18 maart 2016

De val van de Helios – Linda Boström Knausgård

Boströms fantastische werkelijkheid

Recensie door Anky Mulders

Het is bijna niet te voorkomen dat, wanneer je een boek van Linda Boström Knausgård in handen krijgt, je gedachten afdwalen naar haar beroemde echtgenoot Karl Ove Knausgård. We kennen Linda uit zijn zesdelige Mijn Strijd, althans kennen, we hebben over haar gelezen, weten dat zij een psychisch kwetsbaar persoon is, poëzie en verhalen schrijft en theater maakt. En samen met Karl Ove vier kinderen krijgt.

En dan is er midden in de wereldtriomf van haar man opeens De val van de Helios, de debuutroman van Linda. Ook het vergelijken van dit boek met de boeken van Karl Ove ligt voor de hand, maar dat is gauw over wanneer je in Boströms boek begint te lezen. Niks schrijvers- en gezinsleven, niks vrienden en familie en details van dagelijkse belevenissen. In helder taalgebruik vertelt ze een verhaal dat zich afspeelt in een combinatie van mythe en werkelijkheid.

De vader
Een twaalfjarig meisje wordt geboren uit het hoofd van haar vader Conrad. Kort daarna begint hij luid te schreeuwen en omwonenden alarmeren de hulpdiensten, waarna hij wordt afgevoerd naar een psychiatrisch ziekenhuis. Het meisje, de ik-figuur, vertelt dat zij haar gouden wapenuitrusting – eveneens een verwijzing naar de godin Athene – onder de keukenbank verstopt en alleen de helm op haar hoofd behoudt, waarmee ze naakt buiten ronddwaalt. De buurvrouw ontfermt zich over haar en brengt haar naar Bureau Jeugdzorg. Niemand weet wie ze is of waar ze vandaan komt. Zelf houdt ze vol dat Conrad haar vader is. Bij Bureau Jeugdzorg geeft iemand haar de naam Anna en ze wordt opgenomen in het gezin van de zeer sociale Birgitta en Sven, actief bij de geheelonthoudersvereniging, en hun zonen Ulf en Urban. Dit alles gebeurt op de eerste paar pagina’s van het boek.
Anna is een kwetsbaar meisje dat beseft hoe anderen voor haar zorgen en hun best voor haar doen. Daarom probeert ze tegemoet te komen aan de behoeftes van die anderen. Ze beseft dat Birgitta graag een ‘echt, eigen dochtertje had willen hebben dat naast haar op de bank zat en met haar samen borduurde en praatte.’ Ze begrijpt ook dat het beter is om niet over haar vader te praten.

Schreeuwen
Het dorp kent een grote kerkelijke gemeenschap. Anna wordt meegenomen naar de Pinkstergemeente waar het een tijdje lijkt alsof zij in tongen kan spreken. Woorden komen uit haar zonder dat ze zelf weet waar ze vandaan komen.
Ook in haar gedachten gaan de woorden soms hun eigen gang en lijken zelf te bepalen of ze naar buiten komen of binnen blijven. Ze schrijft brieven aan Conrad in de psychiatrische instelling en krijgt ook antwoord, zelfs met een foto erbij. ‘Ik voelde me draaierig door de gelijkenis. Ik wilde hardop schreeuwen […] Ik moest naar buiten. Naar buiten met mijn ski’s. […] Ik skiede en huilde en schreeuwde. […] Mijn schreeuw was als een storm. Als een stortbui. Als een speer was mijn schreeuw. Als een weg naar buiten.’

