17 februari 2012

Bullet Park – John Cheever

Gesignaleerd:

‘Elliot Nailles leidt in Bullet Park, een voorstad van New York, een modelbestaan: hij is een keurige werknemer, kerkganger, hobbyvisser en lid van de vrijwillige brandweer. Hij houdt zielsveel van zijn vrouw en zoon en heeft het gevoel dat pijn en lijden zich bevinden in een oord waar hij nooit zal komen.

Dat verandert als zijn zoon op een dag niet meer op wil staan. Terwijl Nailles alles in het werk stelt om zijn zoon te helpen, is Paul Hammer in Bullet Park komen wonen. Zijn geschiedenis is die van de zwaarmoedige buitenechtelijke zoon die wanhopig op zoek is naar verlichting van zijn eenzaamheid en een doel in zijn leven. Op een dag valt hem een plan in om de wereld wakker te schudden, met Bullet Park als plaats van handeling en Nailles’ zoon als tegenspeler.

In het weergaloos gecomponeerde Bullet Park kruipt Cheever moeiteloos van het ene in het andere personage, fileert hun ideeën over fatsoen en moraal en laat zien wat er onder de oppervlakte van de Amerikaanse droom borrelt. Een meesterwerk over bedrieglijk familiegeluk.’

John Cheever (1912-1982) is vooral bekend vanwege zijn korte verhalen, maar ook zijn romans worden geprezen. Hij ontving onder andere de Pulitzer Prize for Fiction en de National Medal for Literature. De Nederlandse vertaling van Bullet Park verscheen voor het eerst in 1980 en werd voor deze uitgave door Guido Golüke volledig herzien.

Bullet Park

Auteur: John Cheever
Vertaald door: Guido Golüke
Aantal pagina’s: 232
Prijs: € 17,90

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer