24 april 2017

Bananendoos

Door Adri Altink

De reclameslogan ‘Van boeken krijg je nooit genoeg’ is bij mij altijd in vruchtbare aarde gevallen. Een leus die je geestelijk en fysiek kunt interpreteren. De honger naar nieuwe kennis en nieuwe interpretaties van de oude, bij voorkeur verpakt in bezielende literatuur, zal wel nooit overgaan. Maar de geestelijke honger stuit onvermijdelijk op capaciteitsprobleem. Het dwingt me tot strenge beslissingen, telkens als de stapels op de grond vóór de boekenkast datgene wat er keurig achter gerangschikt staat weer aan het zicht beginnen te onttrekken. Er móét het een en ander weg.

Dat snoeiwerk is soms van een grote intimiteit. Ik weet van vrijwel alle boeken waaróm ik  ze heb, ook al las ik niet alles. Toch neem ik zelfs van literatuur die me matig kon boeien moeilijk afscheid. Deze keer stuit ik op een verrassing: een bundel gedichten in zwarte omslag met daarop de naam van de auteur, Yahya Hassan. Ik sta er wat beduusd mee in mijn handen. Ik kan me niet herinneren dat ik het heb gekocht of gekregen. Ik kan me evenmin voorstellen dat ik het ooit geleend zou hebben, want de naam Yahya Hassan zegt me volstrekt niets. En toch is er een hele vage herinnering als ik de met louter kapitalen gevulde bladzijden zie: legde ik het niet ooit meteen weg omdat dat geweld van hoofdletters me afschrikte?

Tot mijn verbazing zie ik dat het boek zelfs gesigneerd is, al kan ik uit de weidse krabbel onmogelijk opmaken of die uit de pen van de dichter is gevloeid. Dat lijkt me bovendien kras. Want Hassan is een Deense dichter en ik heb een Nederlandse vertaling uit 2014. Hassan blijkt in Denemarken meer dan 100.000 keer over de toonbank zijn gegaan. Let wel: een dichtbundel. In een land met amper 5,5 miljoen inwoners! Yahya Hassan is de zoon van Palestijnse vluchtelingen, lees ik op de achterflap. Maar Denemarken was toch het land dat vorig jaar schermde met sluiten van zijn grenzen voor vluchtelingen en het afpakken van geld van ze? En daar lezen 100.000 mensen deze gedichten vol gruwelijkheden, geweld en verdrukking van mensen die hun land verlieten vanwege een oorlog?

HIJ [vader] KOMT THUIS VOOR GEBED / MOEDER ZIJ KENT DE WEG / VAN HET KEUKEN NAAR HET SLAAPKAMER / HIJ DOET DE DEUR OP SLOT / EN MIJ IK WEET DAT HIJ ZAL SLAAN OF NEUKEN

Regels uit de herinneringen van een kind. Geen wonder dat Yahya een probleemjongere werd die in een inrichting terecht kwam. Waar hij tot zijn redding de literatuur vond. Wat een mooie parallel overigens met de prachtige roman Alleen met de goden van Alex Boogers, waarin eveneens een jongen uit de goot wordt gered door de literatuur.

Hoe heeft deze bundel aan mijn aandacht kunnen ontsnappen en verweesd in mijn kast terecht te komen? Op het moment dat hij op de nominatie stond om in één van de bananendozen te worden afgevoerd, klampte hij me nog even aan. Hij mag blijven, sterker: hij gaat nog even niet terug in de kast.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer