11 augustus 2016

Carmiggelt en vakantiedingen

Door Inge Meijer

Deze vakantie waren er nogal wat eerste dingetjes. Zo dronk ik voor het eerst thee zoals Engelsen doen. Het viel reuze mee. Het was aan de kust van Dorset. Ik was dorstig en het was warm en dan blijkt thee met melk een goede dorstlesser. Eerder die dag had ik begrepen dat je niet zomaar uit Londen wegkomt. We deden er die warme zaterdag in juli ruim anderhalf uur over voor we in de file naar Dorset terechtkwamen. Waarna we in 5 uur een afstand aflegden die je, zonder verkeer op de weg, in twee uur rijdt. Toen begreep ik pas waarom Zoon, die al tien jaar in Londen woont, zo weinig naar ‘buiten’ ging. Deze vakantie heb ik ook  begrepen (een levenslang proces) dat je je nooit moet bemoeien met hen die je lief zijn. Je moet ze alle credits geven inzake wat dan ook. En dat  leverde wat op. Ik heb me nog nooit zo Zen gevoeld. Wat meteen weer een ‘eerste’ dingetje werd: begrijpen wat het is om Zen te zijn met jezelf en je omgeving.

Maar toen moest Carmiggelt nog komen. Ik fietste door Gelderland. Kwam door De Steeg, wat het favoriete vakantieoord van Carmiggelt blijkt te zijn geweest. Er staat zelfs een standbeeld van hem. Of beter, hij zit, met zijn vrouw Tiny op een bankje. Ik was er vaak voorbij gekomen met de auto maar had het nooit opgemerkt. Nu passeerde ik ze op een meter afstand en schrok: ‘Kijk nou’. ‘Daar zit Carmiggelt!’ en zette mijn fiets aan de kant.

Daar zaten ze dan. Hij stijf in zijn veel te ruime regenjas en Tiny met degelijke pumps die parmantig enkele centimeters boven de steentjes zweefden. Zo levensecht alsof ze tijdens het poseren versteend waren geraakt. Waardoor de aanblik toch wat lugubers kreeg. Er lag een schrijfblok op Carmiggelts knieën dat hij met een hand vasthield en met de andere licht beroerde. Je kon je opeens voorstellen dat hij daar helemaal niet had willen zitten, zo donker en stijf. Thuis pakte ik zijn boekjes erbij en voor ik het wist zat ik in de Carmiggeliaanse Way of seeing.

Een paar dagen later bevond ik mij in de sanitaire ruimte van een camping in het Oosten des lands. Er stonden twee rondborstige vrouwen van meer dan gemiddelde lengte toilet te maken. De vrouw links poetste haar tanden elektrisch en bewoog de roterende borstel driftig in haar mond heen en weer waarbij ze veel schuim produceerde. De vrouw rechts werkte met een föhn haar kapsel in model waarbij ze haar hoofd koket alle kanten opdraaide. Ik voegde me tussen hen in, wat gezien de breedte van de wasruimte niet eenvoudig was. De vrouw met de fohn begon opeens over ‘irritatie’ in haar liezen. Het was rood en ‘jeukte as de neten’. Ik herkende het accent dat Loes Luca in Het Schaep in Mokum bezigt. De poetsende vrouw murmelde dingen als, ‘Grumbllele en tjejjee seg’. Waarop de vrouw met de föhn zei dat haar man haar had meegenomen voor een fietstochtje. Ik begreep dat ‘meneer’  blij mocht zijn dat ze met hem mee naar ‘hier’ was gegaan. Ze begreep niet wat m bezielde. Veertig jaar op camping Bakkum gestaan en nu wilde meneer ineens iets anders.

En nu meneer hier toch was wilde hij de omgeving leren kennen. Hij huurde twee fietsen en het ‘stukkie’ fietsen werd een tocht van ‘zestig kilometer!’ riep de vrouw met de steeds verhitter rakende föhn in haar hand. ‘Ik had m wel door hoor, de smiegt. Ging inenen voor me uit fietse zodat ik m nie bij kon houwen. Meneer was gewoon verdwaald. Maar toegeve, ho maar.’ De poetsende vrouw schuimde verontwaardigd: ‘E ou oe ijii oob e bhajen idde.’ ‘Precies’,’ zei de vrouw met de föhn en draaide haar hoofd nog eens koket in het rond. Ik pakte mijn toiletspullen en zei: ‘Een goedemorgen,’ maar ze hoorden me niet. Het was voor het eerst dat ik met twee Amsterdamse dames een wasruimte deelde. Carmiggelt had er wel raad mee geweten.

 

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 januari 2007

Dans en droom,Javier Marias
Meedeinen op een vloedgolf van gedachten

Na Koorts en Lans is Dans en Droom het tweede deel in de triologie ‘Jouw gezicht morgen’. Voor deze trilogie schiep de Madrileense auteur Marias (1951) een bijzonder personage, Jaime Deza, die de gave bezit om in de toekomst te kunnen kijken. Hij werkt, op aanraden van bevriend professor Wheeler, voor een geheime dienst in Engeland, MI6. Hij moet er, enkel op basis van observaties, het gedrag en de handelingen van de geobserveerden voorspellen (wie zal loyaal blijven aan zijn organisatie en geen verraad plegen, wat motiveert hen, zijn ze in staat om te doden…).

Lees meer