Abdelkader Benali – Bad Boy

Kan de échte Badr Hari nu opstaan?

 

Bad Boy is alweer de zesde roman van de Marokkaans-Nederlandse schrijver Abdelkader Benali. Een bezige bij, die, naast talloze romans, binnen 8 jaar een oeuvre heeft geschapen van reisverhalen, toneelstukken, columns, brieven en een gedichtenbundel. Naast het schrijven doet Benali regelmatig uitstapjes naar de tv-wereld. Onder leesfanaten is hij welbekend van het programma Benali Boekt, waarin hij de lezer een kijkje geeft in de levens van bekende Nederlandse schrijvers.

Bad Boy is een van de bijnamen die kickbokser Badr Hari verwierf in de ring. De roman is dan ook geïnspireerd op het leven van deze inmiddels befaamde beroepsvechter. Benali leent de onzekere situatie waarin Hari tot op heden verkeerde en speelt met de verwachtingen rondom zijn proces. De auteur geeft aan, onder andere in een interview met de NOS, gefascineerd te zijn door de verschillende gezichten van de kickbokser. Hari is volgens hem een Janushoofd. ‘Hij heeft enerzijds een zeer charmante kant die hij naar buiten draagt in de media, aangevuld door zijn sportieve succes, en anderzijds een oncharmante, met name onsportieve kant, die hij in de boksring toont,’ aldus Benali.

In zijn poging om het ware gezicht van Badr Hari te onthullen, speelt hij een literaire ‘wie van de drie.’ De gefictionaliseerde Hari, Amir Salim, kent dan ook drie geboortes. Zo begint Benali’s roman met het beeld van een stille en schuchtere Nederlands-Marokkaanse jongen die opgroeit in een volksbuurt in Amsterdam Oost. Als vierde zoon lijkt hij identiteit te missen. Hij is stil en terughoudend. Totdat zijn moeder het idee krijgt om hem op boksen te doen. Hier wint Amir aan identiteit en ondergaat hij zijn tweede geboorte.

‘Onder zijn kleding kolkte de warmte van het gevecht nog, hij werd erin gekookt, in deze mannelijke bouillon van hitte en hitsigheid. Oerschreeuw na oerschreeuw hoorde hij achter zich. Daarboven brandde het licht fel, alsof er een brand woedde. Achter die brede ramen vochten de topatleten, waar hij zelf een paar minuten daarvoor nog tussen had gestaan. Opnieuw voelde hij het verlangen om terug te gaan en zijn plaats op te eisen. Hij keek op zijn Casio-horloge. Het was tien over zes. Het tijdstip van zijn geboorte.’ (p. 49).

Naast lust, blijkt Amir ook talent te hebben voor het kickboksen. Hij wint alle gevechten en verwerft binnen enkele jaren de kampioenstitel. Deze gaat gepaard met een voorbeeldfunctie.

‘Er werd naar hem gekeken zoals hij zijn broers naar mooie meisjes op tv had zien kijken, vol dromen, verwachtingen en soms expres onderkoeld ook. Iemand zei tegen hem: “Ik zie in jou de toekomst van het nu.” Iemand anders zei: “Later zal iedereen zoals jij willen zijn.” Lovende stemmen die om hem heen dwarrelden.’ (p. 93)

Maar ook deze jas ontgroeit hij snel. Al deze lovende stemmen leggen druk op de kampioen, die als jongste zoon nooit een voorbeeldfiguur heeft hoeven te zijn. Het wordt steeds moeilijker om zijn opvliegende kant, aangestuurd door de djinn (kwelgeest), te onderdrukken. Dan gaat het mis. Wanneer zijn glamourvriendin tijdens het uitgaan door een oude vijand van Amir wordt vernederd, slaan alle stoppen door. Amir de vechter en Amir de man worden één, en de klappen vallen.
Om Amir uit de luwte te houden, vraagt zijn manager hem om een gestrand reisgezelschap, waaronder zijn dochter, in Marokko te gaan zoeken. Eenmaal daar werpt Amir zich op als reisleider. Na deze derde geboorte krijgt Amir de kans om de man van de vechter te scheiden. Om het gestrande gezelschap in Marrakech te krijgen is hij immers enkel aangewezen op zijn kwaliteiten als mens. In deze gedaante ontpopt hij en blijkt hij het meest met zichzelf samen te vallen.

Benali’s poging om Badr Hari literair te portretteren is dapper, maar enigszins onbevredigend. Hoewel het verhaal maar weinig van haar globale lijnen afwijkt – hier en daar een flashback – is het schetsmatig. Het plot mist diepgang en blijft hierdoor amper overeind. Daarnaast is er een tekort aan spanningsbogen om de aandacht van de lezer bij het verhaal te houden. Waar Benali wel uitweidt over zaken lijkt dit geen doel binnen het verhaal te hebben, behalve het vertragen ervan. Dit soort dwaalsporen zorgen ervoor dat de aandacht van de lezer verslapt. Dit is sterk het geval wanneer het gaat over de carrièreproblemen van Amirs vriendin Chanel. Naast haar fictieve problemen, komt het hele personage, alleen al de naam, wat gekunsteld over. Deze gekunsteldheid geldt niet alleen voor sommige personages, maar ook voor Benali’s schrijfstijl. De harde telegramstijl die hij gebruikt voor Amirs personage clashed hier en daar met de lyrische en soms wat tuttige woordkeuze van de verteller. Zo omschrijft Amir, die een late prater was, zichzelf als volgt:

‘Langzaam, met horten en stoten, vertelde hij wie hij was. Amir Salim. Uit Amsterdam-Oost. Vechter. Succesvol. Grappig. Charmant. Gezellig. Ondeugend. Hard. Streng. Trots. Trots.’ (p. 97)

Een stukje verder in het boek wordt vanuit Amirs perspectief een oude Marokkaanse man beschreven:

‘“Salaam wa alaikoem.” Plotseling stond een kleine oude man voor zijn neus, het onbetaalbare gezicht helemaal bekrast door de stoffige tijd. Natuurlijk had hij een lekker dikke boernoes aan en droeg hij afgetrapte leren slofjes. Helemaal het plaatje.’ (p. 101-102)

Wellicht verdient deze auteur meer lof – al is het alleen al voor eerdere werken, zoals Bruiloft aan zee en De langverwachte – maar de sensatie van de afgelopen jaren rondom de kickbokser en zijn (ex)vriendin Estelle Cruijff maakt het moeilijk om de roman onbevooroordeeld in te gaan. Het onderwerp van deze roman roept dan ook vragen op over Benali’s intenties met de roman. Ondanks dat de auteur aangeeft Hari’s ware gezicht te willen duiden, is het ook overduidelijk dat het ‘achterklap’ verhaal erachter goed scoort bij veel lezers geïnteresseerd in het roddelcircuit. Of is het zijn intentie om invloed te hebben op het proces van de bokser? Inmiddels is een deel van het einde van het proces van Badr Hari uit de doeken gedaan. De kickbokser is onlangs veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Hari heeft besloten tegen deze uitspraak in beroep te gaan. Ten tijde van het schrijven van het boek was het echter nog niet bekend hoe deze geruchtmakende zaak zou aflopen. Benali speelt dan ook met de verwachtingen rondom het toen nog naderende proces. Veroordeelt hij de bokser die zich schuldig heeft gemaakt aan ‘adelaar gedrag’ (om de metaforische vergelijking die in de rechtszaal werd getrokken nog maar eens te herhalen) of probeert hij zijn naam te zuiveren?

Benali velt echter geen zwart-wit oordeel. Zijn voornaamste intentie lijkt om Badr Hari – hetzij welgestelde glamour man of gewelddadige derde generatie immigrant – te vermenselijken. Misschien dat de allegorie van het ezeltje dat Amir als reisleider in een Marokkaans dorp vastgebonden aan een paal aantreft Benali’s standpunt nog wel het beste weergeeft:

“ ‘De ezel is aangehouden.’
‘Voor wat?’
‘Voor de beet die hij die gids heeft gegeven. Hij gaat berecht worden,’ zei een van de oude mannen.
‘Hoe kun je een dier berechten dat niet weet wat het heeft gedaan? Wel of geen straf, het zal niets uitmaken. Er komt een volgende vreemdeling die hem niet aanstaat om in de nek te bijten,’ zei Amir.” (p. 117).

Als de ezel inderdaad allegorisch is voor Hari, dan lijkt Benali te geloven dat Hari in zijn tweede geboorte is blijven hangen. Hij ziet niet meer het onderscheid tussen ‘Badr Hari de man’ en ‘Badr Hari de vechter.’ Welwillend schrijft Benali hem dan ook een derde geboorte toe die een uitweg biedt. Wellicht uit sympathie voor zijn personage, wellicht ook uit sympathie voor de échte Bad Boy.

 

 

Bad Boy
Abdelkader Benali
roman
Verschenen bij: Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN: 9789029587808
256 pagina's
Prijs: € 18,95

Recent

15 december 2017

Drakenbloed en hoestende koeien

Over 'Tijl' van Daniel Kehlmann
14 december 2017

Vergane Hollywoodglorie in de Maghreb

Over 'De oppermachtigen' van Hedi Kaddour
13 december 2017

Literatuur uit de provincie

Over 'Ergens op het eind' van Erik Nieuwenhuis
12 december 2017

Troosteloos zal het in Twente wezen

Over 'De heilige Rita' van Tommy Wieringa
11 december 2017

Niet alles hoeft begrepen om te zien hoe prachtig het is

Over 'Finisterre' van Eugenio Montale