17 november 2009

Austerlitz, een man zonder naam

Door Rein Swart. De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Door Rein Swart. De intrigerende roman ‘Austerlitz’ van W.G. Sebald uit 2003 begint met een bezoek van de ik-figuur, een alter ego van de schrijver, aan de Zoo in Antwerpen in de tweede helft van de jaren zestig. De uilen die hij daar ziet doen hem denken aan de vorsende blikken ‘zoals je die wel aantreft bij bepaalde schilders en filosofen, die door middel van de zuivere waarneming en het zuivere denken trachten door te dringen in de duisternis die ons omringt.’ Daarna ontmoet hij, heel en passant, de mysterieuze Austerlitz in de wachtkamer van het station, die zeer geïnteresseerd blijkt te zijn in de architecturale waarde van het gebouw.

Het verhaal loopt vanaf daar soepel aan één stuk door naar het ontrafelen van de geschiedenis van de schrandere Austerlitz, die als kleine jongen staat afgebeeld op de omslag als page van de rozenkoningin en die volgens de ik-figuur erg doet denken aan Wittgenstein.

Austerlitz is geboren voor de oorlog rond 1935 en ontheemd geraakt. Hij werkt en woont lange tijd in Londen, maar ook in Parijs en voelt zich, net als de ik-figuur, nergens thuis. Er hangt een geheimzinnige waas over het boek, die luguber wordt als van het station in Antwerpen overgestapt wordt naar het fort Breendonk in België, waar gevangenen tijdens de tweede wereldoorlog op een gruwelijke manier aan hun einde kwamen.

De ontmoetingen tussen de twee mannen komen met veel tussenkomst van tijd en vaak heel toevallig tot stand. Austerlitz begint altijd meteen te vertellen. De auteur voegt daarbij voor de duidelijkheid het tussenstukje, ‘zei Austerlitz’ aan de tekst toe, hetgeen soms een beetje veel wordt, bijvoorbeeld als Austerlitz na lange tijd en na lang zoeken Vera weer ontmoet, zijn vroegere buurvrouw en kindermeisje. ‘En zei Vera, zei Austerlitz, als we dan bij de bladzijde kwamen waarop stond dat de sneeuw tussen de takken van de bomen door dwarrelde en weldra de hele bosgrond bedekte, keek ik altijd naar haar op en dan vroeg ik: Maar als alles wit wordt, hoe weten de eekhoorntjes dan waar ze hun voorraad hebben verstopt?’ Het blijkt wel mogelijk om op die manier heel consequent een verhaal te vertellen.

Behalve de zoektocht van Austerlitz naar zijn verleden en zijn naam kent het boek ook een filosofisch element, namelijk over de tijd, die Austerlitz als leugenachtig kwalificeert en niet minder willekeurig vindt dan bijvoorbeeld een berekening zou zijn die gebaseerd was op de groei van de bomen of de duur van het uiteenvallen van een stuk kalksteen.

‘Ik heb een klok altijd iets belachelijks gevonden, iets fundamenteel leugenachtigs, misschien wel omdat ik mij, vanuit een innerlijke drang die ik zelf nooit heb begrepen, altijd heb verzet tegen de macht van de tijd en mij buiten het zogenaamde ‘tijdgebeuren’ heb geplaatst, in de hoop, zoals ik nu denk, zei Austerlitz, dat de tijd niet voorbij gaat, niet voorbij is, dat ik erachter terug kan gaan, dat alles daar net zo is als eerst of, beter gezegd, dat alle momenten van de tijd tegelijk naast elkaar bestaan, beter gezegd, dat niets van wat de geschiedenis vertelt waar is, dat het gebeurde nog helemaal niet is gebeurd maar nu pas gebeurt, op het moment dat wij eraan denken, wat natuurlijk anderzijds het troosteloze vooruitzicht opent van een voortdurende ellende en een nooit eindigende pijn.’

Ook in zijn eigen verleden kan hij wisselen van de ene tijdsperiode naar de andere, bijvoorbeeld als hij teruggaat naar het moment waarop hij door een Engelse dominee en diens vrouw werd aangenomen als hun zoon. ‘Hij zat heel alleen terzijde op een bank. Zijn benen, die in witte kniekousen waren gestoken, kwamen nog niet tot op de grond, en als het rugzakje dat hij op zijn schoot omklemd hield er niet was geweest, had ik hem waarschijnlijk niet herkend, zei Austerlitz. Maar nu herkende ik hem wel, door dat rugzakje, en voor het eerst van mijn leven zo ver ik kon terugdenken herinnerde ik mij mezelf als klein kind, op het moment dat ik begreep dat het in deze wachtruimte moest zijn geweest dat ik meer dan een halve eeuw geleden in Engeland was aangekomen.’

Door middel van melodieuze zinnen met een mooie cadans en een bedwelmende en meeslepende vertelstijl, die me herinnerde aan Nabokov, krijgen we een boeiende kost opgediend, die ook nog eens met foto’s aanschouwelijk gemaakt, zoals meteen in het begin foto’s van de eerder genoemde ogen van uilen en die van wetenschappers.

Er valt veel te genieten in dit boek, teveel om op te noemen, bijvoorbeeld over de schrijfcrisis waarin Austerlitz komt te verkeren, waarin hij zichzelf vergelijkt met een koorddanser die niet meer weet hoe hij de ene voet voor de andere zet en het wankele platform onder zich ziet en, heel wat anders, over de manier waarop de dominee zijn zondagse preek voorbereidt.

‘Geen van die preken schreef hij ooit op, hij vervaardigde ze uitsluitend in zijn hoofd door zichzelf ermee te pijnigen, minstens vier dagen lang. ’s Avonds kwam hij altijd diep teneergeslagen uit zijn kamer tevoorschijn, alleen maar om er de volgende ochtend weer in te verdwijnen.’

Misschien is het juist de tegenstelling tussen de kalmerende stijl en de voortijlende inhoud, die de onweerstaanbare charme van dit boek uitmaakt.

Austerlitz, een man zonder naam
ISBN: 9789023419754

Meer van :

17 november 2017

Uitzichtloos leven in Unthank / Glasgow

Over 'Lanark' van Alasdair Gray
15 november 2017

Een portret in stukjes

Over 'Waarom ik mensen niet in mootjes hak' van Renske de Greef
14 november 2017

Diepe emoties in weloverwogen zinnen met originele beelden

Over 'Binnenplaats' van Joost Baars

Recent

13 november 2017

Een aaneenschakeling van mislukkingen?

Over 'We haten elkaar meer dan de Joden' van Els van Diggele
9 november 2017

Verlangen in vele variaties

Over 'Het raadsel van de liefde' van Andre Aciman
8 november 2017

Biografie Herman de Coninck gedicteerd door De Coninck zelf

Over 'Toen met een lijst van nu errond' van Thomas Eyskens
7 november 2017

De dreiging van het duister

Over 'Wol' van Aart Taminiau
6 november 2017

Het licht gaat uit

Over 'Laatste dagen op Ellis Island' van Gaëlle Josse

Verwant