20 augustus 2016

Akoestiek van het geheugen

Door Inge Meijer

Met Dochter aan het stuur  (die onlangs opeens haar rijbewijs had gehaald waar ik niets van wist), maakte ik een ritje in onze lichtblauwe 2CV door de omgeving. Na het behalen van een rijbewijs komt het er op aan kilometers te maken en ik kon daar wel iets in betekenen als gezelschapsdame.

Met autorijden is het als met schrijven, je moet het elke dag doen. Vandaag gingen we langs smalle landweggetjes, over dijken en pakten tussendoor een stukje snelweg mee. De dijken waren om behendigheid in het nemen van slingerende bochten te leren, de landweggetjes om tegemoetkomend verkeer zonder claustrofobische gevoelens te passeren en de snelweg om het in- en uitvoegen te oefenen. En ondertussen probeerden we een gelegenheid aan te doen voor koffie. Maar dat was nog niet zo eenvoudig.

Soms stelde ik voor ergens af te slaan en dat deed ze dan. Zo kon het gebeuren dat we een doodlopende weg inreden waarbij we aan het einde van die weg nog net linksaf konden, recht het parkeerterrein van een Kringloopwinkel op mét een café. Na het inparkeren van de 2CV, bezochten we eerst de boekenafdeling. Dochter vond daar een bijzondere fietstas (wat geen fietstas bleek te zijn maar wat het wel was wisten ze ook niet). We kwamen armen te kort om de stapels boeken, waaronder gedichten van Garcia Lorca, Vasalis en Szymborska waarvan ik dacht er niet zonder te kunnen maar later, door gebrek aan voldoende liquide middelen, de meeste weer terugzette en er drie overhield.

De keuze viel uit sentimentele overwegingen op Cirkel in het gras van Oek de Jong. Het bracht me terug naar de zomer van 1986 toen ik, verlangend naar romantische verliefdheden, me verloor in het personage Hanna Piccard en haar gepassioneerde liefdesleven in Rome. Wat een boek! De tweede was Vertrouw op mij van John Updike. Een meesterlijke schrijver waarvan ik de Rabbit boeken kende en hoopte dat deze verhalenbundel eenzelfde effect op me zou hebben. Al bladerend bleven mijn ogen al gauw haken achter:

‘(…) misschien was dat een kwestie van de akoestiek van het geheugen.’

‘De akoestiek van het geheugen’. Stel je voor: het geheugen een ruimte waarin sprake is van een akoestiek. In de akoestiek van het geheugen kaatst het geabsorbeerde verleden zich opeens in een volheid terug die zijn weerga niet kent, die de werkelijkheid vergroot en overtreft. Prachtig!

De derde keus viel op De Nederlandse maagd van Marente de Moor, van wie ik altijd dacht iets te willen lezen maar het nooit deed. Het was een mooi exemplaar, niemand had de bladzijden nog beroerd. Het was vast een verjaarscadeau geweest voor iemand die niet van dat soort boeken hield en het in de kast zette en alleen als de gever van het boek op bezoek kwam, het er even tussenuit nam en weer recht tussen de andere boeken zette die hij, om redenen die hij zelf ook niet kende, allemaal niet gelezen had. Deze man was onlangs geëmigreerd en had, tot zijn verbazende spijt, al zijn boeken moeten achterlaten en had de Kringloop  gevraagd, de boeken, toch algauw zo’n 600 in getal, tezamen met een verzameling ovenschotels, mee te nemen. En zo kwam ik aan een vrijwel nieuw exemplaar van een boek van Marente de Moor. Ik ben benieuwd hoe de akoestiek van mijn geheugen dit later zal gaan afspelen.

 

 

 

 

Recent

20 september 2017

In de huid van een leeuwin

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer