15 januari 2016

Een algemene theorie van het vergeten – Jose Eduardo Agualusa

Bevlogen verteller

Recensie door Ingrid van der Graaf

Om de chaos en rauwheid van het leven in Angola ten tijde van de onafhankelijkheid (na 400 jaar Portugese kolonisatie) en de daarop volgende 27 jarige burgeroorlog te beschrijven, heeft José Eduardo Agualusa (1960) een mooie vorm gevonden. Een oude vrouw die zich gedurende de burgeroorlog heeft ingemetseld en in volledige eenzaamheid die oorlog ternauwernood overleeft, is de spil van het verhaal. Daaromheen wervelen personages waarvan het leven op drift geraakt is en die allen direct of indirect met het leven van de oude vrouw verbonden zijn.

Van de in Angola geboren Portugese schrijver verscheen onlangs Een algemene theorie van het vergeten. Dit is het vijfde boek  van hem dat door Harrie Lemmens in het Nederlands vertaald werd. De titel kan de indruk geven dat je een boek in handen hebt waarin een theorie over de werking van het geheugen uit de doeken wordt gedaan. Niets is minder waar. Geen weerslag van een studie naar vergeetachtigheid maar van verborgen geschiedenissen in Angola van de jaren 1975 tot 2002. Maar wees gewaarschuwd: Agualusa voert zijn personages in zo’n bevlogen verteltrant op dat er wel eens een enkele uit beeld verdwijnt. Wat overigens niets af doe aan de intensiteit van de vertelling. Die zit in de manier waarop Agualusa zijn personages opvoert, zonder uitgebreid in te gaan op plaats, tijd of herkomst, zijn ze er.  

Ongelofelijke verhaal geloofwaardige verteld
Het boek begint met een opmerking vooraf. Agualusa zegt dat hij de kopieën van tien schriften kreeg waarin de in 2010 op vijfentachtigjarige leeftijd overleden Ludovica Fernandes Mano, kortweg Ludo, een dagboek bijhield tijdens de eerste jaren van haar geïsoleerde leven. Hij zegt dat haar dagboeken en gedichten hem geholpen hebben het drama dat Ludo heeft beleefd, te reconstrueren. Om licht ironisch te besluiten: ‘Ze hebben me geloof ik geholpen haar te begrijpen. Desondanks is wat u zult lezen fictie. Pure fictie.’ En dat is het mooie aan de boeken van Agualusa, je weet niet wat je leest.

Ludo lijdt sinds haar kinderjaren aan straatvrees. In haar jeugd is haar iets overkomen dat als ‘Het ongeluk’ wordt aangeduid waarna ze zich helemaal niet meer op straat durft te begeven. Wanneer haar ouders overlijden vertrekt ze met haar zus Odete en haar Angolese zwager Orlando vanuit Aveiro, Portugal naar Angola. Ze betrekken  een appartement op de elfde verdieping van een flat in Luanda. Als de onafhankelijkheid op het punt van uitbreken staat, vluchten de Portugezen massaal het land uit. Ook verdwijnen er Portugezen waar nooit meer iets van vernomen wordt, zoals Odete en Orlando die op een avond spoorloos verdwijnen. In de complete chaos die dan heerst ontstaat een burgeroorlog die 27 jaar zal duren.

Uit angst voor plunderaars die de Portugezen willen verdrijven, metselt Ludo eigenhandig een muur (er is zand, cement en stenen voorhanden) om zich in haar appartement af te scheiden van de rest van de flat. Ze verbouwt groenten en druiven op het dakterras en om het appartement te verwarmen, verbrandt ze de meubels en duizenden boeken uit de bibliotheek van haar zwager. Haar leven geeft ze inhoud door een dagboek bij te houden en gedichten te schrijven : De dagen verglijden alsof ze / vloeibaar zijn. Ik heb geen / schriften en ook geen pennen meer. Ik schrijf met brokjes / houtskool korte gedichten op de muren / Ik ben zuinig met eten, water en woorden. //  (…).

Overleven
Wanneer de schriften vol zijn, gaat ze verder op de muren: (…) Als ik nog ruimte op de muren had, zou ik een / algemene theorie over het vergeten kunnen schrijven. (…) In dit huis hebben alle muren mijn mond.

Er is onder andere sprake van een duif met een briefje in een kokertje aan zijn poot en diamanten in zijn ingewanden; een jongetje wiens moeder in haar strijd tegen handel in organen voor zijn ogen wordt doodgestoken; een lid van de geheime politie; een schaapsherder met zijn zoon: een witte hond met de naam Spook; een journalist die ‘De verzamelaar van verdwijningen’ wordt genoemd; een dochter die ter adoptie is aangeboden en een aap die Che Guavara heet. Een bonte verzameling aan gelukszoekers met hun eigen verhaal die aan het einde van het boek, (dood of levend) als bij de apotheose van een toneelstuk, over elkaar heen buitelen, dan toch nog hun plek krijgen.

Agualusa schrijft ogenschijnlijk zeer intuïtief, zonder vooropgezet plan. Zijn taal is poëtisch, humoristisch en verleidelijk. De grens tussen werkelijkheid en fantasie is flinterdun. Dat wat hij nodig heeft om zijn verhaal te kunnen vertellen, schrijft hij erbij: want alles dient het verhaal. Zoals wanneer Ludo het plan opvat zich in te metselen, lijkt hij ter plekke te verzinnen dat Orlando, voor hij verdween, het plan had een zwembad op het dakterras aan te leggen. Daarom liggen er zakken cement, zand en stenen op het terras. Die kan Ludo goed gebruiken om die muur te metselen. Die ze ook nog eens in één ochtend klaar kreeg. Fantastisch. Het geeft aan dat de handelingen en hoe het verhaal in elkaar steekt niet  van belang zijn. Het gaat om het zichtbaar maken van een leven in chaos. Terwijl in onze westerse samenleving alles is gericht op de toekomst – hoe het beter kan, meer en grootser – is het gros van de mensheid bezig met overleven. En dat is wat dit boek van Agualusa voelbaar maakt: wij hebben geen idee hoe het is te leven in een wereld waarin niets vast staat.

In het boek zijn twee gedichten, die het personage Ludo geschreven heeft, niet geschreven door de auteur, zoals te verwachten, maar door de Braziliaanse dichteres Christiana Novoa. Zij schreef die gedichten op verzoek van hem, aldus Agualusa in een dankbetuiging.
Vertaler Harrie Lemmens verzorgde een mooi nawoord waarin hij onder meer vermeldt dat de fictie van Jose Eduardo Agualusa nog wel eens een eigen leven kan gaan leiden. Zo heeft de auteur in een van zijn boeken (Regenseizoen, 1996) een dichteres als personage opgevoerd. Hij deed haar zo geloofwaardig uitkomen dat de uitgever hem later vroeg een anthologie uit te brengen van het werk van de dichteres. De kunst om waarachtig te maken wat niet bestaat is Agualusa niet vreemd. Het kan dus zijn dat Christiana Novoa niet bestaat of, als ze bestaat, zijn die gedichten, waarvan hij zegt dat zij ze geschreven heeft, niet door haar geschreven. Maar dat terzijde. Voor wie zijn comfortzone voor een paar uur wil verlaten: lees dit boek.

 

 

Een algemene theorie van het vergeten
Jose Eduardo Agualusa
Vertaling door: Harrie Lemmens
Nawoord door: Harrie Lemmens
Oorspronkelijke titel: Teoria Geral do Esquecimento (2012)
Verschenen bij: Koppernik
ISBN: 9789492313058
254 pagina's
Prijs: € 18,50

Meer van Ingrid van der Graaf:

22 november 2016

Ongelooflijk sterk verhaal

Over 'Noodweer' van Marijke Schermer
4 november 2016

Een tros rondborstige... verhalen en kronieken

Over 'Tirade' van redactie: Daan Doesborgh - Roos van Rijswijk - Anja Sicking - Wytske Versteeg en Marko van der Wal
30 september 2016

Teksten als legeringen

Over 'Terras#10 Metalen' van onder redactie

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring

Verwant

15 januari 2016

Allegorische fantasie streelt de zintuigen

Over 'De drie plagen van Manirema ' van Jose Eduardo Agualusa
15 januari 2016

Onaangepaste hoofdpersoon in een zelfverkozen jungle

Over 'Suttree' van Jose Eduardo Agualusa