31 december 2015

Bonnetjes en ansichtkaarten

Stefan Ruiters

Het is een van de laatste dagen van 2015 dat ik op een ochtend aan de eettafel van de heer F. zit. Hij maakt koffie voor me in de keuken. In afwachting daarvan schuif ik een foto en een ansichtkaart naar de plek waaraan hij zo weer zal plaatsnemen. Ik vond ze in de boeken die ik de vorige keer van hem heb overgenomen. Zo vind ik vaak een visitekaartje, een brief, een boodschappenlijstje of een bonnetje in de boeken die ik aankocht.

De heer F. zet de koffie op tafel en pakt de suiker erbij. Hij kijkt naar wat ik voor hem heb neergelegd. Doet zijn bril af. Kijkt. Zet zijn bril weer op. Kijkt. En blijft kijken. Achter hem valt het grijs-gele ochtendlicht vanuit de overwoekerende tuin naar binnen. Afwisselend pakt hij de foto en de ansichtkaart op en kijkt ernaar. De ansichtkaart is een geposte kaart uit 1982, geadresseerd aan de heer F., Kassel, Germany. Het is een eindejaarswens van de Duitse kunstenaar Sigmar Polke (1941-2010), generatiegenoot en een van de velen die F. uitnodigde om te komen exposeren op de door hem georganiseerde Documenta 7 in 1982, het vijfjarige evenement dat in Kassel de stand van de hedendagse kunst brengt onder de vleugels van een curator/ directeur van naam en faam. F. verbleef drie jaar in Kassel om Documenta 8 te bewerkstelligen. ‘Polke bracht zijn schilderijen pas een dag voor de opening. We waren goede vrienden.’ Thuis blader ik door de 2 delen van de Documenta 8-catalogus heen en zie de namen van de kunstenaars voorbij komen die hij in Kassel bijeenbracht: Andy Warhol, Gerhard Richter, Marina Abramovic, Jean-Michel Basquiat, Marlene Dumas, René Daniels, Robert Mapplethorpe, Isa Genzken, Anselm Kiefer en Cy Twombly. ‘Ik kreeg van het Van Abbemuseum waar ik nog directeur was, 500 gulden in de maand doorbetaald, dan hield ik in elk geval nog uitzicht op mijn pensioen.’ Scherp, dacht ik, zou ik waarschijnlijk niet aan denken als ik gevraagd zou worden voor een dergelijke eervolle opdracht.

De zwart-wit-foto is een kiekje van De heer F. met een collega en kunstenaar, Johannes Gachnang, genomen in Turijn, toen ze samen directeur waren van een museum in die stad.  Hij kijkt naar zijn jongere zelf, een lachende ook. Goed gemutst staan ze nonchalant te poseren op het bordes van het ‘castello’. Ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Hij spreekt over de kleermakers die ze hadden. Die van hem zat in London. Dan ineens: ‘Ik moet weer door, ik ga weer aan het werk. Ik moet een artikel schrijven voor een expositie van de kunstenaar Daniel Buren, een goede vriend van me. Gisteren heb ik een dag verprutst, de hele dag gedaan over een zin die ik later weer heb verworpen. Ik begin altijd te moeilijk, het moet simpel blijven.’ Ik wens hem fijne dagen. We hebben weer een afspraak staan in de eerste week van het nieuwe jaar. Dan struinen we verder door zijn boeken en zijn leven.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer