28 februari 2017

De overloper – Siegfried Lenz

Afgewezen roman van Lenz blijkt pareltje

Recensie door Geurt Franzen

Een jonge Duitse soldaat keert in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog terug van verlof. Hij is gelegerd in de buurt van Kiev, in Oekraïne, maar halverwege de treinreis  wordt de trein door partizanen opgeblazen. Omdat de weg naar zijn regiment is afgesneden, wordt hij toegevoegd aan een kleine Duitse patrouille die de spoordijk moet bewaken. Daar, in een moerassig niemandsland tussen Polen en Oekraïne, speelt zich de roman De overloper af van de Duitse schrijver Siegfried Lenz (1926-2014).
Een prachtige roman, waarvan je je afvraagt waarom die nu pas verschijnt. Want Lenz, die samen met Heinrich Böll en Günther Grass tot de Grote Drie van de naoorlogse Duitse literatuur wordt gerekend, schreef het boek al in 1952. Het werd echter afgewezen door zijn uitgever. Het jaar daarvoor debuteerde hij als schrijver met Es waren Habichte in der Luft. Daarna verschenen tientallen romans, maar nooit leverde hij het manuscript van Der Überläufer nog eens in bij zijn uitgever. In zijn nalatenschap werd het werk aangetroffen. Vorig jaar verscheen het postuum en kreeg de roman alsnog de waardering die het verdient.

Geen schakeringen
Zoals de titel verklapt, beschrijft de roman het verhaal van een soldaat die er op zeker moment voor kiest om de strijd aan de andere kant voort te zetten. Een voor die tijd verrassend thema omdat zo kort na de wereldbrand de oorlog, behalve als een periode van verschrikkingen, toch vooral werd gezien als een tijdvak waarin het goed het kwaad bestreed, waarin alles óf zwart óf wit was en kleurschakeringen niet bestonden.
Een ontwikkeling die ook in de Nederlandse oorlogsliteratuur zichtbaar is: eerst de heldenverering en de verschrikkingen, daarna de vragen: hoe kon het zover komen en ten slotte pas aandacht voor het perspectief van mensen die om welke reden ook in dat tijdsgewricht een andere keuze maakten.

Dat de roman in 1952 niet werd uitgegeven, had alles te maken met het feit dat de mentor die Lenz door de uitgeverij was toegewezen een oud-nazi was. Hoewel de mentor Lenz’ kwaliteiten erkende, keurde hij het thema af. Dat Lenz zelf, als Wehrmachtsoldaat, was overgelopen naar de geallieerden, heeft ongetwijfeld meegespeeld. Waarom Lenz de roman later niet nog eens ter publicatie heeft aangeboden, toen hij eenmaal een gerespecteerd auteur was en een genuanceerde blik op de oorlog gemeengoed was geworden, is een vraagteken.

Speelbal
De kleine Duitse patrouille waarvan Walter Proska, de hoofdpersoon in De overloper, deel uitmaakt, blijkt een speelbal in de handen van de partizanen. Die zijn heer en meester in het woud en de moerassen en hoeven de trekker maar over te halen om de militairen te doden. Dat werkt beklemmend op het humeur van de soldaten en tast hun danig moraal aan. Hun leidinggevende is een sadistische korporaal en dat maakt de zaak er niet beter op. Voor de hoofdpersoon is er één lichtpuntje: een knap meisje dat hij in de trein heeft ontmoet, dat eigenlijk lid is van de verzetsgroep, is niet ongevoelig voor zijn avances.

De roman begint met een hoofdstuk dat zich veel jaren na de oorlog afspeelt. Eén vraag dringt zich dan al op: wát voor verschrikkelijks heeft de hoofdpersoon aangericht en waarom durft hij dat nu pas in een brief aan zijn zuster te bekennen? Die structuur werkt goed. De spanning blijft gedurende de rest van de roman hangen.

Lenz bedient zich van verrassende metaforen. Het duister van een bos vergelijkt hij met ‘de duisternis die je onder de wrede rokken van een non vermoedt’. En de nationalistische taal waarmee leiders kinderen naar het front sturen, beschrijft hij als ‘een sijpelend retorisch gif’. Als wij soldaten óók Duitsland zijn, laat Lenz een moedeloze soldaat zeggen, dan is het toch volslagen idioot als wij ons voor Duitsland opofferen. ‘Dat zou hetzelfde zijn als wanneer een beer zijn eigen schonken afsnijdt en begint op te vreten, terwijl hij verschrikkelijke pijn heeft en intussen zichzelf wijsmaakt dat hij zich moet opofferen.’

Alleen al daarom is deze roman, in een tijd waarin de schreeuwerige vaandels van het nationalisme weer boven onze hoofden worden uitgerold, de moeite van het lezen waard. En vanwege – meesterlijk vertaalde – zinnen als deze: ‘Schijnheilig schoof de rivier zijn water geruisloos naar de zee, door weilanden en kaarsrechte bossen, voorbij de granieten borsten van de bruggen, voorbij de kleine en grote steden, voorbij, voorbij. ‘

 

 

De overloper
Siegfried Lenz
Vertaling door: Gerrit Bussink
Verschenen bij: Uitgeverij van Gennep
ISBN: 9789461644237
90 pagina's
Prijs: € 19,90

Meer van Geurt Franzen:

1 februari 2017

Het meisje, de gangster en het paard

Over 'De ruiter' van Jan van Mersbergen
26 januari 2017

Overleven op de armoedige hoogvlakte van Mexico

Over 'De rauwe hemel' van Emiliano Monge
12 december 2016

Kijkje in de keuken van DBC Pierre 

Over 'Laat ze maar denken dat je als schrijver geboren bent' van DBC Pierre

Recent

23 maart 2017

Mooie ontledingen van Alberts werk die aansluiten op zijn levensverhaal

Over 'Leven op de rand. Biografie A. Alberts' van Graa Boomsma
23 maart 2017

Erotiek en censuur in De Parelduiker

Over 'De parelduiker 2017/1 - Verboden' van Eindredactie: Hein Aalders
22 maart 2017

Klank en ritme geven sturing aan de gedichten

Over 'Haar vliegstro' van Peggy Verzett
21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

Over 'De terranauten' van T. Coraghessan Boyle
20 maart 2017

De zee in Tilburg

Over 'Goudvissen en beton' van Maartje Wortel