27 februari 2014

Alle schepen kenteren – Ernst Meister

 De onbuigzaamheid van het verdriet

Recensie door Maarten Buser

Toen de veertienjarige Paul Celan (1920-1970) in 1934 waarschijnlijk net een donssnorretje en interesse in meisjes had gekregen, bracht de negen jaar oudere Ernst Meister (1911-1979) al zijn eerste bundel uit. Es kam die Nachricht uit 1970 is nu in een liefdevol vormgegeven Nederlandse vertaling verschenen. Omdat het nawoord van Alle schepen kenteren vermeldt dat Meister vaak met Celan vergeleken werd en wordt, hoop je bijna dat je ‘het origineel’ hebt ontdekt waar de jongere, veel beroemdere dichter alles van heeft geleerd.

Dat valt eigenlijk een beetje tegen. De gedichten in Alle schepen kenteren zijn duidelijk geworteld in het Duitse expressionisme en doen inderdaad ook sterk aan Celans gedichten denken. Concreet: korte regels waardoor veel benadrukt wordt, de grammatica hoeft niet zo fijn te lopen, een hoge symbooldichtheid waarvan niet altijd even duidelijk wordt welke metafoor waarvoor staat, en die symbolen keren ook geregeld weer terug in andere gedichten, enzovoort. Het sterke openingsgedicht is exemplarisch qua stijl:

Het scherp
van het mes is
bij het vinden
van het groen, het
eendere andere, het
vinden van
de sneeuw, rood gekleurd.

Dat rood nu
neem ik, en een woord
wens ik, een donker
woord, om in
op te gaan
met het rood
als de buit
van de rover.

Helaas blijft de rest van de bundel  kwalitatief niet op dit niveau. Ernst Meister is zo doodserieus dat het moeilijk is om geen al te gemakkelijke woordspeling over zijn voornaam deze recensie te laten binnensluipen. Volgens het nawoord heeft Meister één waarheid en dat is ‘de leegte van het bestaan’. Op de achterflap wordt beweert dat de gedichten ‘de zeggingskracht van de liefde en de diepgang van de dood’ hebben. Dat belooft al weinig lichtheid en humor, maar dat het zulke zware kost zou zijn, was niet verwacht. De hele bundel is doordrongen met wat je het best de onbuigzaamheid van het verdriet zou kunnen noemen, op de woorden van Hans Lodeizen variërend. Alles is doordrenkt van de melancholie die ontzettend aanwezig is.

In Alle schepen kenteren gaat het bovendien zonder enige ironie over rozen, zonnen en goden. Naast lastig te duiden metaforen, komen er ook veel heel klassieke symbolen langs die gemakkelijk te begrijpen zijn. Die rozen bijvoorbeeld zijn meer het universele symbool voor de liefde dan dat je ze zou kunnen vastpakken en ruiken. Dat zorgt voor een emotionele afstand die niet heel wenselijk is bij poëzie die een relatie beschrijft die slecht afloopt.

Gelukkig bevat de bundel een aantal aangrijpende, mooie gedeeltes die het lezen zeker de moeite waard maken. Naast het al eerder geciteerde openingsgedicht is ook een verrassend beeldende passage als dit erg fraai:

Randen die likken
langs het nat
van zee of meer.

Er is
een knoop gelegd
die op zwaarte duidt,
onontkoombaar.

Dan vertel je
van het branden
dat het water omzoomt,
en kent de zin niet.

Het meer heeft ons
zijn water aangereikt.
Daar is nu
een groot gat.

Ondanks dat zwaarmoedigheid ontmoedigend kan werken, loont doorzetten wel degelijk. In zijn totaliteit vormt Alle schepen kenteren een intrigerend universum. Het liefdesverhaal is eerder abstract aanwezig, maar dat kan voor sommigen des te meer reden zijn om zelf op ontdekkingstocht te gaan. Vooral de terugkerende beelden, zoals dat van het meer, lijken draadjes te zijn die het uitpluizen waard zijn.

Ton Naaijkens tekende voor de vertaling. Die sluit goed aan bij de grammaticale structuur van de oorspronkelijke gedichten, maar is daarom niet altijd even soepel. Soms neemt Naaijkens echter iets te veel afstand van het origineel en is het moeilijk voor te stellen waarom hij dat doet. Het curieust is de vertaling van de regels ‘Der Finger zähl ich / zehn zusammen’. Dat wordt biologisch onmogelijk vertaald met ‘Tien vingers tel ik / aan mijn hand’.

De bundel is overigens ontzettend mooi vormgegeven. Naast de Nederlandse vertaling staan kopieën van de gedichten zoals die waarschijnlijk in de oorspronkelijke uitgave zijn verschenen. (De verantwoording is hier niet duidelijk over.) Het voegt an sich weinig toe, maar het ziet er mooi uit. Daarnaast zijn er een aantal pagina’s met foto’s van Meister en van zijn maîtresses, en wordt een selectie van zijn schilderijen getoond. Die vertonen overigens ook sterke expressionistische invloeden. Verder zijn het voorwoord en nawoord gewoon verplichte kost, maar goed uitgevoerd.

Het enthousiasme en de liefde waarmee deze uitgave verzorgd is, heeft een mooi boek opgeleverd. Een enthousiasme dat bij het lezen ervan niet oversprong maar tegelijkertijd is het goed voor te stellen dat iemand zich in deze bundel vast wil bijten.

Alle schepen kenteren
Ernst Meister
gedichten
Verschenen bij: Samenwerkende Uitgevers VOF
ISBN: 9789072603326
144 pagina's
Prijs: € 22,50

Meer van Maarten Buser:

30 juni 2017

Een magere oogst van vier decennia poëzie

Over 'Zingend naar huis' van R.A. Basart
20 april 2017

Een bundel die afstand schept

Over 'Oden voor komende nacht' van Jacques Hamelink
2 januari 2017

Roman of essaybundel

Over 'Vertrouwde en vreemde dingen' van Teju Cole

Recent

17 augustus 2017

Gedichten die op afstand blijven maar ook weten te ontroeren

Over 'De wereld onleesbaar' van Jeroen van Kan
11 augustus 2017

Zorgenkind of zondagskind

Over 'Herinneringen in aluminiumfolie' van Jamal Ouariachi
9 augustus 2017

Wachten op Godot aan de Moldau

Over 'Een afgedane zaak' van Patrik Ouredník
7 augustus 2017

Een kanjer

Over 'De tandeloze tijd 6 : Kwaadschiks' van A.F.Th. van der Heijden
4 augustus 2017

Wondranden

Over 'Een tuin in de winter' van Anna Enquist

Verwant