6 juli 2016

Ontsnappingen, Gedichten – Eva Gerlach

Eva Gerlach op haar best

Recensie door Casper van der Veen

Alleen dieren kunnen het ware geluk kennen, zo schreef de filosoof Friedrich Nietzsche in zijn vroege essay Vom Nutzen und Nachteil der Historie für das Leben. Dieren leven namelijk ‘onhistorisch’ in een continu heden. De mens, daarentegen, is in staat zich zaken te herinneren en hierop te reflecteren. Een last, omdat dit meegetorste verleden het zicht kan vertroebelen en de levenslust kan afremmen. Maar ook een zegen, omdat de mens hiermee de unieke gave heeft om cultuur te vervaardigen.

Van die laatste gave bedient dichteres Eva Gerlach (1948) zich in Ontsnappingen op voortreffelijke wijze. In negen reeksen van steeds vijf of zes gedichten worden mensen opgevoerd die proberen te ontsnappen aan of naar iets of iemand – of juist een ontsnapping, zoals het vlieden van de tijd of een gekoesterd moment, tegen te gaan. De rode draad in al dit escapisme is dat dit meestal op dezelfde manier eindigt: tragisch.

Tijd
Die thematiek is niet nieuw voor Gerlach. Al sinds haar debuut Verder geen leed uit 1979 speelt zij op confronterende wijze met alledaagse menselijke smart. In Ontsnappingen is het veelal de verstrijkende tijd die de karakters opbreekt, doorwrocht van een verlangen naar een “toen” dan wel naar een “straks”. Dit wordt direct aangekondigd in de eerste strofe:

‘Het veld verschuift terwijl je wordt gereden. / Dichtbij sneller dan ver, zo verplaatst het zich samen / naar achteren buiten je oog.’ en even verderop ‘als een belegerd fort wacht herinnering, aan alle / kanten ritselt het vergeten, al het bekende / schijnt door, gaat liggen, teert in’

Is dit knagen van de klok hier nog abstract, analytisch haast, in de rest van de bundel worden tal van personages opgevoerd in wie het treuren om het verleden concreet wordt. Net als in de rest van het oeuvre van Gerlach steken ook in Ontsnappingen de doden (of breder: de vertrokkenen) veelvuldig hun hoofd om de hoek. Soms lukt het de ik-persoon niet zich van hen los te rukken, dan weer worden verwoede pogingen ondernomen om zij die ons ontvallen zijn terug te halen.

In de dichtreeks Meneer Touba zien we hoe ‘moeder’ zich voor duizend euro (het wordt al gauw twaalfhonderd) laat oplichten door een spirituele goeroe (‘een rots in de tijd’). ‘Voor duizend contant / maakt hij me nieuw’, ratelt de moeder, maar van nieuw maken is geen sprake: de vrouw wil slechts dat meneer Touba ‘Vader’ terughaalt. ‘Als ik vastere grond ben geworden kom je terug’, spreekt moeder hoopvol in een brief aan vader terwijl ze vijfeurobiljetten opvouwt. Als de man naar wie zij zo verlangt toch niet verschijnt en de goeroe de benen neemt, volgt moeder het voorbeeld van veel sekteleden bij wie een verwachte Apocalyps toch uitblijft. Vaak zie je dat zij niet hun geloof opgeven, maar zeggen dat de wereld dan wel niet is vergaan, maar er wel een “kosmische verandering” heeft plaatsgevonden. “Alles is nieuw, zegt mijn moeder, wat was er eerst, niets.”

Bewaarzucht
Verderop in de bundel zien we een ik-persoon die de gedachte aan een vertrokken geliefde warm houdt door ‘vier van je handdoeken’ over verschillende deuren in het huis laat hangen.

‘Handdoek over de deur van de keuken, ik / kraak de kamers allemaal tegelijk / zodat ik weer zie hoe je hier / rondloopt daar stilstaat‘.

Wanneer het ongemakkelijk of zwaar wordt, zet Gerlach geregeld warrig taalgebruik of afgebroken zinnen in om dit voelbaar te maken. De tocht langs de handdoeken eindigt dan ook met ‘Ben je nu weg of’.
Een drang tot behouden komt op meerdere plaatsen in Ontsnappingen terug: de karakters bewaren (of conserveren zelfs) voorwerpen van vertrokkenen (vier handdoeken dus, maar ook lippenstift, ‘je holte in het matras’) die een brug slaan naar een verleden toen zij er nog waren, voordat zij ontsnapten. De last van het gemis drukt hard op de nostalgische personages.

