17 mei 2016

Bushalte

Door Stefan Ruiters

Eerder schreef ik al over de bushalte voor mijn huis, op ongeveer 5 meter afstand van mijn bureau. En dat die 5 meter als zoveel meer meters aanvoelen. Zeker, toen een man aanbelde en vroeg of hij bij mij een kopietje kon maken van zijn paspoort. ‘Want ik zie een hoop boeken, dus ik denk dan kopieer je toch?’ Als een onbekende hier binnen stapt, voor een pakketje of een klusje, vraagt diegene onmiddellijk of ik nog wel eens een boek verkoop en of ik er van kan leven. Blijkbaar heeft de gedachte bij hen postgevat dat boeken nog geen droog brood op de plank brengt. Het fascineert me dat over de wereld der boeken zo in uitersten wordt gedacht. Ook hoor ik vaak, ‘Verkoopt het nog een beetje. Boeken?’ Of ze hebben een onrealistisch ontzag voor boeken en de halo van eruditie die erom heen hangt.  Als ik zeg dat ik er van leef, wordt ik meestal een beetje ongeloofwaardig aangekeken. Laatst was er iemand voor de montage van nieuwe sloten op de deuren die vroeg of ik er nog een baan bij heb. Bij mijn weten heb ik nog nooit aan iemand gevraagd of zijn werk genoeg geld oplevert. Ik hoop vooral dat men plezier van zijn of haar werk heeft. Wat je ook doet of bent. De meesten volgen het geld. En dus vragen ze anderen – mij incluis – ongegeneerd naar je inkomsten.

Gisteren plofte er een brief van de gemeente Amsterdam in de brievenbus. Er wordt een opvang voor 800 vluchtelingen gebouwd op een sportterrein hier 500 meter vandaan. De migratiestroom door oorlog en conflicten is een fenomeen door de geschiedenis heen. Dat Nederland door oorlogsslachtoffers wordt gezien als een veilige haven is een prettige gedachte. Ik ben benieuwd door wie de bushalte voor mijn huis en werkplek over een tijd wordt gebruikt naast de Nederlanders die er nu staan. En hoe de buurt gaat reageren op dit feit. Want we leven in het land van de voldongen feiten (H.J.A. Hofland). Deze week is er op 20 mei een informatieavond, van inspraak is geen sprake. Ik ben sowieso voor opvang van kwetsbare mensen. Toch ben ik zeer nieuwsgierig naar hoe de wereld daar buiten – op 5 meter afstand – eruit ziet als de vluchtelingen er zijn. En hoe alle Nederlanders – van welke afkomst ook – zich hier gaan opstellen. Daarover later meer.

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer