20 september 2005

Honderd jaar Papiamentstalige literatuur

Antilliaanse literatuur

Het gedicht Atardi werd op 27 september 1905 gepubliceerd in de krant La Cruz. De publicatie heeft een enorme impact gehad vanwege het feit dat men het in die tijd niet voor mogelijk achtte dat er in het Papiamento poëzie geschreven kon worden. Er waren toen veel laatdunkende uitlatingen over het beschavingsniveau van de Antilliaanse bevolking. Papiamento zou slecht zijn voor de ontwikkeling van kinderen en het zou niet geschikt zijn om er onderwijs in te geven. Er werd toen met minachting gesproken over ‘dat brabbeltaaltje’.

Joseph Sickman Corsen, een Curaçaose dichter die daarvoor al veel gedichten in het Spaans had geschreven, wilde aantonen dat er in dat ‘brabbeltaaltje’ wel degelijk hoogstaande poëzie geschreven kon worden. Hij schreef toen Atardi dat in La Cruz werd gepubliceerd. Het redactionele commentaar dat dit gedicht begeleidde was: ‘Beweer niet dat het Papiamento niet in staat is om gevoelens op tedere wijze tot uitdrukking te brengen. Lees dit gedicht en u zult uw mening moeten herzien. Hier verenigen intense gemoedsaandoening en eenvoud van woorden zich met schoonheid en tederheid’.

De ontwikkeling die het Papiamento later doormaakte is bekend. De belangrijkste dichters en schrijvers uit de Antillen en Aruba hebben in het Papiaments literatuur op niveau geproduceerd: Pierre Lauffer, Elis Juliana, Luis Daal, Guillermo Rosario, Nydia Ecury, Enrique Muller, Ernesto Rozenstand, Henry Habibe, Maria Diwan, Gibi Bacilio en Roland Colastica.

Meer informatie: http://www.letterenhuis.nl/

BTH

 

 

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer