18 december 2016

Fotosynthese 5 – Het is altijd lente in Nederland

Door Sharon Hagenbeek

In de literatuur speelt de natuur van oudsher een belangrijke rol. De symboliek die aan natuurlijke elementen is verbonden, is vaste kost geworden, zoals de lente die staat voor een periode van transformatie, groei en nieuw leven, terwijl de herfst juist symbool staat voor volwassenheid, wijsheid en verlies. De Nederlandse dichter Herman Gorter gebruikte bijvoorbeeld dit soort symboliek in zijn gedicht ‘Mei’. De eerste regel kent iedereen als een zegswijze: ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’.

Wanneer je door een echt mooi landschap loopt, lijkt de symboliek zoveel woorden te kort te schieten. Het is niet moeilijk om naar de eindeloos uitgestrekte velden en het glooien van de laatste zonnestralen te kijken en te voelen dat de natuur zoveel groter en invloedrijker is dan iets dat zich laat gebruiken als een symbool of metafoor.

Het kan ook meer ‘inhoudelijk’, zoals de vermaarde auteur Emily Brontë (1818-1848) heeft laten zien met haar wereldberoemde boek Wuthering Heights. In dat verhaal is de omringende natuur sterk aanwezig; je krijgt als lezer echt de ervaring mee van het woeste en ongenadige weer. Het noodweer is echter meer dan de achtergrond van het verhaal, er is een verbondenheid tussen de natuur en de karakters van het verhaal. Stormen razen met steeds meer intensiteit, terwijl het verhaal zich ontvouwt. De hoofdpersoon, Heathcliff, heeft onrust en verdriet in zijn hart, hij wordt getergd door het verleden en kan geen innerlijke rust vinden. Na de ontknoping van het verhaal vinden we de vrede gereflecteerd in de kalme en haast vertederende weersomstandigheden.

Het verhaal van Brontë speelde af op de heuvels van Yorkshire, in Engeland, waar het vaak koud is en veel regen valt. De omgeving is dus uiterst geschikt om als achtergrond te dienen voor een verhaal over de krachtige wreedheid en wrangheid van de natuur en de mens.

Daar zitten we dan met onze vlakke polder. Daar kan zelfs het bekende gedicht van Hendrik Marsman (1864-1927) maar zoveel voor betekenen:

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Nederlandse Symboliek

Toch lees je ook bij Marsman dat er meer aan de hand is: bij hem is de natuur niet een reflectie van onze aard, nee wij zijn ondergeschikt aan de natuur, we zijn klein, zelfs nietig, in het grotere geheel van de natuur. Het water kan zo weer besluiten om de overhand te nemen. Waar Brontë het landschap inzet om te reflecteren en te versterken wat de personages voelen, wijst Marsman ons op hoe we zelfs middenin het rustigste en stilste polderlandschap nog steeds de natuur in haar volle kracht kunnen ervaren. Daar steken de kleine menselijke zielenroerselen schriel bij af.

Inmiddels is dit soort natuursymboliek alweer lang uit de mode geraakt in de internationale literatuur, en in de Nederlandse literatuur heeft ze bovendien nooit veel aandacht gehad, maar volgens mij gooien we daarmee, als we niet uitkijken, het kind met het badwater weg.

Een polder: de bomen staan in een nette rij, de sloten lopen recht langs de vlakke uitgestrekte weilanden met altijd maar stilstaande, grazende koeien, hier en daar is een verlaten boerderij; wat kun je daar nog mee dat Marsman niet al heeft gedaan? Eigenlijk zou elke schrijver bij zo’n gedachte direct naar buiten moeten voor een wandeling.

Een wandeling
Daar loop je met je groene rubberen laarzen door de weilanden. Zo’n beetje iedere stap is in de modder of in een koeienvlaai. Je moet goed uitkijken waar je loopt, je wilt tenslotte niet struikelen. De regenbui is nog maar net voorbij waardoor er niet alleen overal plassen liggen om in te staan, maar er zijn ook krachtige geuren om te ruiken. Zo na de regen geurt alles, zelfs het gras, net iets authentieker en sterker, en ondanks dat de kou het ophalen van je neus moeilijk maakt, mis je er niets van. Na zo’n flinke bui is de wind ook helemaal uitgeraasd. Om je heen is het stil, de vogels en insecten houden het ook voor gezien voor vandaag, die zien de volgende bui al hangen en blijven lekker hoog en droog zitten.

Wat je tegenkomt op zo’n wandeling hoeft geen dag hetzelfde te zijn, de natuur is gevarieerd, de seizoenen zijn duidelijk zichtbaar. Waarschijnlijk vanwege dat samenspel biedt de Nederlandse natuur de wandelaar innerlijke rust. De waan van de dag verdwijnt met de wind of regen en we raken opgeladen met nieuwe energie. Elke dag in de Nederlandse polder is een nieuwe kans om je nietig te voelen, om je te bezinnen op het diepste van je ziel, om je rein te voelen en om met nieuwe moed een nieuw begin te maken. Het is elke dag lente in Nederland.

————————-

Sharon Hagenbeek heeft Literatuurwetenschappen en Filosofie gestudeerd en schrijft over die onderwerpen voor diverse media. Ze is hoofdredacteur van de opiniesite www.tussenwoord.nl. Daarnaast is ze momenteel bezig met het haar PhD-onderzoek naar de ontologie van vrijheid bij Heidegger en Sartre.

Foto: Stilt-walker weather, door Paul van de Velde, via Flickr.

 

Recent

16 oktober 2017

Nooit meer los van Indië

13 oktober 2017

Leven zonder moeder

Literair Nederland - 10 jaar geleden

29 oktober 2007

Roman met speelse cartoonachtige taferelen De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol. De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis. Steeds meer wetenschappelijke disciplines staan open voor datgene wat deze mensen over bijzondere ervaringen te vertellen hebben die men heeft opgedaan tijdens die crisis. In de westerse wereld zijn wetenschappers de laatste jaren er toe overgegaan dit soort ervaringen toch serieus te nemen en een onderzoek in te stellen naar de strekking ervan. Dat leidt tot uitermate belangrijk onderzoek. Wanneer kan worden aangetoond dat mensen werkelijk de grenzen van ruimte, tijd en sterfelijkheid kunnen overschrijden, zijn de consequenties daarvan voor de wetenschap, de theologie en dus ook voor het leven enorm. Simon Vestdijk schreef in zijn essay Berichten uit het hiernamaals (De bezige Bij , 1982, pg.11) het volgende: Op aarde acht men het psychisch leven gebonden aan de stof. Een dergelijke stoffelijke grondslag kennen wij hier niet. Geen lichaam, geen zintuigen, geen tastbaar denkorgaan, niets. Maar hoe wil ik dat bewijzen? Hoe overtuigend moeten mijn woorden wel klinken, willen zij de kluisters verbreken van wat zelfs ik nauwelijks een vooroordeel waag te noemen? Ik weet zeker, dat ik leef, al ben ik gestorven, en ik weet zeker, dat ik geen lichaam meer heb; maar het zou wel eens kunnen zijn, dat dit dan ook het enige is dat ik weet. Ieder van ons heeft wel eens momenten gehad, dat niets hem eenvoudiger leek dan u, aanstaande lotgenoten, met voorbeeld of beeldspraak uit te leggen hoe wij ons voelen in onze nieuwe toestand, wat er met ons aan de hand is, wie en wat wij zijn en niet zijn. Menige aardbewoner, zo meenden wij, kent uit eigen ervaring wel die dromerige stemmingen, waarin het rumoeren der buitenwereld niet meer tot hem doordringt, en zijn eigen bewustzijn de gehele horizon van zijn bestaan schijnt in te nemen. Dat komt overdag voor, en even voor het inslapen ervaart gij het gewoonlijk op zijn duidelijkst. En nu kunnen wij wel zeggen, dat gij hierin een vergelijkingsmaatstaf bezit, die nadere uitleg onzerzijds overbodig maakt, helemaal eerlijk zijn wij hierin niet, want voor zover wij ons de vroegere dagdromen nog herinneren, weten wij maar al te goed, dat de vergelijking hoogst misleidend is, en dat uw minuten van wegdrijven op innerlijke golven heel iets anders zijn dan onze bestaansvorm. Als gewezen dienaren der wetenschap zouden wij er dus verstandig aan doen onze nederlaag toe te geven. De schrijver Eric de Clercq waagt in zijn roman Het grote spel waterparadijs een poging deze thematiek uit te werken en te gieten in een verhaalvorm. In zijn relaas wordt een zekere Tim ten tonele gevoerd die zich uitgerekend door een sprinkhaan, Vioolpret geheten, laat vertellen dat hij een ongeval gehad heeft en in een comateuze toestand verkeert. Deze toestand zou gelijk staan met de dood. Blz. 17 : “ Je zal ondertussen wel vermoeden dat deze wereld jouw doordeweekse leventje niet is. En dat is het ook niet. Dit is de vijfde Dimensie. De dimensie waarnaast alle levende wezens na hun dood terugkeren. “ Tim wordt in het verhaal omringd door tientallen figuren, allemaal cartoons die de meest uiteenlopende insectensoorten vertegenwoordigen. Elke figuur stelt een soort voor dat het best bij zijn status, beroep of persoonlijkheid past. De figuren die hij tijdens zijn ronddolen ontmoet, komen hem steeds bekend voor. Hij krijgt mensen gepresenteerd die afkomstig zijn uit zijn geboortedorp en die door Tim een plaats toebedeeld krijgen in de vorm van als cartoons. Het stoort hem ook niet dat de figuren creaties zijn van zijn eigen geest. Pas aan het eind van het verhaal keert de rust in Tims’ wereld weer terug. Het feest en de avontuur zijn dan ook voorbij. De figuren van zijn wereld hebben zich teruggetrokken in hun woning op vioolpret na die nog in het rond kuiert..Tim vraagt zich ten slotte af wat de toekomst voor hem in petto heeft. Zou hij uit zijn coma ontwaken en terugkeren naar de aarde, of toch maar hier blijven en binnen afzienbare tijd voor een laatste maal reïncarneren, alvorens te promoveren tot de opperste tweede graad. In de roman gebeurt er van alles, varierende van taferelen die je je in de Efteling doen wanen tot taferelen die zoals Vestdijk schrijft: het eigen bewustzijn de gehele horizon van je bestaan schijnt in te nemen en dat je minuten van wegdrijven op innerlijke golven iets anders zijn dan het gewone bestaansvorm. Het lijkt alsof De Clercq met zijn romanvorm waar hij voor gekozen heeft een poging heeft gewaagd zijn eigen literaire conventie te exploreren en exploiteren. Hij laat je de literaire werkelijkheid met andere ogen bekijken, al is het maar voor eventjes. Desalniettemin kan ik niet concluderen dat De Clercq uitstekende en uitzonderlijke literatuur gecreëerd heeft, d.w.z. literatuur met een inventief beeldend vermogen. In elk hoofdstuk creeert hij een nieuwe bedrijvigheid , volop taal en hallucinerende beelden. Het is voor mij zeker niet bon ton om meewarig te doen over de literaire nijverheid van deze auteur maar als ik zijn literaire conventie serieus neem neig ik te kanttekenen dat zijn relaas veel weg heeft van pulp of zelfs van veredeld divertissement. Voor een serieus thema als reïncarnatie had hij een heel ander soort scéne kunnen bedenken en minder op het speelse en amusante gaan zitten. Het begin van het verhaal is in ieder geval zeer goed bedacht. Het is jammer dat hij voor de tragiek van zijn dramatische expressie gekozen heeft voor taferelen en bedrijvigheden die zijn thema, dat best wel zwaar op de hand is, in het frivole meesleuren. Het is ontmoedigend te moeten constateren dat de verhaallijn die met zoveel ijver en toewijding is geconstrueerd, waar de krachtinspanning ook duidelijk in voelbaar is, enkel de verbinding vormt van een reeks woorden , hoewel deze woorden op zich steeds een beeldenstroom met zich transporteren .Het streven om in deze roman een diepzinnig Oosters gedachtegoed weer te geven , is echter even utopisch als het streven van de schrijver alle aspecten van de zichtbare en verborgen in de reïncarnatie te vangen in een roman, te verklaren door speelse cartoonachtige beelden in de roman en tot slot de personages te willen verklaren door de sociale, de familiaire, historische, culturele, psychologische, biologische, linguïstische etc. van hun geschiedenis.

Roman met speelse cartoonachtige taferelen

De opvatting dat de zintuiglijke waarneembare wereld de enige werkelijkheid is, is tegenwoordig niet meer vol te houden. In die andere dimensie van werkelijkheid speelt niet alleen de nieuwe natuurkunde, maar ook de religieuze ervaring een belangrijke rol.
De ervaring van mensen die contact zouden hebben gehad met een werkelijkheid die uitstijgt boven de alledaagse werkelijkheid, betreft een waarneming van het transcendente, a.h.w. van het goddelijke. Door de medische technologie overleven steeds meer mensen een levensbedreigende lichamelijke crisis.

Lees meer