Oorlog en migranten
Gerlach neemt in Ontsnappingen ook actuele ontwikkelingen op in haar tijdloze thematiek. De dichtreeks ‘geen ding’, waarvan delen eerder verschenen in het oorlogsnummer van Het liegend konijn in 2014, is volgens de dichteres ‘gebaseerd op nieuwsuitzendingen en YouTube-video’s over kinderen in de Syrische burgeroorlog. Hier minder complexe beeldspraak en meer rauwe werkelijkheid.
Een ander actueel thema in Ontsnappingen is de vluchtelingencrisis. Zij wijdt een dichtreeks aan het personage Draadnagel, die een stank meedraagt die ‘niet te harden’ is, wat zowel letterlijk als figuurlijk opgevat kan worden. De ik-persoon besluit met hem te ruilen. Ook de onwelwillende houding van Europa komt ter sprake: ‘ ‘vaarniet’ zei de god / maar we gingen aan boord’ en meer belerend

‘Sluit de mond, hou de adem binnen, / kijk niet om, we komen hier aan / op atlassen, nooit in onszelf, we gaan niet terug’.

Haar beeldspraak is niet zozeer cryptisch, als wel rijk en gelaagd. Haar metaforen kunnen soms wel drie, vier lagen in zich dragen en bij een derde keer herlezen kun je nog steeds nieuwe aspecten ontdekken en inzichten opdoen die je daarvoor over het hoofd zag – iets wat niet iedere dichter weet te presteren. Toch blijft veel van haar metaforiek direct en toegankelijk, met name wanneer het over oorlogsleed of  romantische liefde gaat. Zoals in ‘mors’:

‘ik zal de tijd verdelen in toen / je er was en toen niet, ik heb je als dorst vriend, ik neem je / mee in mijn vel dat zo doof als een stok / niet meer terugpraat wanneer ik het aai’.

Of het gedicht ‘zegel’, waarin gekoesterd wordt hoe iemand zijn hoofd teder tegen de ik-persoon aanlegt. Minder gelaagd, maar zeker niet minder schitterend.

Triptiek
Deze nieuwe bundel is het middelste deel van het drieluik Labyrint, dat in 2011 opende met Kluwen. In laatstgenoemd dichtwerk stonden ook het vastklampen aan herinneringen en het ontsnappen aan het heden centraal, hoewel een prominentere rol was weggelegd voor een antropologie van de ongrijpbare doolhof die het leven is, alsook de personen die hierin figureren. De bundel besluit met een helder voorbeeld van de ambiguïteit van het ontsnappen, dat als rode draad door de bundel loopt, namelijk: het sterven van een dierbare. In een aftellende reeks wordt gekeken naar de “voet” van een stervend persoon. De cyclus (en bundel) besluit prachtig met een eenvoudig kwartijn, waarin de sfeer en thematiek van het hele boek in vier regels worden samengevat:

Ik heb je voet na een tijdje / weer onder de deken gedaan, / ging aan je hoofdeind zitten, / ben nog niet opgestaan.’

In Ontsnappingen is Gerlach op haar best: haast tastbare emotie vervlochten in weergaloze, rijke beeldspraak met een thematiek die tegelijkertijd tijdloos en actueel is. De dichteres introduceert tal van karakters en strooit ze met neologismen. Een zeer gevarieerde bundel die wel  eens tot de beste poëzie van 2016 zou kunnen behoren.

 

 

 

 

Ontsnappingen, Gedichten
Eva Gerlach
Verschenen bij: De Arbeiderspers
ISBN: 9789029505956
80 pagina's
Prijs: € 17,99

Meer van Casper van der Veen:

12 mei 2017

Meester in doorwrochte metaforiek en schitterende beeldtaal

Over 'Ik was een hond' van Thomas Möhlmann
7 november 2016

Activistische dichtkunst

Over 'Duetten' van Erik Jan Harmens Ilja Leonard Pfeijffer

Recent

25 mei 2017

De andere kant van het land van beloften

Over 'Amerika, of de verdwenen jongen' van Franz Kafka
24 mei 2017

Het extreemrechtse drama

Over 'Ik had me de wereld anders voorgesteld' van Anil Ramdas
23 mei 2017

De man die niet kon liefhebben

Over 'Een onberispelijke man' van Jane Gardam
22 mei 2017

Herrijzende ster van Vaandrager en de tijd dat poëzie op straat lag

Over 'Vaan nu' van Bertram Mourits e.a.
18 mei 2017

Poëzie gefascineerd door het zijn, het aanwezig zijn.

Over 'Gebogen planken' van Yves Bonnefoy

Verwant

6 juli 2016

Niets is wat het lijkt

Over 'Ontsnappingen, Gedichten' van Eva Gerlach