6 mei 2017

Alle begin is moeilijk

Door Marijn Sikken

In het eerste jaar van de opleiding aan de Schrijversvakschool kreeg ons klasje de opdracht om de eerste bladzijde van een roman te schrijven. Het hoefde niet per se iets te zijn waarmee je door wilde gaan, het ging om het openen van een (groter) verhaal.
Geen idee meer wat ik destijds deed, het is alweer een laptop geleden, de opdracht was vooral bedoeld om stil te staan bij wat zo’n eerste pagina behoeft. Wat is er nodig om een verhaal in te komen?

Op Instagram postte iemand een foto van de eerste pagina uit Caribou Island van David Vann, het onderschrift luidde: ‘En dan moet het nog beginnen.’ Vann is een interessante schrijver, zelfmoord zijn drijfveer, hij is een uitmuntend stilist maar zijn werk behoorlijk zware kost – niet moeilijk om te lezen, wel veel om emotioneel te bevatten. Toch begreep ik het bericht: hoe deprimerend ook, toch kun je zin hebben in zo’n boek (of film of liedje). Ik kijk al jaren naar Grey’s Anatomy, puur om te kunnen huilen. Een andere oefening van de opleiding: het grote raad-de-begin-zin-spel. Inderdaad, we moesten een reeks beginzinnen uit de Nederlandstalige literatuur koppelen aan hun schrijver.

Caribou Island begint met: ‘My mother was not real.’ Een schokkende herinnering volgt, de lezer wordt er bijna ingeslagen, in het verhaal dus, net als de andere toehoorders van die herinnering. Het stukje over de moeder wordt door Irene uitgesproken, haar man Gary en dochter Rhoda luisteren ernaar, dit alles in een kleine scène waarin de volledige belofte van het hele boek huist: de pijnlijke strijd tussen man en vrouw; tussen een droom om na te jagen en de straffe realiteit van het echte leven; de grilligheid van de natuur; de afstand tussen de personages. Ik herinner me het als een boek waar ik ondanks alle ellende erg van genoot.

Een beginzin die ertussen zat, bij dat raadspel, was van Gerbrand Bakkers Boven is het stil. ‘Ik heb vader naar boven gedaan.’ Het is een zin waar heel veel inzit, afstand vooral, ook hier volgt in enkele pennenstreken genoeg om de lezer een belofte te geven: dit is waar het over gaat.

Precies die belofte zorgt er waarschijnlijk voor dat ik slecht reageer op dromen. Daar ben ik niet de enige in. Het openen van een boek of film met een droom en een ontwaken, frustreert veel lezers en kijkers die zich in de maling genomen voelen. En terecht: op basis van die eerste pagina’s, die eerste scènes, baseer je je verwachting. Als dan iemand ineens het luik onder je voeten opent – ‘en toen werd hij/zij/ik/wakker’ – kun je daar kwaad om worden.
Een verhaal van een jonge schrijver kwam op mijn pad. Het begon met een liefdesgedicht, daarna een personage dat hardop over dat gedicht denkt: ‘Nee, dat is stom.’ Dat zinnetje had hetzelfde effect op me als een droom: het luik werd onder me weggetrokken. Denk aan de belofte, had ik tegen die schrijver moeten zeggen.

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

28 mei 2007

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

´Het eerste bezoek was een klucht. Niet zomaar banaal lachen en dijen kletsen. Nee, het was, hoe meer ik erover nadenk, de verfijnde onderbroekenlol van een oude professor die te midden van kunst en antiek plotseling tegen me zei: ´Laat uw broek maar even zakken.´´

Wie had ooit gedacht dat deze aanlokkende openingsalinea door ons eigen Peter Brusse werd opgeschreven? Brusse, bij het grote publiek voornamelijk bekend als voormalig buitenlands correspondent voor de Volkskrant en het NOS Journaal in Londen maakt met het vlindernet zijn debuut als romanschrijver.

Lees meer