Over de schrijver Bernlef

Bernlef (pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman, Sint Pancras, 14 januari 1937) is een veelzijdig en productief auteur. Hij schreef romans, verhalen, gedichten, toneelstukken en essays over uiteenlopende onderwerpen (jazz, literatuur, schilderkunst, fotografie). Als vertaler heeft Bernlef in het Nederlandse taalgebied verschillende Amerikaanse en Zweedse dichters geïntroduceerd, zoals Marianne Moore, Elizabeth Bishop en Tomas Tranströmer.

Persoonlijk

J. Bernlef werd als Hendrik Jan (Henk) Marsman op 14 januari 1937 geboren in Sint-Pancras in de buurt van Alkmaar. Zijn jeugd bracht hij door in Amsterdam-West, in 1949 verhuisde het gezin Marsman naar Haarlem. Terug in Amsterdam in 1954 kreeg de jonge Henk op de HBS Nederlands van de schrijver Rob Nieuwenhuys die hem en zijn vrienden Gerard Stigter en Gerard Bron (de latere K. Schippers en Gerard Brands) in contact bracht met het werk van schrijvers als Nescio, Elsschot en Carmiggelt. Na zijn eindexamen in 1955 studeerde hij zes maanden aan de faculteit voor politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en werkte vervolgens bij een boekhandel en een uitgeverij. Najaar 1956, vlak voor de Hongaarse opstand, moest hij in dienst.

In 1957 verbleef hij drie maanden in het militaire hospitaal Austerlitz. In deze periode debuteerde hij met het onder zijn eigen naam geschreven verhaal Mijn zusje Olga dat later verscheen in het blad Hoos. Naar aanleiding van die publicatie maakte de recensent Hans van Straten een vergelijking met de dichter Marsman. Dat was voor de jonge Henk Marsman reden na te gaan denken over een pseudoniem. Op een boekhandelscursus had hij net gehoord over de middeleeuwse Friese bard Bernlef, van wie geen werk bewaard was gebleven. Die naam, voorafgegaan door de beginletter van zijn tweede voornaam, werd zijn pseudoniem.

Na zijn diensttijd trok hij in 1958 naar Zweden, waar hij in de ban kwam van het weerbarstige landschap. Tot 1960 pendelde hij tussen Nederland en Zweden heen en weer. Definitief terug in Amsterdam werkte hij tot 1965, toen hij besloot van het schrijven te gaan leven, bij een grote importeur van boeken. In 1960 trouwde hij met Eva Hoornik met wie hij twee kinderen kreeg. Zijn vriend Gerard Stigter trouwde met Eva’s tweelingzusje.

Met Stigter en Brands richtte hij het ‘tijdschrift voor teksten’ Barbarber op dat tot 1971 bestond. Door op allerlei manieren het alledaagse binnen de poëzie te halen, wilden de redactieleden de grenzen van het literaire doorbreken. Een vaste werkmethode daarbij was het gebruik van ready-mades: bestaande teksten (zoals reclamekreten en krantenknipsels) die, uit hun context gelicht, tot poëzie werden. In 1977 was hij betrokken bij de heroprichting van Raster, een blad waarvan hij geruime tijd redacteur was. Als criticus schreef hij daarnaast voor uiteenlopende kranten en tijdschriften, zoals De Groene Amsterdammer, De Gids en de Haagse Post.

Een specifieke belangstelling heeft Bernlef altijd gehad voor de jazz, een onderwerp waar hij dan ook het nodige over geschreven heeft. Hij vervulde een bestuursfunctie bij de Stichting Jazz in Nederland.

Bernlef schreef een tiental romans, hij vertaalde er enkele en hij schreef ook verhalend proza. Bernlef had al vele tientallen publicaties op zijn naam staan toen hij voor het eerst succes boekte bij een groot publiek. De publicatie van Hersenschimmen in 1984 betekende een doorbraak. In 2000 zei hij hierover in de Volkskrant: ‘Begin jaren tachtig had ik last van een writer’s block. Toen begon ik aan Hersenschimmen, een sprong in het duister, en ontdekte dat ik het drama in mijn werk kon toelaten zonder sentimenteel te worden, en zonder mezelf ontrouw te zijn. Het boek betekende de doorbraak naar een groot publiek, ja, maar het gaf vooral mijzelf een enorme vrijheid: weg met de theorie, alles kon en mocht voortgaan, als ik dat wilde.’

Bron: www.kb.nl

Bijzonderheden

  • Sinds 2002 publiceert J. Bernlef onder het pseudoniem Bernlef, dus zonder de initiaal J.
  • Bernlef heeft ook gepubliceerd onder de pseudoniemen Ronnie Appelman, J. Grauw, Cas den Haan, S. den Haan en Cas de Vries.
  • ‘Met een lift zakt hij de vergetelheid in.’ Deze zin – het begin van de roman De man in het midden (1976) – geeft in een notendop de thematiek weer die veel van het werk van J. Bernlef beheerst. Vergeten en vergetelheid, en onlosmakelijk daarmee verbonden verdwijnen en dood, zijn daarin kernbegrippen.

Werken

  • Onder de bomen (1963, verhalen)
  • Wat zij bedoelen (1965, met K. Schippers, interviews)
  • Stukjes en beetjes (1965, roman, later uitgegeven als: Achterhoedegevecht)
  • De schoenen van de dirigent (1966, poëzie)
  • Paspoort in duplo (1966, roman)
  • De schaduw van een vlek (1967, verhalen)
  • Een cheque voor de tandarts (1967, met K. Schippers, documentaire)
  • Bermtoerisme (1968, poëzie)
  • De dood van een regisseur (1968, roman)
  • De verdwijning van Kim Miller (1969, verhalen)
  • Wie a zegt (1970, essays)
  • Hoe wit kijkt een eskimo (1970, poëzie)
  • Het verlof (1971, roman)
  • Rondom een gat (1971, een winterboek)
  • De maker (1971, roman)
  • Grensgeval (1972, poëzie)
  • Sneeuw (1973, roman)
  • Brits (1974, poëzie)
  • Meeuwen (1975, roman)
  • De man in het midden (1976, roman)
  • Zwijgende man (1976, poëzie)
  • Gedichten 1960-1977 (1977, poëzie)
  • Anekdotes uit een zijstraat (1978, verhalen)
  • Stilleven (1979, poëzie)
  • Nachtrit (1979, toneel)
  • De ruïnebouwer (1980, verslag en schouwspel)
  • De kunst van het verliezen (1980, poëzie)
  • Onder ijsbergen (1981, roman)
  • Alles teruggevonden/niets bewaard (1982, poëzie)
  • Hersenschimmen (1984, roman, in 1987 bewerkt tot film en in 2006 tot theaterstuk)
  • Verschrijvingen (1985, prozagedichten)
  • Wolftoon (1986, poëzie)
  • Publiek geheim (1987, roman)
  • Drie eilanden (1987, een bundel waarin opgenomen de romans sneeuw, meeuwen en onder ijsbergen)
  • Gedichten 1970-1980 (1988, poëzie)
  • Geestgronden (1988, poëzie)
  • Vallende ster (1989, novelle)
  • Achterhoede gevecht (1989, een bewerking van het in 1965 als prozadebuut uitgegeven Stukjes en beetjes)
  • De noodzakelijke engel (1990, poëzie)
  • Doorgaande reizigers (1990, verhalen)
  • Verborgen helden (1991, bloemlezing)
  • Ontroeringen (1991, essays)
  • De witte stad (1992, roman)
  • De herinneringen zien mij (1992, integrale vertaling van het werk van Tranströmer)
  • Niemand wint (1993, poëzie)
  • Eclips (1993, roman)
  • Schiet niet op de pianist. Over jazz (1993, essays)
  • Vreemde wil (1994, poëzie)
  • Esther (1994, toneel)
  • Alfabet op de rug gezien (1995, poëzievertalingen)
  • Cellojaren (1995, verhalen)
  • Achter de rug. Gedichten 1960-1990 (1997)
  • Verloren zoon (1997, roman)
  • Schijngestalten (1997, bevat tevens Hersenschimmen, Vallende ster en Eclips)
  • Onder ijsbergen (1997, herduk als Grote Lijsters 1997 Nr.1, literaire reeks voor scholieren)
  • De losse pols (1998, essays)
  • Aambeeld (1998, poëzie)
  • Meneer Toto-tolk (ter gelegenheid van de jaarwisseling 1998-1999)
  • Haalt de jazz de eenentwintigste eeuw? (1999, essays)
  • Tindeman’s Dilemma (1999, verhalen)
  • Boy (2000, roman)
  • Kokkels & Stenen spoelen (2000, verzen & verhalen)
  • Bernlefs beste volgens Bernlef (2000, verhalen)
  • Bagatellen voor een landschap (2001, gedichten)
  • Tegenliggers (2001, portretten en ontmoetingen)
  • Verbroken zwijgen (2002, verhalen)
  • Buiten is het maandag (2003, roman)
  • Kiezel en traan (2004, gedichten)
  • De onzichtbare jongen (2005, roman)
  • Een jongensoorlog (2005, roman, een door de schrijver zelf herziene versie van de eerdere romans Stukjes en beetjes en Achterhoedegevecht)
  • Hoe van de trap te vallen (2006, jazzverhalen)
  • Hersenschimmen (2006, leesclubeditie)
  • Op slot (2007, roman)
  • Het begin van tranen (2008, verhalen)
  • De pianoman (2008, Boekenweekgeschenk)
    Bronnen: www.biblioweb.nl en www.kb.nl

Prijzen

  • 1959 Reina Prinsen Geerligs-prijs voor Kokkels
  • 1962 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Morene
  • 1964 Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs Dit verheugd verval
  • 1964 Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor het gedicht ‘Een dode hagedis’ in de bundel Dit verheugd verval.
  • 1977 Vijverberg-prijs voor De man in het midden
  • 1984 Constantijn Huygens-prijs voor gehele oeuvre
  • 1987 AKO-literatuurprijs voor Publiek geheim
  • 1989 Diepzee-prijs voor Hersenschimmen
  • 1994 P.C. Hooft-prijs voor gehele oeuvre
    Bron: www.literaireprijzen.nl

Tekening: Martien Bos, www.antisomber.nl

 

Recent

25 april 2018

Roman als gebeurtenis

Literair Nederland - 10 jaar geleden

10 juli 2008

Saramago lezen tegen de tijdgeest
Recensie door Menno Hartman

‘De Nederlandse musea bevinden zich in een identiteitscrisis. Ze lijken niet te weten waar hun eigenlijke taak ligt: bij kunst of bij entertainment.’ schreef Janneke Wesseling in het NRC-Handelsblad van zaterdag 30 oktober. Verscheidene musea kiezen niet meer voor tentoonstellingen die gewijd zijn aan een kunstenaar, maar laten zich door een kunstmarketingbureau adviseren overzichtstentoonstellingen te maken met titels als Bloemen van verlangen, vier eeuwen bloemen in de kunst.

Lees meer