De laatste zin geeft al aan dat iets eruit moet, dat haar leven verkeerd begonnen is en onverwerkte ervaringen haar belemmeren te zijn wie ze is en nog moet worden. Voor het zover is heeft ze nog een helse weg te gaan. In Anna’s bewustzijn zijn deuren dichtgeslagen en zij weigert ze te openen. Ze wil zich niet bewegen, wil niet meer praten. Urban brengt haar naar een psychiatrische instelling. ‘… ik werd meegetrokken door de stroming onder het wateroppervlak. Werd heen en weer geslingerd tot ik vaste grond onder mijn voeten kreeg en wegrende voor de volgende golf zou komen. Nog een deur om dicht te houden. Ik deed hem dicht en sloot mijn ogen. Ik zag niets achter mijn oogleden, alles was zwart en zo wilde ik het houden.’

Ontglipt perspectief
Hoe teer en kwetsbaar het meisje en haar verhaal ook zijn, daarboven staat een volwassen schrijfster die haar onderwerp kent. Boström heeft zelf aan depressies geleden, dus zij put uit eigen ervaring en zal zich bij het schrijven bewust zijn geweest van het gevaar zich erdoor te laten meeslepen. Daardoor houdt ze de teugels strak, maar een enkele keer schieten ze toch uit haar handen. Want hoezeer de schrijfster ook over de stof regeert, eenmaal in de psychiatrische instelling gesitueerd ontglipt haar het perspectief van het kind. Als bijvoorbeeld de vader van verzorger Artan gestorven is en hij dat tegen Anna vertelt, vraagt zij zich af waarom hij ‘hier bij haar is en niet bij zijn familie’. Dat is geen vraag die een kind van twaalf stelt, zeker niet in de psychische toestand van totale verwarring waarin zij verkeert. Hetzelfde geldt voor: ‘Ik wist dat een verzorger nooit verwachtingen mag hebben van een patiënt, niet iets van zichzelf in een patiënt mag investeren…’ en ‘Dag na dag, week na week had ik het monster geschapen dat ik zelf was.’ Ook dat zijn de woorden van een gerijpter persoon. Zo zijn er meer gedachten van Anna te herkennen als van iemand met ervaring in de psychiatrie. Dat neemt niet weg dat Boström een boeiend beeld geeft van de toestand van haar hoofdpersoon en dat in prachtige, poëtische taal weergeeft, bijvoorbeeld: ‘De slaap had ’s nachts op mijn gezicht geschreven. Rode groeven van hopeloosheid…’ en ‘Ik was verkleed als mezelf, maar zelf was ik heel ergens anders.’

Eigen stem
Behalve de verwijzing naar de godin Athene refereren nog meer zinnen aan de Griekse mythologie, zoals: ‘Hij was overgestoken naar de andere kant.’ In een interview vertelt Boström hoe zij al jong door deze mythologie werd gegrepen. Kennelijk is deze vorm van verhalen haar blijven fascineren, want in haar eigen roman is evenmin duidelijk wat werkelijkheid, waan of droom is, of gewoon datgene wat je met woorden zo gemakkelijk kunt bewerkstelligen: een gefantaseerde werkelijkheid. Boström – die eerder een bundel verhalen schreef die niet in het Nederlands zijn vertaald – heeft haar schrijverschap bewezen. Wat we lezen is onmiskenbaar haar eigen stem.

De val van de Helios
Linda Boström Knausgård
Vertaling door: Maydo Marwijk Kooy
Verschenen bij: World Editions
ISBN: 9789462370494
125 pagina's
Prijs: € 15,95

Meer van Anky Mulders:

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
22 december 2016

Moeder en dochter als enige constante in elkaars leven

Over 'Verstrengeld' van Vivian Gornick
26 september 2016

Een boek als een magneet

Over 'Begrijpend lezen' van Alejandro Zambra

Recent

28 maart 2017

Oeuvre van dertig jaar in een bloemlezing

Over 'Koor' van Peter Verhelst
27 maart 2017

Pulp of kunst

Over 'Keerzijde' van Dulce Maria Cardoso
23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett

Verwant

18 maart 2016

Puzzelstukjes voor de vrede

Over 'Flitsen' van Linda Boström Knausgård
18 maart 2016

De man die iets miste

Over 'De goede minnaar' van Linda Boström Knausgård