31 mei 2017

De onderwereld – Kevin Canty

Als een rivier onder de grond

Recensie door Els van Swol

Kort na elkaar verschenen twee romans van de hand van Amerikaanse auteurs die ‘onder de grond’ spelen: De ondergrondse spoorweg van Colin Whitehead en De onderwereld van Kevin Canty.
Het eerste boek gaat over een vlucht van de minderjarige Cora en de oudere Caesar met behulp van de Ondergrondse Spoorweg, door tunnels van duisternis. Het is een magisch-realistische verbeelding van een ondergronds netwerk van antislavernij-activisten. Het tweede, onderhavige boek van Canty speelt in een mijnwerkersdorpje in Idaho.

Opgejaagd als een konijn
Het beeld waarmee deze vijfde roman van Canty begint, spreekt boekdelen: een kat die een konijn opjaagt. Het enige wat het konijn kan doen, ‘is zich verstoppen, en als het zo stom is zich buiten het hol te wagen, waarom zou je er dan niet wat mee spelen?’ Konijntje is ook de bijnaam van één van de personages, David, die naar ‘de andere kant van de berg’ gaat, weg van het mijnwerkersdorp.
De wetenswaardigheden rond de verschillende personages geven verschillende accenten aan de roman en vormen diverse verhaallijnen, waarvan de een echter beter is uitgewerkt dan de ander.

Het verhaal van de mijnen
Terloops sluipt in de roman het verhaal van de mijnen binnen, wanneer Ann over haar echtgenoot peinst: ‘Nooit de zon zien. Ann zal blij zijn als hij weer in de dagploeg zit, al maakt het ondergronds geen verschil. Het maakt hem soms humeurig.’ De eeuwige waakzaamheid onder de grond wordt treffend beschreven: ruik ik nu iets verdachts of niet? En dan is er opeens brand in de mijn; vanaf dat moment beheerst ‘de mijn’ het verhaal, tot in de kleinste détails. Tot in de vraag hoe je met kinderen, die ‘godverdommes duur’ zijn, rond moet komen. Want nergens anders verdien je zo goed als in de mijnen. Al maken de vrouwen zich daar minder zorgen om. Voor de vrouwen wier man bij de ramp is overleden, en de moeders wier zoon is overleden, resten herinneringen die worden opgeroepen door bijvoorbeeld een oud T-shirt ‘dat nog een beetje naar hem ruikt: zweet, petroleum, Ivory-zeep.’ Het niet meer kunnen zeggen hoe lief je hem had, ‘altijd sterk, ook al was het onderaards, als een rivier die onder de grond stroomt.’

De dood en het ding
Het verhaal van de mijn, het verhaal van de mijnramp wordt, hoe zwart op zich ook, in prachtige taal verwoord. Zoals het moment waarop Ann haar overleden man Malloy moet identificeren:

Ja, het is Malloy, maar niet degene die ze kent. Onder het vuil ziet ze een geelbleke huid en een angstige blik in opengesperde ogen. De dood heeft hem veranderd in een ding dat ze nooit eerder heeft gezien. Een ding. Terwijl ze in het harde licht neerkijkt op dat gezicht, weet ze dat ze iets ziet wat haar de rest van haar leven zal bijblijven. Gedaanteverandering door de dood. Teruggehaald.’

De onderwereld
De donkerte van de onderwereld is na de ramp nog sterker in de bovenwereld doorgedrongen. Toch is er af en toe een glimpje licht, zoals op het moment dat de weduwe Ann en de na de mijnramp teruggekeerde David gemeenschap hebben op de achterbank van een auto. David staat letterlijk en figuurlijk in de schaduw van jonge bomen en geel lantaarnlicht. Toch vormt droefheid bij dit alles de grondtoon, zoals in een blues, en al zijn er wolkenranden die oplichten en koperen branders die sprankjes licht vangen, het donker overheerst. Ook bovengronds.

Kevin Canty en Kevin Whitehead
Canty lijkt er een abonnement op te hebben: donkere romans, donkere verhalen (bij De Harmonie verschenen ook drie verhalenbundels) met aan het eind een streepje licht. De diepgang die hij op de korte baan weet te bereiken, behaalt hij ook in zijn romans. Ontroerend, tot in de détails en in de metaforen, zoals van het konijntje en de onderaardse rivier.
Telkens is er in zijn werk sprake van een keerpunt, zoals hier in de vorm van een mijnramp, waardoor de bewoners van het dorpje in Idaho zich anders tot elkaar en hun omgeving moeten gaan verhouden.
Het is een ramp die van buiten komt, terwijl de zwarte vrouwen in het boek van Whitehead het kwaad vooral te duchten hebben van blanke en bruine mannen die hen als slaven misbruikten. Beide seksen, kinderen en volwassenen, doen net als bij Canty zwaar werk. Niet in de mijnen, maar op de plantages, waarbij ook veel mensen stierven of ter dood werden gebracht.
Beide boeken verhalen van uitbuiting en je kunt je als lezer afvragen of beide auteurs ze als symbool wilden laten doorgaan voor het echte Amerika, zoals een personage (Lumbly) bij Whitehead zegt. Alternatieve, allegorische, zwarte geschiedenissen van verschillende vormen van slavernij zijn het. En vooral van sterke karakters. Om toch de hoop niet te verliezen.

 

 

De onderwereld
Kevin Canty
Vertaling door: Frans van der Wiel
Verschenen bij: Uitgeverij De Harmonie
ISBN: 9789076174976
368 pagina's
Prijs: € 19,90

Meer van Els van Swol:

20 juni 2017

Een mens van vlees en bloed

Over 'Chelsea Girls' van Eileen Myles
9 mei 2017

Indrukwekkend boek dat tot nadenken stemt

Over 'Zo begin je een revolutie' van Nadja Tolokonnikova
18 april 2017

Een familiegeschiedenis in klassieke tijden

Over 'Zonen van De Farao' van Ru de Groen

Recent

23 juni 2017

Een disharmonisch tegengeluid

Over 'De wolkenmuzikant' van Ali Bader
22 juni 2017

Een lekker tussendoortje

Over 'De spionne' van Jean Echenoz
21 juni 2017

Van een fascinerende wispelturigheid

Over 'J.B.W.P.Het leven van Johan Polak' van Koen Hilberdink
19 juni 2017

Stinkende lijven en slapeloze nachten

Over 'Tien dagen die de wereld deden wankelen' van John Reed
16 juni 2017

De lezer blijft peinzend en knikkend achter

Over 'De boom valt op mij' van Ilse Starkenburg

Verwant

31 mei 2017

Trans-Atlantisch - Colum McCann

Over 'Trans-Atlantisch' van Kevin Canty