15 juni 2016

Verbeelding

Door Els van Swol

Het Achtuurjournaal zou me zó op straat hebben kunnen aanschieten om te vragen wat mijn herinneringen waren aan de onlangs overleden musicus Nikolaus Harnoncourt. Ik zou ze hebben verteld over de eerste keer dat ik hem in levende lijve zag, zittend op het frontbalkon van het Amsterdamse Concertgebouw bij een concert waarin een geinig stuk van Misha Mengelberg werd uitgevoerd: Anatoloose. Hij vertrok geen spier.

Ik zou hebben verteld over het moment dat ik op de Spiegelgracht voor de etalage stond van een inmiddels opgeheven boekhandel, en dat toen ik in gedachten de hoek omging en regelrecht in zijn armen liep. Zijn vrouw, de violiste Alice Harnoncourt, moest er hartelijk om lachen. Hij vertrok geen spier.

Maar ik zou zeker níet hebben verteld van de gênante ervaring toen ik uitgerekend op Palmzondag 1975 een afspraak had gemaakt met een collega. Ik was volwassen, maar kreeg een uitbrander van mijn ouders: hoe kon ik dát nu doen, nu Harnoncourt voor ’t eerst Bachs Johannespassion in het Amsterdamse Concertgebouw dirigeerde! Sterker nog: de Johannespassion zo afstofte en tot een onvergetelijke, diep indringende belevenis maakte. Een Historische Gebeurtenis.

Enkele jaren later had ik een kaartje gekocht voor de traditionele Palmzondaguitvoering van die andere Passion van Bach, de Matthäus. Harnoncourt zou de uitvoering leiden, maar had afgezegd en werd vervangen door Ton Koopman. Er gingen allerlei geruchten over het waarom hij had afgezegd. Maar dat zou ik het journaal weer niet aan de neus hangen. Of ik de meester uit Wenen ooit wel eens in het ‘echt’ heb zien dirigeren, is daarmee nog maar de vraag.

Ik betwijfel of het Achtuurjournaal zou vragen wat Harnoncourt nu eigenlijk voor de muziekwereld heeft betekend. (En eigenlijk überhaupt of zijn dood het journaal heeft gehaald). De tijd ervoor zou te kort zijn, het antwoord zou volgens de redactie waarschijnlijk teveel van de kijkers vragen. Vast staat dat hij een groot musicus was die een enorme invloed heeft gehad op de manier van uitvoeren van met name oude muziek die decennia lang ‘het’ ijkpunt was van alles wat op dit terrein gebeurde.

Het is niet zoals Philippe Claudel over zijn roman Het verslag van Brodeck zei: dat het zomaar zou kunnen dat enkele van zijn personages niet hebben bestaan en evengoed aan de verbeelding van de hoofdpersoon kunnen zijn ontsproten. Harnoncourt heeft echt bestaan, al betwijfel ik zelf of ik hem ooit heb zien dirigeren. Ik zag hem in ieder geval op het frontbalkon in het Concertgebouw, op straat en op televisie natuurlijk. En ik erfde zijn cd-opnamen van mijn vader. Vooral die houden hem levend. En daar gaat het uiteindelijk om.

 

 

Recent

21 maart 2017

Intrigerende zwakheden

20 maart 2017

De zee in Tilburg

Literair Nederland - 10 jaar geleden

26 maart 2007

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden. Niet bevroedend dat hij elke dag door een bewonderend oog werd vastgepind op de weg die hem van de kazerne naar het bureel voerde stapte soldaat Brû, die in het algemeen nergens aan dacht, maar als hij dat toch deed dan het liefst aan de slag bij Jena, stapte soldaat Brû voort met de onbevangenheid van een niet-bewuste. Met zijn niet bewust grijsblauwe ogen en zijn niet bewust elegant omwikkelde beenkappen droeg soldaat Brû heel naïef al het nodige met zich mee om in de smaak te vallen bij een jongejuffrouw die niet helemaal jong meer was en ook niet helemaal juffrouw. Het ontging hem.

Zonder dat hij het wist, keek ze hem telkens na als hij voorbijkwam, de winkelierster, langs de zaak, soldaat Brû. Hij liep daar heel ongedwongen, in zijn vrolijke kaki klof, met zijn haar, tenminste wat er onder de kepie van te zien was, zijn haar keurig geknipt en nagenoeg glanzend, zijn handen langs de naad van zijn broek, handen waarvan de ene, de rechter, met onregelmatige tussenpozen omhoogging om een superieur te eren of de groet van een gedemilitariseerde te beantwoorden.

Lees meer