5 december 2016

Achthonderdzestig

Door Adri Altink

Nogmaals over De Trek. De onlangs beëindigde documentaireserie van Bram Vermeulen over migratiebewegingen in Afrika, omvatte vier delen. De derde aflevering liet schrijnend zien welke waarde Afrikanen, die tijdens de oversteek van de Middellandse Zee verdrinken, lijken te vertegenwoordigen. Vermeulen volgde het spoor terug van een paar van de omgekomenen en de vruchteloze pogingen van Italiaanse functionarissen om de lijken te identificeren.
Vrij kort na de ramp met de MH17, beschikken we over lijsten van passagiers. Hun namen worden voorgelezen bij herdenkingen. Niets daarvan bij het zinken van een gammele boot vol Afrikanen die door mensensmokkelaars de zee zijn opgestuurd.

Maar willen we hun namen wel kennen?

Bij het zien van dit derde deel van De Trek moest ik denken aan het gedicht Achthonderdzestig uit de bundel Koelkastlicht van Rodaan al Galidi, Iraaks vluchteling en schrijver (in het Nederlands) van intussen al een lange lijst poëziebundels en romans. De rest van de ruimte voor deze column is voor hem:

Achthonderdzestig

‘Dames en heren,
goedenavond.
Dit is het nieuws van 6 juli.
In Irak
zijn vanmorgen 860 mensen omgekomen
bij verschillende bomaanslagen
en de Amerikaanse soldaat John Smith
werd door een kogel geraakt
in zijn linkerbeen.
De tweeëndertigjarige soldaat studeerde in 1999 af
aan de hogere technische school
om daarna het leger in te gaan.
Hij is getrouwd met Ashley en heeft twee kinderen,
Rosaly van zes
en Keith van drie.
Zijn vrouw is lerares op een basisschool.
De woordvoerder
van het ministerie van Defensie
liet weten dat zijn situatie stabiel is
en dat de verwachting is
dat hij na vijf maanden revalidatie
weer zal kunnen lopen.
Rafael Nadal is de winnaar geworden
van Wimbledon.
De tweeëntwintigjarige Spanjaard
versloeg vijfvoudig kampioen Roger Federer
in vijf sets:
6-4 6-4 6-7 (5) 6-7 (8) 9-7.
Het is de eerste eindzege
van Nadal op Wimbledon.’

 

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer