9 september 2016

Bint 

Recensie door Hans Vervoort

Wie dit boek ter hand neemt moet zorgen minstens anderhalf á twee uur de tijd te hebben. Want als je er eenmaal aan begint lees je het 101 pagina’s tellende verhaal in één ruk uit. En je maakt dan als lezer één lesuur mee uit klas 3B van het Wittelsbacher Gymnasium in München. In het jaar 1928. Tijdens die les komt de rector het schoollokaal binnen, neemt de les over van de leraar Grieks en zorgt er door zijn wijze van overhoren voor dat hij twee leerlingen van zijn school kan verwijderen wegens arrogant gedrag respectievelijk falende kennis. Doet hij dat met voorbedachte rade?

Eén van die twee leerlingen is Franz Kien, het alter ego van de schrijver van dit boek, de in Nederland onbekende maar in Duitsland gevierde auteur Alfred Andersch (1914-1980). Het is het waargebeurde verhaal van zijn eigen verwijdering van de school. De pijn daarover droeg hij zijn hele leven mee en schreef het op zijn sterfbed van zich af. Het verhaal heeft in de Duitse literatuur dezelfde status als Bint in de Nederlandse.

Waarom hij een alter ego nodig had legt de schrijver in een nawoord geduldig uit aan zijn posthume publiek en de recensenten. Het laten beleven van deze vernedering door Franz Kien gaf hem meer mogelijkheden dan wanneer hij de gebeurtenissen vanuit het blikveld van een ikpersoon zou schrijven: ‘Juist het vertellen in de derde persoon stelt de auteur in staat om zo eerlijk te zijn als maar mogelijk is. Het helpt hem remmingen te overwinnen waarvan hij zich maar nauwelijks kan bevrijden als hij ik schrijft’ En het werkt.

Vanaf het moment dat de rector het lokaal binnenkomt beleven we een spannend lesuur met Franz Kien, een matige en luie leerling die eerst geniet als een arrogante mede-leerling te grazen genomen wordt door de Rex (zoals de rector achter zijn rug genoemd wordt), maar tot zijn grote schrik uiteindelijk zelf slachtoffer wordt van het schoolhoofd. De Rex voert zijn schrikbewind uit met een verraderlijke combinatie van vriendelijke uitstraling en onverhoedse minachting en vernedering van zijn pupillen.

Himmler
En deze rector heet Himmler en is de vader van Heinrich Himmler, in 1928 al aanhanger van Hitler en later diens tweede man. Vader Himmler en zoon zijn gebrouilleerd, maar dat heeft vooral te maken met het feit dat vader weinig achting heeft voor de uit de heffe van het volk voortgekomen Hitler, want duits-nationalistisch is hij vanzelfsprekend wel.

De leerlingen van het gymnasium zijn, alhoewel pas 14 of 15 jaar, allemaal op de hoogte van deze situatie en sympathiseren van de weeromstuit met Heinrich, die de moed heeft gehad tegen zijn strenge vader op te staan.
Behalve een spannend verhaal dat rechttoe-rechtaan geschreven is en je tot de laatste regelt boeit – ook als je de afloop weet –  is De vader van een moordenaar ook een boeiende beschrijving van de omgangsvormen die in die tijd gehanteerd werden op een gymnasium-van-stand.
Leuk was anders. Een op zichzelf staand citaat is moeilijk te vinden in het zinderende relaas van dit lesuur. Maar een terzijde herinnering van Franz Kien kan toch een aardig beeld geven van de sfeer en de verhoudingen op deze school.

‘Franz was in de pauze naar het toilet gegaan en juist nadat hij zijn grote boodschap had gedaan en weer de ruimte met pissoirs betrad kwam de Rex binnen. Dat was vreemd, Franz had nooit eerder gezien dat een leraar in de pauze gebruik maakte van de leerlingentoiletten, als zoiets gebeurde moest er wel sprake zijn van hoge nood die wetten brak, maar de Rex had zo te zien helemaal geen haast, hij leek de wc’s alleen maar te willen inspecteren (…) ik leek vast een idioot, dacht Franz, omdat ik ervan uitging dat de Rex op deze plek en omdat hij me zo vriendelijk aankeek, iets grappigs zou zeggen en dat grappige kwam ook, klonk op van nabij, zakelijk en op fluistertoon maar niettemin zo duidelijk dat ook de andere leerlingen in de pissoirruimte het duidelijk konden horen: “Je gulp staat nog open, Kien.”’

Door in de titel van dit verhaal (De vader van een moordenaar) een connectie te leggen tussen de wreedheid van de Rex en de oorlogsmisdaden van de zoon doet Alfred Andersch beiden mogelijk onrecht. En met het verhaal heeft de titel ook niets van doen. Maar dat is dan ook het enige negatieve dat gezegd kan worden over deze zeer geslaagde novelle.

 

 

Alfred Andersch
Vertaling door: Marcel Misset
Verschenen bij: Uitgeverij Cossee
ISBN: 9789059366398
128 pagina's
Prijs: € 16,95

Meer van Hans Vervoort:

30 januari 2017

Dichtersproza

Over 'Geloof In Mij' van Jacob Groot
25 januari 2017

Een hondenleven - maar wel een mooi hondenleven

Over 'Alptraum' van Koos van Zomeren

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

9 september 2016

Geen held, gelukkig

Over 'In mijn vreemde land' van Alfred Andersch
9 september 2016

Een smaakvol maal, opgediend onder het waakzaam oog van een gewetensvolle bedrijfsleider

Over 'Laatste avond in de Lobster' van Alfred Andersch