7 december 2015

Late roem – Arthur Schnitzler

Arme drommel

Recensie door Mandy Kraakman

Eduard Saxberger is een oude man die zijn dagen slijt op kantoor. Er was een tijd dat hij het burgerlijke leven dat hij nu leidt, veracht zou hebben. In die tijd publiceerde hij zijn eerste en tevens laatste werk, Omzwervingen. Een klein boekje gevuld met zijn gedichten. Nu, op zijn oude dag, vindt hij zijn leven wel prima zo. Na zijn werk leest hij de krant of soms zelfs een ‘onderhoudende’ roman en geregeld ontmoet hij een vast groepje vrienden in de kroeg voor een potje biljart of een warme maaltijd.

De ontmoeting
Bij thuiskomst van een van zijn wandelingen door de stad zit een jongeman op hem te wachten. De jongen stelt zich voor als Wolfgang Meier. Schrijver. Meier begint zijn lofzang: Saxberger ontmoeten is één van zijn grootste wensen, hij heeft grote bewondering voor de dichter en Omzwervingen is een prachtig werk.

Meier vertelt dat hij lid is van een kring van jonge schrijvers. Deze kring bestaat uit een groep excentriekelingen, die het één voor één proberen te maken in de harde wereld van de kunst. De groep is een allegaartje van acteurs, schrijvers, dichters, toneelschrijvers en meer. Zíj zijn de talentvollen en de rest zijn talentlozen. Zij zijn –ongewaardeerde- kunstenaars. Ze houden zich ver van de heersende stroming, maar het publiek blijkt nog niet klaar voor hen te zijn. Zij zijn er echter van overtuigd dat hun tijd hoe dan ook nog zal komen.

Saxberger wordt door Meier uitgenodigd om de mensen uit deze kring te ontmoeten. En zo bevindt Saxberger zich op een dag na zijn wandeling tussen de vrienden, ‘het jonge Wenen’, in het koffiehuis waar de groep geregeld samenkomt. Ieder van hen is lyrisch over Saxberger en zijn gedichten. Hij neemt de woorden van lof in ontvangst en bedankt de jongens vriendelijk.

Deze ontmoeting zet Saxberger aan het denken over een onderwerp waar hij zich al jaren niet meer mee bezighoudt: zijn gedichten. Zijn ze misschien werkelijk zo goed? Heeft het publiek een fout gemaakt door zijn werk niet te erkennen? Hoe vaker hij de kunstenaarskring in het koffiehuis bezoekt, hoe zekerder hij is: ja, ze hebben een fout gemaakt. Hij is een dichter en zijn werk had meer waardering verdiend.

Moment suprême
Hoewel de kring zich fel uitlaat over de massa die niet weet wat kunst is, hebben ze toch publiciteit nodig: ze besluiten een voordrachtsavond te organiseren. Ieder van hen zal een stuk uit eigen werk voordragen. Saxberger die al redelijk ingeburgerd is in de groep moet er ook aan geloven. Ze vragen hem een nieuw gedicht te creëren voor de grote avond. En dan wordt het moeilijk voor de oude man. De heer, die zichzelf nu als miskent dichter beschouwt, moet de kunst weer oppakken en dit vergaat hem niet gemakkelijk. De weken gaan voorbij, maar hij krijgt geen woord op papier. Hij moet met tegenzin aan zijn nieuwe vrienden bekennen dat hij het dichten is verleerd.

Toch leeft Saxberger naar de voordrachtsavond toe. Op deze avond zullen er wat gedichten uit zijn eerdere werk worden gelezen. Hij is gaan verlangen naar roem. Zal deze avond hem dat brengen? Nadat zijn gedichten zijn voorgedragen en hij op het podium zijn applaus in ontvangst neemt, hoort hij echter een ander geluid. Als hij van het podium af is, overspoelt hem een intens verdriet. Hij twijfelt eerst nog, maar weet het dan zeker: iemand noemde hem ‘een arme drommel’. Waarom werd dat gezegd? Is het zijn leeftijd, zijn het zijn gedichten? De woorden blijven zich herhalen in zijn hoofd.

De schrijver
Arthur Schnitzler (1862-1931) was een huisarts en een schrijver. Zijn bekendste roman is Leutnant Gustl (1900) in de vorm van een interne monoloog. Na zijn dood heeft hij al zijn werk aan zijn zoon nagelaten; acht kisten met manuscripten van (on)voltooide werken, schetsen, notities, en briefwisselingen. Hierbij zat ook Late roem, dat eerder door Schnitzler was betiteld als Geschiedenis van een bejaarde dichter. Interessant is dat hij dit boek al op 32-jarige leeftijd heeft geschreven.

Tijdloos
In deze novelle drijft Schnitzler lichte spot met de kunstenaars en vooral de kunstenaarsbijeenkomsten van zijn tijd. De personages zijn een typische weergave van vrijgevochten kunstenaars met grootse uitspraken, maar met weinig succes. Dit maakt de passages in het koffiehuis met de gepassioneerde gesprekken tussen de ‘echte’ kunstenaars van Wenen vermakelijk om te lezen. Ze voeren een strijd om de aandacht van het publiek terwijl ze dit eigenlijk als een stel onwetenden zien. Zo wordt beschreven dat tijdens de voordrachtsavond het publiek voor elke bijdrage even hard applaudisseerde, zich duidelijk niet bewust van enig kwaliteitsverschil in de stukken. De recensies over de voordrachtsavond zijn niet bepaald positief te noemen. Dit roept de vraag op: zit het publiek er zo ver naast of ligt het aan de kunstenaars?

Ook de strijd tussen het vrije kunstenaarsbestaan aan de ene kant en het saaie burgerlijke leven aan de andere kant komt in het boek naar voren. Het boek eindigt in een anticlimax. Door het boek heen zie je Saxbergers vertrouwen in zijn dichterschap groeien. Hij begint neer te kijken op zijn normale leven en alles wat daarbij hoort. Zijn nieuwe vrienden helpen hem dit zelfvertrouwen te vinden waardoor hij vervreemdt van zijn oude vrienden die duidelijk niet meer snappen met wie ze te maken hebben. De ommezwaai die Saxberger aan het einde maakt, is misschien wat makkelijk. Maar misschien is dat wel de boodschap van het boek: wanhopig streeft men naar roem, sommigen mogen er even van proeven, maar velen zullen zich daarna weer –gedesillusioneerd- op dezelfde plek bevinden als waar ze zijn begonnen. ‘Hij had het gevoel dat hij na een korte, vermoeiende reis thuiskwam, in een huis waar hij nooit van had gehouden, maar waar hij de bedompte en warme behaaglijkheid van vroeger hervond.’

De tijdloze thema’s van het verhaal maken dat het boek nu net zo actueel is als toen het werd geschreven. Schnitzler schrijft toegankelijk en voor je het weet lees je de laatste bladzijde. Toch zaait het verhaal ook de nodige twijfel. Bijvoorbeeld over Saxberger. Het ene moment voel je medelijden met de oude man, die niet helemaal op zijn plek lijkt tussen de jonge kunstenaars. Het andere moment is het moeilijk sympathie voor hem te voelen wanneer hij steeds verder naast zijn schoenen begint te lopen. Schnitzler kiest niet. Het is uiteindelijk aan de lezer om een antwoord te vormen op de vragen die zich opdringen na het lezen van het boek.

Late roem
Arthur Schnitzler
Vertaling door: Elly Schippers
Verschenen bij: Querido
ISBN: 9789021458793
144 pagina's
Prijs: € 18,99

steun-ons

Het aantal gedegen langere recensies in dag- en weekbladen neemt af. De medewerkers van Literair Nederland doen hun uiterste best om deze lacune op te vullen. Dit doen wij onbevooroordeeld, zonder deadlines en voor de gebruikers gratis.

Om nieuwe functionaliteiten toe te voegen, ons archief toegankelijker te maken en onze recensenten op te leiden tot professioneel niveau, is uw hulp nodig. Helpt u ons met uw donatie?

 

 

Meer van Mandy Kraakman:

7 december 2016

Als antwoord op verveling

Over 'Wij houden alleen van onszelf' van Marte Kaan
3 oktober 2016

Van Wodka tot Wolga  

Over 'Petersburgse vertellingen' van Marente de Moor
8 september 2016

Wel een naam, geen karakter

Over 'Het talent van Gil de Andrade' van Célia Houdart

Recent

16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann
12 januari 2017

Een blik in de spiegel

11 januari 2017

Reis door het leven

Over 'De tere bloemen van het verstand' van Myrte Leffring
10 januari 2017

Een echt Renaissance-mens

Over 'Rusteloos en overal' van Michiel van Kempen
9 januari 2017

Berichten uit het bezemhok

Over 'Zonder rampspoed valt er niets te melden' van Frans Pointl

Verwant

7 december 2015

De kracht van taal en aanpassingsvermogen

Over 'De onervarenen' van Arthur Schnitzler
7 december 2015

Een paradijs na de zondeval

Over 'De blauwe maanvis' van Arthur Schnitzler