3 september 2014

Anna – Ru de Groen

Wie is er eigenlijk nog zichzelf?

Recensie door Adri Altink

Wie de roman Anna. Ode aan een kattenstaart ziet liggen, zal de titel wellicht nauwelijks iets zeggen. In het gunstigste geval roept hij vragen op en maakt nieuwsgierig. Maar wie het boek uit heeft, weet hoe mooi en liefdevol de titel is.
Anna is het romandebuut van de bedrijfskundige en neerlandicus Ru de Groen. Het is een mooie liefdesgeschiedenis van twee oudere pubers, die pas laat in hun leven zijn uiteindelijke betekenis ontsluit, maar ook een boek dat tintelt van plezier in taal.

Anna Stoffel, tot dan toe een in zichzelf gekeerd meisje uit een gebroken gezin in een deftige buurt in Breda, is 17 jaar als ze valt voor klasgenoot Willem Havelaar. Hun eerste werkelijke ontmoeting op straat is omineus geladen: Anna passeert een Poolse tank en als de twee elkaar aanspreken gaat net de sirene van het oefenalarm af.
Ook Willem Havelaar komt uit een weinig stabiel gezin, maar is juist extrovert. Hoewel: hij is net zo onzeker, maar weet dat te verbergen achter exuberante fantasieën en uitingen waarmee hij anderen vooral wil imponeren. Hij zorgt ervoor dat Anna uit haar wereld breekt, maar zelf laat hij zich nauwelijks aan haar kennen. Wanneer ze te dichtbij komt slaat hij op de vlucht. Hij vernedert Anna zelfs in het bijzijn van klasgenoten omdat hij daarmee applaus oogst. Daarmee gooit hij zijn gevoelens voor haar te grabbel: ‘Ik behoor tot die groep van mensen die keer op keer kapot moeten maken waar ze het meest van houden’, zal hij haar 40 jaar later bekennen.

Groots is de manier waarop Anna op die vernedering reageert. Ze lijkt er eerst aan onderdoor te gaan en is bereid haar uiterlijk te veranderen (haar kattenstaart is de metafoor voor haar eigenheid) om onder de pesterijen uit te komen. Ze zint op wraak, maar komt op het juiste moment tot het inzicht dat zij sterker uit de strijd komt door de macht die ze heeft juist niet te gebruiken.

Daarbij moet je het als recensent laten wat het verhaal betreft. Het is zonde om teveel weg te geven van het verhaal van de ontwikkeling die Anna (en Willem) doormaken.

Maar er valt nog zoveel meer te beleven aan dit sterke debuut. De Groen speelt een prachtig spel van werkelijkheid en fictie. Natuurlijk is het een roman, maar de lezer krijgt zoveel exacte informatie mee dat de gebeurtenissen akelig realistisch worden. De ligging van huizen in Breda en hun inrichting wordt bijvoorbeeld met precisie beschreven. En zelfs het moment dat Anna voor het eerst bij Willem thuis verschijnt wordt minutieus benoemd: ‘woensdag 6 september om vier minuten over drie’.

De lezer wordt voortdurend gekieteld. Willem loopt rond met idee om een sleutelroman te schrijven (het zal er niet van komen) en de toespelingen daarop zijn zo dwingend dat je als lezer argwaan krijgt bij de roman die je zelf in handen hebt. Dat komt mede door de literaire verwijzingen door het verhaal heen. Je gaat je van de weeromstuit bijvoorbeeld afvragen wie bedoeld kan zijn met de ‘domgeer’ die een paar keer wordt aangehaald? Matthijs van Boxsel? Midas Dekkers misschien?

Een genot vormt de soepelheid van taal die Ru de Groen gebruikt. De soepele stijl is doorspekt met humor en woordspelletjes. Elk hoofdstuk krijgt een vierregelig versje mee (Anna heeft ze leren schrijven in navolging van haar vader) dat meestal cabaratesk van aard is en vooral Willem dartelt in zijn taalgebruik van zijn opa ‘Max’ die zijn naam gefantaseerd had (!) naar ‘de moerenmannetjes in het schroefjestheater’ en een lijst met woorden die niet meer kunnen, zoals ‘pips’. Ook de omschrijving in het geval van de bewaarder van een begraafplaats die ‘van elk graf het onderliggende verhaal’ kende, werkt op de lachspieren.

Zo is Anna een duidelijk met plezier geschreven verhaal over de ontwikkeling van twee pubers die verliefdheid en de valkuilen daarvan ervaren, op weg naar zelfkennis.
‘Wie is er eigenlijk nog zichzelf?’ vraagt een klasgenote van Anna op een gegeven moment. Het slot van de roman biedt liefdevolle troost. Ooit breekt het inzicht door en kunnen we vrede hebben met wat we ooit als ongeluk zagen.

 

 

Anna
Ru de Groen
ode aan een kattenstaart
Verschenen bij: Uitgeverij: De Geus
ISBN: 9789044532142
254 pagina's
Prijs: € 18,95

Meer van Adri Altink:

1 december 2016

Wat maakt ons tot wie we zijn?

Over 'Hier ben ik' van Jonathan Safran Foer
13 september 2016

Op de vlucht naar moed

Over 'Helden van de grens' van Dave Eggers

Recent

20 januari 2017

Openhartig over lotsbestemming

Over 'Het visioen aan de binnenbaai' van Oek de Jong
19 januari 2017

Lawaaidichter en lawaaimakers

Over 'Radeloos en betoverd' van Pat Donnez
18 januari 2017

Streng en gewichtig

Over 'We hadden liefde, we hadden wapens' van Christine Otten
17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Over 'Bladgrond' van Roland Jooris
16 januari 2017

Sprookjes hebben geen woorden nodig

Over 'Sprookjes van Grimm zonder woorden' van Frank Flöthmann

Verwant

3 september 2014

Een politiek pamflet is geen roman 

Over 'Een tijd als nooit tevoren' van Ru de Groen
3 september 2014

In gesprek met Fouad Laroui

3 september 2014

Chinese hardheid in fijnbesnaarde verhalen

Over 'Hartenvrouw' van Ru de Groen