20 november 2016

Boeken en koffiepraat

Door Marijn Sikken

In een essay van Roel Weerheijm op de website van Tzum staat in een tussenzinnetje: ‘net als boekpresentaties lijken literaire polemieken op de koffieautomaat van een kantoor’. Het stuk gaat over recensies, belangenverstrengeling en wat er allemaal speelt op die vierkante centimeter die de literaire wereld van ons landje behelst. Zeer prettig proza over een onderwerp waarvan ik zo min mogelijk probeer te vinden omdat ergens-iets-van-vinden me vaak helemaal niet helpt.

Ik heb geen kantoor. Thuis ben ik de enige die koffie drinkt, van een automaat geen sprake, bovendien ben ik zo’n zeurderig type dat uitsluitend biologische decafé in een cafetiere zet en dan aan het aanrecht wacht tot het water heeft gekookt en precies genoeg is afgekoeld, u kent het wel, dan kan ik eens rustig nadenken over al die zaken waarover ik geen mening heb (intussen schrijf ik geen woord). Wel ben ik onderdeel van een groep schrijvers die op woensdagen in de centrale bibliotheek aan eigen werk werkt. Na urenlange overwegende stilte – het gezucht en gedempte getik op de toetsenborden van meegebrachte laptops, het heen en weer lopen naar het toilet, de rook- en lunchpauzes – bespreken we waar we mee bezig zijn. Soms leest iemand voor en vraagt om commentaar, soms gaat het over randzaken: dingen die niet letterlijk over het schrijven gaan, maar juist alles daaromheen. Dus recensies en hun recensenten, prijzen en hun jury’s, uitgevers en redacteuren, romans en dichtbundels, boekhandelaars en, zoals Roos van Rijswijk fijntjes opmerkt in haar stuk Afleidende bijzaken op de site van Tirade.nu, het Literaire Internet. Koffiepraat, inderdaad.

Nu ik een paar weken niet ben geweest, mis ik het. Wel bezoek ik de laatste tijd veel boekpresentaties. Heel vaak heb ik mensen horen zeggen dat je hen op elke willekeurige begrafenis aan het huilen krijgt. Of ze de overledene nu kenden of niet, die tranen komen er toch wel. Dat lijkt me niet vreemd: naast oprecht mededogen met andermans verlies roept hun verdriet eigen verdriet op, dus huil je, naast die ander, ook om jezelf. Bij boekpresentaties ervaar ik iets vergelijkbaars. Of ik de schrijver van het gepresenteerde boek nu goed ken of niet, ik bevind mij hoe dan ook in opperste staat van ontroering. Komt dat doordat ‘het’ bij mij binnenkort ook gaat gebeuren? Waarschijnlijk. En evengoed omdat ik blij word van boeken.

Bij de presentatie van De Ruiter van Jan van Mersbergen denk ik terug aan dat zinnetje over die koffieautomaat. Strikt genomen gaat de koffie niet over het werk zelf, maar het is wel belangrijk. Die koffie betekent contact, betrokkenheid bij De Zaak en alles wat (en iedereen die) daarbij hoort. Zo is het met presentaties ook. Het grote schrijven is geweest, het boek is af, dat mag gevierd worden. Het gaat tegelijkertijd wel en niet over schrijven maar draagt allemaal bij aan De Zaak, aan lezen en literatuur. Daar geniet ik van. En dan weer aan het werk, stilletjes, met af en toe een uitstapje naar het aanrecht en de cafetiere.

 

 

Recent

29 maart 2017

Jezelf terugvinden

27 maart 2017

Pulp of kunst

Literair Nederland - 10 jaar geleden

02 april 2007

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

In Ik woonde in een grot wordt het leven een bedoeïenen gemeenschap in het Midden-Oosten op een zeer eigen wijze wordt belicht.

Een westerse vrouw, met Nederlandse wortels, wordt opgenomen in een subgemeenschap in het Islamitische Jordanië. Een verhaal dat een deel van het Midden-Oosten belicht op een manier die zeer welkom is in Nederland op dit moment. Niets van het nu heersende beeld van onderdrukte vrouwen in het Midden-Oosten. Maar een avontuurlijk levensverhaal over een vrouw die, door zichzelf te zijn en te blijven, met haar eigen karakter wordt opgenomen in de gemeenschap en daar een belangrijke rol speelt in de gezondheidsvoorziening.

Lees meer