een proloog alsmede een eerste, tweede en vierde deel kende, maar geen derde. Op 22 juni 1996 kwam daar eindelijk verandering in toen het al jarenlang aangekondigde derde deel verscheen in twee boeken, samen ruim 1400 pagina&#039;s.<br />A.F.Th. van der Heijden (1951) ondernam op 16-jarige leeftijd al pogingen om een roman te schrijven. Op 20- jarige leeftijd voltooide hij &#039;Het bejaardentehuis op het dak van de hemel&#039;, een nooit uitgegeven werk dat eigenlijk de oertekst vormt van het grote romanproject <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tandeloze tijd </em>waarvan de eerste delen verschenen in 1983.<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De tandeloze tijd</em> volgt vooral de ontwikkeling van Albert Egberts. Wanneer de lezer hem in de proloog <em style="mso-bidi-font-style: normal">De slag om de Blauwbrug</em> leert kennen, bevindt zijn leven zich op een dieptepunt. Verslaafd aan drugs en levend van autodiefstallen is hij op 30 april 1980 in Amsterdam getuige van de roerige kroning van koningin Beatrix. Het vrijwel gelijktijdig met de proloog verschenen eerste deel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Vallende ouders</em> beschrijft Alberts studentenjaren in Nijmegen. Het verhaal wordt &#039;achteruit&#039; verteld en eindigt bij zijn jeugdjaren in Geldrop. Die jeugdjaren vormen de kern van <em style="mso-bidi-font-style: normal">De gevarendriehoek</em>, het tweede deel van De tandeloze tijd dat in 1985 uitkwam en werd bekroond met de Bordewijk- prijs en de Multatuli-prijs. <br />Na het uitkomen van <em style="mso-bidi-font-style: normal">De gevarendriehoek</em> liet Van der Heijden de lezers van de cyclus lang wachten op een vervolg. In plaats van het onder de titel Sneeuwnacht in september aangekondigde derde deel verscheen in 1990 het vierde deel: <em style="mso-bidi-font-style: normal">Advocaat van de hanen</em>, spelend in 1985. Hierin zijn Albert Egberts en zijn vrienden Flix en Thjum uit de eerste delen wel aanwezig, maar centraal staat Ernst Quispel, advocaat van punkers (om hun haardracht betiteld als &#039;hanen&#039;) en krakers. Quispel, zowel maatschappelijk als priv&eacute; &#039;geslaagd&#039;, is een &#039;kwartaaldrinker&#039;. Op gezette tijden moet hij toegeven aan de drang radicaal met zijn keurige bestaan te breken. Kort na zo&#039;n liederlijke periode raakt hij betrokken bij de dood van Kiliaan Noppen, een punker die overlijdt in een politiecel nadat hij is opgepakt bij de ontruiming van een kraakpand. De intrige is deels gebaseerd op de Affaire<br />Hans Kok (de kraker die in 1985 na zijn arrestatie in een politiecel overleed) die destijds veel opschudding teweeg bracht. Dat is Van der Heijden op de nodige kritiek komen te staan vanuit de kraakbeweging, hetgeen in 1995 nog bleek tijdens de opnamen voor de film die naar de roman gemaakt is. <br />In het derde deel, bestaande uit de romans <em style="mso-bidi-font-style: normal">Het hof van barmhartigheid</em> en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Onder het plaveisel het moeras,</em> wordt de beschrijving van het leven van Albert Egberts weer opgepakt, nu geconcentreerd op de jaren vol drugs en seks in Amsterdam. De vertelde tijd bestrijkt de periode vanaf Alberts vertrek naar Amsterdam in 1976 tot en met de dag waarop ook <em style="mso-bidi-font-style: normal">De slag om de Blauwbrug </em>eindigt: 23 juli 1980. Die proloog eindigt met het beeld van Albert die een schaar in zijn hand houdt. De punt van de schaar staat voor het heden, de beide snijbladen voor verleden en toekomst. &#039;Na te zijn afgedaald naar de oorsprong van mijn leven, volgde mijn wijsvinger dit leven langs het andere blad terug naar het heden, in de richting van zijn eigenlijke bestemming&#8230;&#039;. Aldus is de cirkel rond, wat echter niet betekent dat de cyclus De tandeloze tijd daarmee voltooid is. Zoals <em style="mso-bidi-font-style: normal">Advocaat van de hanen</em> al een andere hoofdfiguur kende, voert Van der Heijden ook een groot aantal andere personages ten tonele. Dat zijn zowel figuren die bekend zijn uit de eerste twee delen en de proloog als uit het (in de tijd later gesitueerde) Advocaat van de hanen. Bovendien maken enkele nieuwe personages hun entree. Een van hen, Patrick Gossaert, is een schrijver die publiceert onder het pseudoniem Patrizio Canaponi&#8230; Daarnaast kent deel drie een aantal uitvoerige nevenintriges, zoals de beschrijving van het proces tegen de vermeende moordenares Hennie A. Hiervoor vond Van der Heijden opnieuw inspiratie bij een feitelijke gebeurtenis: het als de Bemmelse moordzaak bekend staande proces tegen Annie E. in 1974. Deze verhaallijn kwam Van der Heijden overigens op een beschuldiging van plagiaat te staan, omdat de journaliste Toni Boumans vond dat de schrijver het door haar geschreven boek De zaak Annie E. zonder toestemming &#039;tot in detail had hergebruikt&#039;.<br />Met de enorme omvang van de twee romans die samen het derde deel vormen, heeft Van der Heijden heel nadrukkelijk uiting gegeven aan het idee van &#039;schrijven in de breedte&#039;. Een passage in <em style="mso-bidi-font-style: normal">Onder het plaveisel het moeras</em> lijkt die aanpak te verantwoorden: &#039;Dat volhardende schrijven, dat zwoegen en eindeloos herschrijven totdat een zo economisch mogelijke tekst is ontstaan, het correspondeert allemaal niet met het leven dat ons is toebedeeld. Ik vind het natuurlijker om koortsachtig achter de woorden aan te ijlen dan met geheven pink achter de goudschaaltjes te gaan zitten.&#039;<br />In de jaren tussen <em style="mso-bidi-font-style: normal">De gevarendriehoek</em> en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Advocaat van de hanen</em> publiceerde Van der Heijden twee korte romans die buiten het bestek van de cyclus vallen: <em style="mso-bidi-font-style: normal">De sandwich</em> (1986), een requiem voor twee kennissen uit het verleden, en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Het leven uit een dag</em> (1988), een fantasievol sprookje over een wereld waar het leven zich in &eacute;&eacute;n dag afspeelt en alles ook maar &eacute;&eacute;n keer gebeurt. Het in 1992 verschenen Boekenweekgeschenk <em style="mso-bidi-font-style: normal">Weerborstels</em> presenteerde de schrijver als een intermezzo in <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tandeloze tijd</em>. Centraal staat Robby, een neef van Albert Egberts, die door de obsessie van zijn vader dat zijn zoon hem dient te overtreffen, de dood wordt ingejaagd. <em style="mso-bidi-font-style: normal">Asbestemming</em> (1994) is opnieuw een requiem, geschreven na de dood van zijn vader. Dit in stilistisch opzicht zeer gevarieerde boek is eigenlijk niet goed een roman te noemen. Het is onverbloemd openhartig en autobiografisch, maar ook nadrukkelijk literair en &#039;geconstrueerd&#039;. Beschrijvingen van de laatste dagen van het leven van de vader met wie hij een moeizame relatie had, worden afgewisseld door verhalen over schrijvers&#039; jeugdjaren en zijn huidige leven als vader van een zoontje dat net jarig is op de dag van het sterfgeval. Verder zijn er essayistische passages over leven, dood en drankgebruik. In het gedeelte &#039;Heijdeniana&#039; krijgen allerlei beknopte aantekeningen, herinneringen en invallen een plaats. Van der Heijden typeerde <em style="mso-bidi-font-style: normal">Asbestemming</em> zelf als &#039;een boek van vader en zoon&#039;. &#039;Dat wat ik ben, komt voor een groot deel voort uit hem. Het gaat dan ook nooit over hem los van mij.&#039;<br />Na <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tandeloze tijd</em> werkt A.F.Th. (zoals hij vanaf dan heet) aan een nieuwe, ambitieuze romancyclus: <em style="mso-bidi-font-style: normal">Homo Duplex</em>. Deel 0, <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Movo Tapes</em>, verscheen in 2003 en werd juichend besproken. De roman &ndash; over een krankzinnige verzameling bandjes, maar ook over hooligans, pornografie, liefde en god &ndash; bestaat voor een groot deel uit monologen. Afwisselend sarcastisch, gevoelig, cynisch, bespiegelend &#8211; maar altijd direct, een stem die de lezer heet of ijskoud in de nek blaast. Het volgende deel, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Het schervengericht</em>, verschijnt in april van dit jaar. Als alles meezit.<br />&nbsp;<br />Bron: Biblioweb</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2114/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Adriaan Morri&#235;n</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2082/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2082/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 Jan 2006 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2082</guid>
		<description><![CDATA[Adriaan Morriën (5 juni 1912 &#8211; 7 juni 2002) Dichter, schrijver, criticus, vertaler Roem, erkenning, aanzien – ach, wat is dat waard. Het is leuk als iemand na je dood nog eens een boekje van je doorbladert, maar ‘voortleven in je werk’ is natuurlijk een fictie.  (interview in De Groene Amsterdammer, 29 januari 1997)  Adriaan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Adriaan Morriën </strong>(5 juni 1912 &#8211; 7 juni 2002)<br />
Dichter, schrijver, criticus, vertaler</p>
<p><em>Roem, erkenning, aanzien – ach, wat is dat waard. Het is leuk als iemand na je dood nog eens een boekje van je doorbladert, maar ‘voortleven in je werk’ is natuurlijk een fictie.<br />
 </em>(interview in <em>De Groene Amsterdammer</em>, 29 januari 1997)<br />
 Adriaan Morriën ontplooide veel literaire activiteiten: als dichter, schrijver, criticus en vertaler. Als geen ander drukte hij een stempel op de Nederlandse literatuur van na de Tweede Wereldoorlog. Zijn grote veelzijdigheid als auteur blijkt uit de honderden gedichten, duizenden recensies en tientallen vertalingen.<br />
 Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1939: <em>Hartslag</em>. De thematiek van deze bundel is typerend voor de rest van zijn werk: erotiek, de vrouw en de dood. Er volgden bij Van Oorschot nog veel dichtbundels, waaronder <em>Luchtalarm</em> (bij wat toen nog de verzetsuitgeverij De Bezige Bij was in 1945), <em>Moeders en zonen</em> en <em>Oogappel</em>. Bij uitgeverij G.A. van Oorschot verscheen in 1993 de bundel <em>Verzamelde gedichten</em>, die een mooi overzicht geeft van zijn werk.<br />
 Ook als prozaschrijver verwierf Morriën bekendheid. Het meest bekend is <em>Alissa en Adriënne</em>, ‘een lofzang op het vaderschap’, dat in 1956 verscheen, en dat over zijn twee dochters gaat. Daarnaast verschenen er onder andere twee uitgaven in de reeks Privé-domein, <em>Plantage Muidergracht</em> en <em>Ik heb nu weer de tijd</em>, vol prachtig verwoorde en fijnzinnige observaties.<br />
 Om in zijn levensonderhoud te voorzien schreef hij literaire kritieken voor diverse landelijke dagbladen (gebundeld in <em>Brood op de plank</em>), werkte als redacteur en adviseur bij uitgeverij G.A. van Oorschot en De Bezige Bij en bij enkele literaire tijdschriften. In die functie kwam hij bekend te staan als de ontdekker van schrijvers als Harry Mulisch, Gerard Reve en W.F. Hermans. Na een jarenlange vriendschap met Hermans raken de twee gebrouilleerd, wat tot uiting komt in de polemische geschriften <em>De gruwelkamer van W.F. Hermans of Ik moet altijd gelijk hebben</em> (Morriën) en <em>Mandarijnen op zwavelzuur</em> (Hermans).<br />
 Als vertaler maakte Morriën vooral naam met <em>Het verhaal van O</em> van Pauline Réage en <em>Les liaisons dangereuses</em> van Choderlos de Laclos.<br />
 <br />
Een roman heeft Morriën nooit geschreven. Eigenlijk had hij niets met fictie. Zelf zei hij daarover: <br />
 <em>De academische critici vinden mijn werk geen literatuur, omdat het niet bedacht is. Maar ik vind dat veel schrijvers het echte doel voorbij schieten. Zij zoeken het in de verte, in het gekunstelde. Ik zie toch bijna altijd de hand van de schrijver die alles manipuleert en karakters bedenkt die niet echt tot leven komen. […] het staat me tegen iets te verzinnen.[…] Ik put uit mijn herinnering en mijn ervaring. […] Ik beschrijf de dingen die ik zie en de mensen naar wie ik kijk in de metro en op straat. Ik verwonder of verheug me over een detail, een blik, een opmerking.<br />
 </em>(interview in <em>De Groene Amsterdammer</em>, 29 januari 1997)<br />
 <br />
Morriën was een observator, iemand die genoot van kleine, dagelijkse dingen en daar in zijn miniaturen, zijn gedichten en zijn proza over schreef. Een volledige beschrijving van zijn werk is bijna ondoenlijk. Daarvoor moeten we nog even geduld hebben, er wordt gewerkt aan een biografie over zijn leven en werk door Rob Molin (verschijnt in 2005 bij uitgeverij De Arbeiderspers) </p>
<p>Bibliografie<br />
 <br />
<em>Hartslag</em> (gedichten, Stols 1939)<br />
 <em>Landwind</em> (gedichten, Stols 1942)<br />
 <em>Afscheid van Lida</em> (novelle, Het Zwarte Schaap, 1944)<br />
 <em>Luchtalarm</em> (gedichten, De Bezige Bij, 1945)<br />
 <em>Het vaderland</em> (gedichten, De Bezige Bij, 1946)<br />
 <em>Een slordig mens</em> (verhalen, G.A. van Oorschot, 1951)<br />
 <em>Vriendschap voor een boom</em> (gedichten, Bezige Bij 1954)<br />
 <em>Een bijzonder mooi been</em> (verhalen, Bezige Bij 1955)<br />
 <em>De gruwelkamer van W.F. Hermans, of Ik moet altijd gelijk hebben </em>(Bezige Bij, 1955)<br />
 <em>Kijken naar de wolken</em> (gedichten, De Bezige Bij, 1956)<br />
 <em>Alissa en Adrienne</em> (De Bezige Bij, 1957)<br />
 <em>Concurreren met de sterren</em> (literatuurbeschouwingen, Van Oorschot, 1959)<br />
 <em>Verzen van een vader </em>(gedichten, De Bezige Bij, 1960)<br />
 <em>Moeders en zonen</em> (gedichten, De Bezige Bij, 1962)<br />
 <em>Mens en enge</em>l (verhalen, Van Oorschot, 1964)<br />
 <em>Het gebruik van een wandspiegel</em> (gedichten, Van Oorschot, 1968)<br />
 <em>Cryptogram</em> (proza &amp; gedichten, Van Oorschot, 1968)<br />
 <em>Waarom ik geen Dante-specialist ben geworden</em>: (verhalen, Motion 1969 &amp; – zonder ondertitel – De  Bezige Bij, 1973)<br />
 <em>Lasterpraat</em> (gevarieerd proza, De Bezige Bij, 1975)<br />
 <em>Een mooi dik meisje zonder borsten</em> (gedichten, Zonnebol, 1977)<br />
 <em>Avond in een tuin</em> (gedichten, Van Oorschot, 1980)<br />
 <em>Oogappel</em> (gedichten, Van Oorschot, 1986)<br />
 <em>Plantage Muidergracht</em> (Privé-domein, Arbeiderspers, 1988)<br />
 <em>Het kalfje van de gnoe en andere miniaturen</em> (Van Oorschot, 1992)<br />
 <em>Een toegevoegd zintuig</em> (gedichten, Van Oorschot, 1992)<br />
 <em>De vinger van een dooie mof</em>: verhalen, miniaturen, gedichten (Van Oorschot, 1995) <br />
<em>Ik heb nu weer de tijd</em> (Privé Domein, Arbeiderspers, 1996)<br />
 <em>Brood op de plank</em>: verzameld kritisch proza (2 dln, Van Oorschot, 1999)<br />
 <em>Lotus brieven</em>: het verslag van een betovering (brievenbundel, Van Oorschot, 2001) </p>
<p>Uitgeverij G.A. van Oorschot publiceerde in 1961 en 1993 bundels <em>Verzamelde Gedichten</em>. Bij deze uitgeverij bestaan plannen om ook een bundel <em>Verzamelde Verhalen</em> te publiceren. <br style="mso-special-character: line-break" /><br style="mso-special-character: line-break" />Vertalingen<br />
Adriaan Morriën vertaalde onder meer werken van Albert Camus, Heinrich Böll, Sigmund Freud, Erich Kästner, Choderlos de Laclos (<em>Les liaisons dangereuses)</em>, Guy de Maupassant en Pauline Réage (<em>L’histoire d’O</em>).<br style="mso-special-character: line-break" /><br style="mso-special-character: line-break" />Onderscheidingen<br />
 De prijs van de Gruppe ’47 (1954)<br />
 Martinus Nijhoffprijs (1962)<br />
 Herman Gorterprijs (1988)</p>
<p>In 2005 verscheen de biografie <em>Lieve rebel,</em> van Rob Molin bij de Arbeiderspers.</p>
<p>Zelf zat hij in veel literaire jury’s, onder meer voor de P.C. Hooftprijs. <br style="mso-special-character: line-break" /><br />
Meer informatie over Adriaan Morriën: <a href="http://home.tiscali.nl/sylvester/morbio.htm">http://home.tiscali.nl/sylvester/morbio.htm</a><br />
 <br />
ST</p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2006/01/2082/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bart Moeyaert</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2113/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2113/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Dec 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2113</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Met Bart Moeyaert als stadsdichter laat de stad een nieuw geluid aan bod komen. Hij wordt in Vlaanderen reeds door een breed publiek gedragen en is zowel bij jong als oud populair. Bart Moeyaert is &#233;&#233;n van Vlaanderens meest bekende en gelauwerde auteurs. Zijn werk is reeds in verschillende talen uitgegeven. Hij is thuis in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em style="mso-bidi-font-style: normal">&#039;Met Bart Moeyaert als stadsdichter laat de stad een nieuw geluid aan bod komen. Hij wordt in Vlaanderen reeds door een breed publiek gedragen en is zowel bij jong als oud populair. Bart Moeyaert is &eacute;&eacute;n van Vlaanderens meest bekende en gelauwerde auteurs. Zijn werk is reeds in verschillende talen uitgegeven. Hij is thuis in meerdere genres (romans, theater en po&euml;zie) en slaat bruggen naar muziek, podiumkunsten en multimedia. Moeyaert is erg vertrouwd met de stad. Hij woont in hartje Antwerpen en geeft les aan de afdeling woord van het conservatorium. Hij was al meerdere malen artistiek actief in HetPaleis en cultuurcentrum De Kern (Wilrijk).&#039;</em> Aldus de commissie die Bart Moeyaert voordroeg als nieuwe stadsdichter van Antwerpen, een titel die hij vanaf 26 januari 2006 twee jaar officieel mag dragen.&nbsp;</p>
<p>Bart Moeyaert werd geboren op 9 juni 1964 in Brugge. Hij werd vernoemd naar het personage <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bartje</em> van Anne de Vries en debuteerde op negentienjarige leeftijd zelf als schrijver. Moeyaert is een veelschrijver, niet alleen verschenen er kinderboeken van zijn hand, hij schreef ook romans voor volwassenen, toneelteksten, scenario&rsquo;s, gedichten en essays over design.&nbsp;&nbsp;Het werk van Moeyaert is onder andere te verkrijgen in&nbsp;het Zweeds, Noors, Duits en Japans.</p>
<p>Hier geen uitgebreide biografie van Bart Moeyaert, daarvoor kun je beter gaan naar zijn eigen website, waar je ook een bibliografie, een quiz, fragmenten uit zijn romans, nieuwtjes, zijn eigen voorkeuren en interviews vind: <a href="http://www.bartmoeyaert.com">www.bartmoeyaert.com</a></p>
<p>Foto &copy; Andy Huysmans</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2113/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>J. Kerouac</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2112/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2112/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2112</guid>
		<description><![CDATA[Jack Kerouac (1922 &#8211; 1969)De roman On the road is voor sommige lezers een ijkpunt in hun literaire ontwikkeling. Sal Paradise en zijn aan drugs en seks verslaafde vriend Dean Moriarty rijden kris kras door Amerika. Wat het boek uitademde was een hang naar vrijheid, op seksueel en intellectueel gebied. In Nederland is het boek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jack Kerouac (1922 &ndash; 1969)<br />De roman <em>On the road</em> is voor sommige lezers een ijkpunt in hun literaire ontwikkeling. Sal Paradise en zijn aan drugs en seks verslaafde vriend Dean Moriarty rijden kris kras door Amerika. Wat het boek uitademde was een hang naar vrijheid, op seksueel en intellectueel gebied. <br />In Nederland is het boek vertaald onder de veel minder aansprekende titel <em>Onderweg</em> (on the road klinkt toch wat rauwer, opa en oma zijn &lsquo;onderweg&rsquo;). <br />Kerouac was een schrijver die aan &eacute;&eacute;n onderwerp genoeg had: zichzelf. Zijn meest bekende boek, maar ook de andere boeken hebben zijn eigen leven als vertrek- en eindpunt. Wat de aanleiding was om juist nu een biografie(tje) uit te brengen over Kerouac is onduidelijk, maar Karel Wasch maakte een 148 bladzijden tellend boekje over een van de prominentste leden van de zogenaamde Beat Generation. <br />Het beeld dat daar uit opdoemt is niet erg positief. Kerouac is zijn hele leven aan het klooien met vrouwen (trouwen, scheiden, als er een kind van komt, dan erkent hij het kind niet), drank , drugs, religie (katholicisme, boeddhisme) en het slijten van zijn manuscripten. Pas vrij laat krijgt hij succes. Aan het eind van zijn leven wordt hij ook nog eens antisemitisch. Leuk mannetje.&nbsp;<br />Wie het boek van Wasch leest en er probeert achter te komen waar zijn andere boeken over gaan, komt bedrogen uit. Wasch is meer ge&iuml;nteresseerd in de ontmoetingen met andere literaire grootheden, zoals Allen Ginsberg en William Burroughs.<br />Er is wat raars aan de hand met dit boekje over Kerouac. Het wemelt van de slordigheden. Er worden rare gedachtesprongen gemaakt. &lsquo;In de tussentijd werd het duidelijk dat Jacks vader leed aan ongeneeslijke maagkanker. Jack, net als Dylan Thomas de dichter uit Wales die er een gedicht aan wijdde, moest werkeloos toezien hoe zijn vader steeds meer een wrak werd.&rsquo; Een merkwaardige zin over Dylan Thomas. Begrijp ik nu goed dat Dylan Thomas een gedicht schreef over de vader van Kerouac? Het is niet het enige voorbeeld waarbij je even met de ogen knippert. Je vraagt je af wat Wasch bedoelt met deze zin over Jacks boezemvriend Neal: &lsquo;Hij had een .38 pistool gekocht en had geprobeerd zich dood te laten vriezen bij de snelweg. Toen dit laatste te lang duurde bleek dat de radiator was bevroren. Thuisgekomen nam Carolyn het pistool van hem af.&rsquo; Het bevriezen lukt niet omdat de radiator bevroren was? En wat te denken van: &lsquo;De snelheidsmeter op het dashboard begeeft het en Kerouac belandt uiteindelijk op de achterbank en stelt zich voor dat ze een ongeluk krijgen.&rsquo;<br />Los van de spelfouten, het ontbreken van woorden in een zin, boeken die opeens een andere spelling krijgen ( <em>De Diamanten Soetra</em> en <em>De Diamanten Sutra</em>), fout hoofdlettergebruik (na een dubbele punt komt er bij Wasch altijd een hoofdletter) en een merkwaardige zinsbouw (&lsquo;Op het adres 212 Orizaba Street huurt Kerouac een kleine dakhut waar Bill Garver, een junkievriend van Burroughs woont een etage lager.&rsquo;) zijn er nog meer in het oog springende slordigheden. Zinnen sluiten niet op elkaar aan, informatie wordt niet uitgelegd. Wasch heeft het opeens over de poging van Ginsberg om het echtpaar Rosenberg te redden van de doodstraf. Niet duidelijk is wat die mededeling met Kerouac te maken heeft. Daarnaast is het de vraag of iedere lezer weet wat dat echtpaar gedaan heeft.<br />Wasch citeert ook erg merkwaardig. Zo haalt hij bijvoorbeeld Johnnie van Doorn aan die over Kerouac zegt: &lsquo;King of the Beats, reizend van zijn bankstel naar de ijskast, wat een einde.&rsquo; Meer dan honderd bladzijden verder zegt Johnnie opeens: The King of the Beats, de schrijver van On the Road maakte alleen nog maar de gang van het bankstel naar de ijskast.&rsquo; Als zelfs dat citaat al niet zo betrouwbaar is, hoe zit het dan met de rest van de citaten?<br />Het zou interessant zijn om dat uit te zoeken. Wasch heeft behoorlijk geknipt en geplakt in biografie&euml;n over Kerouac, maar nergens verwijst hij daar direct naar. Achterin staat een lijstje boeken en artikelen, maar in het boekje staat nergens waar hij een citaat heeft weggeplukt. Ook de rest van de informatie is met schaar en lijmpot in deze lor van een biografie terechtgekomen, slecht vertaald en daarom vaak zo onleesbaar. Een paar keer heeft Wasch zelf iemand gesproken. Dat wordt dan meteen in cursief opgetekend. Zo weet hij bijvoorbeeld Burroughs een nietszeggend zinnetje te ontlokken. Zijn eigen naspeuringen leveren niet meer dan een bladzijde eigen materiaal op. Binnen die bladzijde eigen materiaal zitten dan ook niet relevante opmerkingen over het leven van Wasch (&lsquo;Ook in Nederland bestond de politie uit reactionairen. Toen ik eens tegen een agent een opmerking plaatste moest ik direct mee naar het hoofdbureau.&rsquo;). Voor de rest is het jatwerk. Naar de papierversnipperaar ermee.</p>
<p>Coen Peppelenbos</p>
<p>Karel Wasch: Jack Kerouac. Servo uitgeverij, Assen, 148 blz. &euro;15,00</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2112/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ida Gerhardt</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2148/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2148/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Dec 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2148</guid>
		<description><![CDATA[Op 11 mei 1905 wordt in de Haarstraat in Gorichem Ida Gerhardt geboren. Vanuit deze plaats verhuist het gezin Gerhardt naar Rotterdam, waar Ida naar het Erasmusgymnasium gaat. Daar wordt zij in de klassieke talen onderwezen door de dichter J.H. Leopold, die sindsdien haar grote voorbeeld en leermeester is.Gerhardt gaat zelf klassieke talen studeren, in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 11 mei 1905 wordt in de Haarstraat in Gorichem Ida Gerhardt geboren. Vanuit deze plaats verhuist het gezin Gerhardt naar Rotterdam, waar Ida naar het Erasmusgymnasium gaat. Daar wordt zij in de klassieke talen onderwezen door de dichter J.H. Leopold, die sindsdien haar grote voorbeeld en leermeester is.<br />Gerhardt gaat zelf klassieke talen studeren, in Leiden en Utrecht, en wordt lerares klassieke talen in achtereenvolgens Groningen, Kampen en aan De Werkplaats van Kees Boeke.<br />In 1942 promoveert zij op een gedeeltelijke vertaling van Lucretius&#039; <em style="mso-bidi-font-style: normal">De rerum natura</em>. Later publiceert zij een vertaling van de <em style="mso-bidi-font-style: normal">Georgica</em> van Vergilius, en samen met haar levensgezellin Marie van der Zeyde de psalmen, waarvoor ze speciaal Hebreeuws leerde. In 1968 krijgt ze de Martinus Nijhoff Prijs voor haar vertalingen.<br />Als dichter debuteert zij in 1940 met de bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kosmos</em>. Bekendheid verwerft ze echter pas met haar tweede bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Het Veerhuis</em>, die haar de Van der Hoogtprijs oplevert. Ze publiceert in totaal zestien dichtbundels, waarvan De Adelaarsvarens in 1988 de laatste is. Na tal van andere literaire prijzen krijgt ze in 1980 de P.C. Hooftprijs voor haar gehele oeuvre.<br />Het werk van Gerhardt wordt gekenmerkt door een klassieke, strenge toon. In haar eerste dichtbundels speelt het Hollandse landschap een grote rol. In haar latere werk voegt zij daar als thema&#039;s aan toe angst en verbondenheid, religie, en het dichten zelf. Tot haar beroemdste gedichten behoren &#039;Onder de brandaris&#039; en &#039;Het carillon&#039;, dat met de veelvuldig geciteerde regels eindigt: &#039;Nooit heb ik wat ons werd ontnomen/ zo bitter, bitter liefgehad.&rsquo;<br />&nbsp;<br />Werken:<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Het levend monogram </em>(zj.)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Kosmos</em> (1940)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De natuur en haar vormen (De rerum natura)</em> (1942)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Het veerhuis </em>(1945)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Buiten schot</em> (1947)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Bij de jaarwende</em> (1948)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Kwatrijnen in opdracht</em> (1949)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Vergilius&#039; Het boerenbedrijf (Georgica</em>) (1949)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Sonnetten van een leraar</em> (1951)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De argelozen</em> (1956)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De hovenier</em> (1961) <em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">De slechtvalk </em>(1966)<em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">De ravenveer</em> (1970)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Twee uur: de klokken antwoordden</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">elkaar</em> (1971)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Vijf vuurstenen</em> (1974)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Het</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">sterreschip</em> (1979)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Dolen</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">en</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">dromen</em> (1980)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">De zomen van het licht (</em>1983)<em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">De</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">adelaarsvarens </em>(1988) <em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">Hoefprent van Pegasus </em>(1996)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Gebroken </em>lied<em style="mso-bidi-font-style: normal">:</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">e</em>en <em style="mso-bidi-font-style: normal">vriendschap</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">met</em> Ida <em style="mso-bidi-font-style: normal">Gerhardt </em>(1999)<em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">Verzamelde gedichten (3 dln.) </em>(1999)<em style="mso-bidi-font-style: normal"><br /></em><em style="mso-bidi-font-style: normal">Zeven maal om de aarde</em> <em style="mso-bidi-font-style: normal">te gaan</em> (2001)</p>
<p>Uitgaven:<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Vroege verzen</em> (1978)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Nu ik hier iets zeggen mag</em> (1980)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Verzamelde gedichten</em> (1980)<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Courage!</em> (2005)<br />&nbsp;<br />bronnen: www.stapel.org, www.dbnl.org<br />&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2148/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Koen Peeters</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2111/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2111/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Dec 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2111</guid>
		<description><![CDATA[Schrijver van de week: Koen Peeters (1959)&#160;Afgelopen zaterdagmiddag was in het Brusselse Kaaitheater de presentatie van Koen Peeters&#8217; eerste dichtbundel: fijne motoriek. Als prozaschrijver debuteerde hij al veel eerder: in 1988 met de roman Conversaties met K.&#160;Koen Peeters is het soort schrijver dat rustig voort werkt aan een uitdijend oeuvre. Het zijn geen spraakmakende boeken, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Schrijver van de week: Koen Peeters (1959)<br />&nbsp;<br /></strong><br />Afgelopen zaterdagmiddag was in het Brusselse Kaaitheater de presentatie van Koen Peeters&rsquo; eerste dichtbundel: <em>fijne motoriek</em>. Als prozaschrijver debuteerde hij al veel eerder: in 1988 met de roman <em>Conversaties met K.</em><br />&nbsp;<br />Koen Peeters is het soort schrijver dat rustig voort werkt aan een uitdijend oeuvre. Het zijn geen spraakmakende boeken, maar stuk voor stuk fijn geconstrueerde pareltjes. In zijn oudste boeken toont hij zich een verzamelaar, een encyclopedist die een grote collectie aan weetjes verwerkt in zijn verhalen. Tekenend hiervoor is de Franse postbode Cheval, die in zijn vrije tijd een kasteel bouwde van de steentjes en het afval dat hij op zijn postronde vond. Peeters doet ongeveer hetzelfde, met dien verstande dat zijn kastelen boeken worden (niet te verwarren met kasteelromannetjes, trouwens). Het lezen van die boeken leert je ontzettend veel over kleine dingetjes: de okapi, buitenwijken van Brussel, Internet Relay Chat (zo heette MSN&rsquo;en in 1996 nog), mail-art, Kuifje enzovoort. En vooral over Belgi&euml;: Belgi&euml; is volgens Peeters wat je krijgt als je Kuifje, James Ensor, Brussel, Ren&eacute; Magritte, Koning Boudewijn, C&ocirc;te d&rsquo;Or, Jacques Brel, Marc Dutroux, Louis Paul Boon, Eddy Merckx, de Witte Mars, Paul van Ostaijen, Zwart-geel-rood en Marcel Broodthaers door een magisch-realistische vleesmolen duwt &ndash; een veelkleurig rommeltje.&nbsp; </p>
<p>Koen Peeters&rsquo; literaire blik lijkt met elke roman weidser te worden. Kort door de bocht geformuleerd klimt hij zijn eigen kelders uit om Brussel en Belgi&euml; te aanschouwen. De milde ironische toon van vroeger lijkt wat scherper te worden en ook zijn onderwerpskeuze is veranderd. Op de verhalen over filatelie, Congo en de oude koning Boudewijn, zoals die te vinden zijn in zijn eerste boeken, volgen verhalen over internet, Sarajevo, het Belgi&euml; na Marc Dutroux en New Age. <em>Het is niet ernstig, mon amour</em> (1996), een moderne variant op Nescio&rsquo;s <em>Titaantjes</em>,&nbsp; is bij tijd en wijle zelfs tamelijk grimmig. Niet erg grimmig &ndash; zo is Peeters niet.<br />&nbsp;<br /><em style="mso-bidi-font-style: normal">Acacialaan</em> (2001) gaat over de toestand in Belgi&euml; rond de zaak-Dutroux, en ook over twee dode schrijvers: Louis Paul Boon en Maurice Gilliams. &lsquo;Gilliams en Louis Paul Boon beschouw ik als de twee (sterk contrasterende) <em>referentieassen</em> van het Vlaams proza van nu&rsquo; stelde Dani&euml;l Robberechts in 1978 vast. Waar Gilliams zich een aristocratische jeugd toedichtte en het liefst in zijn eigen hoofd woonde, is Boontje altijd trots geweest op zijn arbeidersmilieu en trachtte hij zich de wereld in te schrijven middels een radicaal engagement. Met die twee gidsen door het Belgi&euml; van het <em>fin-de-millennaire</em> te reizen, levert de zoveelste interessante tocht van wandelaar en verzamelaar Peeters op.<br />&nbsp;</p>
<p>Patrick Bassant -&nbsp;Literair Vlaanderen</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><strong style="mso-bidi-font-weight: normal">&nbsp;<br />&nbsp;</p>
<p></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/12/2111/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Willem Frederik Hermans</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2036/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2036/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Nov 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2036</guid>
		<description><![CDATA[De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) werd geboren in Amsterdam. Hij was het jongste kind van een onderwijzersechtpaar. Hermans bezocht het Barlaeusgymnasium in de hoofdstad en studeerde daarna sociografie aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later, in 1941, koos hij voor fysische geografie. Willem Frederik Hermans debuteerde in 1944 met de gedichtenbundel Kussen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans (1921-1995) werd geboren in Amsterdam. Hij was het jongste kind van een onderwijzersechtpaar. Hermans bezocht het Barlaeusgymnasium in de hoofdstad en studeerde daarna sociografie aan de Universiteit van Amsterdam. Een jaar later, in 1941, koos hij voor fysische geografie.</p>
<p>Willem Frederik Hermans debuteerde in 1944 met de gedichtenbundel <em>Kussen door een rag van woorden</em>. In 1947 verscheen zijn eerste roman <em>Conserve</em>. Meer succes had hij met <em>De tranen der acacia&#8217;s</em>, waarin de oorlog centraal stond. Het thema oorlog zou ook later nog in veel romans opduiken. Zijn beroemdheid werd dankzij het door de katholieke kerk aangezwengelde proces tegen de voorpublicaties van <em>Ik heb altijd gelijk </em>(1951) aanzienlijk vergroot.</p>
<p>In 1958 werd Hermans benoemd tot lector aan de universiteit in Groningen. Hermans zou tot het begin van de jaren zeventig aan de universiteit verbonden blijven. Na een conflict nam hij in 1973 ontslag en vestigde zich in Parijs, waar hij tot het begin van de jaren negentig bleef wonen. <em>Onder professoren</em> (1975) en <em>Uit talloos veel miljoenen</em> (1981) spelen zich af in de universitaire wereld.<br />
Conflicten ging Hermans niet uit de weg. Interessante voorbeelden hiervan zijn te vinden in <em>Mandarijnen op zwavelzuur </em>en de essaybundels. In de jaren tachtig werd zijn bezoek aan Zuid-Afrika, waartegen een culturele boycot was ingesteld, door velen, en met name de stad Amsterdam, bekritiseerd.</p>
<p>In 1993 werd zijn novelle <em>In de mist van het schimmenrijk </em>uitgegeven als boekenweekgeschenk.<br />
Naast gedichten, verhalen, novelles en romans schreef Hermans essays en een biografie over Mutatuli.</p>
<p>Hermans was een tegenstander van literaire prijzen en weigerde de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945, de Vijverbergprijs en de P.C. Hooftprijs. In 1977 aanvaardde hij wel de Grote Prijs der Nederlandse Letteren. In 1990 werd door de universiteit van Luik een eredoctoraat letteren en wijsbegeerte aan Hermans toegekend.</p>
<p>Andere belangrijke werken van Willem Frederik Hermans zijn: <em>Het behouden huis</em> (1951), <em>Paranoia</em> (1953), <em>De donkere kamer van Damocles</em> (1958), <em>Het sadistisch universum </em>(1964), <em>Nooit meer slapen</em> (1966), <em>Herinnneringen aan een engelbewaarder </em>(1971), <em>Boze brieven van Bijkaart</em> (1977), <em>Houten leeuwen en leeuwen van goud </em>(1979), <em>Homme&#8217;s hoest </em>(1980), <em>Geyerstein&#8217;s dynamiek</em> (1982), <em>Klaas kwam niet</em> (1983) en <em>Au pair</em> (1992).</p>
<p><strong>Dit artikel komt uit: Nederlandse Literatuur 1900-2000 (deel 1)</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2036/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ad Zuiderent</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2110/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2110/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Nov 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2110</guid>
		<description><![CDATA[De Nederlands dichter en leterkundige Ad (Adriaan Teunis) Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944) studeerde Nederlands Taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1969 tot 1975 was hij docent Nederlands aan de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert, de volgende vier jaar gaf hij Moderne Nederlandse Letterkunde en Vakdidactiek aan de Lerarenopleiding VL-VU, Amsterdam en van 1976 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De Nederlands dichter en leterkundige Ad (Adriaan Teunis) Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944) studeerde Nederlands Taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><BR>Van 1969 tot 1975 was hij docent Nederlands aan de Christelijke Scholengemeenschap Buitenveldert, de volgende vier jaar gaf hij Moderne Nederlandse Letterkunde en Vakdidactiek aan de Lerarenopleiding VL-VU, Amsterdam en van 1976 tot en met 1978 doceerde Zuiderent Poëzieanalyse aan de opleiding Nederlands MO-A van het Nutsseminarium, Amsterdam.&nbsp;<BR><BR>In 1979 trad hij in dienst bij de Vrije Universiteit, Amsterdam als universitair docent Nieuwe Nederlandse Letterkunde aan de Vrije Universiteit. Hij is nog steeds aan deze universiteit verbonden. In 1989 promoveerde hij aan de VU&nbsp; tot doctor in de letteren op het proefschrift <I>Een dartele geest, Aspecten van &#039;De chauffeur verveelt zich&#039; en ander werk van Gerrit Krol</I>.<BR><BR>Zuiderent is naast letterkundige tevens dichter. Sinds 1966 publiceerde hij gedichten in literaire tijdschiften, zoals <I>Merlyn</I>, <I>Raster</I>, <I>Soma</I>, <I>Maatstaf</I>, <I>De Revisor</I>, <I>Tirade</I>, <I>Nieuw Wereldtijdschrift</I>. In 1968 debuteerde hij met de bundel <I>Met de apocalytpische mocassins van Michel de Nostredame op reis door Nederland</I>, waarin hij de door hem beleefde watersnoodramp van 1953 door middel van montagetechnieken in apocalyptische beelden bezweert. <o:p></o:p><BR><BR>Zowel in zijn deze eerste bundel als in <I>De afstand tot de aarde</I> (1974) is Zuiderent bewust bezig de chaotische werkelijkheid te herscheppen in een nieuw universum, daarbij opnieuw experimenterend met de taal en toont zijn poëzie verwantschap met dichters als Lucebert en Ten Berge. In zijn derde bundel, <I>Geheugen voor landschap</I> (1979), vindt hij meer aansluiting bij dichters als Nijhoff, Bloem en Nescio.<BR><BR>Voor zijn bundel <I>Natuurlijk evenwicht</I> (1984) ontving Zuiderent de Jan Campertprijs. Zuiedrent recenseerde proza voor het dagblad <I>Trouw</I> (1968-1976) en poëzie voor resp. het weekblad <I>De Tijd</I> (1980-1990) en het dagblad <I>Trouw</I> (1990-1992). Hij werkte incidenteel ook mee aan de dag- en weekbladen <I>NRC Handelsblad</I>, <I>de Volkskrant</I>, <I>Vrij Nederland</I> en <I>De Nieuwe Linie.</I><BR><BR>Momenteel is Ad Zuiderent werkzaam als universitair docent Nieuwe Nederlandse Letterkunde aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>Op deze <A href="http://www.let.vu.nl/staf/at.zuiderent/pwp_nl.htm">persoonlijke webpagina</A> van Ad Zuiderent vindt u een uitvoerige bibliografie van zowel zijn wetenschappelijk werk als zijn dichtbundels. <o:p></o:p><BR><BR><STRONG>portret Ad Zuiderent, © Chris van Houts</STRONG><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/11/2110/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Trefossa</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2109/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2109/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Oct 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2109</guid>
		<description><![CDATA[Trefossa: onomstreden en unaniem bewonderdTrefossa (1916-1975), een naam die onlosmakelijk verbonden is met met de Surinaamse taal én met het Surinaams volkslied: hij schreef het couplet in het Sranantongo en bewerkte het Nederlandse couplet. Een groot taalkunstenaar die zeer geliefd was – en is – bij álle Surinamers. Voorwaar een grote prestatie om zo onomstreden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Trefossa: onomstreden en unaniem bewonderd<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><BR>Trefossa (1916-1975), een naam die onlosmakelijk verbonden is met met de Surinaamse taal én met het Surinaams volkslied: hij schreef het couplet in het Sranantongo en bewerkte het Nederlandse couplet. Een groot taalkunstenaar die zeer geliefd was – en is – bij álle Surinamers. Voorwaar een grote prestatie om zo onomstreden te zijn en zo unaniem bewonderd te worden in deze kleine gemeenschap die het nooit ergens over eens lijkt te kunnen zijn…<o:p></o:p><BR><BR>Trefossa is de naam die Henri ‘Henny’ Frans de Ziel als pseudoniem gekozen zou hebben nadat een pasgeboren Saramaccaans bosnegermeisje in zijn aanwezigheid die naam meekreeg toen men ‘blind’ een reeks letters uitkoos. Of is de andere lezing over de oorsprong van de naam van de dichter geloofwaardiger: een verwijzing naar de nederige Tryfosa uit de bijbel en tevens naar het joods-Surinaams woord ‘treef’ dat duidt op ‘verboden voedsel’?<o:p></o:p><BR><BR>Henny de Ziel werd in 1916 in Paramaribo geboren. Trefossa was in Suriname leerling-verpleger, hoofdonderwijzer, directeur-bibliothecaris, leraar en redacteur van diverse literaire tijdschriften. Tussentijds verbleef hij voor zijn studie in Nederland, maar steeds keerde hij terug naar zijn geboorteland. Hij worstelde echter met zijn gezondheid en kwam in 1970, na een opname in het Academisch Ziekenhuis te Leiden, terecht in herstellingsoord Zonneduin te Bloemendaal. Daar ontmoette hij de toenmalige Zwitserse directrice Hulda Walser met wie hij in 1974 trouwde. Begin 1975 overleed hij. <o:p></o:p><BR><BR>Hoe de dichter gebruikmaakte van het Sranantongo, ermee jongleerde, heeft ongetwijfeld veel goeds gedaan om het lingua franca van Suriname meer aanzien te geven en daarmee het gevoel van nationale eigenwaarde te vergroten. Soms maakte hij nieuwe woorden wanneer de woordenschat hem te klein werd. ‘Srefidensi’, de term die nu gebruikt wordt om Surinames onafhankelijke status mee aan te duiden, is daar een&nbsp; goed voorbeeld van. In de verzamelbundel <I style="mso-bidi-font-style: normal">Ala poewema foe Trefossa</I> geeft de Nederlandse taalkundige Jan Voorhoeve in het <I>Woord vooraf</I> aan dat De Ziels debuutbundel ‘het culturele leven in Suriname aangrijpend gewijzigd heeft’ en ‘de creativiteit van talloze Surinaamse dichters vrij gemaakt’.<o:p></o:p><BR><BR>In Michiel van Kempens <I style="mso-bidi-font-style: normal">Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur</I> staat een verklarende passage over de titel van Trefossas debuutbundel. ‘<I style="mso-bidi-font-style: normal">Trotji</I> is een begrip uit de kawinamuziek en betekent: aanhef of voorzang. In de kawina geldt het principe dat één zanger het thema aanheft en de andere zangers het herhalen, waardoor een wisselzang ontstaat.’ Zo bekeken is Trefossa dan een succesvol voorzanger geweest.&nbsp;&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR>mv<o:p></o:p><BR><span class="mh-hyperlinked"><a href='http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&c=b75SjSq6E9pD6dB_u1b4UsT8cLbpcAUrCTM6prkj728=' onclick="window.open('http://mailhide.recaptcha.net/d?k=01FBKEnaE7PhonsPs22-awgw==&amp;c=b75SjSq6E9pD6dB_u1b4UsT8cLbpcAUrCTM6prkj728=', '', 'toolbar=0,scrollbars=0,location=0,statusbar=0,menubar=0,resizable=0,width=500,height=300'); return false;">mariekevisser@tabiki.com</a></span><o:p></o:p><BR><BR>Publicaties Trefossa:<o:p></o:p><BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Trotji</I>. 1957.<o:p></o:p><BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Ala poewema foe Trefossa</I>. 1977.<o:p></o:p><BR><BR>Werk opgenomen in onder meer:<o:p></o:p><BR>De tijdschriften<B> </B><I style="mso-bidi-font-style: normal">Onze Gids, Het Onderwijs, Foetoe-boi, De Westindiër, Suriname-Zending en Mutyama</I><B> </B>(1990) .<B><o:p></o:p></B><BR>De verzamelbundels<B> </B><I style="mso-bidi-font-style: normal">Wortoe d’e tan abra. Bloemlezing uit de Surinaamse poëzie vanaf 1957 </I>(Paramaribo, 1971),<B> </B><I style="mso-bidi-font-style: normal">kri, kra! Proza van Suriname</I><B> </B>(Paramaribo, 1972),<B> </B><I style="mso-bidi-font-style: normal">Rebirth in words</I><B> </B>(Paramaribo, 1981), <I style="mso-bidi-font-style: normal">Sirito</I><B> </B>(Paramaribo, 1993), <I style="mso-bidi-font-style: normal">Spiegel van de Surinaamse poezie</I><B> </B>(1995) en <I style="mso-bidi-font-style: normal">Mama Sranan</I><B> </B>(1999).<o:p></o:p><BR><BR>Gedicht uit <I style="mso-bidi-font-style: normal">Spiegel van de Surinaamse poezie</I>. 1995.<o:p></o:p><BR><BR><B>moro de </B><B style="mso-bidi-font-weight: normal">gi Lulu<o:p></o:p></B><BR><BR>bonyo èn brudu nomo? moro de!<o:p></o:p><BR>a gers’ mi tap’ a baka isri trarki<o:p></o:p><BR>èn soso arki nomo mi kan arki;<o:p></o:p><BR>fu go, mi no man waka go wànpe.<o:p></o:p><BR><BR>ma moru wortu de na tra lanpe!<o:p></o:p><BR>ke fa m’e angri f’ broko ala barki<o:p></o:p><BR>fu go na dorosei èn si den marki,<o:p></o:p><BR>tak’ furu teigo-san’ e wakt’ ete.<BR><BR>bun set’ ensrefi f’bari swit’ kumara<o:p></o:p><BR>na den d’e bribi wan son-tamara,<BR>d’ e wakt’ a baka fara wan nyun frudu.<o:p></o:p><BR><BR>na dorosei wawan mi mus’ fu feni?<o:p></o:p><BR>grantangi f’ di mi buba opo greni <o:p></o:p><BR>fu m’ si sa’ e brenki in’ mi eigi brudu.<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><B><I>er is nog meer<o:p></o:p></I></B><BR><I>voor Loulou<o:p></o:p></I><BR><BR>slechts beenderen en bloed? er is nog meer!<o:p></o:p><BR>‘t is alsof ik achter ijz’ren tralies zit<o:p></o:p><BR>en enkel en alleen maar luist’ren kan;<o:p></o:p><BR>ergens heen gaan, kan ik niet.<BR><BR>maar er zijn nog meer woorden aan andere havens!<o:p></o:p><BR>ach, hoe sterk verlang ik te breken alle balken<o:p></o:p><BR>om vrij te komen en de tekenen te zien,<o:p></o:p><BR>dat vele eeuw’ge dingen wachten nog.<BR><BR>de welgestelden zijn gereed voor mooie wensen<o:p></o:p><BR>aan hen die geloven in een zonnige toekomst,<o:p></o:p><BR>die wachten na eb op een nieuwe vloed.<o:p></o:p><BR><BR>moet ik slechts buiten mij iets kunnen vinden?<o:p></o:p><BR>ik zeg er dank voor, dat mijn huid de grendels wegschoof,<o:p></o:p><BR>dat ik kon zien wat schitterde in mijn eigen bloed.<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2109/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Esther Gerritsen</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2108/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2108/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Oct 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2108</guid>
		<description><![CDATA[Esther Gerritsen (1972) studeerde in 1995 af aan de nieuwe studierichting Dramaschrijven en Literaire vorming van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Nadat Esther Gerritsen afstudeerde aan de HKU komt haar carrière in een stroomversnelling. Niet alleen schrijft ze tal van theaterteksten voor gezelschappen als: Huis aan de Amstel, &#8216;t Syndicaat, Toneelgroep Amsterdam en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Esther Gerritsen (1972) studeerde in 1995 af aan de nieuwe studierichting Dramaschrijven en Literaire vorming van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht.<br />
Nadat Esther Gerritsen afstudeerde aan de HKU komt haar carrière in een stroomversnelling. Niet alleen schrijft ze tal van theaterteksten voor gezelschappen als: Huis aan de Amstel, &#8216;t Syndicaat, Toneelgroep Amsterdam en theaterwerkplaats Het Gasthuis, ze zet ook haar eerste schreden op het literaire pad/ Ze publiceert in het tijdschrift <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zoetermeer</em> een viertal verhalen en gaat voor <em style="mso-bidi-font-style: normal">Rails</em> schrijven. In 2000 debuteert ze bij uitgeverij De Geus met de verhalenbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bevoorrecht Bewustzijn</em>. In september 2001 ontvangt zij het Charlotte-Köhlerstipendium, een jaarlijks stipendium dat bestemd is voor een veelbelovend beginnend toneelschrijver. In oktober 2002 verschijnt haar roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Tussen Een Persoon</em>. <em style="mso-bidi-font-style: normal">Tussen Een Persoon</em> is een intrigerende monoloog van een vrouw die wil dat het leven stopt op het hoogtepunt, en daartoe haar vriend opsluit op zolder. In haar eerste roman laveert Gerritsen behendig tussen wanhoop, waanzin en vervreemding – elementen die ook in haar proza- en toneelwerk prominent aanwezig zijn. In 2004 verschijnt Toneel, een gebundelde verzameling van haar toneelteksten die zich prima zelfstandig laten lezen. Onlangs verscheen Normale dagen, haar tweede roman die handelt over een dramaturge, Lucie, die net begonnen is aan haar eerste toneelstuk, dat handelt over de beruchte Amerikaanse terrorist Timothy McVeigh. Deze op verbeelding en mythe berustende verre werkelijkheid wordt afgewisseld met de alledagelijkse werkelijkheid waarin haar grootvader op sterven ligt. In al haar boeken tast Gerritsen de grenzen van het cerebrale af en toont zij de schrijver een strikt particuliere innerlijke wereld waarin waanzin en vervreemding continu op de loer liggen. In interviews betoont Gerritsen zich een vermoeiende maar fascinerende vrouw die zichzelf tot het uiterste ingraaft in haar eigen denkwereld.</p>
<p>DdH</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2108/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>F. Vogels</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2107/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2107/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 17 Oct 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2107</guid>
		<description><![CDATA[Frida Vogels is wellicht niet de meest gelukkige keuze in een rubriek als Auteur &#160;van de week. Een dergelijke rubriek impliceert immers toch dat de lezer een uitgebreide biografie van de betreffende auteur te lezen krijgt en als het even mogelijk is ook nog wat gewaagde of illustratieve uitspraken. Frida Vogels weigert echter ieder publiek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Frida Vogels is wellicht niet de meest gelukkige keuze in een rubriek als <I style="mso-bidi-font-style: normal">Auteur &nbsp;van de week</I>. Een dergelijke rubriek impliceert immers toch dat de lezer een uitgebreide biografie van de betreffende auteur te lezen krijgt en als het even mogelijk is ook nog wat gewaagde of illustratieve uitspraken. Frida Vogels weigert echter ieder publiek optreden en ieder publicatie van haar afbeelding. Er zijn dan ook niet heel veel biografische gegevens van haar bekend, maar aan haar literaire reputatie wordt sinds haar debuut niet meer getwijfeld.<BR><BR>Frida Vogels werd op 9 januari 1930 geboren in Bussum en debuteerde pas op tweeënzestig jarige leeftijd als schrijfster. Vogels schreef veertig jaar aan haar levenswerk, dat een poging is om een mensenleven sluitend te beschrijven. In 1992 verschenen de eerste twee delen <I style="mso-bidi-font-style: normal">Kanker</I> en <I style="mso-bidi-font-style: normal">De naakte waarheid</I>, boek I van <I style="mso-bidi-font-style: normal">De harde kern</I>. Een jaar later verscheen <I style="mso-bidi-font-style: normal">Met z’n drieen </I>en haar magnum opus werd in 1994 afgesloten met <I style="mso-bidi-font-style: normal">Gedichten</I>.&nbsp; In 1994 ontving Vogels de Librisliteratuurprijs voor <I style="mso-bidi-font-style: normal">De harde kern </I>II.&nbsp;<BR><BR>In <I style="mso-bidi-font-style: normal">De harde kern</I> probeert Vogels een mensenleven samenhangend te beschrijven, al levend, van buiten naar binnen en met toenemende diepgang. <I style="mso-bidi-font-style: normal">Gedichten</I>, het slotdeel bestaat uit gedichten die in de loop van het beschreven leven zijn ontstaan: formules en beelden waarin het inzicht van een ogenblik is vastgelegd, zonder onderling verband, maar met een voor proza onbereikbare helderheid en kracht.<BR><BR>Dit jaar werd begonnen met het uitgeven van het dagboek van Frida Vogels. Dit dagboek, dat&nbsp;zestien delen zal gaan beslaan, volgt hetzelfde leven als in <I style="mso-bidi-font-style: normal">De harde kern</I> op de voet. Vogels bewerkte haar dagboeken tot een leesbare tekst en gaf het typoscript in bewaring bij haar uitgevers. Het is op hun verzoek dat er nu een begin is gemaakt aan de publicatie ervan.&nbsp;&nbsp;<BR><BR>De pers over <I style="mso-bidi-font-style: normal">dagboek 1954-1957</I>:&nbsp;<BR><BR>&#039;Haar dagboeknotities geven blijk van een opmerkzame, kritische geest die onvermoeibaar doende is om tot een essentie door te dringen, de vinger op de zere plek te leggen, een nog preciezer en scherper oordeel te vellen over de wereld, zichzelf en de anderen. Haar taalgebruik is nooit onpersoonlijk, maar wel prettig afstandelijk, laconiek vaak ook en doet tijdloos aan, op het veelvuldige gebruik van &#039;mieters&#039; na.&#039; <I>NRC Handelsblad</I>.<BR><BR>&#039;Het unieke van deze literaie documenten is er niet in gelegen dat de hoogstpersoonlijke worstelingen centraal staan, maar dat ze door de schrijfster genadeloos worden ontleed.&#039; <I>De Volkskrant.</I><BR><BR>Frida Vogels woont in Bologna en vertaalde werk van o.a. Primo Levi, Salvatore Satta en Pavese.<BR><BR>Het werk van Frida Vogels wordt uitgegeven door Van Oorschot. Voor dit stuk is gebruikt gemaakt van informatie van de website <A href="http://www.vanoorschot.nl/">http://www.vanoorschot.nl/</A>, waar tevens meer achtergrondinformatie over de auteur en een volledige bibliografie is te vinden.&nbsp;<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2107/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Edward van de Vendel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2106/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2106/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 10 Oct 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2106</guid>
		<description><![CDATA[Wie de website van de schrijver van het kinderboekenweekgeschenk van dit jaar aanklikt, verbaast zich over de enorme productie van deze auteur. Het geschenk Wat rijmt er op puree? is het vierde boek van Edward van de Vendel dit jaar en er staat er nog één op het programma. Voor volgend jaar staan er alweer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Wie de website van de schrijver van het kinderboekenweekgeschenk van dit jaar aanklikt, verbaast zich over de enorme productie van deze auteur. Het geschenk <em>Wat rijmt er op puree?</em> is het vierde boek van Edward van de Vendel dit jaar en er staat er nog één op het programma. Voor volgend jaar staan er alweer drie titels gepland: het langverwachte vervolg <em>De dagen van de Bluegrassliefde</em>, een poëziebundel en een prentenboek. Het is duidelijk dat Van de Vendel niet stilzit.</p>
<p><em>Betrap me </em>is het eerste boek van Van de Vendel, een bundel met kinderpoëzie (al het literaire werk tot 12 jaar krijgt het voorvoegsel kinder-, het werk van 12 tot 18 jaar jeugd-). Twee jaar later verschijnt nog een poëziebundel, maar in hetzelfde jaar breekt Van de Vendel ook door als prozaïst met een hervertelling van Vondels Gysbrecht van Aemstel, <em>Gijsbrecht</em>. Dat boek krijgt veel aandacht wint een Gouden Zoen en vanaf dat moment is de naam van de schrijver gevestigd. Prentenboeken, kinderboeken, jeugdboeken, poëzie voor kinderen, jeugd en volwassenen: de stroom houdt gelukkig niet op. De hoogste waardering ontvangt krijgt het boek <em>Superguppie </em>dat bekroond wordt met de Woutertje Pieterse Prijs 2004.<br />
Van de Vendel begon zijn carrière voor de klas, als onderwijzer op de basisschool. Hij kent de wereld van kinderen en jongeren goed. In de Lemniscaatkrant zegt hij over het gebruik van moderne communicatiemiddelen in zijn kinderboekenweekgeschenk: ‘Ik vind het eerder opmerkelijk als personages in boeken niet e-mailen. Een boek zonder mobieltjes klopt ook niet. Iedereen heeft tegenwoordig een mobieltje. Dan moet je die toch terugvinden in een boek. En ik msn zelf ook. Zo moeilijk is dat niet.’<br />
Op zijn echte website legt hij geduldig aan kinderen uit wat hij met zijn boeken bedoelt. Als Renske vraagt wat de term ‘bluegrassliefde’ precies is (‘Is dat een officiële term voor de liefde tussen twee jongens?’), krijgt ze vriendelijk uitleg van de auteur. Er klinkt respect in door voor de ernst en de bereidheid waarmee kinderen en jongeren zijn boeken lezen. En respect is ook een van de thema’s in het geschenk. Je hebt nog tot zaterdag de 15e de tijd om het te krijgen.<br />
Bibliografie:<br />
<em>Betrap me</em> 1996, Querido, Amsterdam. Poëzie 10+<br />
<em>Bijna alle sleutels</em> 1998, Querido, Amsterdam. Poëzie 12+<br />
<em>Gijsbrecht</em> 1998, Querido, Amsterdam. 12+.<br />
<em>Jaap deelt klappen uit </em>1999, Querido, Amsterdam. 6+<br />
<em>De dagen van de bluegrassliefde</em> 1999, Querido, Amsterdam. 14+<br />
<em>Aanhalingstekens</em> 2000, Querido, Amsterdam. Poëzie.<br />
<em>Dom Konijn</em> 2000, Querido, Amsterdam. Prentenboek.<br />
<em>Wat ik vergat </em>2001, Querido, Amsterdam. 11+<br />
<em>Pup en Kit</em> 2002, De Eenhoorn, Wielsbeke. 6+<br />
<em>Slik gerust een krijtje in &#8211; alles over de basisschool</em>. 2002, Querido, Amsterdam. Non-fictie 11+<br />
<em>Resus </em>2003, Querido, Amsterdam. Prentenboek.<br />
<em>Superguppie </em>2003, Querido, Amsterdam. Poëzie 6+<br />
<em>Rood Rood Roodkapje</em> 2003, De Eenhoorn, Wielsbeke. Prentenboek.<br />
<em>Het woei</em> 2003, De Eenhoorn, Wielsbeke. Prentenboek<br />
<em>Zootje was hier </em>2004, De Eenhoorn, Wielsbeke. 8+<br />
<em>Prins Nul</em> 2004, Zwijsen, Tilburg. 7+<br />
<em>Anna Maria Sofia en de kleine Cor</em> 2004, Querido, Amsterdam. Prentenboek<br />
<em>Gloeiende voeten</em> 2004, Querido, Amsterdam. 10+<br />
<em>Lied voor een girafje</em> 2004, De Eenhoorn, Wielsbeke. Geschenkboekje<br />
<em>De lol</em> 2004, Zwijsen, Tilburg. 6+<br />
<em>Superguppie krijgt kleintjes</em> 2005, Querido, Amsterdam. poëzie 6+<br />
<em>Gooi dit boek maar uit het raam </em>2005, Zwijsen, Tilburg. 7+<br />
<em>Kleinvader</em> 2005, Querido, Amsterdam. Prentenboek<br />
<em>Van de jongen die een eikenhouten stoeltje at</em> 2005, De Eenhoorn, Wielsbeke.<br />
Prentenboek<br />
<em>Voor jou, voor wie anders?</em> 2005, Lemniscaat, Rotterdam. Prentenboek<br />
<em>Wat rijmt er op puree?</em> 2005 CPNB kinderboekenweekgeschenk.<br />
<a href="http://www.edwardvandevendel.com/">http://www.edwardvandevendel.com/</a><br />
<a href="http://www.kinderboekenweek.nl/kbw/2005/">http://www.kinderboekenweek.nl/kbw/2005/</a><br />
CP</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2106/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ingmar Heytze</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2105/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2105/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 Oct 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2105</guid>
		<description><![CDATA[Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Hij studeerde Algemene Letteren (afstudeerrichting Communicatiekunde) in zijn geboortestad en is de laatste jaren op vele literaire festivals te zien geweest: van Crossing Border (1997) en Lowlands (1997 en 1998) tot de Nacht van de Poëzie (1998, 1999 en 2003). Als gevolg van een tot [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Hij studeerde Algemene Letteren (afstudeerrichting Communicatiekunde) in zijn geboortestad en is de laatste jaren op vele literaire festivals te zien geweest: van Crossing Border (1997) en Lowlands (1997 en 1998) tot de Nacht van de Poëzie (1998, 1999 en 2003). Als gevolg van een tot op heden onbehandelbare reisangst treedt hij de laatste jaren vooral in en rond Utrecht op. Ingmar Heytze werkte als freelance journalist en columnist voor een grote hoeveelheid aan bladen, waaronder <em style="mso-bidi-font-style: normal">de Volkskrant</em>, het <em style="mso-bidi-font-style: normal">Algemeen Dagblad</em>, <em style="mso-bidi-font-style: normal">KIJK</em>, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Onze Taal</em> en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Avantgarde</em>. Op dit moment schrijft hij elke week een column voor <em style="mso-bidi-font-style: normal">het Utrechts Nieuwsblad</em> in de serie Kunstbroeders en publiceert hij elke maand een gedicht in <em style="mso-bidi-font-style: normal">Filosofie Magazine</em> (Uit het ongerijmde). In het seizoen 1999-2000 was hij de eerste huisfilosoof van het Centraal Museum te Utrecht. In 2001 verschenen zijn verzamelde gedichten 1991-2001 in de bundel Alle goeds. De daaropvolgende bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Het ging over rozen</em> werd in 2002 gelanceerd met een historische publiciteitsstunt: de bundel werd in een oplage van 130.000 exemplaren integraal voorgepubliceerd als apart katern bij het Utrechts Nieuwsblad. In oktober 2003 verscheen Heytzes prozadebuut <em style="mso-bidi-font-style: normal">Ik ben er voor niemand</em>, dat bestaat uit een kleine 200 miniaturen. Plannen voor 2004 zijn een toneelstuk voor de Utrechtse theatergroep Tweelicht, werktitel: <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Nokia dialogen</em>, een nieuwe dichtbundel met als werktitel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Vertel nog eens over de wolven</em>, een bundeling van de gedichtenserie <em style="mso-bidi-font-style: normal">Uit het ongerijmde</em> voor <em style="mso-bidi-font-style: normal">Filosofie magazine</em> en een uitgebreide editie van de Utrechtse gedichten.</p>
<p>Zijn meest recente publicaties zijn de gedichtenbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Schaduwboekhouding</em> en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Scooterdagboek</em>. In dat laatste boek doet hij verslag van zijn poging van zijn reisangst af te komen door het veelvuldig berijden van zijn Vespa motorscooter.</p>
<p>Bibliografie:<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Ik ben er voor niemand</em> (Uitgeverij Podium, Amsterdam, oktober 2003)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Het ging over rozen</em> (Uitgeverij Podium, Amsterdam, november 2002)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Alle goeds</em> – omnibus met de bundels De allesvrezer, Sta op en wankel en Aan de bruid (Uitgeverij<br />
Podium, Amsterdam, september 2001, herdruk november 2002)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Aan de bruid</em> (Uitgeverij Podium, Amsterdam, oktober 2000, herdruk maart 2001)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Sta op en wankel*)</em> (Uitgeverij Kwadraat, Utrecht, maart 1999, herdruk mei 1999)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">De allesvrezer*)</em> (Uitgeverij Kwadraat, Utrecht, oktober 1997, herdruk oktober 1998)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Alleen mijn kat applaudisseert*)</em> (stichting LIFT, Amsterdam, 1989)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Seks, de daad in 69 gedichten</em> (oktober 2001, herdruk november 2002), Drugs, verslavende gedichten(april 2002) en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Rock ‘n’ roll</em>, klinkende gedichten (november 2002), poëziebloemlezingen incoproductie met Vrouwkje Tuinman voor Uitgeverij 521 te Amsterdam<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Hier heeft de oudste steen gelijk</em>, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Utrechts zomerdagboek 2001</em> (Uitgeverij De Prom, juni 2002)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Het voordeel van de twijfel</em>, huisfilosofisch dagboek (Centraal Museum, Utrecht, 2000)<br />
Utrechtse gedichten*) (selectie van zestien gedichten over Utrecht met prenten van Dick van Luijn,<br />
Erven J. Bijleveld, jaarwisseling 2001-2002)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Tot nader order geen sterrenhemel*),</em> foto/gedichtenboek met foto’s van Frans de Jonge,<br />
Museumnacht Utrecht, 2002<br />
W<em style="mso-bidi-font-style: normal">oordenspiegel*), </em>foto/gedichtenboek met twaalf foto’s van Fred Prak, Hogeschool van Utrecht,<br />
december 1998.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Verdomd interessant, maar gaat u verder, De taal van Wim T. Schippers*) </em>in coproductie met<br />
Vrouwkje Tuinman (SDU Uitgevers, Den Haag, mei 2000, herdruk juni 2000, derde druk oktober<br />
2000)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Schaduwboekhouding</em> (Podium, Amsterdam 2005)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Scooterdagboek</em> (Podium, Amsterdam 2005)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/10/2105/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Anita Desai</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2141/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2141/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Sep 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2141</guid>
		<description><![CDATA[Anita Desai werd in 1937 geboren in Mussoorie, India. Ze had een Bengaalse vader en een Duitse moeder. Haar opleiding volgde ze aan de universiteit van Delhi en in 1957 haalde ze haar diploma als Bachelor of Arts in de Engelse literatuur. Desai is onder andere lid van de ‘Royal Society of Literature’ in Londen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Anita Desai werd in 1937 geboren in Mussoorie, India. Ze had een Bengaalse vader en een Duitse moeder. Haar opleiding volgde ze aan de universiteit van Delhi en in 1957 haalde ze haar diploma als Bachelor of Arts in de Engelse literatuur. Desai is onder andere lid van de ‘Royal Society of Literature’ in Londen en de ‘Academy of Arts and Letters’ in de V.S.<br />
Haar werk omvat korte verhalen, kinderboeken en acht romans. Twee daarvan stonden op de shortlist voor de Booker Prize: <em>Clear Light of Day </em>(1980) en <em>In Custody</em> (1984). Voor haar kinderboek <em>The Village by the Sea</em> (1982) ontving ze de Guardian Award en voor <em>Fire in the Mountain </em>de National Academy of Letters Award in 1978. Als romanschrijver debuteerde Desai in 1963 met <em>The Peacock</em>. Het boek werd in Engeland uitgegeven door Peter Owen, die gespecialiseerd is in literatuur uit de ‘Britse Gemenebest’ en van het Europese vasteland. Deze roman werd opgevolgd door <em>Voices of the City</em> in 1965, een kort verhaal over drie zussen: Amla, Nirode en Monisha. De eerste vrouw ziet de grote stad als een enorm monster, de tweede offert alles op voor haar carrière en de derde kan haar eigen leven niet verdragen in een oud en traditioneel huishouden in Calcutta.<br />
Verscheidene werken van de schrijfster gaan over spanningen tussen familieleden en de vervreemding van vrouwen uit de middenklasse van de maatschappij. In haar latere boeken worden ook thema’s behandeld als het Duits antisemitisme in Duitsland, het verval van tradities en het stereotiepe beeld van India dat in de Westerse wereld bestaat. Meestal zijn haar personages leden van de verengelste Indiase bourgeoisie en hebben zij huwelijksproblemen. Om te ontsnappen aan het saaie dagelijks leven doen zij vaak escapistische dingen. <em>In Custody </em>is een ironisch verhaal over literaire tradities en illusies in de academische wereld. Eén van de weinige romans van Desai die in het Nederlands vertaald zijn (zie onder Bibliografie), is <em>Zwarte diamant</em> (oorspr. titel <em>Diamond Dust</em>). In deze verhalenbundel belicht Anita Desai universele werelden: van India tot Canada en New England, van Cornwall tot Mexico komen boeiende personages tot leven. De hoofdrolspelers in deze vertellingen ondernemen een zoektocht en ontdekken plotseling dat ze over de schreef gaan of dat ze, tot hun eigen verbazing, zijn teruggekeerd op het punt waar ze begonnen zijn.<br />
Desai’s stijl in <em>Zwarte diamant</em> is indrukwekkend. Met humor, tact, charme en compassie beschrijft ze de levens van doodgewone mensen die zich in een volstrekt verwarrende wereld bevinden. Hun levens, verweven in cycli van hoop en teleurstelling, worden beheerst door de seizoenen of beperkt door conventies van gastvrijheid, vriendschap en familie, een thema dat reeds in haar eerdere werk (<em>Voices of the City</em>) voorkwam.</p>
<p>Bibliografie:</p>
<p>•          <em>The Peacock</em>, 1963<br />
•          <em>Voices in the City</em>, 1965<br />
•          <em>Bye-Bye, Blackbird</em>, 1971<br />
•          <em>The Peacock Garden</em>, 1974<br />
•          <em>Where Shall We Go This Summer?,</em> 1975<br />
•          <em>Cat on a Houseboat</em>, 1976<br />
•          <em>Fire on the Mountain</em>, 1977<br />
•          <em>Games at Twilight and Other Stories</em>, 1978<br />
•          <em>Clear Light of Day</em>, 1980<br />
•          <em>Village by the Sea</em>, 1982<br />
•          <em>In Custody</em>, 1984 – verfilmd in 1993, regie: Ismail Merchant, hoofdrollen: Shashi Kapoor, Shabana Azmi, Om Puri, script: Anita Desai<br />
•          <em>Baumgartner&#8217;s Bombay</em>, 1988 (Nederlandse titel: <em>Ontheemd in Bombay</em>, Uitgeverij BZZTÔH, 2001)</p>
<p>•          <em>Journey to Ithaca</em>, 1996<br />
•          <em>Fasting, Feasting</em>, 1999<br />
•          <em>Diamond Dust</em>, 2000 (Nederlandse titel: <em>Zwarte diamant</em>, Uitgeverij BZZTÔH 2001)<br />
•          <em>The Zigzag Way</em>: A Novel, 2004</p>
<p>MvdB</p>
<p>Bronnen:</p>
<p>•          http://www.kirjasto.sci.fi/desai.htm<br />
•          http://www.bzztoh.nl/Boek.aspx?boek=396<br />
•          http://www.saja.org/anitadesai.html</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2141/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jan Siebelink</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2123/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2123/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Sep 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2123</guid>
		<description><![CDATA[Op 13 februari 1938 geboren te Velp, in de Hertogstraat 15. Na een jaar verhuisden zijn ouders naar Bergweg 17, waar vader Siebelink een kleine bloemisterij begonnen was. Jan groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Zijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Op 13 februari 1938 geboren te Velp, in de Hertogstraat 15. Na een jaar verhuisden zijn ouders naar Bergweg 17, waar vader Siebelink een kleine bloemisterij begonnen was. Jan groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Zijn vader, na een hemels visioen, had zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. Omdat hij de christelijke school te licht bevond, bezocht Jan de Openbare Lagere school 1, aan de Jan Luykenlaan. Kinderen uit dit protestantse middenstandsmilieu behoorden het verder te schoppen dan hun ouders. Via de ulo kwam hij op de kweekschool, werd onderwijzer in Laag-Soeren, en studeerde in zijn vrije tijd Franse taal- en letterkunde. Tijdens die studie kwam Siebelink in aanraking met de Franse auteur van Nederlandse afkomst J.-K. Huysmans. Zijn decadente roman <em>A rebours</em> maakte door zijn verblindende stijl, religieuze preoccupatie en verheerlijking van het kwaad een verpletterende indruk op hem. Hij heeft het boek vertaald onder de titel <em>Tegen de keer</em>. Op de avond van de dag dat hij de vertaling inleverde, schreef hij in de huiskamer van zijn moeder, op de plaats waar zijn vader was overleden, zijn eerste verhaal: ‘Witte chrysanten’. Daarin wordt op subtiele wijze door de zoon wraak genomen op de bloemenwinkelier die de vader had vernederd. Met vier andere verhalen vormde dit zijn debuut <em>Nachtschade</em> (1975). Het boek viel op omdat het door zijn zwartromantische motieven als verval, dood. religie, afstand nam van het anekdotische realisme dat toen in de Nederlandse letteren heerste. Voor zover Siebelink een bewuste bedoeling had, wilde hij een naadloze verbinding tot stand brengen tussen het Hollandse realisme en de Franse literatuur uit het 19<sup>e</sup>-eeuwse fin-de-siècle. Over <em>Nachtschade</em> schreef Jan Geurt Gaarlandt in <em>Vrij Nederland</em>: ‘Als er zoiets bestaat als een volmaakt verhaal, dan is dat “Witte Chrysanten” ’. <br style="mso-special-character: line-break" /><br style="mso-special-character: line-break" />In dat oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten reeds alle motieven die hij later in zijn romans <em>De herfst zal schitterend zijn</em> (1980), <em>En joeg de vossen door het staande koren</em> (1982), <em>De overkant van de rivier</em> (1990), zal uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die steeds terugkerende motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.<br />
In de loop der jaren behield hij van de decadente thematiek alleen de verfijnde waarneming en zijn gevoel voor een broeierige atmosfeer over. Het leven op een school staat al centraal in zijn eerste roman <em>Een lust voor het oog</em> (1977). </p>
<p>Jan Siebelinks belangstelling voor de Franse literatuur ging verder dan het Franse fin-de-siècle. In een tijd waarin de kennis van de Franse literatuur in Nederland tot een minimum daalde, voelde hij zich ‘ de laatste der Mohikanen om de Franse glorie overeind te houden’ . In diverse weekbladen (vooral <em>Haagse Post</em>, later <em>HP/De Tijd</em>) publiceerde hij met regelmaat over Franse schrijvers die hem aanspraken. Ze zijn verschenen in de bundels <em>De reptielse geest</em> en <em>De prins van nachtelijk Parijs</em>.</p>
<p>Hoezeer hij zijn persoonlijk stempel heeft gedrukt op zijn onderwerp, is te zien in <em>Pijn is genot</em> (1992), waarin wielrenners als Erik Breukink en Johan van der Velde als devote avonturiers worden neergezet. Bijna een reeks zelfportretten.</p>
<p>Vanaf zijn eerste boek heeft Siebelink altijd de wens gekoesterd om als mannelijk auteur een klassieke romanheldin te scheppen. De wereldreizen in zijn jongste jeugd gingen allemaal naar ‘de overkant van de rivier’, naar Lathum en Duiven, geboorteplaatsen van zijn ouders en voorouders. In <em>De overkant van de rivier</em>, die bijna een eeuw omspant, beschrijft hij het leven van een sterke vrouw, van Hanna Innemee. Zij, eenvoudig boerenmeisje, komt terecht in een situatie die het uiterste van haar vergt. Ze slaagt erin het hoofd boven water te houden. De criticus van de <em>Haagse Post</em>, Jaap Goedegebuure schreef: ‘Deze Hanna heeft weet van de “aaneenschakeling der dingen”. Dit is Siebelinks beste boek tot nu toe, met intens geschreven hoogtepunten’.(31 maart 1990).</p>
<p>In de roman <em>Vera</em> maakt hij opnieuw een vrouw tot hoofdfiguur. Nu is het een Haagse, uit de gegoede middenklasse. Opnieuw een krachtige vrouw. Siebelink: <em>Ik geloof dat de vrouw sterker is dan de man, dat zij een groter reservoir aan kracht bezit dan de man om de wereld aan te kunnnen. Ik denk ook, – ik besef dat mijn bewering gewaagd is – dat vooral mannelijke auteurs in staat zijn om onuitwisbare vrouwenfiguren te scheppen. In de literatuur zijn er vele voorbeelden: Madame Bovary van Flaubert, Eline Vere van Couperus, Ina Damman van Vestdijk. Waarom zouden mannen dat beter kunnen? Misschien omdat zij meer oog hebben voor het raadsel van de vrouw. Een vrouwelijk auteur wil haar heldin helemaal transparant maken. Een mannelijk auteur zal het raadsel heel willen laten.</em> <br style="mso-special-character: line-break" /><br style="mso-special-character: line-break" />De criticus Arjan Peters schreef in <em>de Volkskrant</em> (21 februari 1997) over <em>Vera</em>: ‘Op de laatste bladzij van zijn boek laat Siebelink haar achter op het terras van het Kijkduinse koffiehuis “Klein Seinpost”, waar je de zee kunt ruiken. Reis daarheen en je kunt haar zien zitten, een vrouw, een moeder van een kind, die al haar hele leven had ervaren dat haar aantrekkelijkheid vooral schuilt in haar onaanraakbaarheid. Die maakt haar mooi en tragisch (…) Jan Siebelink heeft een droomvrouw geschapen. Bijna 300 bladzijden lees je over haar en je hebt niet eens in de gaten dat hij kunst maakt. Maar je gelooft hem. Dat is de kunst.’</p>
<p>Na <em>Vera</em> verschenen nog bij Meulenhoff o.a. <em>Mijn leven met Tikker</em> (1999) en <em>Engelen van het Duister</em> (2001). In die tijd is Siebelink verhuist naar uitgeverij De Bezige Bij, waar inmiddels een historische roman over Margaretha van Parma (<em>Margaretha</em>) (2002) en <em>Eerlijke mannen op de fiets</em> (2002) zijn verschenen. Met zijn laatste roman <em>Knielen op een bed violen</em> (2005) is Siebelink genomineerd voor zowel de NS Publieksprijs als de AKO Literatuurprijs.</p>
<p>bron: <a>http://www.jansiebelink.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2123/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kristien Hemmerechts</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2137/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2137/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 12 Sep 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2137</guid>
		<description><![CDATA[Kristien Hemmerechts werd in 1955 geboren te Brussel. Onlangs werd ze vijftig en dat wordt door uitgeverij Atlas groots gevierd. Veel van haar leverbare titels kun je voor 50% korting kopen. Ze studeerde Nederlandse en Engelse taal en literatuur in Brussel en Leuven. Na een specialiserende opleiding literatuurwetenschap in Amsterdam vestigde zij zich in Londen. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Kristien Hemmerechts werd in 1955 geboren te Brussel. Onlangs werd ze vijftig en dat wordt door uitgeverij Atlas groots gevierd. Veel van haar leverbare titels kun je voor 50% korting kopen. Ze studeerde Nederlandse en Engelse taal en literatuur in Brussel en Leuven. Na een specialiserende opleiding literatuurwetenschap in Amsterdam vestigde zij zich in Londen. Daar schreef zij haar eerste verhalen, in het Engels. </p>
<p>Na haar verblijf in Londen ging zij weer in Brussel wonen, waar zij assistente Engelse literatuur en Engelse taal werd aan de universiteit van Brussel. In 1986 voltooide zij haar doctoraat over het leven van de schrijfster Jean Rhys. In hetzelfde jaar werden haar Engelstalige debuutverhalen gepubliceerd in First Fiction series van Faber en Faber. Later werden deze verhalen door Geert van Istendael vertaald en opgenomen in de bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Weerberichten</em> (1988). Momenteel werkt Hemmerechts als docente Engelse literatuur aan de Brusselse universiteit. Sinds 1989 woont zij in Antwerpen. </p>
<p>In 1987 debuteerde Kristien Hemmerechts in het Nederlandse met de roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Een zuil van zout.</em> Deze roman werd in manuscriptvorm bekroond en kreeg ook na publicatie lovende kritieken. Hemmerechts werd al snel een gevestigde naam in Nederland en Vlaanderen. Voor de verhalenbundels<em style="mso-bidi-font-style: normal"> Weerberichten</em> (1988) en <em style="mso-bidi-font-style: normal">&#8216;s Nachts </em>(1989) en de roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Brede heupen</em> (1989) ontving Hemmerechts in 1990 de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse voor Proza Gemeenschap (de vroegere Belgische Staatsprijs). </p>
<p>Later verschenen de verhalenbundels <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kerst en andere liefdesverhalen</em> (1992), <em style="mso-bidi-font-style: normal">Lang geleden</em> (1994), <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kort, kort, lang</em> (1996) en <em style="mso-bidi-font-style: normal">Amsterdam-retour</em> (1995-1999), de romans <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zonder grenzen</em> (1991), <em style="mso-bidi-font-style: normal">Wit zand</em> (1993), <em style="mso-bidi-font-style: normal">Veel vrouwen, af en toe een man</em> (1995). Haar roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tuin der onschuldigen</em> (1999) werd genomineerd voor de longlist van de Gouden Uil. Tot haar recente romans behoren <em style="mso-bidi-font-style: normal">De kinderen van Arthur</em> (2000), <em style="mso-bidi-font-style: normal">Een jaar als (g)een ander</em> (2003) en <em style="mso-bidi-font-style: normal">De laatste keer </em>(2004). </p>
<p>Ook als essayist krijgt Hemmerechts goede kritieken. Zo oogst ze veel bewondering met <em style="mso-bidi-font-style: normal">Taal zonder mij </em>(1998), een (auto)biografisch essay over de Vlaamse dichter Herman de Coninck, de in 1997 overleden echtgenoot van Hemmerechts. </p>
<p><strong>NEDERLANDSTALIGE TITELS</strong></p>
<p>1987, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Een zuil van zout.</em> Antwerpen: Houtekiet, roman.<br />
1988, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Weerberichten.</em> Antwerpen: Houtekiet, verhalen.<br />
1989, <em style="mso-bidi-font-style: normal">&#8216;s Nachts.</em> Antwerpen: Houtekiet, verhalen.<br />
1991, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Zonder grenzen.</em> Amsterdam: Arbeiderspers, roman.<br />
1989, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Brede heupen</em>, Amsterdam: Arbeiderspers, roman.<br />
1992, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kerst en andere liefdesverhalen. </em>Amsterdam: Arbeiderspers, verhalen.<br />
1993, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Wit zand</em>. Amsterdam: Atlas, roman.<br />
1994, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Lang geleden.</em> Amsterdam: Atlas, verhalen.<br />
1995, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Veel vrouwen, af en toe een man.</em> Amsterdam: Atlas, roman.<br />
1995, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Amsterdam-retour,</em> Amsterdam: Atlas, reisverhalen.<br />
1996, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kort, kort, lang.</em> Amsterdam: Atlas, verhalen.<br />
1996, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Altijd met uw gezever, gij.</em> Amsterdam: Atlas, essays<br />
1997, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Margot en de engelen.</em> Amsterdam: Atlas, roman.<br />
1998, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Taal zonder mij</em>, Amsterdam: Atlas, essay.<br />
1999, <em style="mso-bidi-font-style: normal">De tuin der onschuldigen,</em> Amsterdam: Atlas, roman.<br />
2000, <em style="mso-bidi-font-style: normal">O, toen alles nog voorbij kon gaan,</em> Beemster : Brokaat, essay<br />
2000, <em style="mso-bidi-font-style: normal">De kinderen van Arthur,</em> Amsterdam: Atlas, roman.<br />
2001, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Souvenir : verhalen,</em> Amsterdam: Archipel, verhalen<br />
2001, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Alle verhalen,</em> Amsterdam: Atlas<br />
2002, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Donderdagmiddag. Half vier,</em> Amsterdam: Atlas, roman<br />
2002, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Als je bij me weggaat&#8230; : de mooiste verhalen over relaties</em> (samenst.), Amsterdam: 521<br />
2003, <em>Hotel Terminus</em>, Amsterdam : Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek<br />
2003, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Een jaar als (g)een ander : dagboek: 5 februari 2001-15 februari 2002</em>, Amsterdam: Atlas<br />
2004, <em style="mso-bidi-font-style: normal">De laatste keer,</em> Amsterdam: Atlas, roman<br />
2005, <em>De waar gebeurde geschiedenis van Victor en Clara Rooze</em>, Atlas, Amsterdam, roman</p>
<p><a href="http://www.kubrussel.ac.be/onderwijs/personeel/hemmerechts/hemmerechts.htm">http://www.kubrussel.ac.be/onderwijs/personeel/hemmerechts/hemmerechts.htm</a></p>
<p> AMvdP</p>
<p> </p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2137/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>N.M. Wijnberg</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2104/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2104/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 05 Sep 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2104</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Over alle poëzie van Wijnberg hangt een waas van anonimiteit, van onaanwijsbaarheid zelfs, zijn verhalen zijn geschiedenissen zonder personages, aan zijn levenswijsheden lijken de bekende rationele of emotionele coördinaten te ontbreken. Hij is kortom een dichter die de lezer niet wil confronteren met een overbekende wereld&#039; (Rob Schouten, Vrij Nederland, 8-10-1994).&#160;Nachoem M. Wijnberg (1961, Amsterdam), [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><I style="mso-bidi-font-style: normal">&#039;Over alle poëzie van Wijnberg hangt een waas van anonimiteit, van onaanwijsbaarheid zelfs, zijn verhalen zijn geschiedenissen zonder personages, aan zijn levenswijsheden lijken de bekende rationele of emotionele coördinaten te ontbreken. Hij is kortom een dichter die de lezer niet wil confronteren met een overbekende wereld&#039; </I>(Rob Schouten, <I style="mso-bidi-font-style: normal">Vrij Nederland, </I>8-10-1994).<I style="mso-bidi-font-style: normal">&nbsp;<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p></I><BR><BR>Nachoem M. Wijnberg (1961, Amsterdam), hoogleraar Industriële Economie en Organisatie aan de Universiteit van Groningen, debuteerde in 1989 als dichter met <I style="mso-bidi-font-style: normal">De simulatie van de schepping</I> in de reeks ‘De windroos’. Daarna verschenen er met regelmaat bundels van zijn hand en in 2003 verscheen <I style="mso-bidi-font-style: normal">Uit 7</I>, een bloemlezing uit zijn eerdere werk, zeven dichtbundels. In 1997 ontving Wijnberg de Herman Gorter-Prijs voor <I style="mso-bidi-font-style: normal">Geschenken </I>en Gerrit Komrij nam maar liefst zes gedichten van de dichter op in zijn bloemlezing <EM>Nederlandse poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw</EM> (herziene uitgave, 2004). In 2004 ontving hij de Paul Snoek Poëzieprijs voor zijn bundel <I style="mso-bidi-font-style: normal">Vogels</I>.&nbsp;&nbsp;<BR><BR>Het werk van Wijnberg is in de loop der jaren steeds abstracter geworden en is doorspekt met verwijzingen naar de joodse religie, mythologie, filosofen, beeldend kunstenaars en dichters. Zo bevat zijn laatste bundel, <I style="mso-bidi-font-style: normal">Eerst dit dan dat</I> (2004, Contact) veel gedichten die verwijzen naar Chinese dichters.&nbsp;<BR><BR><BR><A href="" name=sudongpo></A><B>SU DONGPO<BR></B><BR>Een gedicht moet over iets gaan; anders kan iemand niet zeggen<BR>of het gedicht overbodig is als hij kan zijn waar het gedicht over gaat.<BR><BR>Wat hij kan zeggen, wat in zijn hart is: een gedicht als het een groter is dan het ander, <BR>teleurgesteld als het geen goed gedicht is.<BR><BR>Een ander kan de woorden die te groot en te klein zijn <BR>vergeten als ballen die hij kort na elkaar hoog in de lucht gegooid heeft,<BR><BR>maar neem hem zijn gedichten af en wat houdt hij over?<BR>Hij wil nog meer gedichten schrijven, genoeg om de halve wereld te vullen.<BR><BR><BR>©<I>&nbsp;Nachoem M. Wijnberg</I>, 2004<BR>Uit <I>Eerst dit dan dat</I>, Contact, 2004<o:p></o:p><BR><BR><BR>Meer voorbeelden van het werk van Nachoem M. Wijnberg zijn <A href="http://www.kb.nl/dichters/wijnberg/wijnberg-02.html">hier</A> te vinden, net als een volledige <A href="http://www.kb.nl/dichters/wijnberg/wijnberg-lit.html">bibliografie </A>en meer <A href="http://www.kb.nl/dichters/wijnberg/wijnberg-01.html">achtergrondinformatie</A>. <o:p></o:p><BR><BR>Foto: Ronald Hoeben. Overgenomen van <A href="http://www.kb.nl">www.kb.nl</A></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/09/2104/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Sandor M&#225;rai</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2103/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2103/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 29 Aug 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2103</guid>
		<description><![CDATA[Sándor Márai was tot voor enkele jaren een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd. Daar kwam pas verandering toen het boek Gloed in 1998 in het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Sándor Márai was tot voor enkele jaren een volslagen onbekende schrijver in Nederland en de rest van Europa. Uitgevers zagen er jarenlang geen brood in om zijn boeken uit te geven. Boeken die eerder van hem in het Duits vertaald waren, werden genegeerd. Daar kwam pas verandering toen het boek <em>Gloed </em>in 1998 in het Italiaans vertaald werd en door de critici daar geprezen werd. Frankrijk had al eerder drie titels vertaald. In 1999 was Hongarije het ‘Schwerpunkt’ op de Frankfurter Buchmesse en opeens begon het boek te lopen. Na een lovende bespreking van de invloedrijke Duitse criticus Marcel Reich-Ranicki op de televisie werd de roman een bestseller.<br />
Ook in Nederland werd <em>Gloed </em>een bestseller. Binnen anderhalf jaar verschenen maar liefst 11 drukken. Uitgeverij De Wereldbibliotheek heeft inmiddels ook een andere roman van Márai laten vertalen: <em>De erfenis van Eszter</em>. In dat boek zijn opmerkelijk veel paralellen te vinden met <em>Gloed</em>. Ook hierin is sprake van een ontmoeting na vele jaren, ook hier is passie in het spel (tussen man en vrouw) en is er een andere vrouw bij betrokken. En ook hierin vindt je een vertrouwenwekkende oudere figuur die bij de familie hoort, zoals Nini in <em>Gloed</em>.<br />
Sándor Márai heeft het huidige succes niet kunnen meemaken; hij pleegde zelfmoord in 1989.</p>
<p>De op 11 april 1900 geboren Márai komt uit een burgerlijk, katholiek gezin. Zijn vader was advocaat in het Hongaarse stadje Kassa (nu Kosice in Slowakije). De familie van zijn vader komt oorspronkelijk uit Saksen. Als hij achttien is en Kassa wordt ingelijf bij Tsjecho-Slowakije vertrekt Márai naar de Weimarrepubliek om zich te bekwamen in de journalistiek. Via Leipzig, Berlijn en Frankfurt vestigt hij zich in 1923 samen met zijn vrouw Ilona (Lola) in Parijs waar hij artikelen levert voor de Frankfurter Zeitung.<br />
In 1928 gaat hij terug naar Boedapest. Met het autobiografische Bekentenissen van een burger krijgt hij enig succes. Het fascistische regime dat in de Tweede Wereldoorlog de dienst uit maakt in zijn vaderland laat hem vrijwel ongemoeid. Met de Duitse bezetting van Hongarije in 1944 duikt hij alsnog onder (zijn vrouw is joods). De bevrijding en daarna de overheersing van de Russen maakt hem sceptisch. In 1948 vlucht hij via Zwitserland, Italië en Canada naar de Verenigde Staten. In 1957 wordt hij Amerikaans staatsburger. Hij bleef in ballingschap in het Hongaars schrijven, maar succesvol was hij niet. Als zijn vrouw aan keelkanker is overleden wordt hij pessimistischer en somberder. Hij koopt een pistool. Als in de jaren daarna ook zijn aangenomen zoon overlijdt, heeft hij genoeg van het leven. Op 22 februari 1989 zet hij het pistool tegen zijn hoofd. </p>
<p>In het Nederlands vertaald:<br />
<em>Gloed</em><br />
<em>De erfenis van Eszter<br />
Land, Land!<br />
De opstandigen<br />
De gravin van Parma<br />
Kentering van een huwelijk</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2103/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tommy Wieringa</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2102/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2102/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Aug 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2102</guid>
		<description><![CDATA[Tommy Wieringa (Goor, 1967) debuteerde in 1995 met de roman Dormantique&#039;s manco. Zijn tweede roman Amok verscheen in 1997.&#160;In april 2002 verscheen zijn derde roman Alles over Tristan bij De Bezige Bij. In januari 2005 volgde Joe Speedboot, eveneens bij De Bezige Bij. Wieringa was mede-oprichter en redacteur van het literaire periodiek Vrijstaat Austerlitz. In [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><BR>Tommy Wieringa (Goor, 1967) debuteerde in 1995 met de roman <I style="mso-bidi-font-style: normal">Dormantique&#039;s manco</I>. Zijn tweede roman <I style="mso-bidi-font-style: normal">Amok</I> verscheen in 1997.&nbsp;In april 2002 verscheen zijn derde roman <I style="mso-bidi-font-style: normal">Alles over Tristan</I> bij De Bezige Bij. In januari 2005 volgde <I style="mso-bidi-font-style: normal">Joe Speedboot</I>, eveneens bij De Bezige Bij. <?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><BR>Wieringa was mede-oprichter en redacteur van het literaire periodiek <I style="mso-bidi-font-style: normal"><A href="http://go.to/vrijstaatausterlitz">Vrijstaat Austerlitz</A></I>. In de muziekgroep Donskoy experimenteerde hij met poëzie en muziek. In het voorjaar van 1998 verscheen van Donskoy de eerste en tevens laatste cd, <I style="mso-bidi-font-style: normal">Beatnik glorie</I>. Voor de VPRO schreef hij het scenario voor de korte film <I style="mso-bidi-font-style: normal">Laatste wolf</I>, uit de serie &#039;Goede daden bij daglicht&#039;.<BR>Wieringa is een veelgevraagd podiumspreker en kan zowel op kleine podia als in theaterzalen goed uit de voeten. Hij trad onder meer op tijdens de festivals Crossing Border, <A href="http://www.google.com/search?q=winterschrift&amp;btnG=Google%2Bzoeken&amp;hl=nl&amp;lr=" target=_blank>Winterschrift</A>, Double Talk, De Nachten (Antwerpen) en <A href="http://www.lowlands.nl/" target=_blank>Lowlands</A>.<BR>Hij werd net als <A href="http://www.poeziemarathon.nl/dichters/kopland.html" target=_blank>Rutger Kopland</A>, <A href="http://www.google.com/search?q=%22marc%20reugebrink%22&amp;btnG=Google%2Bzoeken&amp;hl=nl&amp;lr=" target=_blank>Marc Reugebrink</A>, <A href="http://www.epibreren.com/rs/rouweler.html">Hannie Rouweler</A> en die lang vergeten dichter wiens naam wij u zullen besparen geboren in het Twentse Goor. Hij studeerde Geschiedenis te Groningen en later journalistiek te Utrecht. En hij heeft ondermeer als aanstekerverkoper en als lokettist bij de spoorwegen gewerkt. <o:p></o:p><BR><BR>Van <I style="mso-bidi-font-style: normal">Vrijstaat Austerlitz</I> verschenen vier nummers op papier (1997-1999); het vijfde nummer is als internettijdschrift verschenen in 2001. Reisverhalen van zijn hand verschenen in onder andere <I style="mso-bidi-font-style: normal">De Volkskrant</I> en <I style="mso-bidi-font-style: normal">Rails</I>. Gedichten van zijn hand verschenen eerder in o.a. <I style="mso-bidi-font-style: normal">De Rottend Staal Nieuwsbrief</I>, <A href="http://www.epibreren.com/rs" target=_blank>Rottend Staal Online</A>, <I style="mso-bidi-font-style: normal">De Opkamer</I> en in enkele bloemlezingen. Hij schreef hoorspelen voor KRO-Radio en publiceert een wekelijkse column in het dagblad <I style="mso-bidi-font-style: normal">Spits!</I>.&nbsp;Ook schreef hij journalistieke artikelen voor <I style="mso-bidi-font-style: normal">Vrij Nederland</I>.<o:p></o:p><BR><BR>bron: www.epibreren.com<o:p></o:p><BR>Zie ook: <A href="../../web/forum/Post.aspx?TID=1023&amp;Itemclicked=Onderwerp">http://www.literairnederland.nl/web/forum/Post.aspx?TID=1023&amp;Itemclicked=Onderwerp</A><o:p></o:p><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2102/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jeroen Olyslaegers</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2101/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2101/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Aug 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2101</guid>
		<description><![CDATA[De in 1967 geboren Jeroen Olyslaegers is een waar mediabeest, cultuurvreter en actualiteitskenner. Naast auteur van proza is hij toneelschrijver, columnist op Internet en radio, multimediavoorstander en in het verleden was hij literair programmeur, redacteur van het tijdschrift AS- Andere Sinema en filmrecensent voor de Humo. Maar laten wij ons voor deze site richten op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De in 1967 geboren Jeroen Olyslaegers is een waar mediabeest, cultuurvreter en actualiteitskenner. Naast auteur van proza is hij toneelschrijver, columnist op Internet en radio, multimediavoorstander en in het verleden was hij literair programmeur, redacteur van het tijdschrift AS- Andere Sinema en filmrecensent voor de Humo.</p>
<p>Maar laten wij ons voor deze site richten op zijn literair werk. In 1994 debuteerde hij met een korte roman getiteld ‘Navel. Theorema’ bij uitgeverij Kritak. De roman is geschreven in een flitsend idioom, met veel verwijzingen naar de beeldtaal van films en video, specifiek de Italiaanse film van Felini en Pasolini. De hoofdpersoon Gabriël wordt achtervolgd door een naar mannetje dat zijn leven over wil nemen. Gabriël heeft als student gespeeld in een remake van Pasolini’s passieverhaal, en de stalker tracht deze film opnieuw te maken, waarin hij de rol van Gabriël (als Jezus) wil perfectioneren. Daarnaast heeft hij al bijna alles gedaan om Gabriëls bestaan uit te wissen, of over te nemen, variërend van het vernoemen van zijn eigen zoon naar Gabriël tot het slikken van zijn zaad. Bij vlagen is het een erg leuk boek, en bij andere vlagen tamelijk vermoeiend omdat het woeste camerabewegingen in taal probeert te vatten en zo geheimzinnig associatief doet.</p>
<p>In 1996 verscheen de verhalenbundel ‘Il faut manger’ bij Houtekiet/de Prom. Als schrijver van korte verhalen is Olyslaegers op z’n best. De verhalen in deze bundel, maar net zo goed de verhalen die her en der op Internet te vinden zijn, gaan over jonge hippe mensen, ‘Zeitgeistjunkies’ die van housefeest naar theater hoppen, en zijn volgestopt met seks, drugs &amp; rock ’n roll. Een groep gevaarlijke zombies die een warenhuis belegeren blijkt alleen te bestaan in het hoofd van de paddestoelenetende hoofdpersoon, die aan het eind van het verhaal gewoon van de bijna verlaten dansvloer van een illegaal feest wordt geveegd. Rare kunstenaars, mislukte soapsterren en ander niet al te optimistisch volk moppert en danst door de verhalen. En ondanks het realistische beeld dat Olyslaegers van de nihilistische jaren negentig oproept, krijg je als lezer toch niet het idee met een volkomen ‘lost generation’ van doen te hebben; bijna altijd gloort er een sprankje hoop uit de woorden en daden van deze Nixers. Je zou de neiging hebben Olyslaegers te vergelijken met enkele Nederlandse auteurs die er een hoop lol in hadden feestende leeghoofden te portretteren (Giphart, Van Erkelens, dat slag), maar dan zou je Olyslaegers tekort doen. Daar is hij als schrijver te slim en te goed voor.</p>
<p>Olyslaegers’ vooralsnog meest recente roman verscheen in 1999 bij Prometheus, en draagt de van Louis Paul Boon geleende titel ‘Open gelijk een mond.’ Zoals L.P. Boon trachtte met links engagement te vechten voor de onderdrukten, zo gebeurt dat heden ten dage niet meer. Maar bij Olyslaegers is wel degelijk een grote betrokkenheid bij de wereld buiten de schrijverskamer te merken. Het boek speelt zich af in de turbulente periode dat Marc Dutroux en zijn misdaden heel België in rep en roer brachten. Olyslaegers beschrijft een als dwaze koploze kippen rondrennend volk, dat o zo graag ‘iets’ wil doen met deze gebeurtenissen. Dat ‘iets’ kan het organiseren van een benefietfeest zijn, het maken van een theaterstuk, het oproepen tot stille marsen of het schrijven van een boek. Het boek is een zeer grappig verslag van een dolle samenleving die zijn angsten van zich af wil werpen, maar daar keer op keer in faalt. Onderzoeksjournalisten zijn corrupte klootzakken en de mannen die het hardst om reinheid roepen, hebben de stront nog niet achter hun oren gewassen. En aan de andere kant is het ook een schrijnend portret van goede bedoelingen en totale verrotting. Ook een personage dat de naam ‘Jeroen Olyslaegers’ draagt, met het toepasselijke beroep uitzendkracht, blijkt deel uit te maken van ‘het kluwen’ en is ook ‘schuldig’ in deze roman die als een trein doordenderend op zoek is naar ware schuldigen, en niemand in het bijzonder vindt, maar wel iedereen passeert. Iedereen wil wat zeggen over ‘het riool’, maar iedereen faalt.</p>
<p>Wanneer het volgende boek van Olyslaegers verschijnt, is onbekend. Tot die tijd meoten we het doen met theatermateriaal en zijn op Internet verschijnende columns, zoals op www.battl.nl of van http://www.klara.be/html/columns/archief.html</p>
<p>Patrick Bassant – Literair Vlaanderen</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2101/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Connie Palmen</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2030/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2030/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Aug 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2030</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Ik heb een oprechte, nare arrogantie in mijn werk; in het dagelijks leven voel ik me nooit beter dan wie ook en ben ik net zo onzeker als iedereen.&#8217; (Bron: http://www.ncrv.nl/) Connie Palmen is voor sommige mensen de meest overschatte, voor andere de meest onderschatte Nederlandse auteur. Hoe je ook tegenover Palmen staat, een ieder [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&#8216;Ik heb een oprechte, nare arrogantie in mijn werk; in het dagelijks leven voel ik me nooit beter dan wie ook en ben ik net zo onzeker als iedereen.&#8217; (Bron: <a href="http://www.ncrv.nl/">http://www.ncrv.nl/</a>)</p>
<p>Connie Palmen is voor sommige mensen de meest overschatte, voor andere de meest onderschatte Nederlandse auteur. Hoe je ook tegenover Palmen staat, een ieder moet toegeven dat ze niet meer weg te denken is uit de Nederlandse literatuur.</p>
<p>Op 25 november 1955 wordt Connie Palmen geboren te St Odiliënberg, een dorpje in de buurt van Roermond. Al op jonge leeftijd is ze zeer geïnteresseerd in religie en geeft ze aan non te willen worden. Als ze echter op iets oudere leeftijd een boek van Jean-Paul Sartre over het existentialisme lees, wordt de toonaangevende rol van God in haar leven overgenomen door de filosofie, met name door de filosofen Sartre en Foucault.</p>
<p>Op 22 jarige leeftijd vertrekt Palmen naar Amsterdam om Nederlands te studeren. Iets later begint ze ook aan de studie filosofie. In 1986 studeert ze cum laude af met een scriptie over <em>In Nederland</em> van Cees Nooteboom. Ook haar filosofie studie rondt ze met succes af. In 1988 studeert ze af met een scriptie die handelt over de relatie tussen filosofie en literatuur en met name over de onmacht van de taal om de werkelijkheid uit te drukken. In 1992 publiceert ze deze scriptie onder de titel <em>Het weerzinwekkende lot van de oude filosoof Socrates</em>.</p>
<p>In 1991 verschijnt <em>De wetten</em>, de debuutroman van de inmiddels zesendertigjarige Palmen. Deze roman, die duidelijk geïnspireerd is door het verhaal van Marieke van Nieumeghen, vertelt over de filosofiestudente Maria Deniet die in zeven jaar, met zeven verschillende mannen veel leert over zichzelf, het leven en de wereld.</p>
<p>Twee weken na het verschijnen van <em>De wetten</em> is Palmen te gast in het radioprogramma Een uur Ischa, van Ischa Meijer. Deze ontmoeting zal haar leven veranderen. Niet alleen krijgt ze een intense relatie met Ischa Meijer, in 1995 overlijdt hij en drie jaar na zijn dood verschijnt <em>I.M</em>., een boek dat handelt over hun relatie, zijn dood en haar verwerkingsproces. De kritieken van <em>I.M.</em> zijn, zoals gezegd, van vernietigend tot uitermate bewonderend. Zo schreef Hans Warren over <em>I.M</em>. dat hij onder de indruk was van de ‘nietsontziende eerlijkheid’ van de auteur, terwijl Tom van Deel spreek van ‘voer voor voyeurs’.</p>
<p>De roman die aan <em>I.M</em>. voorafging, <em>De vriendschap,</em> werd overwegend positief ontvangen en werd bekroond met de AKO Literatuurprijs 1995 en verschillende publieksprijzen, zoals de Trouw Publieksprijs voor het Nederlandse boek 1996 en Humo’s Bladwijzer 1996.</p>
<p>De meest recente roman van Palmen verscheen eind augustus 2002 en is getiteld <em>Geheel de uwe</em>. De hoofdpersoon van deze roman vertoont opvallend veel overeenkomsten met Ischa Meijer; van zijn voorliefde voor hoeren tot de manier waarop hij sterft. De kritieken op <em>Geheel de uwe</em> waren overwegend  negatief, sommige ronduit vernietigend. Zo werd het boek een ‘egomane droomwens’ en ‘een zoetsappig keukenmeiderige soap’ genoemd. Connie Palmen blijft voor (sommige) recensenten een probleemgeval binnen de Nederlandse literatuur.</p>
<p>Het werk van Connie Palmen wordt uitgegeven bij Prometheus. Buiten de in dit stuk genoemde romans verscheen in 1999 <em>De erfenis</em>, het boekenweek geschenk van dat jaar.</p>
<p>AMvdP</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/08/2030/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Julen, Ronald</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2147/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2147/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 18 Jul 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2147</guid>
		<description><![CDATA[Hoe je gestold bent, hoe je in elkaar zitIn het voorjaar van 2005 reisde de Surinaamse dichter/schrijver Ronald Julen (58) naar Nederland om deel te nemen aan het Winternachtenfestival. Een bekende Nederlandse auteur sprak hem daar aan en zei: ‘Wie ben jij, ik ken jou niet, ik lees nergens iets over je!’ Waarop Julen antwoordde [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><STRONG>Hoe je gestold bent, hoe je in elkaar zit<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR></STRONG>In het voorjaar van 2005 reisde de Surinaamse dichter/schrijver Ronald Julen (58) naar Nederland om deel te nemen aan het Winternachtenfestival. Een bekende Nederlandse auteur sprak hem daar aan en zei: ‘Wie ben jij, ik ken jou niet, ik lees nergens iets over je!’ Waarop Julen antwoordde dat hij niet aan de weg timmert en het niet belangrijk vindt of men hem kent of niet. De collega wiens naam hij niet prijs wenst te geven was verbouwereerd over zo’n bescheiden houding. Het typeert Ronald Julen die zijn dichtbundels in eigen beheer uitgeeft en voor wie schrijven vele malen belangrijker is dan gelezen worden. In het dagelijks leven is Ronald Julen Directeur bij het Ministerie van Defensie in Suriname.&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><STRONG>Bijna een godheid<o:p></o:p><BR></STRONG>De poëzie van Julen raakt de kern van zijn – niet te realiseren? – dromen, idealen. Alle gedichten, in het Nederlands, Sranan en het Engels, zijn geschreven rond één thema: de onbereikbare geliefde. ‘Veelal voer ik een geliefde ten tonele: Ed, spreek uit als ‘Eed’, zoals in Edith. Op de mulo-school correspondeerde ik met een meisje uit Oost-Duitsland, Edith, ongeveer een half jaar, daarna verdween ze uit mijn leven. Hoe zij dingen schreef… Het was een heel wijsgerige manier van schrijven. Ik ging Ed optrekken tot ze bijna een godheid was; een betere ik van haar maken. Pas met die Ed-figuur kan ik het beste van mij bereiken; zij maakt mij tot een geïntegreerde persoonlijkheid.’&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><STRONG>Levensadem<o:p></o:p></STRONG><BR>De dichter: ‘De ontmoetingen, versmeltingen, met de geliefde vinden altijd plaats in een grensgebied, of daarbuiten. Daar waar de bergen zijn, daar is ook Ed. Daar staat het droombed, waarin geweldige seks bedreven wordt waarbij het regelmatig voorkomt dat de ik-figuur of Ed sterft, waarbij de dood echter ook telkens iets nieuws achterlaat&#8230; Ze ontglipt me steeds, of er zijn geen getuigen. Dan weer wil ze me in de steek laten. Buiten de grens kan ik zonder Ed niet ademen. Dan zuig ik haar levensadem in, en ben ik eufoor.’ Literatuurwetenschapper Michiel van Kempen ziet Ed nu eens als levensbrengster, dan weer als degene die alle kracht weg zuigt. Bewust heeft de dichter gekozen voor een afwijking van de normale vorm: hij gebruikt geen hoofdletters, geen interpunctie, en breekt soms woorden (en regels) op een geheel eigen wijze af.&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><STRONG>Botsingen<o:p></o:p></STRONG><BR>Wanneer Julen schrijft raakt hij letterlijk begeesterd. ‘Het is vergelijkbaar met een winti (een geest, mv) die in je vaart, en waar je niet altijd controle over hebt.’ De jij-vorm is een vorm die de dichter steeds gebruikt in gesprek, net alsof hij zich daardoor toch niet helemaal blootgeeft. Het veelvuldig jij-gebruik bouwt een zekere afstand in. Toch vindt hij het zeer belangrijk te weten wie hij is. ‘Ik probeer een identiteit vast te stellen. Dat is een heel bewuste keus geweest na mijn eerste bundel. Vanaf het begin is dat een vast thema in mijn werk: de vervolmaking van de identiteit: weten wie je bent, het beste doen wat je kan. De bedoeling is om een weg te vinden, om wat in mij leeft er uit te laten. Het is veel meer dan alleen schrijven. Het is hoe je gestold bent, hoe je in elkaar zit’, verduidelijkt Julen.&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><STRONG>Iets raars<o:p></o:p><BR></STRONG>Al op de mulo-school begon de dichter in Julen te ontwaken. ‘Ik voelde: er zit iets raars in me. Het was een totaal nieuwe wereld voor me. Ik ben van het platteland, Nickerie, kom uit een groot, arm gezin. Over de dammen liepen we naar school, daar waste je je voeten en deed je je schoenen aan. Er was geen electriciteit, tractoren kan ik me niet herinneren. Het waren de dagen van ossen en kapmessen. Inzaaien gebeurde met de hand. Toen ik tien was overleed mijn moeder. Het gezin viel uit elkaar. Ik kwam terecht bij een familie in de stad. Daar werd gelezen, véél gelezen. En zo begon het: door het lezen begon ik te schrijven.’ Gedurende de Kweekschool-periode begon de jonge Julen te schrijven als An, in de schoolkrant. ‘Je durfde niet als jezelf, zeker niet als jongen! Onderling stonden we dan te praten: “Wie is dat meisje, ze kan goed schrijven hoor! Ik wil haar best wel leren kennen!’ Ook ik deed mee, durfde niet voor mijn geheim uit te komen.’ In 1980 begon hij te schrijven onder zijn eigen naam. Zijn debuutbundel <I>ontmoeting in het duister</I> verscheen in eigen beheer, evenals de latere uitgaves. Ook is er werk van hem opgenomen in enkele verzamelwerken.&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><STRONG>Weggecijferd<o:p></o:p></STRONG><BR>Zijn korte verhalen gaan meestal over marginale personages. Mensen die een eigen persoonlijkheid hebben, maar waar aan voorbij gegaan wordt. Wanneer ik vraag naar zijn voorliefde voor dergelijke figuren, antwoordt hij: ‘Vooral in de korte verhalen zal je veel herkennen van mijn eigen leven. Er zijn veel situaties geweest, vroeger, waarbij ik ben weggecijferd. Ook in het hier en nu zie ik vaak hooggeplaatsten voorbij gaan aan de kleine man. Ik probeer ook te kijken naar de kleine mensen, met hun kleine behoeften. Niet over hun heenkijken, maar juist hun bijzonderheden zoeken.’&nbsp;&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR>Voor Ronald Julen staat schrijven gelijk aan zelfbevrijding. ‘Er is iets wat jou er toe beweegt, fu bar’ en puru (om het uit te schreeuwen, mv), en dan, als je dat doet, dan voel je je prettig. Als je eet, en je hebt maar een heel klein stukje vlees, dan bewaar je dat tot het allerlaatst. Je neemt het in je mond, je zuigt eraan, en pas bij de laatste hap slik je het door. Zo is het ook met schrijven. Dit is hét, dit is ultimo, ik móet dat gewoon doen. Ik hoef niet te volleyballen.’ Julens gezicht kijkt bijna vies bij de gedachte. En licht daarna weer op als hij besluit: ‘Nee, als ik maar kan schrijven…’&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>In eigen beheer verschenen:<o:p></o:p><BR><EM>ontmoeting in het duister</EM>. Poëzie. Paramaribo: 1980. <o:p></o:p><BR><EM>aphrodite</EM>. Poëzie. Paramaribo: 1982.<o:p></o:p><BR><EM>buiten voor de deur</EM>. Proza. Paramaribo: 1982.<o:p></o:p><BR><EM>tussen twee werelden</EM>. Proza. Paramaribo: 1991. <o:p></o:p><BR><EM>agodin</EM>. Poëzie. Paramaribo: 1991.<o:p></o:p><BR><EM>als de tijd stilstaat</EM>. Poëzie en proza. Paramaribo: 2003.<o:p></o:p><BR><BR>Werk opgenomen in:<o:p></o:p><BR><EM>De tijd doorkliefd</EM>. Paramaribo: 1981, Ministerie van Cultuur, Jeugd &amp; Sport. <o:p></o:p><BR><EM>Rebirth in words</EM>. Paramaribo: 1981.<o:p></o:p><BR><EM>Schrijversgroep ’77 Suriname</EM>. Eerste lustrum. Paramaribo: 1982.<o:p></o:p><BR><EM>Bro</EM>. Jrg. 1 (1983), Nr. 1 (jun).<o:p></o:p><BR><EM>Hoor die tori!</EM> 1990.<o:p></o:p><BR><EM>Sirito. </EM>Paramaribo: 1993.<o:p></o:p><BR><EM>Spiegel van de Surinaamse poezie</EM>. 1995.<o:p></o:p><BR><EM>Mama Sranan</EM>. 1999.<o:p></o:p><BR><BR><BR>Gedicht uit <EM>als de tijd stilstaat</EM><BR><BR>ik droomde<o:p></o:p><BR>vannacht<o:p></o:p><BR>van je<o:p></o:p><BR>ed<o:p></o:p><BR>in een land<o:p></o:p><BR>zonder grenzen<o:p></o:p><BR>een droom<o:p></o:p><BR>die begon<o:p></o:p><BR>met een wilde<o:p></o:p><BR>omhelzing<o:p></o:p><BR>in een tijd<o:p></o:p><BR>loos uur<o:p></o:p><BR>ik droomde<o:p></o:p><BR>van je<o:p></o:p><BR>godin<o:p></o:p><BR>je kwam<o:p></o:p><BR>als een <o:p></o:p><BR>wervel<o:p></o:p><BR>wind<o:p></o:p><BR>en blies mij<o:p></o:p><BR>leven in<o:p></o:p><BR>je sprong<o:p></o:p><BR>zomaar<o:p></o:p><BR>van over de<o:p></o:p><BR>grens<o:p></o:p><BR>in dit land<o:p></o:p><BR>zonder begin<o:p></o:p><BR>zonder einde<o:p></o:p><BR>ik droomde<o:p></o:p><BR>van je<o:p></o:p><BR>vannacht <o:p></o:p><BR>ed<o:p></o:p><BR><BR><BR>Marieke Visser<BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR><BR><BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR><BR><BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2147/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Heere Heeresma</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2098/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2098/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Jul 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2098</guid>
		<description><![CDATA[Over het leven van Simon Heere Heeresma weten wij eigenlijk weinig. De schrijver zelf hult zich het liefst in nevelen.  Toch weten we dat zijn grootvader van vaderszijde kapitein van een zeeklipper was en grootvader van moederszijde reder en dat Heere op 9 maart 1932 als zoon van Heere Heeresma en Hendrika van der Zwan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Over het leven van Simon Heere Heeresma weten wij eigenlijk weinig. De schrijver zelf hult zich het liefst in nevelen.  Toch weten we dat zijn grootvader van vaderszijde kapitein van een zeeklipper was en grootvader van moederszijde reder en dat Heere op 9 maart 1932 als zoon van Heere Heeresma en Hendrika van der Zwan in het huis aan de Speerstraat 5 in Amsterdam-Zuid in een zeer christelijk gezin werd geboren.<br />
Zijn vader, die overleed toen Heere 12 jaar was, stond bekend als een eigenzinnig theoloog en godsdienstleraar met een eigen tijdschrift (<em style="mso-bidi-font-style: normal">De Flambouw</em>, 1932-1941). In het gezin worden nog twee zonen geboren, te weten Marcus (1936) en Faber (1939), die beide als schrijver respectievelijk schrijver en etser bekend werden.<br />
Heere ging enige jaren naar de HBS en had daarna aan een groot aantal baantjes zoals leerling-typograaf bij De Bussy (Amsterdam), ‘duizendpoot’ in een kruideniersbedrijf, loopjongen bij de N.V. Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek (Amsterdam), vertegenwoordiger bij E.G. Bouwer&#8217;s Handelsvereeniging (Amsterdam), verkoper bij Meijer&#8217;s lederwaren, leder en fournituren (Amsterdam). Hij werd afgekeurd voor militaire dienst wegens algehele psychische instabiliteit. Zijn kijk op de wereld botst met de opvattingen van de meeste mensen om hem heen. Nadat zijn oom, die voogd over hem is, overlijdt wordt hij anderhalf jaar in een internaat in Wapenveld (bij Zwolle) geplaatst. Op 21-jarige leeftijd stapt hij als zelfstandig jongeman de maatschappij in.<br />
In 1954 debuteert Heere met de dichtbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kinderkamer</em>. Hij woont en werkt dan afwisselend in Amsterdam en Den Haag. Dochter Marijne wordt in 1957 geboren maar over haar en haar moeder ontbreken nadere gegevens.<br />
Als copywriter is Heere uiteindelijk wel succesvol maar dit valt voor hem niet te combineren met zijn werk als auteur.<br />
Heere is inmiddels freelancer als in december 1961 zoon Heere jr. wordt geboren uit zijn huwelijk met Louise Cornets de Groot. Hij zet in 1963 definitief een punt achter zijn werknemersbestaan en begint voor zichzelf als literair auteur. In die tijd zweert hij de alcohol af, naar eigen zeggen omdat hij van nature een alcoholist is en vele malen ter ontnuchtering ingesloten is geweest en zelfs een ontwenningskliniek heeft bezocht.<br />
Naast zijn werk als recensent voor <em style="mso-bidi-font-style: normal">Elsevier</em> begint Heere met het schrijven van verhalen en romans zoals <em style="mso-bidi-font-style: normal">Bevind van zaken</em> en<em style="mso-bidi-font-style: normal"> Een dagje naar het strand</em>, welke beide verschijnen in 1962. Om verder in zijn onderhoud te kunnen voorzien schrijft hij diverse zogenaamde realistische romans en pornoverhalen, die hij zelf genrepersiflages noemt. Hij gebruikt daarvoor de pseudoniemen Johannes de Back, Ben Bulla, Rochus Brandera en Horst Liederer. Vanaf 1982 zijn deze boeken opnieuw uitgegeven onder zijn echte naam.<br />
Als eenling treedt Heere in 1969 toe tot de redactie van het literair magazine <em style="mso-bidi-font-style: normal">Soma</em>, als man van de ‘Akties en Attrakties’, een literaire functie die zijn bedoelingen in de wereld van het boek pregnant weergeeft: ‘weg met de Wichtigmacherei’. Zijn naam onder het <em style="mso-bidi-font-style: normal">Manifest voor de jaren zeventig </em>(1970) is logisch. Ook daar was het doel brede lagen van de bevolking met literatuur te bereiken.<br />
Heere haalde zijn zoon van school uit protest tegen het onderwijsklimaat en was actief als bewoner van het juist uit de grond gestampte Bijlmermeer. In de jaren zeventig was Heere initiator dan wel zeer betrokken bij acties op het gebied van schrijversbelangen. Hij was gastredacteur van P<em style="mso-bidi-font-style: normal">ropria Cures </em>en had een column in de <em style="mso-bidi-font-style: normal">Haagse Post</em>. Naast het schrijven start Heere een winkel in wasmachines e.d. in Enschede. In korte tijd heeft hij een viertal zaken, die hij echter in 1977 van de hand doet. In 1973 verhuist hij naar Les Combes Basses in de Franse Ardèche. Hij bleef ondertussen ook publiceren en de redacties van de schrijvende media bestoken met ingezonden brieven, waaruit zijn betrokkenheid bij het maatschappelijk leven blijkt.<br />
Vanaf 1979 komen opvallend veel verzamelde publicaties uit: verhalen, poëzie, spy-specials en interviews. In de pers verschijnen berichten over de zakenman Heeresma met een keten van wasserettes onder de naam <em style="mso-bidi-font-style: normal">Monsieur Laundry</em> tussen Cap d&#8217;Agde en Menton aan de Franse Rivièra en een peepshow in Parijs.<br />
Heeresma ondermijnt in zijn werk de zekerheden van de mensen en relativeert de problemen zodat hij de lezer dwingt een eigen nieuwe keuze te bepalen. Vooral de burgermansmoraal wordt te kijk gezet. Hij doet dit vaak in een plechtige, ouderwetse stijl met gebruikmaking van uitdrukkingen in de spreektaal en een bepaalde overdrijving (hyperbool) om de zekerheden van de brave burgers te ondermijnen. Dit heeft een ironisch effect. Hij wil zijn lezers een spiegel voorhouden.<br />
Van 1993 tot 2003 verzorgde Heere wekelijks op de vrijdagavonden de weeksluiting van het radioprogramma <em style="mso-bidi-font-style: normal">De avonden</em> van de VPRO. Hij las tijdens deze uitzendingen voor uit eigen werk.</p>
<p>Bronnen</p>
<p>- <em style="mso-bidi-font-style: normal">Kritisch Literatuur Lexikon</em> (1984)<br />
- J. van Bergen/H.A. Poolland, <em style="mso-bidi-font-style: normal">Literama modern</em>, Walva-boek, Apeldoorn (z.j.)<br />
- Kees Jägers, &#8216;Heere Heeresma stapte drie jaar rond met plastic zakjes om lekkende schoenen&#8217;, Het Binnenhof (1983)<br />
- Henk Reurslag, <em style="mso-bidi-font-style: normal">De wereld van Heere Heeresma</em>, De Prom, Baarn (1990)</p>
<p>Bibliografie:</p>
<p>1954 <em>Kinderkamer</em>, verzen<br />
1962 <em>Bevind van Zaken</em>, acht novellen<br />
1962 <em>Een dagje naar het strand</em>, roman<br />
1963 <em>De vis, een allegorie </em><br />
1965 <em>Juweeltjes van waterverf</em>, verhaal<br />
1967 <em>De verloedering van de Swieps</em>, filmscenario<br />
1968 <em>Geef die mok eens door, Jet!</em>, verhaal<br />
1968 <em>Werk van Heere Heeresma, een aardigheidje </em><br />
1969 <em>Teneinde in Dublin, een dodelijke achtervolging </em><br />
1969 <em>Hip hip hip voor de antikrist </em><br />
1972 <em>Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp of over het leven, streven en sneven van een gewone hollandse jongen</em>, zedenschets<br />
1973 <em>Zwaamoedige verhalen voor bij de centrale verwarming</em>, verhalen<br />
1973 <em>Hallo hallo&#8230;bent U daar, Plotsky? Een spy-special </em><br />
1974 <em>Vader vertelt </em><br />
1974 <em>Deze verzen en gedichten die poezie ook</em>, verzamelde lyriek<br />
1974 <em>De sterke verhalen</em>, verhalen<br />
1975 <em>Mijmeringen naast mijn naaimachine. Over leed in het algemeen en de wat rijpere vrouw in het bijzonder</em>, verhalen<br />
1975 <em>Een aanranding in het Vondelpark</em>, verhaal<br />
1976 <em>Waar het fruit valt, valt het nergens</em>, verhalen<br />
1977 <em>Enige portretten van een mopperkont</em>, verhalen<br />
1978 <em>Heeresma Helemaal</em>, alle verhalen<br />
1979 <em>Eens en nooit weer&#8230;, </em>verzamelde gedichten<br />
1982 <em>Beuk en degel</em>, verhalen<br />
1982 <em>Een hete ijssalon en andere écht erotische verhalen</em>, verhalen<br />
1982 <em>Een vete met Fernand Auwera</em>, verhalen<br />
1983 <em>Femine</em>, verhalen<br />
1983 <em>Autobiografisch I</em>, verhalen<br />
1983 <em>Autobiografisch II</em>, verhalen<br />
1983 <em>Met de voet, angels en klemmen</em>, verhalen<br />
1984 <em>Gelukkige paren</em>, verhalen<br />
1984 <em>Hoge noot</em>, verhalen<br />
1985 <em>Kleppen en ventielen</em>, verhalen<br />
1986 <em>Spreekt met Winter en &#8216;t komt in orde</em>, verhalen<br />
1987 <em>Geschoren schaamte</em>, verhaal<br />
1989 <em>Eén robuste buste</em>, verhaal<br />
1989 <em>Zingend langs de straten</em>, verhalen<br />
1990 <em>Juichend langs de einder</em>, verhaal<br />
1991 <em>Zingend langs de deuren</em>, verhalen<br />
1992 <em>Damesverband</em>, zijn mooiste vrouwenverhalen<br />
1992 <em>Beuken en Eikels</em>, zijn mooiste mannenverhalen<br />
1992 <em>Dronken deuren: uit een verzopen verleden, </em>dagboek en foto&#8217;s<br />
1996 <em>Sprookjes voor het sterven gaan<br />
</em>1996<em> Zacht gelag: spaekersproza</em><br />
1997 <em>Helemaal Heeresma</em>, verzamelde romans</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2098/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Karel Glastra van Loon</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2133/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2133/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Jul 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2133</guid>
		<description><![CDATA[Socialist, journalist, geëngageerd, wars van elitarisme, maar vooral de Nederlandse auteur wiens werk in het grootste aantal talen ooit is vertaald: Karel Glastra van Loon.&#160;&#160;&#160;Karel Glastra van Loon werd in 1962 geboren in Amsterdam. Via een baantje als leerling-journalist bij de VNU liep hij o.a. stage bij Libelle waar hij de rubriek ‘het huwelijk van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Socialist, journalist, geëngageerd, wars van elitarisme, maar vooral de Nederlandse auteur wiens werk in het grootste aantal talen ooit is vertaald: Karel Glastra van Loon.&nbsp;&nbsp;<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR>Karel Glastra van Loon werd in 1962 geboren in Amsterdam. Via een baantje als leerling-journalist bij de VNU liep hij o.a. stage bij <I>Libelle</I> waar hij de rubriek ‘het huwelijk van de week’ kreeg toebedeeld wat zijn debuut in print betekende. Hij debuteerde als schrijver met <I>De Poppe-methode</I>, waarin hij de jacht van milieudetective Remi Poppe op vervuilers beschrijft. Vervolgens verschenen <I>Herman</I>, een biografie van een genetisch gemanipuleerde stier en de verhalenbundel <I>Vannacht is de wereld gek geworden</I>. In deze verhalenbundel baseerde Glastra van Loon zich op zijn journalistieke reportages die vrijwel allemaal handelen over uit de hand gelopen politieke situaties. Zijn romandebuut <I>De Passievrucht</I> volgde in 1999 en werd datzelfde jaar nog bekroond met de Generale Bankprijs.&nbsp;<BR><BR>Zijn laatste boek <I style="mso-bidi-font-style: normal">De onzichtbaren</I> is gebaseerd op een verblijf van drie maanden onder vluchtelingen in het Thais-Birmese grensgebied. Van de bijbehorende foto’s gemaakt door Jan Bogaerts, verscheen een apart boek, <I style="mso-bidi-font-style: normal">De onzichtbaren in beeld</I>.&nbsp;&nbsp;<BR><BR>In 2004 werd bij de schrijver een hersentumor geconstateerd. Over zijn ziekte en de gevolgen daarvan voor hemzelf en zijn gezin schreef hij de laatste twee jaar zeer openhartig in zijn column in <I style="mso-bidi-font-style: normal">Margriet</I>.&nbsp;<BR><BR>Glastra van Loon bleef optimistisch. Bij de presentatie van de tentoonstelling van foto’s naar aanleiding van <I style="mso-bidi-font-style: normal">De Onzichtbaren</I>, verklaarde hij &nbsp;‘wel klaar te zijn met de ziekte’. De ziekte was helaas niet klaar met hem. <o:p></o:p><BR>Karel Glastra van Loon overleed 1 juli jongstleden op 42-jarige leeftijd. <o:p></o:p><BR>Eind deze maand verschijnt <I>Ongeneeslijk optimistisch</I>, een bundeling van zijn columns uit <I style="mso-bidi-font-style: normal">De Margriet</I>.&nbsp;<BR><BR><B style="mso-bidi-font-weight: normal"><BR>Fictie </B><BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">De onzichtbaren</I>, 2003, ISBN 9020405950, Uitgeverij: L.J. Veen <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Lisa&#039;s adem</I> ,2001, 238 pag., ISBN 9020417150,&nbsp; Uitgeverij: L.J. Veen <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">De passievrucht</I>, 1999, 238 pag., ISBN 9020457780,&nbsp; Uitgeverij: L.J. Veen <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Vannacht is de wereld gek geworden</I>,1997, 222 pag., ISBN 9025411681 Uitgeverij: L.J. Veen <BR><BR><B style="mso-bidi-font-weight: normal">Non-fictie&nbsp;</B><BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">De laatste oorlog</I>,&nbsp;Karel Glastra van Loon en Jan Marijnissen. 2001, 240 pag., ISBN 9020460226, Uitgeverij: L.J. Veen <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Atlas van de macht</I>, Karel Glastra van Loon, Nico Schouten, e.a..1998, 160 pag. Uitgeverij Papieren Tijger/Ketchup Press, Rotterdam <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Atlas van de macht</I>, Update 2000, Karel Glastra van Loon, Nico Schouten, 2000, 48 pag.<BR>Ketchup Press, Rotterdam <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">Herman &#8211; De biografie van een genetisch gemanipuleerde stier</I>, Karel Glastra van Loon, Karin Kuiper, 1995, 206 pag., ISBN 902540903, Uitgeverij L.J. Veen <BR><I style="mso-bidi-font-style: normal">De Poppe-methode</I>, 1993, 192 pag., ISBN 9062242847, Uitgeverij Jan van Arkel<BR><o:p>&nbsp;<BR></o:p>De foto&nbsp;is overgenomen van de website <A href="http://www.karelglastravanloon.nl/">http://www.karelglastravanloon.nl/</A><BR><BR><BR><o:p>&nbsp;</o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/07/2133/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ian McEwan</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2097/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2097/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Jun 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2097</guid>
		<description><![CDATA[McAbre is de bijnaam van Ian McEwan, geboren in 1948 in Aldershot, Kent. Hij woont nu in Oxford met zijn tweede vrouw en zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk.En zijn inderdaad vaak macabere verhalen roepen bewondering en afkeer op. Al vanaf zijn eerste verhalenbundel De laatste dag van de zomer (1975) tot aan zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>McAbre is de bijnaam van Ian McEwan, geboren in 1948 in Aldershot, Kent. Hij woont nu in Oxford met zijn tweede vrouw en zijn twee kinderen uit zijn eerste huwelijk.<BR>En zijn inderdaad vaak macabere verhalen roepen bewondering en afkeer op. Al vanaf zijn eerste verhalenbundel <EM>De laatste dag van de zomer</EM> (1975) tot aan zijn laatste boek <EM>Zaterdag </EM>(2005) komen er absurde en gewelddadige passages voor. Zijn latere werkt kenmerkt zich meer door een literaire aanpak, waarin spelletjes met de lezer worden gespeeld. <BR>Gingen zijn eerste boeken vaak over macht en machtsmisbruik, waarin kinderen een hoofdrol speelden, later hebben zijn boek vaak een maatschappelijke insteek. In <EM>Amsterdam </EM>(1998) gebruikt McEwan het thema euthanasie; in de roman <EM>Eeuwige liefde </EM>(1997) belichtte hij het probleem van stalking. Geroemd wordt zijn originele insteek bij dit soort thema’s. <BR>Ian McEwan houdt van Amsterdam. Hij komt er vaak en aan zijn vrienden &#8211; de uitgever en diens vrouw -&nbsp; Jaco en Elisabeth Groot heeft hij de roman <EM>Amsterdam </EM>opgedragen. Hij houdt ook van de natuur, vooral van de Chiltern Hills in zijn omgeving. Die voorliefde zien we terug komen in veel van zijn boeken. Toch houdt hij er niet van om een verbinding te leggen tussen zijn leven en zijn beken. ‘Ik ben een van die schrijvers die de voorkeur geeft aan bedenksels boven herinneringen.’ zei hij ooit in interview in de Volkskrant. <BR>De vijftigjarige McEwan won in 1998 met <EM>Amsterdam </EM>de meest prestigieuze en elk jaar meest omstreden Engelse literatuurprijs: de Booker Prize. Ook deze keer was er veel rumoer rond de prijs. Velen vonden <EM>Amsterdam </EM>niet het beste boek en zeker niet het beste boek dat McEwan ooit had geschreven. Critici verwachtten dat hij met <EM>Boetekleed </EM>opnieuw de prijs zou winnen omdat algemeen iedereen dit werk stukken beter vond. Maar in dat jaar won Peter Carey.<BR>In een interview met De Volkskrant over <EM>Boetekleed </EM>zegt McEwan geïntrigeerd te zijn door het begrip schuld. &#039;Schuld is volgens cognitief psychologen een vorm van zelfregulering. Ik vind dat heel interessant. Boosheid, walging en verontwaardiging gebruiken we om het gedrag van anderen te sturen. Met schuld controleren we onszelf, omdat we sociale dieren zijn.&#039; <BR>Zijn laatste boek <EM>Zaterdag </EM>heeft opnieuw een politieke lading. De hoofdpersoon worstelt met actuele vragen naar aanleiding van de aanslag op de Twin Towers en de inval in Irak.&nbsp; Zoals gewoonlijk bij McEwan worden die vragen geïntegreerd in een psychologisch verhaal. ‘Als ik mijn lezers slapeloze nachten bezorg omdat ze een boek van mij lezen, ben ik gelukkig,’ zei McEwan in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. Je bent dus gewaarschuwd.<BR><BR><EM>First Love, Last Rites</EM>, 1975, De laatste dag van de zomer, verhalen <BR><EM>In Between the Sheets</EM>, 1978, Tussen de lakens, verhalen <BR><EM>The Cement Garden</EM>, 1978, De cementen tuin, roman (verfilmd) <BR><EM>The comfort of strangers</EM>, 1981, De troost van vreemden, roman <BR><EM>The Child in Time</EM>, 1985, Het kind in de tijd, roman <BR><EM>Black Dogs</EM>, 1992, Zwarte honden, roman <BR><EM>The Daydreamer</EM>, 1994, De dagdromer, jeugdroman <BR><EM>Enduring love</EM>, 1997, Ziek van liefde, roman<BR><EM>Atonement</EM>, 2001, Boetekleed, roman<BR><EM>Saturday</EM>, 2005, Saturday, roman<BR><BR>Homepage: <A href="http://www.ianmcewan.com/">http://www.ianmcewan.com/</A><BR><BR>Coen Peppelenbos<BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2097/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Herman Hendrik ter Balkt</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2003/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2003/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Jun 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2003</guid>
		<description><![CDATA[Herman Hendrik (roepnaam Harry) ter Balkt werd geboren op 17 september 1938 te Usselo, een Twents dorpje in de buurt van Enschede. Na de middelbare school en een lerarenopleiding gaf hij jarenlang les in Drenthe en Nijmegen. Als dichter debuteerde hij in 1969 met de bundel Boerengedichten, onder het pseudoniem Habakuk II De Balker. (Onder [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Herman Hendrik (roepnaam Harry) ter Balkt werd geboren op 17 september 1938 te Usselo, een Twents dorpje in de buurt van Enschede. Na de middelbare school en een lerarenopleiding gaf hij jarenlang les in Drenthe en Nijmegen. Als dichter debuteerde hij in 1969 met de bundel <em>Boerengedichten</em>, onder het pseudoniem Habakuk II De Balker. (Onder dit pseudoniem blijft hij tot 1979 publiceren, waarna hij als H.H. ter Balkt verder dicht. Een ander pseudoniem, Foel Aos, gebruikte hij voor zijn publicatie <em>Zwijg</em> uit 1973.) Zijn debuutbundel is tamelijk succesvol en zet de toon voor de vele bundels die erop volgen. In de woorden van Piet Meeuse: “Dit was een nieuw geluid: de krachtige lyriek van iemand die zich uitdrukkelijk presenteerde als een boerendichter. Zijn poëzie leek aansluiting te zoeken bij tradities die in de Nederlandse poëzie nauwelijks een rol speelden: de oude, orale poëzie van straatzangers en sprooksprekers uit vervlogen tijden”.</p>
<p>Terugkerende thema’s in het werk van Ter Balkt zijn: de vaderlandse geschiedenis, de waarachtige, maar bedreigde ambachtelijkheid van het agrarische leven, de tegenstelling tussen natuur en cultuur en de negatieve invloed van de moderne mens op zijn omgeving.</p>
<p>In 2000 verschijnt de veelomvattende bloemlezing <em>In de waterwingebieden</em>, waarover Arie van den Berg opmerkt: “Nu er meer dan vijftien bundels, gekortwiekt, herschikt en herschreven, in ruim zevenhonderd pagina’s zijn bijeengebracht, blijkt hoe groot het dichterschap van Ter Balkt is”. Zijn meest recente bundel is <em>Laaglandse hymnen II</em> (2002), opvolger van de in 1991 verschenen <em>Laaglandse hymnen</em>.</p>
<p>Onlangs werd bekend dat Ter Balkt in 2003 de P.C. Hooftprijs voor zijn poëtisch oeuvre zal ontvangen. In de vorige eeuw vielen hem al de Herman Gorterprijs, de Henriëtte Roland Holstprijs, de Jan Campertprijs en de Constantijn Huygensprijs ten deel.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2003/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Louis Couperus</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2027/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2027/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Jun 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2027</guid>
		<description><![CDATA[Deze week, op 10 juni 1863 om precies te zijn, is het 142 jaar geleden dat Louis Couperus werd geboren en 12 jaar geleden dat het Louis Couperus Genootschap werd opgericht. Geen ronde getallen, maar wel reden voor wat extra aandacht dunkt ons zo&#8230;De absurd mooie, goed verzorgde en onderhouden(de) website van het Louis Couperus [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Deze week, op 10 juni 1863 om precies te zijn, is het 142 jaar geleden dat Louis Couperus werd geboren en 12 jaar geleden dat het Louis Couperus Genootschap werd opgericht. Geen ronde getallen, maar wel reden voor wat extra aandacht dunkt ons zo&#8230;<BR><BR>De absurd mooie, goed verzorgde en onderhouden(de) <A href="http://www.louiscouperus.nl/">website van het Louis Couperus Genootschap </A>staat bol van de recensies, artikelen en beschrijvingen. Terecht schrijft men daar onder meer: ‘Couperus is een auteur met vele gezichten. Zijn veelzijdigheid is net zo indrukwekkend als de omvang van zijn oeuvre. Met een onuitputtelijke fantasie, werkkracht en stilistische variëteit schreef hij psychologische, mythologische en historische romans, verhalen, sprookjes en gedichten. In zijn reisbeschrijvingen en feuilletons toont hij zich bovendien als een scherp observerend journalist.’<BR><BR>Couperus werd op 10 juni 1863 in Den Haag geboren en overleed op 16 juli 1923 in De Steeg, gemeente Rheden, aan longvliesontsteking en bloedvergiftiging. In de tussenliggende zestig jaar zag hij kans de halve wereld te bereizen en uit te groeien tot een van de grootste schrijvers die Nederland ooit voortbracht.<BR><BR>De <I>Volledige Werken</I> van Couperus verschenen tussen 1987 en 1996. De vijftig delen werden uitgegeven door Veen Uitgevers / L.J. Veen (Utrecht/Antwerpen) en verzorgd door H.T.M. van Vliet, J.B. Robert, Karel Reijnders, Ernst Braches, Jan Fontijn, Marijke Stapert-Eggen, Oege Dijkstra en Gerard Nijenhuis. <BR><BR>Delen uit dat verzameld werk zijn overigens nog steeds voor het luttele bedrag van 1 euro te verkrijgen bij ramsjboekhandel De Slegte.<BR><BR>Deel 1 <I>Een lent van vaerzen</I> (1988). Verscheen oorspronkelijk in 1884. <BR>Deel 2 <I>Orchideeën</I>; <I>Een bundel poëzie en proza</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1886.<BR>Deel 3 <I>Eline Vere</I>; <I>Een Haagsche roman</I> (1987). Verscheen oorspronkelijk in 1889.<BR>Deel 4 <I>Noodlot</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1890. <BR>Deel 5 <I>Extaze</I>; <I>Een boek van geluk</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1892.<BR>Deel 6 <I>Eene illuzie</I> (1988). Verscheen oorspronkelijk in 1892.<BR>Deel 7 <I>Majesteit</I> (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1893.<BR>Deel 8 <I>Reis-impressies</I> (1988). Verscheen oorspronkelijk in 1894.<BR>Deel 9 <I>Wereldvrede</I> (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1895.<BR>Deel 10 <I>Williswinde</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1895.<BR>Deel 11 <I>Hooge troeven</I> (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1896.<BR>Deel 12<I> De verzoeking van den H. Antonius. Naar Gustave Flaubert.</I> <I>Fragmenten</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1896.<BR>Deel 13 <I>Metamorfoze</I> (1988). Verscheen oorspronkelijk in 1897.<BR>Deel 14 <I>Psyche</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1898.<BR>Deel 15 <I>Fidessa</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1899.<BR>Deel 16 <I>Langs lijnen van geleidelijkheid</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1900.<BR>Deel 17 <I>De stille kracht</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1900.<BR>Deel 18 <I>Babel</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1901.<BR>Deel 19 <I>De boeken der kleine zielen</I> I en II (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1901-02.<BR>Deel 20 <I>De boeken der kleine zielen</I> III en IV (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1902-03.<BR>Deel 21 <I>Over lichtende drempels</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1902.<BR>Deel 22 <I>God en goden</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1903.<BR>Deel 23 <I>Dionyzos </I>(1988). Verscheen oorspronkelijk in 1904.<BR>Deel 24 <I>De berg van licht</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1905-06.<BR>Deel 25<I> Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan&#8230;</I> (1988). Verscheen oorspronkelijk in 1906.<BR>Deel 26 <I>Aan den weg der vreugde</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1908.<BR>Deel 27 <I>Van en over mijzelf en anderen</I> (1989). Verscheen oorspronkelijk in 1910-17.<BR>Deel 28 <I>Antieke verhalen</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1911.<BR>Deel 29 <I>Korte arabesken</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1911.<BR>Deel 30 <I>Antiek toerisme</I>; <I>Roman uit Oud-Egypte</I> (1987). Verscheen oorspronkelijk in 1911.<BR>Deel 31 <I>De zwaluwen neêr gestreken</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1911.<BR>Deel 32 <I>Schimmen van schoonheid</I> (1991). Verscheen oorspronkelijk in 1912.<BR>Deel 33 <I>Uit blanke steden onder blauwe lucht</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1912-13.<BR>Deel 34 <I>Herakles</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1913. <BR>Deel 35 <I>Van en over alles en iedereen</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1915.<BR>Deel 36 <I>De ongelukkige</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1915.<BR>Deel 37 <I>De komedianten</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1917.<BR>Deel 38 <I>Legende, mythe en fantazie</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1918.<BR>Deel 39 <I>De verliefde ezel</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1918.<BR>Deel 40 <I>De ode</I> (1990). Verscheen oorspronkelijk in 1919.<BR>Deel 41 <I>Xerxes of de hoogmoed</I> (1993). Verscheen oorspronkelijk in 1919.<BR>Deel 42 <I>Iskander</I> (1995). Verscheen oorspronkelijk in 1920.<BR>Deel 43 <I>Met Louis Couperus in Afrika</I> (1995). Verscheen oorspronkelijk in 1921.<BR>Deel 44 <I>Het zwevende schaakbord</I> (1994). Verscheen oorspronkelijk in 1922.<BR>Deel 45 <I>Oostwaarts</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1923.<BR>Deel 46 <I>Proza</I> (1995). Verscheen oorspronkelijk in 1923-25.<BR>Deel 47 <I>Het snoer der ontferming</I> (1995). Verscheen oorspronkelijk in 1924.<BR>Deel 48 <I>Nippon</I> (1992). Verscheen oorspronkelijk in 1925.<BR>Deel 49 <I>Ongebundeld werk</I> (1996). <BR>Deel 50 <I>Ongepubliceerd werk</I> (1996).&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/06/2027/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Richard Steegmans</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2096/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2096/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 May 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2096</guid>
		<description><![CDATA[Richard SteegmansRichard Steegmans (Hasselt, 1952) heeft met Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid onlangs een van de gedichtenbundels geschreven in de tweede, hernomen, Windroosreeks. Drie jaar eerder debuteerde hij al met Uitgeslagen zomers in de kleurenreeks van Perdu.Uitgeslagen zomers beslaat vijf afdelingen: ‘Liefde – verdacht’, ‘Echofiel’, ‘Schaduw van de achterman’, ‘Kakelland, katoenveld’ en ‘Zonnelist’. Uit ‘Schaduw [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Richard Steegmans<BR><BR>Richard Steegmans (Hasselt, 1952) heeft met <I>Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid</I> onlangs een van de gedichtenbundels geschreven in de tweede, hernomen, Windroosreeks. Drie jaar eerder debuteerde hij al met <I>Uitgeslagen zomers</I> in de kleurenreeks van Perdu.<BR><I><BR>Uitgeslagen zomers</I> beslaat vijf afdelingen: ‘Liefde – verdacht’, ‘Echofiel’, ‘Schaduw van de achterman’, ‘Kakelland, katoenveld’ en ‘Zonnelist’. Uit ‘Schaduw van de achterman’:<BR><BR><BR>De lucht is van draden<BR><BR>Van een vogel die zonder weerwerk<BR>door een spervuur van insecten vliegt<BR>wil het toeval dat het de sperwer is.<BR><BR>Van op de grond verkijkt men zich op hete lucht<BR>die zonder de ballast van een zandkorrel opstijgt,<BR>tegen de vogel schertst men over het toeval<BR>waar zijn roofruim aan overgelaten is.<BR><BR>Onder het gonzen hangt een ballon in de draden.<BR>Het scherpste beeld toegedaan is wie de lucht<BR>in hem hangen ziet aan een spinselmisse –<BR>uit vrouwenhemden los te woelen –<BR>zijden draad.<BR><BR>Men zal een vogelprooi oplaten in het toeval<BR>dat zich op de landerijen laat verschalken<BR>door hoofden die boven de kooi uitsteken.<BR><BR><BR>‘De lucht is van draden’ laat het toeval binnen een scenario los. Een vogel vliegt rond in de lucht. Het is volkomen toevallig een sperwer, die zich voortbeweegt in een roofruimte die alweer door toeval wordt gedicteerd – en niet verder in positieve of negatieve zin wordt benoemd. Of zo toch wordt beschouwd door degene die observeert. Onder het gonzen van de insecten, onder dat geluid, hangt een beeld: een ballon. Maar het scherpste beeld is voor wie de lucht in de ballon ziet hangen aan een zijden draad. Die dreiging – aan een zijden draadje hangen – lijkt te verwijzen naar de figuurlijke draden in de lucht. Wordt alles, ondanks die eerst zo overdadig uitgesproken toevalligheid, niet georkestreerd? Wordt de onbevangen blik van de toeschouwer niet bedrogen, of op zijn minst onbewust gericht? Moet hij wat hij ziet niet beschouwen als een marionettenspel? De laatste strofe lijkt dat te impliceren. Het toeval dat zich laat verschalken door hoofden boven een kooi, die de aandacht van de vogel richten op een vogelprooi. Gevangenschap wordt ingeruild voor een gewisse dood. Het toeval is in die laatste confrontatie omgeslagen in een soort wetenschap. Of is het de dichter die de lezer ensceneert?<BR><BR>Richard Steegmans bouwt zijn gedichten in <I>Uitgeslagen zomers</I> minutieus op. De observatie wentelt zich al snel in de richting van een benoemen, namen geven. Niet zozeer om te definiëren, maar om te suggereren. Om van de bijna verborgen dieptes flarden te laten bovendrijven. Oppervlakte en diepte gaan zich samen manifesteren, of toch een soort samenspel van mogelijkheden aanreiken vanuit de blik van de toeschouwer. Richard Steegmans schrijft rijke poëzie. Hij schuwt de taal niet en laat zich ook niet vangen in een gesloten spel van eerst observatie en dan beschouwing. Hij drijft het verder: misschien als een danser, ‘die steeds meer vloer aansnijdt, uitspansel zoekt tussen de benen’. Taal en fictie dringen binnen in zijn poëzie, maar op zo’n manier dat de observatie daar voor een deel door wordt bepaald. Lichamen spreken meer dan alleen maar mee. En tussen al die verschillende signalen komen ook nog eens de gedachten op: woorden en beelden die het staan in en kijken naar de wereld zo intens en diffuus maken. Nooit om tot een absoluut beeld te komen, maar om mogelijkheden aan te reiken, verschillende zienswijzen, die de zijne of die van anderen zijn.<BR><BR>Zo ook in <I>Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid</I>, onlangs verschenen in de Windroosreeks. De bundel bevat onder meer gedichten die in 2004 al in de tijdschriften <I>DWB</I>, <I>Parmentier</I>, <I>Deus ex Machina</I> en <I>Krakatau</I> verschenen. In het openingsgedicht, ‘Vriendinnen, woorden weghalend’, spreekt een man over zijn vriendinnen, een oude en een nieuwe, die weg zijn. ‘Losgelaten’, schrijft Richard Steegmans, ‘zoals de briefschrijver na veel bedenktijd / een anekdote achter zijn plompe woorden opheft / zoals de huid aan zomerse tinten inboet / naarmate in een handspiegel de herfst verstrijkt’. Op het eerste gezicht zijn dat vergelijkingen van dat ene relationele loslaten met andere vormen van afscheid. Maar die interpretatie schept zeker geen volledig beeld van het optreden van de dichter. Het gedicht baadt immers in veelvuldige referenties aan taal. De vriendinnen halen, in de titel, woorden weg. Uit de mond van de man in het gedicht die door te spreken over het afscheid, ook de woorden die de vrouwen omringen letterlijk uitspreekt, loslaat? Of verbant de man misschien de talige constructies die hij rond de vrouwen heeft opgebouwd? En waarom verstrijkt de herfst in een handspiegel? Gebeurt dat ook niet als je er rechtstreeks naar kijkt? Waarom is die reflectie zo belangrijk? Misschien verliest op dat moment de man zowel een fysieke herinnering, als een woordelijke. Uit het oog, uit het hart. De eigen reflectie in de spiegel brengt het voorbijgaan (de herfst) fysiek in beeld, en net als de huid, worden ook de gedachten aan de vriendinnen steeds vager. Richard Steegmans sluit het gedicht af met ‘wat door de ene verbluffend is afgedaan / als een anekdote op de rand van het adorabele / blijft voor de anderen een bloedernstig bod tegen het ongenaakbare’. Opnieuw duiken er verschillende zienswijzen op. En opnieuw kunnen die zienswijzen gericht zijn op taal of op de wereld. Maar hier lijkt een dichter naar voren te treden die de lezer aanspreekt over de poëzie die hij nu leest. Alsof dat de al gemaakte keuze is: de adorabele anekdote of het bloedernstige bod tegen het ongenaakbare. Of worden met het lezen die woorden ook weggehaald?<BR><BR>Nog als afsluiter een fragment uit het mooie ‘Verwisseling van de hoofden’ uit <I>Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid</I>. Een gedicht dat gegrond is in de herinnering aan de Limburgse steenkoolmijnen en waarin de dichter terugkeert naar de gevoelens en gedachten die hij als tienjarige jongen had bij het harde werk van zijn vader:<BR><BR><BR>Het ijverig bespuugde eelt in zijn handen is verdwenen.<BR>Op zijn schouders staat soms mijn hoofd, dat bevangen<BR>raakt door enge gedachten aan de reusachtige dreiging<BR>van zware aardlagen op de diepdonkere, hete delfplek,<BR>waar een claustrofobie, het eeuwig uitschurend stof en<BR>nesten van ratten de totale schedelholte willen innemen.<BR><BR><BR>Of op mijn schouders zijn hoofd, waarin ik eenvoudig denk<BR>de dood te kunnen afhouden die hem onder de grond stopt.<BR><BR>Van Richard Steegmans verschenen al:<BR></p>
<p><BR><EM>Uitgeslagen zomers</EM>. Deel 4 van de Kleurenreeks. Uitgeverij Perdu, Amsterdam 2002.<BR><EM>Ringelorend zelfportret op haar leeuwenhuid</EM>. In de Windroosreeks. Uitgeverij Holland, Haarlem 2005.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2096/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verbeke, Annelies</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2095/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2095/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 23 May 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2095</guid>
		<description><![CDATA[Annelies Verbeke werd in 1976 geboren in Dendermonde, België. Ze studeerde Germaanse Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Gent en scenarioschrijven aan het Rits in Brussel. Haar scenario DOGDREAMING werd geselecteerd voor European Pitch Point 2003, een grote scenariowedstrijd tijdens het filmfestival van Berlijn. De Belgische Stichting Roeping overlaadde haar in prijzen. Eind 2003 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Annelies Verbeke werd in 1976 geboren in Dendermonde, België. Ze studeerde Germaanse Taal- en Letterkunde aan de universiteit van Gent en scenarioschrijven aan het Rits in Brussel. Haar scenario DOGDREAMING werd geselecteerd voor European Pitch Point 2003, een grote scenariowedstrijd tijdens het filmfestival van Berlijn. De Belgische Stichting Roeping overlaadde haar in prijzen. Eind 2003 werd haar debuutroman&nbsp;<EM>Slaap!</EM> uitgegeven bij uitgeverij De Geus. Ondertussen is het boek aan zijn tiende druk toe en ontving het lovende recensies en ontving ze de Vrouw &amp; Kultuur Debuutprijs. Verder werd haar verhaal &#039;Affaires&#039;, een voorsmaakje van haar volgende roman, opgenomen in <EM>Magazijn</EM>, een uitgave van Uitgeverij 521 i.s.m. Literair Nederland die de nieuwe generatie schrijvers voorstelt. Annelies Verbeke werkt momenteel aan scenario&#039;s en een nieuwe roman. Nu en dan schrijft zij filmrecensies en journalistieke artikels. In het tegendraadse maandblad <EM>Deng</EM> heeft zij een vaste column.<BR><BR>&#039;Mijn verhalen gaan meestal over de underdog, omdat die volgens mij dichter bij de essentie van het leven staat en interessanter is in zijn zoektocht naar een waarheid voor zichzelf. Ik wil mensen ontroeren, aan het lachen maken en een gevoel van verbondenheid meegeven, in de hoop dat ze daardoor, al was het maar heel even, wat dichter bij elkaar komen.&#039;<BR>(bron: www.stichtingroeping.be)<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR>Na de Vrouw &amp; Kultuur Debuutprijs 2004 en de Debuutprijs 2004 van het Vlaamse boekenvak heeft Annelies Verbeke voor het veelgeprezen <I>Slaap!</I> nu ook het Gouden Ezelsoor gewonnen. Tijdens Accolade 2005 in de Beurs van Berlage in Amsterdam heeft heeft Jan-Dirk Knol, directeur van papiergroothandel Proost en Brandt, vandaag deze jaarlijkse prijs van de Grafische Cultuurstichting aan haar uitgereikt.<BR>Van de roman werden in het eerste halfjaar na verschijnen 15.595 exemplaren verkocht. Inmiddels zijn dat er meer dan 40.000 en is het boek in negen landen uitgebracht. Het aantal verkochte exemplaren is echter niet het enige criterium bij het toekennen van de prijs. De jury, onder voorzitterschap van Marieke Bemelman, wordt geacht ook te beoordelen of een inzending als een literair werk kan worden beschouwd en of toekenning van de prijs in overeenstemming is met de doelstelling.<BR>De jury prees de compositie, de stijl en het taalgebruik van <I>Slaap!</I>, alsmede de fantasie van de schrijfster en haar vermogen de spanning te doseren. Aan de prijs zijn een oorkonde en een bedrag van 5000 euro verbonden. <o:p></o:p><BR>In <EM>Slaap!</EM>van Annelies Verbeke leidt Maya, de hoofdpersoon, aan slapeloosheid. Ze probeert alles om ervan af te komen. De wereld ziet er heel anders uit wanneer je bijna de hele nacht wakker ligt naast een heerlijk slapende partner. Niets helpt haar van haar slapeloosheid af. Wanneer haar vriend Remco zijn biezen pakt gaat Maya s nachts dwalen en maakt de slapende medemens wakker. Tot ze een andere slapeloze ontmoet. &#039;Dat ik Benoit de Gieter in één nacht tot Vriend had uitverkoren vloeide niet alleen voort uit mijn behoefte aan een soortgenoot. Het was een verdrukte drang naar contact die mij dreef.&#039;<BR>De slapeloosheid van beiden leidt tot een vorm van depressiviteit. Benoit, die een stuk ouder is dan Maya heeft al een psychiatrisch verleden. De doorwaakte uren en het overmatige drankgebruik moeten wel tot een ondergang leiden.&nbsp;<BR>&nbsp;Maya rijdt met haar fiets in de gleuf van de tramrails en komt onder een vrachtwagen terecht. Annelies Verbeke weet het zo te beschrijven dat het in het midden blijft of het een ongeluk is of een schreeuw om hulp. Benoit vergaat het even slecht. Hij lijdt aan waanvoorstellingen en wordt onder dwang opgenomen in een psychiatrische inrichting. <BR>Nadat Maya uit het ziekenhuis ontslagen is verkoopt ze al haar spullen en gaat zwerven om zichzelf te ontlopen en om Benoit te zoeken. <BR><BR>AV</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2095/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dorus Vrede</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2146/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2146/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 May 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2146</guid>
		<description><![CDATA[Vastgelegd in zwart en wit Een zwartwit foto van een man die achter een eenvoudig schooltafeltje op een erf zit te schrijven op een typemachine. Geen grasveld, maar wit zand, een palmboom erbij, de hitte haast voelbaar. Gelukkig bedenk je de verkoelende bries er ook zo bij. Wie de foto van Michel Szulc-Krzyzanowski bekijkt in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Vastgelegd in zwart en wit</strong></p>
<p>Een zwartwit foto van een man die achter een eenvoudig schooltafeltje op een erf zit te schrijven op een typemachine. Geen grasveld, maar wit zand, een palmboom erbij, de hitte haast voelbaar. Gelukkig bedenk je de verkoelende bries er ook zo bij. Wie de foto van Michel Szulc-Krzyzanowski bekijkt in de uitgave <em>Woorden die diep wortelen</em> van Michiel van Kempen loopt een grote kans om overtuigd te raken van het idee dat schrijven in Suriname het mooiste is dat een mens op deze aarde kan doen.</p>
<p>Dorus Vrede is de man op die foto. Hij weet uit eerste hand dat het leven in Suriname de schrijvers vaak de kans niet geeft om dit idyllische plaatje werkelijkheid te laten worden. Wie Van Kempen’s tekst bij de foto leest ziet ook hoe de dagelijkse strijd om brood op te plank te krijgen in Suriname vaak zo zwaar is dat het haast verwonderlijk is dat er überhaupt nog letterkundige werken tot stand komen in de voormalige kolonie.</p>
<p>Een baan in het onderwijs vormt de hoofdmoot van Vrede’s werkend bestaan. In zijn vrije tijd schrijft hij echter graag. Veel poëzie, vaak liedjes die hij zingt waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidt. Daarbij maakt hij veel gebruik van folkloristische elementen uit de Saramaccaanse orale literatuur. Naast poëzie heeft hij ook proza geschreven en uitgegeven.</p>
<p>Vrede is op 16 februari 1949 geboren in Lombé, een plaatsje aan de Surinamerivier, dat nu midden in het stuwmeer ligt. De gevolgen die de bouw van de stuwdam te Afobaka en de aanleg van het Van Blommesteijnmeer hadden voor de Saramaccaanse bosnegers in dat gebied, zijn zeer ingrijpend geweest. De gedwongen verhuizing van hele dorpsgemeenschappen, oftewel de transmigratie, is dan ook een terugkerend thema in Vrede’s werk. Ook de problemen die de trek van binnenland naar de stad veroorzaakte wordt belicht. De hoofdtaal is Nederlands, maar er wordt ook stevig gebruik gemaakt van Saramaccaans, Sranan (Suriname’s lingua franca) en hier en daar wat Aucaans (of N’Dyuka) en Kromanti (geheimtaal van de marrons).   </p>
<p>Groenhartbloemen</p>
<p>Groenhartbloemen langs de rivier<br />
heldergeel als stadse lichten<br />
|De vissen groeten je<br />
Het rivieroppervlak is mooi<br />
als feesten van watergoden<br />
Groenhartbloemen langs de rivier<br />
in welk teken sta je<br />
zonneschijn of regen?</p>
<p>(Dorus Vrede –<em> Otobanda / De andere oever</em>, Paramaribo, 1992)<em></p>
<p>Gyantifolo</p>
<p>Gyantifolo a bandyalio<br />
ndonu yënge kuma fotofaya<br />
Dee fisi ta dai odi<br />
Di libawatta hansé<br />
kuma wattagadu fesa<br />
Gyantifolo a bandyalio<br />
un maaka i tyako<br />
sonu nöö tyuba?<br />
(Saramaccaans)<br />
(Dorus Vrede –<em> Otobanda / De andere oever</em>, Paramaribo, 1992)</p>
<p>Stemmen van verre landen<br />
roepen mij<br />
op zo’n laat uur</p>
<p>Zacht gitaargetokkel<br />
leest mijn levensverhaal<br />
op de snaren</p>
<p>Het licht van de olielamp<br />
is moe geworden<br />
het gaat zoetjesaan uit</p>
<p>Een jongetje<br />
dat me gezelschap hield<br />
is gaan slapen<br />
en droomt zijn eigen droom</p>
<p>Zie hoe ik eenzaam<br />
achterblijf<br />
Zie wat de muziek<br />
met een man kan doen</p>
<p>(Dorus Vrede –<em> Otobanda / De andere oever</em>, Paramaribo, 1992)</p>
<p>Fara kondre sten<br />
kar’ mi nen<br />
so wan lati ten</p>
<p>Safri sten f’ gitari<br />
leis’ mi libi<br />
na tapu den snari</p>
<p>Na faya fu na tamundu<br />
kon weri<br />
a e saka gwe<br />
safri safri</p>
<p>Wan p’kin boi<br />
di ben s’don na mi sei<br />
go sribi<br />
èn dren en eigi dren</p>
<p>Luku fa mi wawan tan<br />
ala di na her’ kondre sribi<br />
Luku san na musiki<br />
kan du nanga wan man</p>
<p>(Sranan)<br />
(Dorus Vrede –<em> Otobanda / De andere oever</em>, Paramaribo, 1992)</p>
<p><strong>Werk van Dorus Vrede:<br />
</strong></em></p>
<p><em><strong> </strong><em>- Rond het sterfbed van mijn dorp</em> – Verhalenbundel – 1ste druk, 1986 (Pater Ahlbrinck Stichting, Paramaribo); 2de druk, 1990 (In eigen beheer, Paramaribo).</p>
<p>- <em>Otobanda / De andere oever</em> – Poëzie – 1ste druk, 1992.</p>
<p>- <em>Als ik zwijg bloedt mijn hart</em> – Verhalenbundel – 1ste druk, 1997.</p>
<p><span style="font-style: normal;">Marieke Visser</span></p>
<p></em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2146/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>W.J. Otten</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2094/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2094/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 09 May 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2094</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Wie gevonden heeft, heeft slecht gezocht.&#039;Deze uitspraak, gedaan in een interview in Vrij Nederland, is kenmerkend voor Willem Jan Otten. Hij reageerde met deze zin op de opmerking van interviewer Albrecht die hem vroeg naar zijn de laatste jaren nadrukkelijk beleden religieuze besef. Blijf je zoeken en denken als je in levensbeschouwelijke zin iets gevonden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><I>&#039;Wie gevonden heeft, heeft slecht gezocht.&#039;<BR></I><BR>Deze uitspraak, gedaan in een interview in <I>Vrij Nederland</I>, is kenmerkend voor Willem Jan Otten. Hij reageerde met deze zin op de opmerking van interviewer Albrecht die hem vroeg naar zijn de laatste jaren nadrukkelijk beleden religieuze besef. Blijf je zoeken en denken als je in levensbeschouwelijke zin iets gevonden hebt? Otten citeerde Dietrich Bonhoeffer (&#039;Een God die bestaat, bestaat niet&#039;) om aan te geven dat (onder)zoeken geboden blijft.<BR>Willem Jan Otten staat te boek als een zoekend schrijver die in zijn romans en essays een gedachtegang ontwikkelt en tot antwoorden tracht te komen. &#039;Als geen ander wekt Otten de indruk dat hij echt denkt op papier, zoals hij ook al formulerend kijkt, luistert en voelt,&#039; schreef Jacq Vogelaar. Dat alles heeft ook te maken met zijn zoeken naar &#039;de waarde van bindingen en het verlies daarvan&#039;. Religie is daarbij van belang omdat het &#039;het vermogen om bindingen aan te gaan aanleert&#039;. In het interview in <I>Vrij Nederland</I> betrok Otten dat zoeken naar bindingen op het &#039;missen&#039; dat in zijn gedichten een rol speelt en dat hij mede verklaart uit het feit dat zijn vader vroeg uit zijn leven verdween. <BR>Het missen van iets of iemand dat in de gedichten van Willem Jan Otten vaak aan de orde is, blijkt uit de titel van zijn in 1994 verschenen keuze uit eigen werk: <I>Het was missen op het<B> </B>eerste gezicht</I>. In <I>Paviljoenen</I> (1991) staat de figuur van Penelope centraal. Jaren wachtte zij op de terugkomst van Odysseus, terwijl mannen naar haar hand dongen. Ze zei pas te kunnen hertrouwen na een lijkwade te hebben voltooid. Maar &#039;s nachts haalde ze het weefwerk van overdag weer uit. Het missen is wat Penelope en Odysseus bij Otten verbindt. De verbeelding van hereniging staat voorop. Ze is Penelope zolang ze Odysseus mist. In het eerste gedicht van de bundel zendt ze hem dan ook &#039;ter Odyssee&#039;. <BR>Zeven jaar duurde het na <I>Paviljoenen</I> voor Willem Jan Otten een nieuwe dichtbundel uitbracht. <I>Eindaugustuswind</I> (1998) is een zowel qua omvang als inhoudelijk zeer rijke bundel die werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. In haar verantwoording van de nominaties schreef de jury dat het lezen van de gedichten van Otten vergeleken kan worden met een schaatstocht op een zojuist dichtgevroren meer: zijn poëzie is gepolijst aan de oppervlakte met een intrigerende en duistere wereld daaronder. Het is een beeld dat goed aansluit bij de bundel zelf, waarin water en wind, ijs en wakken belangrijke elementen zijn. Otten roept oer-Hollandse landschappen op in fraaie beelden en beschrijft ze in melodieuze, zinnelijke gedichten. Dat doet hij zonder grote knaleffecten, maar eerder op fluistertoon. <BR>Wie dat wil of wie er gevoelig voor is, kan in veel gedichten in <I>Eindaugustuswind</I> een religieuze of mystieke lading ontwaren. In de uit drie verzen bestaande titelreeks valt onder meer te lezen: &#039;Ik twijfel niet aan uw bestaan zo lang u tot mij zwijgt&#039;. Maar telkens is er toch die twijfel, de noodzaak om verder te zoeken: &#039;Ook als het waar is wat we weten &#8211; en niets ons wacht, heus, heus&#039;.<BR>’tten8mei2005Ik wilde met de ogen van iemand anders naar mezelf kijken.’ Met die zin besloot Otten in een interview in <I>Trouw</I> de beschrijving van een jeugdherinnering: hoe hij voor de spiegel zichzelf als hoofdfiguur van een van zijn geliefde Gouden Boekjes (<I>De kleine indiaan</I>) voorstelde. Kijken, niet kunnen kijken, het verlangen naar (film)beelden, de spanning van het bekeken worden: het zijn stuk voor stuk in het oog springende constanten in het werk van Otten. Dit hangt samen met de ook veel voorkomende thematiek van identiteit, het gebrek daaraan en de rol die de blik van de ander daarbij speelt. Het essay <I>Denken<B> </B>is<B> </B>een<B> </B>lust</I> (1985) is een persoonlijk betoog over pornografie en het aantrekkelijke van scènes waarin mensen in feite volstrekt inwisselbaar zijn, geen eigen identiteit hebben. Zijn eigen kijkervaringen bij het (her)zien van klassieke films beschreef Otten in de bundel <I>Het<B> </B>museum<B> </B>van<B> </B>licht</I> (1991). In <I>De<B> </B>wijde<B> </B>blik</I> (1992) is de thematiek van kijken en bekeken worden wel zeer sterk aanwezig. Hoofdpersoon Lex is een scheel kijkende filmrecensent. Zijn vrouw Susan wordt na een ongeval blind. Beiden leiden een voor de ander ongezien leven. <BR>&#039;Er is altijd een derde&#039; in de relaties in het werk van Otten. Dat heeft alles te maken met het verlangen naar beelden, naar scènes, het kijken en het bekeken willen worden. Zo stelt Lex zich in <I>De<B> </B>wijde<B> </B>blik</I> Joan (zijn minnares) voor als hij met Susan vrijt. In de bundel <I>Na<B> </B>de<B> </B>nachttrein</I> uit 1988 staat een gedichtencyclus met de expliciete titel &#039;Er is een derde&#039;. Daarin is de derde soms een afsplitsing van de ikpersoon, worden zelf kijken en bekeken worden gecombineerd als in de Griekse mythe over Amphitryon die hoort van de geweldige liefdesnacht die zijn vrouw met hem beleefd denkt te hebben, hoewel in feite Zeus, in de gedaante van Amphitryon, haar minnaar was.<BR>Wat doe je als je weet dat iemand dood wil? Om die vraag gaat het in Ottens roman <I>Ons<B> </B>mankeert<B> </B>niets</I> (1994). Aan diverse personages wordt deze vraag gesteld, maar centraal staat de manier waarop de hoofdfiguur en verteller (de 35-jarige huisarts Justus van Loef) met een dergelijke kwestie is omgegaan. <I>Ons<B> </B>mankeert<B> </B>niets</I> is opgezet als een verantwoording van Justus (tegenover een tuchtcollege, tegenover God?) voor het feit dat hij niets heeft gedaan na een verzoek van zijn voorganger Dokter Daan hem een dag later te bezoeken, terwijl het Justus gedurende de dag steeds duidelijker werd dat hij de man, die in het dorp nog steeds als &#039;de dokter&#039; geldt, dood zou aantreffen. <BR>Door het thema werd <I>Ons<B> </B>mankeert<B> </B>niets</I> betrokken in discussies rond euthanasie en het recht op zelfbeschikking. Otten nam zelf actief aan die discussies deel in <I>Trouw</I> en<B> </B><I>NRC<B> </B>Handelsblad</I>. Een uitvloeisel van deze roman was ook Ottens artikel over het begrip erfzonde in de <I>NRC</I>. Dit leidde tot veel reacties en tevens tot een heftige discussie met overtuigd atheïst Rudy Kousbroek. <BR>Willem Jan Otten werd op 4 oktober 1951 geboren in Amsterdam en groeide op in een milieu waar muziek een belangrijke rol speelde. In 1959 verhuisde het gezin naar het Noord-Hollandse Laren. Zijn ouders scheidden toen Otten acht jaar was. Na het eindexamen gymnasium in 1970 ging hij in Amsterdam filosofie (één jaar) en Engels studeren. Als toneel- en literatuurrecensent werkte hij tussen 1975 en 1982 voor <I>Vrij<B> </B>Nederland</I>. Onder het gezamenlijke pseudoniem Wilhelm Schön schreef hij in die periode met Elmer Schönberger ook operarecensies en voor het tijdschrift <I>Key<B> </B>Notes</I> bijdragen over muziektheater. Vervolgens werkte Otten, die getrouwd is met de schrijfster Vonne van der Meer, als dramaturg voor de Toneelgroep Baal. <BR>Zijn schrijversloopbaan begon hij als dichter, met de bundel <I>Een<B> </B>zwaluw<B> </B>vol<B> </B>zaagsel</I> (1973). In 1978 werd zijn eerste toneelstuk, <I>Henry<B> </B>II</I>, in boekvorm gepubliceerd. Ottens bekendste toneelstuk is <I>Een<B> </B>sneeuw</I> dat in 1983 op de planken werd gebracht en in 1997 opnieuw werd gespeeld. Als proza-auteur debuteerde hij in 1990 met de novelle <I>Een<B> </B>man<B> </B>van<B> </B>horen<B> </B>zeggen</I>. Zowel voor de hoofdpersonen in beide toneelstukken als in de novelle geldt dat zij, onmachtig door respectievelijk geheugenverlies, verlies van spraakvermogen en de dood, hun identiteit ingevuld zien door de herinneringen of het beeld van anderen.<BR>In 1999 ontving hij de Constantijn Huygensprijs ter bekroning van zijn hele oeuvre.<BR>Vorig verscheen na een lange pauze eindelijk weer een roman van Otten, <I>Specht en zoon</I>, waarmee hij dit jaar de Libris-prijs won.<BR><BR>Bibliografie:<BR><BR><I>Een man van horen zeggen</I> (1984)<BR><I>Het museum van licht</I> (1991)<BR><I>Paviljoenen</I> (1991)<BR><I>De wijde blik</I> (1992)<BR><I>De letterpiloot</I> (1994)<BR><I>Ons mankeert niets</I> (1994)<BR><I>Eindaugustuswind</I> (1998)<BR><I>Het wonder van de losse olifanten</I> (1999)<BR><I>Eerdere gedichten</I> (2000)<BR><I>Op de hoge</I> (2003)<BR><I>Specht en zoon</I> (2004)<BR><BR>Bronnen: Biblioweb.nl en mabelis.nl<BR><BR>DdH</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2094/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Frank Koenegracht</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2093/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2093/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 02 May 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2093</guid>
		<description><![CDATA[Frank (Franklin Hendrikus) Koenegracht werd op 23 juli 945 geboren te Rotterdam. In 1970 stuurde hij, op aanraden van Lucebert en na enkele publicaties in Maatstaf, zijn gedichten op naar de Bezige Bij. Dit resulteerde een jaar later in zijn debuutbundel Een gekke tweepersoonswesp. Vijf jaar later volgde zijn tweede bundel Camping De Vrijheid. Over [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Frank (Franklin Hendrikus) Koenegracht werd op 23 juli 945 geboren te Rotterdam. In 1970 stuurde hij, op aanraden van Lucebert en na enkele publicaties in <em style="mso-bidi-font-style: normal">Maatstaf</em>, zijn gedichten op naar de Bezige Bij. Dit resulteerde een jaar later in zijn debuutbundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Een gekke tweepersoonswesp. </em>Vijf jaar later volgde zijn tweede bundel <em style="mso-bidi-font-style: normal">Camping De Vrijheid. </em></p>
<p>Over deze bundel schreef Kees Fens in <em>de Volkskrant </em>van 18 september 1976: &#8216;In deze bundel gaat het heel wat soberder toe. Waar dan weinig eenheid en samenhang tegenover staat. En nogal wat kwaliteitsverschil. Het best is deze dichter in hekelende gedichten als &#8216;Liedje dat rondgaat&#8217; en vooral in het vrij grote &#8216;Ballade van de middenste man&#8217;, verreweg het beste uit het bundeltje. Hier wordt het woord weer eens een heel effectief wapen. Maar kennelijk is rond die paar sterke verzen (waartoe ik ook &#8216;Amoureuze luchtvaart&#8217; reken, bij deze gedichten gaat poëzie ineens weer over iets) nogal wat belegens gegroepeerd teneinde de bundel te halen. En ook dat is dan jammer&#8217;.</p>
<p>Over het algemeen wordt zijn werk echter positief ontvangen in de pers en in 1990 ontving Koenegracht de Anna Blamanprijs en in 2001 kreeg hij de Frans Erens-prijs, beide onderscheidingen voor zijn gehele oeuvre. <em style="mso-bidi-font-style: normal"></em></p>
<p>Koenegracht treedt weinig op de voorgrond. In het dagelijks leven werkt hij als psychiater. De studie psychiatrie koos hij, naar eigen zeggen, uit weerzin tegen de geïnstitutionaliseerde geneeskunst.</p>
<p>Meer achtergrondinformatie over het werk van Frank Koenegracht is <a href="http://www.kb.nl/dichters/koenegracht/koenegracht-01.html">hier </a>te vinden. Over de ontvangst van Koenegracht in de kritiek kun je <a href="http://www.kb.nl/dichters/koenegracht/koenegracht-04.html">hier </a>lezen. </p>
<p><strong>Bibliografie </strong><br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=822909790&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Een gekke tweepersoonswesp</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1971.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=782651720&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Camping De Vrijheid</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1976.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=80108864X&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Stichting De Drie Lichten</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1980.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=850581648&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Vuilniszakken</a></em><br />
Wijhe: Elferink, 1984.<br />
[Bibliofiele uitgave]<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=840835523&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Naief</a></em><br />
[Leiden]: [F. Koenegracht], 1984.<br />
[Bibliofiele uitgave, uitgebracht in zes exemplaren]<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=840267355&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Vijf gedichten</a></em><br />
Wijhe: [Elferink], 1984.<br />
[Bibliofiele uitgave]<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=850012740&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Praag</a></em><br />
Wijhe: [Elferink], 1985.<br />
[Bibliofiele uitgave]<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=861943759&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Epigrammen</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1986..<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=052676951&amp;DB=1&amp;LNG=NE">De verdwijning van Leiden: gedichten 1971-1981</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1989.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=105154938&amp;DB=1&amp;LNG=NE">De mussen en andere gedichten</a></em><br />
Assen: Elferink, 1993.<br />
[Bibliofiele uitgave]<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=115695826&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Zwaluwstaartjes</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1994.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=189822600&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Zullen we dansen, schat?: gedichten en tekeningen</a>.</em><br />
Leiden: Uitgeverij de Botermarkt, 1999.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=188782850&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Alles valt</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 1999.<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal"><a href="http://opc4.kb.nl/PPN?PPN=245548203&amp;DB=1&amp;LNG=NE">Vroege sneeuw: gedichten 1971-2003</a></em><br />
Amsterdam: De Bezige Bij, 2003.</p>
<p>AMvdP</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/05/2093/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>A. Marja</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2140/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2140/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 25 Apr 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2140</guid>
		<description><![CDATA[Dichter tegen wil en dank In de laatste editie van de dikke Komrij is hij vertegenwoordigd met twee gedichten en zo wordt hij nog enigszins aan de vergetelheid onttrokken: A. Marja. Zijn bundels zijn alleen nog maar te vinden in de stoffige uithoeken van antiquariaten en alleen zijn eerste en enige roman Snippers op de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dichter tegen wil en dank</strong></p>
<p>In de laatste editie van de dikke Komrij is hij vertegenwoordigd met twee gedichten en zo wordt hij nog enigszins aan de vergetelheid onttrokken: A. Marja. Zijn bundels zijn alleen nog maar te vinden in de stoffige uithoeken van antiquariaten en alleen zijn eerste en enige roman <em>Snippers op de rivier</em> heeft nog wel eens een herdrukje gekregen.<br />
Arend Theodoor Mooij wordt op 8 maart 1917 geboren in Oude Leye (Friesland). Zijn vader was predikant bij de Vrije Evangelische Gemeente, net als diens vader. In zijn jeugd is Marja vaak ziek en daarom leert zijn moeder hem als vroeg lezen en schrijven. Als hij veertien is, overlijdt zijn moeder aan kanker. Dat moet een aangrijpende ervaring zijn geweest, want hij publiceert later vele verzen over een (dode) moederfiguur.<br />
Op de HBS gebruikt Marja voor het eerst zijn pseudoniem, dan nog Arthjo Marja. Zijn eerste gedicht ‘Mijn volk’ wordt gepubliceerd in <em>Volk en Vaderland</em>, een NSB-blad en kent de brallerige openingszin: ‘Waar is toch in mijn land die trotsche hoop gebleven’. Gelukkig herstelt hij die faux pas door, ver voor de Tweede Wereldoorlog, laatdunkend over het nazisme te schrijven. (Toen Marja na de oorlog enkele letterkundigen had aangevallen op hun rol in de oorlog, werd dit ‘verleden’ van Marja weer opgerakeld door Hans van Straten en door W.F. Hermans.<br />
Na de HBS gaat Marja Nederlands studeren, maar na een jaar houdt hij er al gedesillusioneerd mee op, dankzij het totale gebrek aan belangstelling voor moderne letterkunde aan de faculteit. Hij wordt journalist.<br />
In de oorlog helpt hij bij het opzetten van een illegale reeks, waarin werk voorkomt van onder meer Gerrit Achterberg, Simon Vestdijk en Koos Schuur. Hij is niet echt betrokken bij het verzet. Een zeer ernstige darmontsteking zorgt ervoor dat hij ook niet door de Duitsers ingezet kan worden.<br />
Marja verdeelde de dichters in zijn essayistische en kritische werk altijd in twee groepen: de anekdotici en de lyrici, waarbij hij zichzelf tot de eerste groep schaarde.<br />
Als dichter is Marja bijna altijd te laat geweest. Hij sloot zich pas aan bij de ideeën rond het tijdschrift Forum op het moment dat er al een andere wind in poëzieland waaide. Hij moest niets hebben van de Vijftigers. In 1958 schreef hij: ‘het is in poëticis altijd boeiender nieuwe wijn in oude lederen zakken te doen, met kans op barsten, dan deze wijn, zonder zakken bij de hand te hebben, zo maar uit te gieten!’ (<em>Tussen de gemaskerden</em>) Pas in zijn laatste bundel Van de wieg tot het graf komt hij terug op dat oordeel. In die bundel staan gedichten zonder rijm, zonder vaste strofenbouw en met minimale interpunctie.<br />
Als het literaire publiek hem ergens van kent, dan zijn het zijn practical jokes. Wim Hazeu schreef in de jaren tachtig een bijlage van Vrij Nederland vol over deze poëet, wat later een boekje werd en dat heet veelzeggend: A. Marja, dichter en practical joker. Hoe hij Ab Visser eens een lange dagreis naar Zeeland liet maken voor een lezing, die toen hij daar aan kwam bemerkte dat er niemand was die op hem wachtte. Hoe hij de fanfare liet aanrukken om uitzendingen uit de studio van de jonge regionale omroep te overstemmen. Hoe hij taxi’s voor jan en alleman bestelde. De door hem bewonderde Achterberg zei al: ‘Je moet veel van Marja houden om van hem te kunnen houden.’<br />
Op 10 januari 1964 overleed hij: als dichter niet echt geliefd, als criticus niet echt gevreesd.</p>
<p><em>Ik riep mijn moeder, maar zij was<br />
al lang gestorven en begraven,<br />
en buiten zag ik kind’ren draven<br />
door het besneeuwde voorjaarsgras,</p>
<p>en ik wist, dat er nooit een kind<br />
naar haar zou heten, maar ik zag<br />
mij schrijvend aan het boek, waarin<br />
haar wezen zou zijn saamgebracht.</p>
<p>Het is vergeefs: wie dag en nacht<br />
vergeefs met woorden heeft gewacht<br />
tot een daarvan weer zingen zou,</p>
<p>beschrijft zijn moeder niet, maar lacht<br />
wat schamper om de vroeg’re rouw:<br />
zij blijkt hem vreemd, een dode vrouw<br />
</em></p>
<p>· Stalen op zicht (1937)<br />
· Eenvoudig schilderij (1939)<br />
· Omneveld havenlicht (1939)<br />
· Snippers op de rivier (1941) roman<br />
· Zon en sneeuw (1942)<br />
· Waar ik ook ga (1945)<br />
· De keuze (1947)<br />
· Van mens tot mens. Gedichten 1935-1946 (1948)<br />
· Binnendijks/Buitendijks (1949) essays<br />
· Confidentieel (1952)<br />
· Traject (1955)<br />
· Voor de bijl (1955) bloemlezing polemische geschriften<br />
· Man van dag en nacht (1956)<br />
· Over de kling (1956) bloemlezing polemische geschriften<br />
· Reislust (1957)<br />
· Zich lekker voelen (1957)<br />
· Tussen de gemaskerden (1958) proza<br />
· Wat ik speelde (1959)<br />
· Nochtans een christen (1962)<br />
· Van de wieg tot het graf (1963)<br />
· Tussen Beerta en Parijs – Nagelaten teksten (1986)</p>
<p>Links:<br />
<a href="http://www.chroom.net/marja/marja2002kv.htm">http://www.chroom.net/marja/marja2002kv.htm</a><br />
<a href="http://www.schrijversinfo.nl/marjaa.html">http://www.schrijversinfo.nl/marjaa.html</a></p>
<p>Coen Peppelenbos</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2140/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jan Cremer Sr.</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2092/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2092/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 18 Apr 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2092</guid>
		<description><![CDATA[Nederlands romanschrijver, schilder en graficus (Enschede 20.4.1940). Volgde aanvankelijk een opleiding tot kunstschilder in Arnhem, Den Haag en Parijs. Schreef vanaf 1961 reportages voor de Haagse Post. Kreeg op slag nationale en internationale bekendheid met de als ‘onverbiddelijke bestseller’ gepresenteerde autobiografie Ik Jan Cremer, waarmee hij in 1964 debuteerde. Het boek, dat moeilijk los te [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Nederlands romanschrijver, schilder en graficus (Enschede 20.4.1940). Volgde aanvankelijk een opleiding tot kunstschilder in Arnhem, Den Haag en Parijs. Schreef vanaf 1961 reportages voor de <I>Haagse Post</I>. Kreeg op slag nationale en internationale bekendheid met de als ‘onverbiddelijke bestseller’ gepresenteerde autobiografie <I>Ik Jan Cremer</I>, waarmee hij in 1964 debuteerde. Het boek, dat moeilijk los te zien is van de mentaliteitsverandering die in het midden van de jaren zestig in de Nederlandse samenleving plaatsvond, werd vooral bij de opgroeiende generatie erg populair, maar stuitte bij ouderen op veel verzet vanwege de voor die tijd ongekende vrijmoedigheid op seksueel gebied, waarvoor Henry Miller onmiskenbaar als voorbeeld had gediend. Als geen ander begreep Jan Cremer dat het schandaal rond het boek kon worden uitgebuit. Hij zelf was vaak de motor achter een aantal mythen die rond de uitgave zijn ontstaan en dat bleef niet zonder resultaat waar het de verkoopcijfers betreft.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><BR><I>Ik Jan Cremer</I> is te beschouwen als een moderne schelmenroman. Het relaas van authentieke ervaringen die de auteur-hoofdpersoon tijdens zijn vele beroepen en omzwervingen heeft opgedaan, wordt afgewisseld met de meest fantastische en avontuurlijke verhalen, zonder dat daartussen een scheiding wordt aangebracht. In de belevenissen van de hoofdpersoon nemen seksualiteit en geweld een belangrijke plaats in, maar tevens wordt hij gekenmerkt door een wat naïeve dierenliefde en een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel. De onopgesmuktheid, vaart en spanning van zijn verteltrant heeft Cremer in zijn latere werk niet meer geëvenaard.<o:p></o:p><BR><BR>In 1966 verscheen een vervolg onder de titel <I>Ik Jan Cremer. Tweede boek</I>. De controverse rond dit tweede boek komt onder meer tot uiting in de toekenning van de Prozaprijs 1967 van de gemeente Amsterdam: de jury was verdeeld en de uitreiking werd lange tijd uitgesteld.<o:p></o:p><BR><BR>Vlak na het verschijnen van <I>Ik Jan Cremer</I> vertrok Cremer naar New York waar hij actief was als schrijver, kunstschilder, fotograaf en filmer. Vervolgens schreef hij vanuit Canada reisreportages, onder meer voor <I>Avenue</I>. Lange tijd verbleef Cremer in Zwitserland en Duitsland, waar hij rust zocht om aan zijn omvangrijke roman <I>De Hunnen. Oorlog, Bevrijding, Vrede</I> (3 dln, 1984) te werken. Persoonlijke oorlogservaringen worden hierin geplaatst tegen het bredere decor van de wereldgeschiedenis waarin alles zich lijkt te herhalen.<o:p></o:p><BR><BR>Van 1976 tot 1983 verscheen de <I>Jan Cremerkrant</I>, waaruit de toenmalige populariteit van de auteur blijkt, zoals ook uit het feit dat in 1985 in Groningen een rock-opera in première ging die gebaseerd is op <I>Ik Jan Cremer</I> en die geregisseerd werd door Franz Marijnen.<o:p></o:p><BR><BR>Cremer houdt zich de laatste jaren vooral bezig met zijn schilderwerk. In 1996 was er een overzichtstentoonstelling van zijn beeldend werk in Amstelveen.<o:p></o:p><BR><BR><o:p>Bibliografie&nbsp;</o:p><BR>1964<I> Ik, Jan Cremer</I> <BR>1966 <I>Ik, Jan Cremer, tweede boek </I><BR>1969 <I>Made in USA </I><BR>1969 <I>The late late show &amp; Oklahama Motel </I><BR>1976 <I>Sneeuw, </I>reportages<BR>1978 <I>Jan Cremer&#039;s logboek </I><BR>1978 <I>Het zwijgzame korps </I><BR>1980 <I>Tropen </I><BR>1980 <I>De avonturen van Jan Cremer, </I>bevat: <I>Sneeuw, Tropen, de billen van Jan Cremer, Kerstmis op de Bahama&#039;s.</I><BR>1984 <I>De hunnen. Oorlog, Bevrijding, Vrede</I> <BR>1999 <I>De Venus van Montparnasse<o:p></o:p></I><BR>2005 <I style="mso-bidi-font-style: normal">Brieven 1956-1996</I>&nbsp; (verschijnt deze week)<o:p></o:p><BR><BR>Bron: www.dbnl.org<o:p></o:p><BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2092/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Italo Calvino</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2091/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2091/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Apr 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2091</guid>
		<description><![CDATA[Italo Calvino wordt geboren op 15 oktober 1923 in Santiago de Las Vegas, Cuba. Zijn beide ouders zijn op dat moment werkzaam als reizende botanisten. In 1925 verhuist het gezin weer naar een landgoed in San Remo, aan de Italiaanse Riviera. Calvino brengt zijn kindertijd daar door tussen de tropische bomen en planten, maar raakt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Italo Calvino wordt geboren op 15 oktober 1923 in Santiago de Las Vegas, Cuba. Zijn beide ouders zijn op dat moment werkzaam als reizende botanisten. In 1925 verhuist het gezin weer naar een landgoed in San Remo, aan de Italiaanse Riviera. Calvino brengt zijn kindertijd daar door tussen de tropische bomen en planten, maar raakt al snel geïnteresseerd in een ander soort vegetatie: die van het geschreven woord.<BR><BR>In 1940 neemt Calvino, als gedwongen lid van de Jonge Fascisten, deel aan de Italiaanse bezetting van de Franse Riviera. Een jaar later begint hij aan zijn studies landbouwkunde aan de Universiteit van Turijn, waar zijn vader lesgaf als professor tropische agricultuur. Tijdens de Duitse bezetting in 1943 breekt hij zijn studies af en sluit hij zich aan bij het Italiaanse verzet om te strijden in de Ligurische Alpen als lid van de Garibaldi Brigades. Hier is het, zo schrijft Calvino later, dat hij de kunst van het vertellen leerde kennen: bij de partizanen aan het kampvuur. In 1944 wordt hij lid van de Partido Comunista Italiano.<BR><BR>Na de bevrijding keert Calvino terug naar Turijn. Hij beslist zijn studies landbouwkunde niet voort te zetten, maar zich te werpen op de studies literatuur. Twee jaar later studeert hij af met een verhandeling over Joseph Conrad. Hij levert bijdragen voor het weekblad <I>Il Politecnico</I> en de krant <I>L&#039;Unita</I> en gaat al snel werken bij de uitgeverij Einaudi. Hier ontmoet hij Cesare Pavese en Elio Vittorini, twee neorealistische schrijvers die hem introduceren in de linkse politiek. <I>De moeilijke liefdes</I>, een bundeling korte verhalen passen in Calvino’s neorealistische periode. Ook de historicus Franco Venturi en de filosofen Norberto Bobbio en Felice Balbo gaan tot zijn vriendenkring behoren.<BR><BR>In december 1946 schrijft hij, op slechts twintig dagen, zijn eerste roman, <I>Het pad van de spinnenesten</I>. Hierin verweeft Calvino elementen uit zijn eigen jeugd bij de partizanen. Vanaf 1948 werkt hij mee aan het communistische weekblad <I>Rinascita</I>. In 1950 keert hij terug naar Einaudi en krijgt hij de verantwoordelijkheid over de literaire bijdragen in <I>La Piccola Biblioteca Scientifica-Letteraria</I>. Na het lezen van het werk van de Russische formalist Vladimir Propp raakt hij bijzonder geïntrigeerd door de morfologie van de volkse verhalentraditie. Tijdens de jaren 50 legt Calvino zich toe op het verzamelen van volkse vertellingen uit heel Italië. In 1956 publiceert hij zijn <I>Italiaanse volkssprookjes</I>.<BR><BR>Die fascinatie voor het fantastische leidt in 1952 tot de publicatie van <I>De gespleten burggraaf</I>, het eerste deel van Calvino’s latere drieluik, <I>Onze voorouders</I>. In 1957 en 1959 verschijnen het tweede en derde deel, <I>De baron in de bomen</I> en <I>De ridder die niet bestond</I>. Figuren als de gespleten burggraaf Medardo van Terralba, de baron in de bomen Cosimo Piovasco van Rondò en de ridder die niet bestaat Agilulf Emus Bertrandinus van Guildivern en de Anderen van Corbentraz en Sura, ridder van Selympia Citerior en Fez, bestaan op zich als de creatie van een grootse verbeelding, maar worden door Calvino bij een terugblik op het drieluik ook geplaatst in de realiteit van de tijdsgeest. Die vermenging van het fantastische met politieke en andere werkelijkheden is tekenend voor zijn oeuvre.<BR><BR>In 1957 verlaat Calvino de Communistische Partij. Hij reist veel en bezoekt onder andere Rusland, de VS en Cuba, waar hij in 1964 de Argentijnse vertaalster Esther Judith Singer trouwt. Intussen is zijn <I>Marcovaldo</I> verschenen, het definitieve einde van zijn neorealistische periode. In 1965 publiceert hij <I>Kosmikomische verhalen</I>, waarin hij ‘de spontane vorming van beelden en de doelgerichtheid van het redenerend denken met elkaar [wil] verenigen’. De hoofdpersoon, Qfwfq, is een altijd al aanwezige levensvorm die ‘getuige [blijkt] te zijn geweest van alles wat de theorieën over het ontstaan van het heelal veronderstellen’, maar die geschiedenis niet onproblematisch vertegenwoordigt.<BR><BR>Twee jaar later verhuist Calvino naar Parijs, waar hij gedurende vijftien jaar zal blijven terugkeren. Daar leert hij de literaire kringen Tel Quel en OuLiPo (Ouvroir de Littérature Potentielle) kennen en ontmoet hij schrijvers als Raymond Queneau, Georges Perec en Jacques Roubaud. Onder invloed van de <I>écriture à contraintes</I> roept hij op tot een literatuur die filosofie en wetenschap ademt, maar tegelijkertijd zijn afstand bewaart en theoretische abstracties en het schijnbaar concrete van de realiteit oplost. In de eerste helft van de jaren 70 verschijnen <I>De onzichtbare steden</I> en <I>Het kasteel van de kruisende levenspaden</I>. Over dat laatste boek schrijft hij zelf: ‘een boek dat een soort machine wil zijn voor de vermenigvuldiging van verhalen op basis van figuurlijke elementen met vele mogelijke betekenissen, zoals die van een spel tarotkaarten’. <I>De onzichtbare steden</I> is een boek dat zich op het complexe symbool van de stad concentreert, een symbool dat de schrijver ‘de meeste mogelijkheden heeft geboden om uitdrukking te geven aan de spanning tussen geometrische rationaliteit en wirwar van het menselijk bedrijf’. Marco Polo brengt hierin, uiterst miniem maar gedetailleerd, verslag uit aan Kublai Khan van zijn reizen naar tal van wereldsteden, plaatsen die in het echt niet bestaan.<BR><BR>In 1979 brengt Calvino zijn hyper-roman <I>Als op een winternacht een reiziger…</I> uit. Hierin tracht hij ‘de essentie van de roman als zodanig weer te geven door die te concentreren in tien beginfragmenten van mogelijke romans, die op de meest diverse manieren een gemeenschappelijke kern tot ontwikkeling brengen, en die handelen binnen een raamwerk dat hen bepaalt en door hen bepaald wordt’. Een Lezer en een Lezeres volgen intrigerende verhaallijnen en komen zo terecht in een wijdvertakte vertelling die zich uitstrekt over gekende en ongekende literaturen.<BR><BR>In 1983 schrijft hij nog <I>Palomar</I>, ‘een soort notitieschrift over minimale kennisproblemen, over manieren om relaties met de wereld tot stand te brengen, over beloning en frustratie in het hanteren van stilte en van taal.’ Meneer Palomar concentreert zich in zijn dagelijkse bestaan op geïsoleerde verschijnselen en bestudeert ze ‘tot in de kleinste details, met een hang naar precisie die grenst aan obsessie’.<BR><BR>Op 19 september 1985 sterft Italo Calvino aan een hersenbloeding. Postuum verschijnt nog zijn <I>Zes memo’s voor het volgende millennium</I>, een erg intelligent, beeldrijk pleidooi voor een literatuur die zijn eigen voortbestaan kan garanderen. De – voor dat soort literatuur – zo nodige kenmerken lichtheid, snelheid, exactheid, zichtbaarheid en veelvoudigheid (het zesde, ‘consistentheid’, heeft hij nooit kunnen afwerken) worden steeds toegelicht aan de hand van voorbeelden uit de literaire traditie (ook zijn eigen werken) en moeten de literatuur van de toekomst gaan bepalen.<BR><BR>Calvino’s oeuvre is groots in zijn opzet: de vermenging van het fantastische met het politieke, wetenschappelijke en later postmodernistisch metanarratieve geeft hem terecht een prominente plaats in de wereldliteratuur.<BR><BR>Bronnen<BR><A href="http://www.emory.edu/">www.emory.edu</A><BR><A href="http://www.kunstbus.nl">www.kunstbus.nl</A><BR><A href="http://authologies.free.fr/calvino.htm">authologies.free.fr</A><BR><BR>Bibliografie<BR><I>Het pad van de spinnenesten</I> (1947, Nederlandse vertaling 1993)<BR><I>En dan komt de raaf</I> (1949, Nederlandse vertaling 1999)<BR><I>De moeilijke liefdes</I> (1958; Nederlandse vertaling 1989)<BR><I>Onze voorouders</I> (1960; Nederlandse vertaling 1986)<BR>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <I>De gespleten burggraaf<BR></I><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De baron in de bomen<BR></I><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De ridder die niet bestond<BR></I><I>Een dag op het stembureau</I> (1963, Nederlandse vertaling 1994)<BR><I>Marcovaldo, of De seizoenen in de stad</I> (1963, Nederlandse vertaling 1992)<BR><I>Kosmikomische verhalen</I> (1965; Nederlandse vertaling 1983)<BR><I>De weg naar San Giovanni</I> (1963-1977; Nederlandse vertaling 1992)<BR><I>De onzichtbare steden</I> (1972, Nederlandse vertaling 1981)<BR><I>Het kasteel van de kruisende levenspaden</I> (1973, Nederlandse vertaling 1982)<BR><I>Als op een winternacht een reiziger</I> (1979, Nederlandse vertaling 1982)<BR><I>Palomar</I> (1983; Nederlandse vertaling 1985)<BR><I>Zes memo’s voor het volgende millennium</I> (1988, Nederlandse vertaling 1991)<BR><I>De betoverde tuin: de mooiste verhalen</I> (1989, Nederlandse vertaling 1998)<BR><I>Waarom zou je de klassieken lezen</I> (1991, Nederlandse vertaling 2003)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/04/2091/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Marja Brouwers</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2077/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2077/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Mar 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2077</guid>
		<description><![CDATA[Marja Brouwers schreef talloze essays en artikelen over onderwerpen uiteenlopend van ‘Weinreb’ tot ‘Buffy the Vampire Slayer’ in o.a. HP/De Tijd en Vrij Nederland. Haar eerste roman Havinck (1984) was een groot succes. Het thema van de roman, het gebrek aan diepgang in relaties, wordt geïllustreerd door de zakelijk-ironische stijl waarin het boek geschreven is. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Marja Brouwers schreef talloze essays en artikelen over onderwerpen uiteenlopend van ‘Weinreb’ tot ‘Buffy the Vampire Slayer’ in o.a. HP/De Tijd en Vrij Nederland.<br />
Haar eerste roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">Havinck</em> (1984) was een groot succes. Het thema van de roman, het gebrek aan diepgang in relaties, wordt geïllustreerd door de zakelijk-ironische stijl waarin het boek geschreven is. <em style="mso-bidi-font-style: normal">Havinck</em>, het verhaal van een advocaat en zijn dochter na de zelfmoord van de vrouw en moeder, werd in 1987 verfilmd door Frans Weisz.<br />
Brouwers&#8217; volgende boek, de familiekroniek <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Feniks</em> heeft inhoudelijk veel overeenkomsten met haar debuut. Ook hier gaat het om het onvermogen van mensen om zich werkelijk te verdiepen in de wereld van een ander. Maar <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Feniks</em> heeft een complexere structuur dan <em style="mso-bidi-font-style: normal">Havinck</em>, de drie generaties die in deze roman worden beschreven, hebben elk hun eigen vertelster, zodat er boeiende perspectiefwisselingen ontstaan.<br />
In 1989 verscheen de roman <em style="mso-bidi-font-style: normal">De Lichtjager</em>, over een kunsthistoricus die, na een verblijf van vijftien jaar in de Verenigde Staten, terugkomt in Nederland. De directe aanleiding voor zijn terugkeer is de breuk met zijn tweede, Amerikaanse vrouw, maar de werkelijke reden ligt dieper. Ook hier wordt het verhaal verteld vanuit verschillende perspectieven en in verschillende stijlen. Thema in het boek is weer de onmogelijkheid van het slagen van een relatie tussen mensen (vooral wanneer hun filosofische ideeën afwijken). Het is het verhaal van een niet te ontwarren kluwen van leugen en bedrog, van haat tussen de geslachten.<br />
In haar meest recente roman (maart 2004) <em style="mso-bidi-font-style: normal">Casino</em> verbeeldt Marja Brouwers op meesterlijke wijze de waan van het consumptietijdperk van het voorbije decennium, waarin economische en seksuele normen steeds verder verschuiven.</p>
<p>Marja Brouwers werd met haar laatste boek <em>Casino</em> genomineerd voor de shortlist van de Libris Literatuurprijs. De winnaar van deze prijs zal op 2 mei 2005 bekendgemaakt worden.</p>
<p>Bibliografie<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Havinck</em> (1984)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">De Feniks, een familiekroniek</em> (1985)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">De lichtjager</em> (1990)<br />
<em style="mso-bidi-font-style: normal">Casino</em> (2004)</p>
<p>Met dank aan: www.debezigebij.nl</p>
<p>ST<br />
 </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2077/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Willem Elsschot</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2121/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2121/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Mar 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2121</guid>
		<description><![CDATA[Willem Elsschot (Alfons de Ridder) werd geboren te Antwerpen op 7 mei 1882 als zoon van een bakker aan de Keyserlei. Hij vernoemde zichzelf toen hij ging schrijven naar de toen nog woeste landstreek gelegen tussen Herselt en Veerle, bekend onder de benaming ‘Elsschot’. Zijn moeder kwam uit de Antwerpse Kempen en was een gevoelige [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Willem Elsschot (Alfons de Ridder) werd geboren te Antwerpen op 7 mei 1882 als zoon van een bakker aan de Keyserlei. Hij vernoemde zichzelf toen hij ging schrijven naar de toen nog woeste landstreek gelegen tussen Herselt en Veerle, bekend onder de benaming ‘Elsschot’.</p>
<p>Zijn moeder kwam uit de Antwerpse Kempen en was een gevoelige vrouw, een eigenschap die de zoon ongetwijfeld heeft overgeërfd, alhoewel zijn latere carrière in de zakenwereld doet vermoeden dat hij ook veel had meegekregen van de handelsgeest van zijn vader. Elsschot studeerde te Antwerpen aan het atheneum, maar voltooide zijn middelbare school niet. Hij verliet het atheneum en nam allerhande baantjes aan om in zijn levensonderhoud te voorzien. Reeds in zijn atheneumtijd vatte hij een liefde op voor de literatuur en de Vlaamse Beweging. Met enkele vrienden richtte hij een letterkundige kring op. In 1900 maakte hij samen met o.a. Lode Baekelmans en Herman Teirlinck deel uit van de redactie van het tijdschrift <em>Alvoorder</em>. In dit tijdschrift debuteerde Elsschot met zijn eerste gedichten die echter nooit (ook later niet toen hij bekend was) gebundeld werden.</p>
<p>Op aandringen  van zijn broer ging hij in 1901 opnieuw studeren aan de Antwerpse Handelshogeschool. Drie jaar later was hij licentiaat in de handels- en consulaire wetenschappen. Hij nam actief deel aan het studentenleven en componeerde verschillende studentenliederen. Na zijn studies werkte hij eerst op kantoren te Parijs, Rotterdam en Brussel, tot hij zich in 1914 in Antwerpen vestigde. Ondertussen was hij gehuwd en vader geworden van vier kinderen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij secretaris bij het Provinciaal Oorlogsbureau van het Nationaal Comité voor Hulp en Voeding. Na de oorlog begon hij een reclamebureau, dat hij leidde tot aan zijn dood.</p>
<p>In Parijs en Rotterdam gingn hij verder met het schrijven van gedichten die later werden gebundeld tot <em>Verzen van vroeger</em>. Zijn eerste roman verschijnt in 1913: <em>Villa des Roses</em>, gevolgd door <em>Een ontgoocheling</em> in 1921 en <em>De Verlossing</em>. Het zijn semi-naturalistische werken. In zijn latere werken <em>Lijmen</em> (1924), <em>Kaas</em> (1933), <em>Tsjip</em> (1934), <em>Het been</em> (1938), <em>De leeuwentemmer</em> (1940), <em>Het tankschip</em> (1942), <em>Het dwaallicht</em> (1946), ontwikkelt de schrijver meestal een ik-figuur, een soort alter ego, waarvan hij de lotgevallen met een niet aflatend cynisme, en soms op absurde wijze beschrijft.</p>
<p>Willem Elsschot overleed te Antwerpen op 31 mei 1960. Zijn vrouw overleed één dag later. Zij werden begraven in hetzelfde graf dat zich bevindt op het kerkhof Schoonselhof te Antwerpen (zie afbeelding). De schrijver kreeg postuum de Staatsprijs voor literatuur.</p>
<p>Het oeuvre van Elsschot, alhoewel niet omvangrijk, is van een ongekende waarde in de Nederlandstalige literatuur. Zijn stijl is uniek en tragi-komisch. Elke zin veroorzaakt een grimas op het gezicht, zo loepzuiver is het geschreven. Athenaeum-Polak en Van Gennep is twee jaar geleden begonnen met de originele heruitgave van Elsschots complete werk. Prachtige boekjes, grandioos verzorgd. <em>Kaas</em>, <em>Tsjip</em> en <em>De Leeuwentemmer</em> zijn vorige week verschenen.</p>
<p>Voor meer informatie, bezoek de website van het Willem Elsschot genootschap: <a href="http://www.weg.be">http://www.weg.be</a><br />
 </p>
<p>Bibliografie : </p>
<p>* <em>Villa des roses</em> (1913)<br />
* <em>Een ontgoocheling</em> (1921)<br />
* <em>De verlossing</em> (1921)<br />
* <em>Lijmen</em> (1924)<br />
* <em>Kaas</em> (1933)<br />
* <em>Tsjip</em> (1934)<br />
* <em>Verzen van vroeger</em> (1934, gedichten)<br />
* <em>Pensioen</em> (1937)<br />
* <em>Het been</em> (1938)<br />
* <em>De leeuwentemmer</em> (1940)<br />
* <em>Het tankschip</em> (1942)<br />
* <em>Het dwaallicht</em> (1946)<br />
* <em>Verzameld werk</em> (1957)<br />
* <em>Vierspan</em> (1962)<br />
* <em>De wijze gaat liefst onopgemerkt voorbij : citaten en ongebundelde</em> teksten (1975)<br />
* <em>Zwijgen kan niet verbeterd worden : ongebundelde teksten</em> (1979)</p>
<p>(Voor dit stuk is gebruik gemaakt van informatie afkomstig van <a href="http://users.pandora.be/louis.jacobs/Elsschot.htm">http://users.pandora.be/louis.jacobs/Elsschot.htm</a>) </p>
<p>DdH<br />
 </p>
<p> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2121/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>W.G. Sebald</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2076/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2076/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Mar 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2076</guid>
		<description><![CDATA[De geschiedenis van het vergeten is nog veel minder onderzocht dan de geschiedenis van het herinneren.Winfried Georg ‘Max’ Sebald (18 mei 1944 &#8211; 14 december 2001) studeerde Duitse taal- en letterkunde in Freiburg, later ook in Fribourg (Franstalig Zwitserland) en in Manchester. In 1970 verliet hij Duitsland – een vlucht uit het naoorlogse klimaat van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><I style="mso-bidi-font-style: normal">De geschiedenis van het vergeten is nog veel minder onderzocht dan de geschiedenis van het herinneren.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p></I><BR><BR>Winfried Georg ‘Max’ Sebald (18 mei 1944 &#8211; 14 december 2001) studeerde Duitse taal- en letterkunde in Freiburg, later ook in Fribourg (Franstalig Zwitserland) en in Manchester. In 1970 verliet hij Duitsland – een vlucht uit het naoorlogse klimaat van onverdraaglijke verdringing, brutale normalisering en onvermogen om te rouwen – om zich permanent in Norwich (Groot-Brittannië) te vestigen. Daar gaf hij les aan de Universiteit van East Anglia, en werd hij in 1987 professor Europese Letterkunde. Ondanks zijn jarenlange verblijf in Engeland bleef hij een oorspronkelijk Duits schrijver, al werkte hij intensief samen met zijn Engelse vertalers. In zijn gedichten, essays en romans heeft Sebald een sterke persoonlijke stijl en thematiek ontwikkeld. De kern van zijn werk ligt in het vermengen van fictie en werkelijkheid, in de spanning tussen herinneren en vergeten, binnen de context van de Tweede Wereldoorlog en de holocaust. De gefictionaliseerde biografieën van – meestal, maar niet altijd – joodse ballingen die ontsnapten aan de gruwelen van de holocaust worden verweven met de autobiografie van een al even ontheemde verteller, die in dialoog treedt met de genoemde ballingen en die sterke gelijkenissen vertoont met W.G. Sebald. Via minutieuze beschrijvingen en opsommingen, foto’s en andere stille getuigen wordt een documentair karakter opgebouwd, dat echter meteen wordt ondermijnd door een complexe textuur van literaire verwijzingen. De moeilijkheid van het herinneren, de onvermijdelijke fictionalisering van het verleden, de subversieve kracht van toevallige <I>Verbindungen</I> en de onmogelijkheid om de horror van de holocaust en de <I>Kindertransporte</I> recht in de ogen te kijken zijn even tekenend voor zijn oeuvre als het uitputtende onderzoeksproces dat aan elk van zijn boeken voorafgaat: een poging om de geschiedenis die zich in tal van objecten (foto’s, documenten) heeft gecondenseerd te vertellen.<o:p></o:p><BR><BR>W.G. Sebald won verschillende prijzen, zoals de Los Angeles Times Book Award voor fictie, de Berlijn Literatur-prijs en de Literatur Nord-prijs. In 2001 kwam zijn laatste boek uit: <I>Austerlitz</I>, dat in 2003 onder dezelfde titel in het Nederlands verscheen. In december van datzelfde jaar kwam hij om bij een auto-ongeluk. Voor <I>Austerlitz</I> ontving hij in 2002 postuum de National Book Critics Circle Award.<o:p></o:p><BR><BR>Titels in het Nederlands:<o:p></o:p><BR><I>Melancholische dwaalwegen</I> (Van Gennep, 1991)<o:p></o:p><BR><I>De Emigrés: vier geïllustreerde verhalen</I> (Van Gennep, 1993)<o:p></o:p><BR><I>De ringen van Saturnus: een Engelse pelgrimage</I> (Van Gennep, 1996)<o:p></o:p><BR><I>Austerlitz</I> (De Bezige Bij, 2003)<o:p></o:p><BR><I>De natuurlijke historie van de verwoesting</I> (De Bezige Bij, 2004)<o:p></o:p><BR><BR>Het februarinummer van het literaire tijdschrift <I>DWB</I> (<I>Dietsche Warande &amp; Belfort</I>, <A href="http://www.dwb.be/">http://www.dwb.be/</A>) bevat een uitgebreid themagedeelte over W.G. Sebald, samengesteld door Bart Philipsen en Jan Ceuppens. Naar aanleiding van dat nummer wijdde radiozender Klara op 26 februari 2005 een aflevering van het programma De Harde Schijf aan Sebald. De aflevering, met een heruitzending van het interview dat Jean-Pierre Rondas in 2001 had met Sebald over <I>Melancholische Dwaalwegen</I>, is integraal te beluisteren op <A href="http://www.klara.be/html/fs_audio.html">http://www.klara.be/html/fs_audio.html</A>. Meer audiofragmenten, over <I>Austerlitz</I> en <I>De natuurlijke historie van de verwoesting</I>, zijn te vinden op <A href="http://www.boeken.vpro.nl/">boeken.vpro.nl</A>. In het maartnummer van <I>Raster</I> verschijnen enkele van zijn gedichten, vertaald door Wim Brands. En op 8 april 2005 gaat in het Kaaitheater in Brussel (<A href="http://www.kaaitheater.be/">http://www.kaaitheater.be/</A>) <I>De Emigrés</I> in première, een theaterbewerking van Sebalds gelijknamige boek door Rudi Meulemans en De Parade. Een bespreking van de <I>DWB</I>-aflevering en een verslag van de voorstelling in het Kaaitheater verschijnen later op deze site.<o:p></o:p><BR><BR>Bronnen:<o:p></o:p><BR><A href="http://www.dwb.be/">http://www.dwb.be/</A><o:p></o:p><BR><A href="http://www.boeken.vpro.nl/">boeken.vpro.nl</A><o:p></o:p><BR><BR>KS<o:p></o:p><BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2076/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jan Wolkers</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2142/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2142/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Mar 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2142</guid>
		<description><![CDATA[Jan Wolkers groeit op als derde kind in een streng gereformeerd, kinderrijk (11 kinderen) gezin, waarin de vader de dominerende figuur was. Op school gaat het niet goed, hij wordt in 1938 van de MULO afgestuurd. Hij gaat aan het werk in de kruidenierswinkel van zijn vader, later als o.a. tuinman en dierenverzorger (aan de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Jan Wolkers groeit op als derde kind in een streng gereformeerd, kinderrijk (11 kinderen) gezin, waarin de vader de dominerende figuur was. Op school gaat het niet goed, hij wordt in 1938 van de MULO afgestuurd. Hij gaat aan het werk in de kruidenierswinkel van zijn vader, later als o.a. tuinman en dierenverzorger (aan de Leidse Universiteit). Op 1 oktober 1940 wordt Jan Wolkers ingeschreven op de avondtekenschool in Leiden, &#8216;Ars Aemula Naturae&#8217;. In de Tweede Wereldoorlog moet hij onderduiken.<br />
Op 30 augustus 1944 sterft zijn oudere broer (Gerrit Johannes) aan difterie. Hij bewonderde deze broer, omdat hij tegen hun vader durfde te protesteren. In 1946 schrijft hij zich in aan de Academie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. In 1947 trouwt Jan Wolkers (voor de eerste keer). Zijn vrouw Sibylle was eerst bevriend geweest met Hans Warren. Warren beschrijft haar én Jan Wolkers uitgebreid in zijn &#8216;Geheim dagboek&#8217; over die jaren.<br />
Na de Tweede Wereldoorlog studeert Jan Wolkers beeldhouwkunst in Amsterdam (1949-1953), Den Haag en Straatsburg. In 1956 krijgt hij voor zijn beeld <em>Jongen met haan</em> de Sint-Lucas medaille. Ook in 1956 krijgt hij zijn eerste belangrijke opdracht: het watersnoodmonument in Kruiningen. Jan Wolkers krijgt in 1957 een beurs om stage te kunnen lopen bij Zadkine in Parijs. Daar begon hij ook met het schrijven van verhalen.<br />
In 1958 trouwt Jan Wolkers voor de tweede keer. Jan Wolkers debuteert in 1961 met de verhalenbundel <em>Serpentina&#8217;s petticoat</em>. Van 17 tot 24 juli 1971 zit hij, op uitnodiging van de VARA, op Rottumerplaat. Er is via Willem Ruis dagelijks radiocontact. De week voor hem zat Godfried Bomans op Rottumerplaat. Door alle &#8216;deining&#8217; rond zijn literaire werk, blijft zijn beeldende werk steeds wat minder belicht. Vooral zijn vroegste werk heeft een sterk autobiografische inslag. Hier en daar probeerden plaatselijke politici de vertoning tegen te houden. Ook als beeldend kunstenaar is Jan Wolkers succesvol. Bekend is zijn Auschwitzmonument in Amsterdam. Bij de urn met as van slachtoffers uit Auschwitz heeft Wolkers gebroken spiegels neergelegd: &#8216;Voorgoed kan op die plaats de hemel niet meer ongeschonden weerspiegeld&#8217;. <br />
Jan Wolkers woont sinds 1980 met vrouw en kinderen op Texel. </p>
<p>Bibliografie:</p>
<p>1961 <em>Serpentina&#8217;s Petticoat</em> (verhalen)<br />
1962 <em>Kort Amerikaans</em> (roman)<br />
1963 <em>Gesponnen suiker </em>(verhalen)<br />
1963 <em>De Babel</em> (toneel)<br />
1963 <em>Een roos van vlees </em>(roman)<br />
1964 <em>De hond met de blauwe tong </em>(verhalen)<br />
1965 <em>Terug naar Oegstgeest </em>(roman)<br />
1967 <em>Horrible Tango</em> (roman)<br />
1969 <em>Turks fruit </em>(roman)<br />
1971 <em>Groeten van Rottumerplaat</em> (autobiografische documentaire)<br />
1971 <em>Werkkleding</em> (autobiografische documentaire)<br />
1974 <em>De walgvogel</em> (roman)<br />
1975 <em>Dominee met strooien hoed</em> (novelle)<br />
1977 <em>De kus </em>(roman)<br />
1979 <em>De doodshoofdvlinder</em> (roman)<br />
1980 <em>De perzik van onsterfelijkheid </em>(roman)<br />
1981 <em>Alle verhalen<br />
</em>1981 <em>Brandende liefde</em> (roman)<br />
1982 <em>De junival</em> (roman)<br />
1983 <em>Gifsla</em> (roman)<br />
1984 <em>De onverbiddelijke tijd </em>(roman)<br />
1985 <em>22 sprookjes, verhalen en fabels<br />
</em>1988 <em>Kunstfruit en andere verhalen<br />
</em>1989 <em>Jeugd jaagt voorbij<br />
</em>1991 <em>Tarzan in Arles</em> (essays)<br />
1991 <em>Wat wij zien en horen </em>(verhalen, samen met Bob en Tom Wolkers)<br />
1994 <em>Rembrandt in Rommeldam</em> (essays)<br />
1995 <em>Zwarte Bevrijding </em>(Boekenweekessay)<br />
1996 <em>Icarus en de vliegende tering</em><br />
1997 <em>Mondriaan op Mauritius</em> (essays)<br />
1998 <em>Terug naar Jan Wolkers</em> (bevat: <em>Kort Amerikaans</em>, <em>Een roos van vlees</em> en <em>Terug naar Oegstgeest</em>)<br />
1998 <em>Het kruipend gedeelte des aardbodems</em> (rede)<br />
1999 <em>Omringd door zee </em>(columns)<br />
1999 <em>De spiegel van Rembrandt<br />
</em>2000 <em>Jaargetijden<br />
</em>2000 <em>Wolkers in Wolkersdorff<br />
</em>2004 <em>Wintervitrines</em> (gedichten)<br />
2004 <em>De achtertuin</em> (met Bob en Tom Wolkers)<br />
2005 <em>Zomerhitte</em> (Boekenweekgeschenk 2005)</p>
<p><strong>Jan Wolkers overleed op 19 oktober 2007.</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/03/2142/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>K. Michel</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2089/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2089/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Feb 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2089</guid>
		<description><![CDATA[&#039;Taalfilosofisch maar niet gortdroog; muzikaal, geestig, lyrisch, parlandistisch,&#039; zei Joost Zwagerman ooit over K. Michel, onze Auteur van de Week. K. Michel is het pseudoniem voor de op 13 augustus 1958 te Tilburg geboren Michael Maria (&#039;Michel&#039;) Kuijpers. Hij studeerde aan het Sint Odulphuslyceum en daarna vanaf 1978 filosofie in Groningen en Amsterdam. Na zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&#039;Taalfilosofisch maar niet gortdroog; muzikaal, geestig, lyrisch, parlandistisch,&#039; zei Joost Zwagerman ooit over K. Michel, onze Auteur van de Week. K. Michel is het pseudoniem voor de op 13 augustus 1958 te Tilburg geboren Michael Maria (&#039;Michel&#039;) Kuijpers. Hij studeerde aan het Sint Odulphuslyceum en daarna vanaf 1978 filosofie in Groningen en Amsterdam. Na zijn studie gaf hij samen met Arjen Duinker de literaire circulaire &#039;AapNootMies&#039; uit. K. Michel debuteerde in 1989 met de gedichtenbundel <I>Ja! Naakt als de stenen</I>. Hij werkte mee aan de bundel <I>Openbaringen. Zeventien jonge dichters over het cruciale gedicht</I> (1989). In 1990 verscheen zijn uit het Spaans vertaalde keuze van gedichten van de Mexicaanse letterkundige Octavio Paz, onder de titel <I>Het vuur van iedere dag</I>. K. Michel was een van de vijf genomineerde debuterende dichters voor de C. Buddingh&#039;-prijs (1990, overigens gewonnen door Nachoem M. Wijnberg). In 1992 publiceerde hij de verhalenbundel <I>Tingeling &amp; Totus</I>, die in 1999 door het Onafhankelijk Toneel werd bewerkt tot een toneelvoorstelling. Voor zijn tweede gedichtenbundel <I>Boem de nacht</I> (1994) kreeg hij de Herman Gorterprijs en zijn derde bundel Waterstudies (1999) werd bekroond met de VSB-poezieprijs en de Jan Campertprijs. Naast zijn Paz-vertalingen heeft K. Michel ook poëzie vertaald van Russell Edson en Michael Ondaatje. Hij is redacteur van het literaire tijdschrift Raster. <BR>Zijn laatste bundel &#039;Kleur de schaduwen&#039;verscheen in 2004.<BR><BR><BR>Nee en ja<BR><BR><BR>Nee en ja er is altijd<BR><BR>meer dan een keus<BR><BR>En voor je iets doet (of laat)<BR><BR>kun je altijd tot basta tellen<BR><BR><BR>Een ruzie vraagt twee meningen<BR><BR>een kus vier lippen <BR><BR>een lichaam vijf liter bloed<BR><BR><BR>Om regen te maken, een boom<BR><BR>een huis. muziek, een droom<BR><BR>zijn meerdere elementen vereist<BR><BR><BR>En in de sporen van schichtige dieren<BR><BR>rond, een modderige drinkplaats<BR><BR>schitteren &#039;s nachts ontelbare sterren <BR><BR><BR>Voor iemand die slechts denkt<BR><BR>met de één (en niet de ander)<BR><BR>is dat getal een hamer <BR><BR>en is de hele wereld een spijker<BR><BR><BR>uit <I>Waterstudies</I> (1999)<BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2089/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leonard Nolens</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2139/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2139/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 21 Feb 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2139</guid>
		<description><![CDATA[&#160;Maar deze stem is van nature kapotte gitaar, sublieme wees,&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160; ambteloze hoer.In het brutaal bewind van bladerval en retoriek maakt zij deeenzaamheid publiek en gangbaar.Zij is de puberale coloratuur, de achterlijke wijsheid van het hart,&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160;&#160; verwant aan de vacante ziel van een zwakzinnige.Van die stem ben ik de zieke prothese.En de woorden in die stem [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>&nbsp;<I>Maar deze stem is van nature kapotte gitaar, sublieme wees,</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ambteloze hoer.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p></I><BR><I>In het brutaal bewind van bladerval en retoriek maakt zij de<o:p></o:p></I><BR><I>eenzaamheid publiek en gangbaar.<o:p></o:p></I><BR><I>Zij is de puberale coloratuur, de achterlijke wijsheid van het hart,</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; verwant aan de vacante ziel van een zwakzinnige.</I><BR><I>Van die stem ben ik de zieke prothese.<o:p></o:p></I><BR><I>En de woorden in die stem –<BR></I><I>Dat woord gedijt niet in de koppen van kranten en knappe</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; professoren, maar in de korte kreet van kraamkamers en onder</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; de blauwe voeten van Eskimo’s die hun adem als lange jassen</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; over de aarde gooien.</I><BR><I>Het woord gedijt in de zaadflank van weerbarstige moedelozen.</I><BR><I>Bleek en pafferig is het woord dat wegdrijft in trams en zijwegen.</I><BR><I>Nergens de pezige recitatieven van de hoop,</I><BR><I>Nergens de schreeuw die de verdrietige vangstangen van de</I><BR><I>verveling dynamiteert,</I><BR><I>Nergens een zachte zachte tong die beenderen verbrijzelt.</I><BR><I>Belachelijk smal is de spannende ring der lippen waarmee geen</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; levensadem wordt geblazoeneerd</I><BR><I>Waaruit geen bloed gebeten wordt om de stem te bevruchten.</I><BR><I>Niet de psychiaters die de waanzin beheren</I><BR><I>En niet de ranzige predikanten van syndicaten en Radio Vaticano,</I><BR><I>Maar enkelingen alléén hangen hun keel als een fuik in de wind en</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; weten hun lichaam omgedanst in breed musicerende</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; bevolkingslagen</I><BR><I>Klef en flauw is het fugato van geliefden die hun geslacht opsluiten</I><BR><I>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; in een vogelkooi van zweet.</I><BR><I>Hun liefde staat genoteerd in beddelakens en kindergeld.</I><BR>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; (uit: ‘Zachte tong’ in <I>Incantatie</I>, 1977)<o:p></o:p><BR><BR>Al in <I>Incantatie</I>, een bundel uit 1977, werpt Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947) de verschillende, steeds in elkaar hakende thematische lijnen uit die zich in zijn hele dichterschap blijven manifesteren: de complexe verhouding tussen individu en wereld, tussen poëzie en leven, de spanning tussen mens en dichter, tussen <I>ik</I> en <I>jij</I>, de drang van de bewuste eenzaat naar communicatie, naar de ander, de liefde. Die complexiteit uit zich in een nu eens pessimistische, dan weer eerder melancholische blik van de mens Leonard Nolens op de buitenwereld, ook al aanwezig in Nolens’ derde bundel, <I>Twee vormen van zwijgen</I> (1975). Hij leeft ‘in het opgefokte brein van deze eeuw, als een verdwaalde lob, een denkfout, een bedrieglijke bewoording van het eeuwig nu’. Nolens maakt deel uit van die eeuw, die wereld, maar kiest, in tegenstelling tot anderen, als dichter, voor de weg van de taal die in poëzie tot zelfrealisatie kan leiden. Terwijl de buitenwereld zich in het dagelijkse leven zo exclusief met één bepaalde, ingeslagen weg bezighoudt, wil Nolens in zijn gedichten verschillende identiteiten scheppen, die evenveel wegen representeren en die over elkaar gelegd misschien een kern onthullen, een deel van een verworven identiteit.<o:p></o:p><BR><BR>Voor <I>Twee vormen van zwijgen</I> schreef Leonard Nolens nog de bundels <I>Orpheushanden</I> (1969) en <I>De muzeale minnaar</I> (1973). Beide bundels werden gepubliceerd tijdens zijn redacteurschap bij het experimentele tijdschrift <I>Labris</I>, waartoe onder anderen Marcel van Maele, Lucienne Stassaert en Frans Denissen behoorden. Nolens kon zich echter nooit volledig identificeren met het <I>Labris</I>-programma en liet ook zijn gedichten uit die periode niet mee opnemen in zijn verzamelbundels <I>Hart tegen hart</I> en <I>Laat alle deuren op een kier</I>.<BR><BR>De brede zinnen die Nolens in zijn eerste bundels neerschrijft en die een volle zwaarmoedigheid dragen, neigen meer naar proza – volgens Nolens zelf naar een vorm die vanuit een soort preliterair besef wordt geschapen, een vorm die nog geen rekening moet houden met de scheiding tussen poëzie, filosofie, religieuze teksten of geschiedschrijving. Die wijde vormgeving gaat Nolens uiteindelijk ombuigen naar een wat geconcentreerdere taal, een nauwgezette constructie die de talloze paradoxen in zijn werk subtiel kan verwoorden. Zijn gedichten blijven grofweg dezelfde thematische lijnen beschrijven, maar dijen tegelijkertijd uit naar een breder kader. De melancholie en de <I>furor poeticus</I> van de dichter gaan steeds meer vergezeld van een zekere inhoudelijke lichtheid en redelijkheid. Het absolute, bezwerende maakt plaats voor een soberder, parlando-achtige stijl. Naast de mens en de dichter Nolens, en niet noodzakelijk los daarvan, treden in Nolens’ poëzie vaak vrouwen (niet zelden zijn moeder) op de voorgrond. In zijn liefdespoëzie, zeker een grote reden voor zijn succes als dichter, wordt de relatie met die vrouwen niet onproblematisch weergegeven. Nolens’ spel met de voornaamwoorden, zijn verschillende identiteiten, vormen van denken en manieren van leven, brengen snel andere componenten binnen in de getekende verhoudingen. Andere vaak voorkomende thema’s zijn de jeugd en het ouder worden, familie, het leven en de dood.<o:p></o:p><BR><BR>Nolens schrijft, vanuit een grote romantische traditie over de mens, de dichter, het leven en de literatuur, en vooral: over zichzelf. Zijn gedichten hebben voor de een een sterk bezwerend karakter, worden een reeks rituele woorden die het ware, eenzame dichterschap en het echte leven oproepen, beelden van de furieuze pogingen van een man, een dichter om zichzelf zin te geven in een al te banaal leven; voor de ander vormen ze een kwelling, om steeds weer naar de verzuchtingen van die ene persoon te moeten luisteren, om steeds in die compromisloze zwaarmoedigheid te verkeren waarin geen greintje ironie te bespeuren valt. Zijn poëzie wordt zeker niet eenzijdig enthousiast onthaald. Zijn uithalen naar de academische dichters die gedichten zo lastig en theoretisch maken, stoten op eenzelfde verzet tegenover Nolens’ al te autobiografische navelstaren. Feit is dat Leonard Nolens zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld tot een van de belangrijkste Vlaamse dichters. Een dichter, bovendien, die een grote groep lezers heeft weten te overtuigen van de kracht van poëzie.<BR><BR>Leonard Nolens ontving tal van literaire prijzen. <I>De muzeale minnaar</I> werd bekroond met de Prijs voor het beste literaire debuut in 1974, <I>Twee vormen van zwijgen</I> werd bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord en de Poëzieprijs van de provincie Antwerpen, voor <I>Alle tijd van de wereld. Een poëtica</I> ontving Nolens de driejaarlijkse Hugues C. Pernathprijs en de Poëzieprijs van de provincie Limburg, voor <I>Vertigo</I> werd hem de tweejaarlijkse poëzieprijs van De Vlaamse Gids toegekend… Voor <I>Liefdes verklaringen</I>, wellicht zijn populairste bundel tot nu toe, ontving Nolens de Jan Campertprijs 1991 en de driejaarlijkse Staatsprijs 1992. In 1997 ontving hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele werk.<o:p></o:p><BR><BR>Naast zijn vele bundels schreef hij nog vier dagboeken, die in sterke mate dwarsverbanden vertonen met zijn gedichten. Zijn poëzie werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans en Pools. Een voorlopige biografie die enkel uit zijn naam en zijn werken zou mogen bestaan, werd in 2004 gepubliceerd onder de titel <I>Laat alle deuren op een kier</I>.<BR><BR>Bibliografie<BR><I>Orpheushanden</I> (gedichten, 1969)<BR><I>De muzeale minnaar</I> (gedichten, 1973)<BR><I>Twee vormen van zwijgen</I> (gedichten, 1975)<BR><I>Incantatie</I> (gedichten, 1977)<BR><I>Alle tijd van de wereld. Een poëtica</I> (gedichten, 1979)<BR><I>Hommage</I> (gedichten, 1981)<BR><I>Vertigo</I> (gedichten, 1983)<BR><I>De gedroomde figuur</I> (gedichten, 1986)<BR><I>Geboortebewijs</I> (gedichten, 1988)<BR><I>Stukken van mensen. Dagboek 1979-1982</I> (1989)<BR><I>Liefdes verklaringen</I> (gedichten, 1990)<BR><I>Hart tegen hart. Gedichten 1975-1990</I> (1991)<BR><I>Tweedracht</I> (gedichten, 1992)<BR><I>Blijvend vertrek. Dagboek 1983-1989</I> (1993)<BR><I>Honing en as</I> (gedichten, 1994)<BR><I>De vrek van Missenburg. Dagboek 1990-1993</I> (1995)<BR><I>En verdwijn met mate</I> (gedichten, 1996)<BR><I>De liefdesgedichten van Leonard Nolens</I> (1997)<o:p></o:p><BR><I>Een lastig portret. Dagboek 1994-1996</I> (1998)<o:p></o:p><BR><I>Hart tegen hart. Gedichten 1975-1996</I> (1998)<o:p></o:p><BR><I>Voorbijganger</I> (gedichten, 1999)<o:p></o:p><BR><I>Manieren van leven</I> (gedichten, 2001)<o:p></o:p><BR><I>Derwisj</I> (gedichten, 2003)<o:p></o:p><BR><I>Laat alle deuren op een kier. Verzamelde gedichten</I> (2004)<o:p></o:p><BR><BR><BR>Bronnen<o:p></o:p><BR>dbnl.org<o:p></o:p><BR>poetry.nl<o:p></o:p><BR>vpro.nl<o:p></o:p><BR>ergopers.be<BR><o:p></o:p><BR>Kurt Snoekx<BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2139/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Moses Isegawa</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2075/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2075/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 14 Feb 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2075</guid>
		<description><![CDATA[Sommige ochtenden had ik het gevoel dat mijn maag vol zat met claustrofobe ratten die wanhopig vochten om door mijn keel of mijn rectum naar buiten te komen. Ze woelden, zwiepten en beukten als een zwarte mamba die in een zachte doek gevangen zat. Vandaag waren ze suffig, alsof ze de hele nacht hadden gefuifd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><I>Sommige ochtenden had ik het gevoel dat mijn maag vol zat met claustrofobe ratten die wanhopig vochten om door mijn keel of mijn rectum naar buiten te komen. Ze woelden, zwiepten en beukten als een zwarte mamba die in een zachte doek gevangen zat. Vandaag waren ze suffig, alsof ze de hele nacht hadden gefuifd en te duf waren om rond te hollen of zelfs maar even te bijten. Zo te zien werd het een goede dag, misschien wel een heel goede dag. Ik duimde ervoor.</I><BR>[uit: V<I>oorbedachte daden</I>]<BR><BR>Moses Isegawa werd in 1963 geboren in Oeganda. Zijn levensloop vertoont veel overeenkomsten met die van de hoofdpersoon in zijn roman <I>Abessijnse kronieken</I>: ook hij woonde de eerste jaren bij zijn opa en oudtante en later bij het eigen gezin met een tirannieke moeder, ook hij kwam terecht op een seminarie en ook hij vertrok naar Nederland. Bij hem thuis hadden ze veel romans en op zijn vijftiende wist hij dat hij schrijver wilde worden. Op het seminarie kwam hij in contact met nog meer boeken. Hij viel op bij de lessen Engels en werd aangemoedigd om door te gaan met schrijven. Het schrijverschap bleek echter moeilijker te zijn dan hij als jongen vermoedde. Vruchteloos probeerde hij in Oeganda te publiceren. Gedurende zijn seminarietijd schreef hij al stukjes voor het tijdschrift <I>BijEEN</I>, daarna was Isegawa vier jaar geschiedenisleraar.<BR><BR>Na een bezoek aan Oeganda nodigde een redacteur van dat tijdschrift <I>BijEEN </I>&nbsp;hem uit naar Nederland te komen. In 1990 maakte hij de overstap op een toeristenvisum. Hij nam zijn intrek in de flat van de redacteur in Beverwijk, vastbesloten zich door niets te laten dwarsbomen in zijn ambitie een roman te schrijven. Om toch iets achter de hand te hebben als hij daarin onverhoopt zou falen, volgde hij nog wel een cursus boekhouden. Jarenlang kreeg hij echter geen letter van de gedroomde roman op papier. Pas na een jaar of vier tobben stond hem plotseling het stramien daarvan voor ogen: hij zou min of meer zijn eigen verhaal vertellen. En dat van zijn familie en van zijn land; het door het terreur en burgeroorlog geteisterde Oeganda<BR style="mso-special-character: line-break"><BR style="mso-special-character: line-break">In 1998 verschijn <I>Abessijnse Kronieken</I>. Het boek bevat verhalen over de familie van de hoofdpersoon Moegezi, over de geschiedenis van Oeganda, over de regimes van de dictators Obote en Amin, over de guerrillaoorlog die het land verscheurde en over het opgroeien van een jongeman te midden van al deze gebeurtenissen. In 1999 verovert het boek het buitenland, negen landen brengen het boek in vertaling. Met <I>Slangenkuil</I> had hij opnieuw groot succes. In 2004 verscheen <I>Voorbedachte daden</I>. <BR style="mso-special-character: line-break"><BR style="mso-special-character: line-break">In <I>Slangenkuil</I> keert Bat Katanga, na in Cambridge ter bestrijding van zijn impulsiviteit wiskunde en economie te hebben gestudeerd, terug naar zijn vaderland Oeganda. In een helikopter heeft hij zijn eerste en enige sollicitatiegesprek met generaal Samson Bazooka, minister van Energie en Communicatie onder het regime van Idi Amin. Bazooka heeft hem nodig om orde op zaken te stellen in het ministerie. Maar deze selfmade man die intellectuelen wantrouwt, zet zijn voormalige liefje Victoria op Bat om hem in de gaten te houden.<BR>Bat maakt een bliksemcarrière. Hij leidt het leven van &#039;the rich and the famous&#039; en is gelukkig met Victoria, die al snel verliefd wordt op Bat, haar opdracht vergeet en hem een dochter schenkt. Wanneer Bats liefde voor Victoria bekoelt, ruilt hij haar argeloos in voor een andere vrouw. In een dictatuur is echter niets zo wankel als succes en geluk. In de slangenkuil liggen niet alleen de lakeien van Amin te kronkelen, maar ook Victoria, want een vrouw die gehard is in de jungle van een militair regime, laat zich niet eenvoudig aan de kant zetten.&nbsp;<BR style="mso-special-character: line-break"><BR style="mso-special-character: line-break">In <I>Voorbedachte daden</I> beschrijft Isegawa een maatschappij die bevangen is door angst voor terreur. Pingeland, zo noemt Dismas het rijke land, dat veel op Nederland lijkt en hem ooit als vluchteling gastvrij ontving. Sinds Blaatpan minister-president van Pingeland is voelt hij zich er steeds minder thuis. Het sociale klimaat wordt grimmiger, asielbeleid en terrorisme bepalen de politieke agenda. Dismas doet er vanuit zijn flat in een rustige nieuwbouwwijk ogenschijnlijk afstandelijk verslag van, maar in werkelijkheid gaat in hem de aanstichter schuil van een reeks aanslagen.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p></o:p><BR><BR>Bibliografie<o:p></o:p><BR>2004&nbsp; Voorbedachte daden<BR>2001&nbsp; Twee chimpansees<BR>1999&nbsp; Slangenkuil<BR>1998&nbsp; Abessijnse kronieken<BR><BR>bronnen:<BR>De Bezige Bij<BR>Biblioweb<BR>boeken.vpro.nl<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR><BR>&nbsp;<o:p></o:p><BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2075/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Michel Houellebecq</title>
		<link>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2126/</link>
		<comments>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2126/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 07 Feb 2005 00:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Auteurs]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.literairnederland/?p=2126</guid>
		<description><![CDATA[Michel Houellebecq wordt geboren op 26 februari 1958 op La Réunion. Geen van zijn ouders interesseert zich voor de kleine Michel en op 6-jarige leeftijd wordt hij aan zijn grootmoeder toevertrouwd. Haar naam neemt hij later over als pseudoniem. Twee jaar na de dood van zijn grootmoeder in 1978 studeert hij af als landbouwingenieur en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Michel Houellebecq wordt geboren op 26 februari 1958 op La Réunion. Geen van zijn ouders interesseert zich voor de kleine Michel en op 6-jarige leeftijd wordt hij aan zijn grootmoeder toevertrouwd. Haar naam neemt hij later over als pseudoniem. <BR><BR>Twee jaar na de dood van zijn grootmoeder in 1978 studeert hij af als landbouwingenieur en trouwt in datzelfde jaar. Een jaar later krijgt hij een zoon, loopt zijn huwelijk op de klippen en belandt hij in een psychiatrische inrichting. Houellebecq verwerkt sterk autobiografische elementen in zijn romans, wie Elementaire Deeltjes heeft gelezen zal bovenstaande thema’s herkennen. <BR><BR>In het begin van zijn literaire carrière houdt hij zich vooral bezig met poëzie en publiceert een aantal gedichten in de Nouvelle Revue de Paris. Verder schrijft hij een bibliografie van Howard P. Lovecraft, <I>Contre le monde, Contre la vie</I>, en de dichtbundel <I>Rester vivant</I>. In 1994 verschijnt zijn eerste roman <I>Extension du domaine de la lutte</I>, relatief succesvol. De grote doorbraak volgt in 1998 met de roman <I>Elementaire deeltjes,</I> waarvoor hij de Prix Novembre krijgt. In het jaar 1999 trouwt hij weer wordt zijn eerste roman verfilmt. In 2002 zorgt de publicatie van zijn derde roman, <I>Platform</I>, voor ophef. <BR><BR>Houellebecq heeft inmiddels een cultstatus bereikt, geloofd en gehaat vanwege zijn voortdurende schoppen tegen heilige huisjes. Zijn personages houden er zeer controversiële standpunten op en hebben overduidelijk autobiografische trekken. De verworvenheden van de seksuele revolutie, de feministische strijd en de studentenprotesten en jongerencultuur van mei &#039;68 worden genadeloos onderuitgehaald en vaak geridiculiseerd. Hij beschouwt de afbraak van de waarde van het gezin door de proclamatie van de vrije liefde als de ultieme emanatie van het liberale streven naar individualisering. <BR><BR><BR>Bibliografie:<BR><I>H.P. Lovecraft : contre le monde, contre la vie</I> (1991, essayistisch werk over H.P. Lovecraft in <I>De koude revolutie</I>) <BR><I>Rester vivant</I> (1991, venijnige beschouwing over het dichterschap, <I>Leven, lijden, schrijven &#8211; methode</I>, in <I>De koude revolutie</I>) <BR><I>La poursuite du bonheur</I> (1992, poëzie) <BR><I>Extension du domaine de la lutte</I> (1994, roman, <I>De wereld als markt en strijd</I>) <BR><I>Le sens du combat</I> (1996, poëzie) <BR><I>Les particules élémentaires</I> (1998, roman, <I>Elementaire deeltjes</I>) <BR><I>Interventions</I> (1998, essays, in <I>De koude revolutie</I>) <BR><I>Renaissance</I> (1999, poëzie) <BR><I>Lanzarote</I> (2000, novelle met fotoboek, <I>Lanzarote</I>) <BR><I>Plateforme</I> (2001, roman, <I>Platform</I>)<BR><BR></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.literairnederland.nl/2005/02/2126/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
