23 oktober 2016

Koudwatervrees

Door Marijn Sikken

Wat ik heb geleerd sinds ik bijhoud wat ik lees (titel en datum van uitlezen noteer ik in een krakkemikkig schriftje) is dat mijn leeslijst zich in beperkte mate laat afdwingen. Boeken die ik uit de bieb heb gehaald, die ik heb gereserveerd of waarvoor ik speciaal naar andere filialen ben gefietst, blijven treurig onaangeroerd op mijn bureau liggen. Romans die ik cadeaus kreeg, sommige al enkele verjaardagen terug, verliezen ongelezen hun nieuwigheid.
Van tijd tot tijd test ik het water. Ik open Mijn heldere afgrond van Christian Wiman, ervan overtuigd dat het nu gaat lukken. Nu ga ik het lezen. Te koud – al bij het eerste contact begin ik te rillen. En ik weet zeker dat ik dit boek wil lezen, dat het me zal helpen. Maar natuurlijk, zodra je verwacht dat een boek je gaat helpen, doet het allesbehalve dat. Ik bedoel maar dat verwachtingen onuitgepakte teleurstellingen zijn (krom hier gerust uw tenen, doe ik ook).

Ondertussen worstel ik al weken met de nieuwste Don Delillo, ook een verjaardagscadeau dat nog even op zich liet wachten: twaalf boeken las ik sinds ik de roman eind augustus kreeg.
Er valt veel te genieten in Nulpunt. Een man die met zijn liefde mee de dood in wil, besluit daar toch vanaf te zien, worstelt, komt erop terug. Zijn zoon kijkt toe, zit met eigen vragen en gedachten. Wat komt er na de dood? Wie ben je na de dood? Middenin de roman, flarden uit een hiernamaals in een monoloog die nog duisterder is dan die van Addie Bundren in Faulkners As I lay dying.
Toch zijn er steeds momenten waarop ik afhaak. Dat begint met een oorwurm op de achterflap: ‘…zijn zoon, die met volle teugen van het leven geniet.’ Als er iets is wat de zoon naar mijn idee niet doet, is dat het wel. Hij is eerder afwachtend, kijkt en denkt vooral, het duurt lang voor hij ergens toe komt. Is dat genieten? Is dat leven? Hoogstens in passieve vorm.
Ook de dialogen zorgen voor gedachten die ik tijdens het lezen liever niet heb. ‘Romanpersonages leuteren niet,’ zei Renate Dorrestein eens. Maar wat de personages in Nulpunt doen, is wel het andere uiterste. Hoe vader en zoon elkaar in gesprek aanvullen, ontwijken, bijna afsnoeven in taal, hoe de mensen van de Convergentie zoveel zeggen dat het bijna niets meer is, dat ze alleen nog maar taal oreren, is dat de manier van converseren die Kees Fens bedoelde in zijn essay ‘Over de kunst van het gesprek?’ Misschien is het een kunst waarvan ik de schoonheid niet begrijp. Misschien lees ik de roman op het verkeerde moment.

Wat lees ik na Delillo? Mijn heldere afgrond ligt nog altijd te wachten op mijn bureau. Af en toe pak ik het op, raak ik het aan, open ik het. Ik test het water. De temperatuur is vanzelf goed. Tot die tijd is het boek onderdeel van een stapel die me soms beangstigt, maar meestal verheugt. En verheugen is, godzijdank, iets anders dan verwachten.

 

Foto: Sterre Meurs

 

Recent

18 januari 2017

Streng en gewichtig

17 januari 2017

Ongrijpbare gedichten

Literair Nederland - 10 jaar geleden

22 januari 2007

Uit een goed nest,Miriam Toews
Een lekker, optimistisch verhaal voor tussendoor

Knute en haar dochter Summer Feelin’ wonen in Winnipeg en alles gaat niet echt lekker. Knute begint voortdurend aan een nieuwe baan maar ze wordt steeds ontslagen. Niet omdat ze niet wil werken, niet omdat ze niet hard werkt maar het lukt gewoon niet. Summer Feelin' vindt het vreselijk op school, gaat er met moeite naar toe, ze is veel liever thuis. En dan komt er een telefoontje, of Knute terug wil komen naar haar ouderlijk huis.

Lees meer