2 juli 2015

Boekenlast van een museumdirecteur

Elk boek werd ter hand genomen en doorgebladerd 

Boekenkastblog door Stefan Ruiters

‘Ik heb veel aan u gedacht de laatste tijd’. ‘Ik ook aan jou, Stefan. Ik moet hier echt weg, ik word gek. Ik ga kleiner wonen dus gaan er veel boeken de deur uit. Ook de echt goede boeken.‘

Kunsthistoricus, oud-museumdirecteur en samensteller van tentoonstellingen, recent nog van Arnulf Rainer in het CoBrA Museum in Amstelveen, heeft me gebeld. Twee keer eerder ben ik hier op inkoop geweest. De eerste keer dat ik aanbelde, deed hij open in badjas. ‘Goedemorgen. Weet u nog? We hadden een afspraak.’
‘Ja, weet ik. Hoezo? Omdat ik in mijn badjas loop? Zo loop ik er altijd bij hoor in huis. Kom binnen.’
Na een kop koffie aan de eettafel, gaan we op weg naar de bovenetage met boeken en blijven even staan in de gang, ook vol boeken. Ik ontwaarde een werk van de arte povera- kunstenaar Jannis Kounellis in de hoek. Een donker gewaad. Voor ik het wist stond ik, op zijn instigatie, voor dat kunstwerk gehurkt tegenover de kunstdirecteur, die ook neerhurkte. In gedachten moest ik samen met hem een gefingeerde sculptuur van de Amerikaanse kunstenaar Carl Andre optillen. ‘Weet je waarom die kunstwerken van hem een bepaalde maat hebben? Heel simpel, je kunt niet zwaarder tillen dan dit.’
Het voelde als een privé-college van de grote meester. Ik moest denken aan hem als museumdirecteur in de jaren zeventig en tachtig en zijn vele bezoeken aan de ateliers van de kunstenaars die hij bewonderde en exposeerde. Hij schreef ook veel essays over hen. Later werden die stukken gebundeld in het boek Tussen kunstenaars. Met de veelzeggende ondertitel Een Romance.

In de studeerkamer, die volstond met goed gevulde boekenkasten, ging hij  recht voor de kast op een kruk zitten met de rug naar me toe. Steeds pakte hij een boek uit de kast, hield het een paar seconden in zijn handen, bladerde erin, las  enkele regels, wikte en woog alvorens te besluiten het boek weer terug te zetten of over zijn schouder heen aan mij gegeven. Af en toe gaf hij een toelichting bij zijn selectie en deed vooral aanbevelingen om bepaalde schrijvers te lezen, veel Duitsers. Hij had veel boeken dubbel aangekocht tijdens zijn reizen, bang dat hij het  niet in zijn collectie had. Later bleek dan, als hij weer thuis was, dat het boek al in zijn boekenkast stond. Veel literatuur, biografieën en opvallend veel boeken over onderwerpen buiten zijn vakgebied. Hij lijkt daarin op een andere grote meneer in de architectuur, de wereldberoemde Rem Koolhaas. Ook hij koopt veel boeken bij mij over kunst en fotografie. Niet over architectuur. De renaissancistische geest van de intellectuele omnivoor waart in hen lustig rond. Wat een rijkdom met hen te mogen verkeren.

Na een urenlange sessie van boeken bekijken, lezen en beoordelen, besloten we snel weer af te spreken voor een volgende ronde. ‘Dan wil ik weer veel weg doen hoor. Het is allemaal veels te veel.’

JOOT.NL

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer