18 december 2014

Een braaf meisje

Door Inge Meijer

Soms wordt ik overvallen door een overtuigend weten dat ik, ongeacht leeftijd en studie, alles kan bereiken wat ik maar zou willen. Niet dat ik opeens denk te kunnen skydiven of in een luchtballon een wereldreis kan maken. Het moet wel reëel blijven. Wel geloof ik dat ik bijvoorbeeld een blindedarm operatief zou kunnen verwijderen. Het heeft me altijd gefascineerd hoe met een chirurgisch vormgegeven stanleymes een snee door huid- en spierlagen wordt gemaakt en dan de klemmen die de huidsnee openhouden. En dat je dan, in die duistere, bloederige opening precies weet te vinden wat eruit moet. Zo trefzeker zou ik willen zijn. Keelamandelen knippen, doe ik in een handomdraai. Of als verloskundige in barensnood verkerende vrouwen begeleiden: Pufpufpuf, ja, persen, toemaartoemaartoemaaar. Stop. Pufpufpuf enzovoort.

En eens wil ik per schip naar Amerika varen. Daar droom ik wel eens van. Het eerste wat ik dan bij aankomst in de haven van New York voor me zal zien opdoemen (uit de mist), is het tot de verbeelding sprekende Vrijheidsbeeld. Waarna ik eindeloos in de rij moet staan voor ik Amerika wordt binnen gelaten en waarschijnlijk in quarantaine moet. Wat daar de reden voor zou zijn weet ik nog niet, maar het lijkt me een mogelijkheid die dichter bij de dingen staat die mij overkomen, dan de werkelijkheid. Leven als een Italiaanse immigrant in Amerika, zoals in de boeken van John Fante. En de rest is fantasie. Want ik sta gewoon op het station van Brummen te wachten op de trein naar Utrecht. Het is zondagmiddag en het miezert.

Er komt een meisje op hoge pumps  met een wat onwennige, doch sierlijke gang, het perron oplopen. Samen met een jongen in een roestbruine bandplooibroek en een rugzak om. De jongen zegt: ‘Dat kon ik toch niet weten.’ Het meisje op de hoge pumps gaat er eens goed voor staan, slaat haar hoofd naar voren en naar achteren waardoor haar haren als een zweepslag heen en weer zwiepen, kijkt hem aan en legt uit: ‘Ik had alleen mijn jurkje aan.’ Drie keer zegt ze dit en ze spreekt het uit alsof er na elk woord een punt volgt, ‘Ik. had. alleen. mijn. jurkje. aan’. En dan begrijp ik dat ze ‘alleen haar jurkje’ aan had. Niet meer en niet minder. Dan zegt ze, wiebelend op haar hoge pumps en weer die haren rond haar hoofd zwierend: ‘Je hebt je kans gehad.’ Ik kijk naar haar, ze lacht er niet bij. Ik durf niet naar de jongen in zijn roestbruine bandplooibroek te kijken. Ik zou zijn schaamtevolle vernedering, die beslist in zijn blik ligt, niet kunnen verdragen. Deze bandplooibroek dragende jongen heeft zijn kans verspeeld. Ik zie, als hij met een schouderbeweging zijn rugzak opsjort terwijl hij de trein instapt, dat hij droomt van trefzeker handelen. Maar de realiteit heeft hem een loer gedraaid. Het meisje op de pumps zwiert met grote swingende stappen en zonder om te kijken het perron af. Ik begrijp dat wel.

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 januari 2007

Uit een goed nest,Miriam Toews
Een lekker, optimistisch verhaal voor tussendoor

Knute en haar dochter Summer Feelin’ wonen in Winnipeg en alles gaat niet echt lekker. Knute begint voortdurend aan een nieuwe baan maar ze wordt steeds ontslagen. Niet omdat ze niet wil werken, niet omdat ze niet hard werkt maar het lukt gewoon niet. Summer Feelin' vindt het vreselijk op school, gaat er met moeite naar toe, ze is veel liever thuis. En dan komt er een telefoontje, of Knute terug wil komen naar haar ouderlijk huis.

Lees meer