15 december 2015

Astrid H. Roemer wint P.C. Hooft-prijs 2016

Door Ingrid van der Graaf

Astrid H. Roemer (1947 Paramaribo, Suriname) wint met haar indrukwekkende oeuvre als eerste schrijver van Caraïbische oorsprong de prestigieuze P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde 2016. In de media wordt er gesproken van een Grande finale in het jaar van haar comeback. De keuze van de jury voor Roemer kwam als een grote verrassing voor degenen die Arnon Grunberg en Jeroen Brouwers als favoriet op hun lijstje hadden staan.

Opmerkelijk is dat Roemer voor meer dan tien jaar uit het literaire zicht verdween en haar werk niet, of alleen tweedehands te verkrijgen is. Maar datzelfde werk, waarin thema’s als discriminatie, seksisme, homoseksualiteit en racisme centraal staan, getuigt dus van een onvoorstelbare zeggingskracht die zelfs de jaren van radiostilte overbrugd hebben.

Roemer debuteerde in 1970 onder het pseudoniem van Zamani met de dichtbundel Sasa; mijn actuele zijn. Behalve romans en poëzie, schreef Roemer ook voor toneel. Met de roman De gekte van een vrouw is de romantrilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1999) dat wel als haar meest ambitieuze schrijfproject wordt gezien, haar best gekende werk. De trilogie beslaat duizend pagina’s waarin het trauma van de dekolonisatie wordt behandeld en de pijnlijke alsook de constructieve aspecten van de Surinaams-Nederlandse verhoudingen belicht worden. Na haar laatste publicatie in 1999, is er niet veel meer van haar verschenen dan de dichtbundel Afnemend; 21 liefdesgedichten (2012) waarvan 125 exemplaren werden gedrukt, en de autobiografie Zolang ik leef ben ik niet dood (2004).

Ondanks deze publicaties bleef Roemer zelf buiten beeld, niemand wist waar zij zich ophield. Tot cineaste Cindy Kerseborn op zoek ging naar haar in Schotland. Een zoektocht die haar uiteindelijk naar een Gents klooster bracht waar Roemer een teruggetrokken bestaan leidt.

Literatuurcriticus Arjan Peters schreef onlangs nog een mooi stuk over Astrid Roemer die in mei van dit jaar haar comeback maakte tijdens een hommage aan haar, georganiseerd door Cindy Kerseborn. Peters was uitgenodigd haar te interviewen en greep de gelegenheid aan, zoals hij aangaf, om haar in ieder geval te kunnen bedanken voor haar laatste kleinood, de dichtbundel Afnemend. De film De wereld heeft gezicht verloren is 7 december in première gegaan in de filmzaal van de OBA waarbij overigens de schrijfster zelf verstek liet gaan.

De jury, die bestond uit Karin Amatmoekrim, Sander Bax, Toef Jaeger, Edzard Mik en Pauline Slot oordeelde dat ‘politiek engagement en literair experiment bij Roemer hand in hand gaan.’ En dat dat leidt tot ‘romans die tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn. (…) Het is een geschiedenis die voor velen in Nederland nog tamelijk onbekend is, buiten de steekwoorden als slavernij en Decembermoorden, maar die onlosmakelijk met ons land verbonden is, en daarmee ook, middels het unieke oeuvre van Roemer, met onze literatuur.’ Aldus het juryrapport.

De prijs wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum, op donderdag 19 mei 2015, twee dagen voor de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647), Nederlands grootste renaissancedichter. Aan de prijs is een bedrag van zestigduizend euro verbonden.

Hier een mooi interview uit 1985 van Elly de Waard met Astrid Roemer vrij gegeven uit het archief van Vrij Nederland.

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer