21 maart 2005

Interview Ramsey Nasr

Ramsey Nasr is zowel acteur als schrijver en begon zijn carrière met theatermonologen. Als acteur heeft hij inmiddels zijn sporen verdiend en ontving hij onderscheidingen en nominaties, zoals de Philip Morris Scholarship Award en een nominatie voor de Louis d'Or. Jarenlang trad hij op met toneelgroep Het Zuidelijk Toneel.

Zijn eerste dichtbundel verscheen in 2000: 27 gedichten & geen lied, in 2004 gevolgd door Onhandig bloesemend. In de eerste bundel overheersen de liefdesgedichten; de tweede bundel is voor een groot deel geschreven naar aanleiding van de liederen van Schumann (gezongen door Fritz Wunderlich) en de muziek van Sjostakovitsj. De laatste componist wordt sprekend ingevoerd, alsof ook dit gedicht een lange theatermonoloog is.

Nasr is geen romanticus, al gebruikt hij woorden die bij de romantici voor het oprapen lagen, zoals 'fulpen bloembladeren' en 'avondschimmering'. Ook andere registers bespeelt hij: actualiteiten zoals 'bse mkz dioxine varkenspest' en technische termen als 'gezandstraalde'. Dat gebeurt op een ontspannen parlando-toon, vaak heel zangerig en lyrisch, dan weer laconiek of licht geïrriteerd: 'vlak voor je neus natuurlijk het zal eens niet'. Hoeveel verwijzingen naar literatuur of kunst er ook in zijn werk voorkomen, in de eerste plaats gaat het Nasr om de muziek van de woorden: 'Ik schrijf geen poëzie met voetnoten'.

Bron: http://www.kb.nl/ – http://www.kb.nl/ Op deze site is ook meer achtergrondinformatie te vinden over het werk van Ramsey Nasr en enkele gedichten van zijn hand.

Recent

19 september 2017

Nieuw leven beschreven

18 september 2017

Dichter van de werkelijkheid

16 september 2017

Een week lang feest

15 september 2017

Een wonderlijk leerdicht 

14 september 2017

Daar waar granaten fluiten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

24 september 2007

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter. Soms reed je wel drie keer per dag op die bakfiets langs. Ik vond je koddig en stoer met je houtje-touwtjejas aan en je mutsje op. Je was toen al een apart type. Ik was vijftien jaar en had wat je noemt een voorspellende blik. Ik herinner mij dat ik, nadat je weer langs was gekomen, mijn moeder vertelde dat wij zouden trouwen en een kind zouden krijgen. Mijn moeder was het gewend dat ik zulke dingen zei. Ik had vaker van die voorspellingen, soms ook over de dood. Dat vond ze eng."

"Toen ik jou voor het eerst zag, kwam je voorbijfietsen op een bakfiets waarin je spullen vervoerde. Het was laat in het jaar 1952, in de winter. Ik stond voor het raam van mijn ouderlijk huis in de Wilhelminastraat, waar mijn ouders een hotel-pension dreven, naar buiten te kijken. De Wilhelminastraat heette alweer een jaar of zeven zo. Als jong kind groeide ik op met de Schouwburgstraat, omdat in de oorlog namen van de koninklijke familie waren geschrapt door de Duitse bezetter.

Lees meer