10 november 2015

Niet-lezers

Dromen van een jachtslot vol kunst 

Boekenblog door Stefan Ruiters

Als ik online een boek verkoop, pak ik het in en stuur het naar mijn klant. Vaak via de verzendservice van DHL. Dat servicepunt bevindt zich in een doe-het-zelf-zaak, waar drie mannen in rode truien, of als het warm is, in een rood t-shirt mij helpen. Aardige mannen. Met één van hen praat ik over wielrennen, met de ander over metalband Metallica en met de baas eigenlijk nergens over. Maar we maken intussen wel geintjes. Wat hij geregeld zegt is: ‘goh, en dat zijn dus allemaal boeken? Die hebben ze dus bij jou gekocht?’ En: ‘Dat gaan ze dan dus lezen?’ Mijn reactie is dat boeken inderdaad nog gekocht worden. ‘En gelezen ook wel zo af en toe, denk ik.’ Daar moet ie vooral om lachen. De baas is duidelijk geen lezer. De anderen trouwens ook niet. Dat merk je, als lezer. Hetzelfde geldt voor kinderen hebben of niet. Of op wintersport gaan of niet. Je bent een vader, moeder, een skiër of snowboarder. Of niet. Je bent een lezer of niet. Ik vertoef met beiden, maar vooral met niet-lezers.

Er wordt wel eens zorgelijk gedaan over dat niet-lezen. En in het verlengde, het niet-kopen van boeken. Ik maak me er ook wel eens zorgen over, uiteraard. Ik betreur het dat een scherm het overneemt van het boek ,of de snelheid en fragmentarisering van de digitale wereld die ten koste gaat van onze concentratie en verbeeldingskracht. Het is fijn een boek in handen te hebben, te voelen, te ruiken en te strelen. Een kunstboek, soms groot en zwaar, vol fantastische foto’s of afbeeldingen van kunstwerken. Een roman, lekker in de hand, gezet in een mooie letter. Of een studie over de obsessie van nazi’s met kunst. Daarover lees ik nu (Anders Rydell, De plunderaars. De nazi-obsessie met kunst. Atlas Contact, 2015).  Ik denk wel eens, een beetje pijnlijk is dat wel, dat ik die obsessie deel. Dat ik me dan voorstel Hermann Göring te zijn. In zijn stoutste gedachten kan iedereen wel eens zo megalomaan zijn. Göring liet in 1933 een jachtslot bouwen, genaamd Carinhal, naar zijn overleden vrouw en vulde dat met kunst. Daarnaast bezat hij meerdere verblijven, verspreid over Duitsland, ook vol met kunst. Rond de vijftienhonderd werken verzamelde hij. De nazi top bestond uit een paar fervente kunstverzamelaars. Verder waren ze natuurlijk zo fout als maar mogelijk is.

Maar ik dwaal af. De wereld bestaat uit meer niet-lezers dan lezers. Ik hoorde zelfs op de radio dat Nederlandse kinderen, met Kroatische, voorop lopen als het gaat om afkerig te zijn van lezen. Dat verbaast me niet maar vind het wel een treurige gedachte. Nederlanders lopen vaak voorop als het gaat om het afbreken van waardevolle zaken. Gebouwen, geschiedenis, natuur, cultuur. Cultuur is in Nederland vaker niet dan wel een belangrijke zaak. Dus hoe krijgen onze kinderen mee dat cultuur, en daar hoort lezen bij, van belang is? Eens een keer niet nuttig bezig zijn, maar lekker dwalen in literaire of kunstzinnige projecten van een ander. Of je eigen dromen najagen, die nooit in vervulling zullen gaan. Zoals de droom een jachtslot vol kunst te bezitten, met een bibliotheek genoemd naar mijn geliefde.  

 

 

Recent

Literair Nederland - 10 jaar geleden

04 juni 2007

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

"In Weg met het deeltijdfeminisme! is het meest urgente uit Mees’ columns over vrouwen, ambitie en werk bijeengebracht."

Maar wat is voor Heleen Mees het meest urgente?

Zij stelt dat in Nederlands te veel hoogopgeleide vrouwen werken in deeltijd,in inferieure banen blijven steken en zelf het leeuwendeel van het huishouden doen.

Mees vergelijkt de Nederlandse vrouw met de Amerikaanse vrouw (Mees woont in New York) Deze werken 36 uur per week tegenover de Nederlandse vrouw die 24 uur per week werkt.

Lees meer